| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet toezicht
trustkantoren
REGELING
INTEGERE BEDRIJFSVOERING WET TOEZICHT
TRUSTKANTOREN
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. van 23
februari 2004, houdende regels met het oog op een integere
bedrijfsvoering door trustkantoren (Regeling integere bedrijfsvoering
Wet toezicht trustkantoren)
De
Nederlandsche Bank N.V.;
Gelet op artikel 10, eerste lid, van de Wet
toezicht trustkantoren in samenhang met artikel 1 van het
Overdrachtsbesluit integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren (Stb.
2004, 57);
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
Termen die in de wet zijn gedefinieerd hebben in deze regeling en de
daarop berustende bepalingen de betekenis die hieraan in de wet is
toegekend.
Artikel 2
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: Wet toezicht trustkantoren;
b. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
c. integere bedrijfsvoering: een zodanige sturing van de
organisatie van het trustkantoor en inrichting van de processen van
en met betrekking tot het trustkantoor dat integriteitsrisico's
worden beheerst;
d. integriteitsrisico: het risico van aantasting van de reputatie
van het trustkantoor of van de financiële markten in het algemeen
als gevolg van een ontoereikende naleving van privaat-, bestuurs-,
fiscaal-, of strafrechtelijke verplichtingen;
e. integriteitsgevoelige functie:
1° een leidinggevende functie die is geplaatst direct onder
het echelon bestaande uit de personen genoemd in artikel 3,
eerste lid, onderdeel a of b, van de wet; of
2° een functie waaraan overigens een bevoegdheid is
verbonden die een wezenlijk risico bevat voor de integere
bedrijfsvoering van het trustkantoor;
f. incident: een voorval dat een ernstig gevaar vormt voor een
integere bedrijfsvoering van het trustkantoor, waaronder wordt
begrepen een handelen of nalaten van de personen genoemd in artikel
3, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet, van een
personeelslid van het trustkantoor, van een derde of van een
doelvennootschap;
g. bestuur: ieder van de bestuurders van het trustkantoor genoemd
in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet en ieder van
degenen genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
h. procedurehandboek: de schriftelijke vastlegging van de
uitgangspunten ter beheersing van integriteitsrisico's, uitgewerkt
in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen;
i. organisatieschema: het overzicht dat schematisch de
verschillende functies binnen het trustkantoor weergeeft en waarin
is aangegeven welke personen deze functies vervullen en welke
functies integriteitsgevoelig zijn;
j. trust: een trust in de zin van het Verdrag inzake het recht
dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts, Trb.
1985, 141.
Hoofdstuk 2. Algemene voorschriften met betrekking tot de
bedrijfsvoering van trustkantoren
Taken en verantwoordelijkheden van het bestuur
Artikel 3
Het bestuur is belast met de dagelijkse leiding over de activiteiten
van het trustkantoor en draagt zorg voor:
a. een integere bedrijfsvoering;
b. de naleving van hetgeen in deze regeling is bepaald.
Artikel 4
Het bestuur treft maatregelen ter bewustwording, bevordering en
handhaving van integer handelen binnen de organisatie van het
trustkantoor.
Artikel 5
Het bestuur draagt zorg voor een deugdelijke administratie.
Vermogensscheiding
Artikel 6
Het trustkantoor treft met betrekking tot gelden of geldswaarden van
doelvennootschappen of derden die door het trustkantoor worden beheerd,
maatregelen om de rechten van die doelvennootschappen of derden te
beschermen.
Hoofdstuk 3. Specifieke voorschriften met betrekking tot de
bedrijfsvoering van trustkantoren
Procedurehandboek en organisatieschema
Artikel 7
1.Het trustkantoor beschikt over een actueel procedurehandboek. Het
procedurehandboek voorziet in:
a. procedures omtrent de naleving van de bij of krachtens de
wet, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van
terrorisme en de Sanctiewet 1997 gestelde regels;
b. een zodanige vastlegging van taken, verantwoordelijkheden en
bevoegdheden van bestuur en personeelsleden dat functiescheiding
aanwezig is tussen functies met een uitvoerend en controlerend
karakter;
c. procedures met betrekking tot de omgang met en eisen aan
personeelsleden in een integriteitsgevoelige functie;
d. procedures met betrekking tot de omgang met incidenten;
e. procedures met betrekking tot de interne controle, op basis
waarvan kan worden vastgesteld dat het trustkantoor zijn
activiteiten uitvoert in overeenstemming met het in de wet en deze
regeling bepaalde en met hetgeen in het procedurehandboek met
betrekking tot onderdeel a tot en met d is vastgelegd.
2.Het trustkantoor draagt ervoor zorg dat het procedurehandboek
binnen de organisatie bekend is en wordt nageleefd.
3.Het trustkantoor beschikt over een actueel organisatieschema.
Procedures inzake personeelsleden
Artikel 8
1.De procedures als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c,
waarborgen de betrouwbaarheid van een personeelslid dat het
trustkantoor voornemens is in een integriteitsgevoelige functie te
benoemen of te benoemen in een integriteitsgevoelige functie van een
hoger niveau en verplichten het trustkantoor ten minste tot:
a. het controleren van de identiteit van betrokkene;
b. het controleren van de door betrokkene verstrekte gegevens
en referenties op juistheid en volledigheid;
c. het maken van een onderbouwde inschatting van de
betrouwbaarheid van betrokkene en een beoordeling daarvan in
relatie tot het bekleden van een integriteitsgevoelige functie op
een gegeven niveau.
2.Het trustkantoor voert een zodanige administratie dat uit het
dossier van een personeelslid dat is benoemd in een
integriteitsgevoelige functie blijkt dat is voldaan aan het bepaalde
in het eerste lid.
3.Het trustkantoor hanteert objectieve, kenbare criteria om een
functie te kwalificeren als een functie die een wezenlijk risico bevat
voor de integere bedrijfsvoering van het trustkantoor.
Beoordeling van externe personeelsleden en het verstrekken van
inlichtingen over (voormalige) personeelsleden
Artikel 9
1.Het trustkantoor is verantwoordelijk voor de beoordeling van de
betrouwbaarheid van degene die zich jegens het trustkantoor verbindt
anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden in een
integriteitsgevoelige functie te verrichten.
2.Het trustkantoor kan de beoordeling van de betrouwbaarheid
overlaten aan de werkgever van betrokkene als bedoeld in het eerste
lid onder de voorwaarde dat:
a. het trustkantoor inzicht heeft in de administratieve en
organisatorische procedures en maatregelen van de betrokken
werkgever en heeft vastgesteld dat deze geen afbreuk doen aan de
eigen administratieve en organisatorische procedures en
maatregelen;
b. het trustkantoor zich door middel van contractuele
voorwaarden het recht voorbehoudt dat door of namens het
trustkantoor een onderzoek wordt ingesteld naar de mate van
naleving van de gedelegeerde werkzaamheden.
3.Het trustkantoor controleert onder alle omstandigheden zelf de
identiteit van betrokkene als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 10
1.Het trustkantoor waaraan over een betrokkene inlichtingen omtrent
de betrouwbaarheid worden gevraagd ten behoeve van een andere
financiële instelling:
a. verklaart schriftelijk dat hij geen aanleiding heeft om aan
de betrouwbaarheid van betrokkene te twijfelen dan wel, indien
daartoe aanleiding bestaat,
b. verstrekt schriftelijk inlichtingen en wel zodanig dat de
verzoekende financiële instelling zich voor de beoordeling van de
betrouwbaarheid van betrokkene een juist en zo volledig mogelijk
beeld kan vormen.
2.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid onthoudt het
trustkantoor zich van het doen van uitspraken of het afgeven van
verklaringen aangaande de betrouwbaarheid van een (voormalig)
personeelslid indien het trustkantoor weet of redelijkerwijs kan
vermoeden dat daarmee een onjuist beeld van betrokkene wordt gegeven.
Procedures inzake incidenten
Artikel 11
1.De procedures als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel d,
leggen ten minste de wijze van afhandeling van incidenten vast en
verplichten tot een administratieve vastlegging van incidenten.
2.Het trustkantoor neemt naar aanleiding van een incident passende
maatregelen.
3.Het trustkantoor informeert DNB onverwijld omtrent incidenten,
indien:
a. aangifte van een incident bij justitiële autoriteiten zal
plaatsvinden of is gedaan;
b. het voortbestaan van het trustkantoor wordt bedreigd of zou
kunnen worden bedreigd;
c. sprake is van een ernstige tekortkoming in de opzet en
werking van de maatregelen ter bevordering of handhaving van een
integere bedrijfsvoering door het trustkantoor;
d. mede gelet op verwachte publiciteit rekening gehouden
behoort te worden met een ernstige mate van reputatieschade aan
het trustkantoor;
e. de ernst, omvang of de overige omstandigheden van het
incident in aanmerking genomen, DNB in verband met haar
toezichtstaak redelijkerwijs geïnformeerd behoort te worden.
Vaststelling van de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende
Artikel 12
1.Het trustkantoor kent de identiteit van de uiteindelijk
belanghebbende van een doelvennootschap en beschikt over gegevens aan
de hand waarvan is bepaald wie als uiteindelijk belanghebbende
kwalificeert en aan de hand waarvan de identiteit van de uiteindelijk
belanghebbende is vastgesteld.
2.Indien een doelvennootschap geen uiteindelijk belanghebbende
heeft, beschikt het trustkantoor over gegevens aan de hand waarvan dit
is bepaald.
3.Het trustkantoor verleent geen dienst voordat aan het eerste of
tweede lid is voldaan.
Kennis van herkomst van vermogen en van herkomst en bestemming van
middelen van de doelvennootschap
Artikel 13
1.Het trustkantoor heeft bij het verlenen van een dienst aan een
doelvennootschap kennis van de herkomst van het vermogen van de
doelvennootschap en legt de gegevens omtrent het onderzoek naar de
herkomst van het vermogen vast.
2.Het trustkantoor beschikt over gegevens die ten grondslag liggen
aan de herkomst en bestemming van middelen van de doelvennootschap en
beoordeelt of hieraan integriteitsrisico's zijn verbonden.
Structuur van de groep waartoe de doelvennootschap behoort en doel
waarmee deze structuur is opgezet
Artikel 14
Het trustkantoor heeft kennis van de relevante delen van de structuur
van de groep waartoe de doelvennootschap behoort en het doel waarmee de
structuur is opgezet en beschikt over gegevens waaruit deze relevante
delen en het doel van de structuur blijken.
Het verkopen van rechtspersonen
Artikel 15
1.Bij het verkopen van rechtspersonen door het trustkantoor, kent
het trustkantoor de identiteit van de koper en van de natuurlijke
persoon die een gekwalificeerde deelneming houdt in de koper. Ook
beschikt het trustkantoor over gegevens aan de hand waarvan is bepaald
welke natuurlijke persoon een gekwalificeerde deelneming houdt in de
koper en aan de hand waarvan de identiteit van deze natuurlijke
persoon en van de koper is vastgesteld.
2.Indien bij het verkopen van rechtspersonen geen natuurlijke
persoon een gekwalificeerde deelneming houdt in de koper, beschikt het
trustkantoor over gegevens aan de hand waarvan dit is bepaald.
3.Het trustkantoor heeft kennis van de herkomst van het vermogen
van de koper en legt de gegevens omtrent het onderzoek naar de
herkomst van het vermogen vast. Ook beoordeelt het trustkantoor of
integriteitsrisico's aan de verkoop van rechtspersonen zijn verbonden.
4.Het trustkantoor sluit geen overeenkomst terzake van het verkopen
van rechtspersonen voordat aan het eerste en tweede lid is voldaan.
Politiek prominente personen
Artikel 15a
Een trustkantoor:
a) beschikt over een op risico gebaseerd beleid om te bepalen of
de uiteindelijk belanghebbende een politiek prominent persoon is;
b) laat de beslissing tot het aangaan van een relatie met een
politiek prominent persoon nemen of goedkeuren door personen die
daartoe door het trustkantoor gemachtigd zijn;
c) treft adequate maatregelen om de bron van het vermogen vast te
stellen dat bij de zakelijke relatie wordt gebruikt; en
d) oefent doorlopende controle uit op de zakelijke relatie.
Optreden als trustee
Artikel 16
1.Indien het trustkantoor optreedt als trustee van een trust, kent
het trustkantoor de identiteit van de insteller van de trust en van de
uiteindelijk belanghebbende bij de trust en beschikt over gegevens aan
de hand waarvan is bepaald wie de insteller is en welke natuurlijke
persoon als uiteindelijk belanghebbende kwalificeert. Ook beschikt het
trustkantoor over gegevens aan de hand waarvan de identiteit van de
insteller en van de uiteindelijk belanghebbende is vastgesteld.
2.Indien er geen uiteindelijk belanghebbende is, beschikt het
trustkantoor over gegevens aan de hand waarvan dit is bepaald.
3.Het trustkantoor heeft bij het verlenen van de in het eerste lid
genoemde dienst kennis van de herkomst van het vermogen van de
insteller van de trust en legt de gegevens omtrent het onderzoek naar
de herkomst van het vermogen vast.
Gegevens met betrekking tot het trustkantoor
Artikel 17
Het trustkantoor houdt de volgende gegevens met betrekking tot de
eigen organisatie op een overzichtelijke wijze voor DNB beschikbaar:
a. een actueel uittreksel van de inschrijving van het
trustkantoor in het handelsregister van de Kamers van Koophandel en
Fabrieken en een actueel overzicht van (mede) beleidsbepalers van
het trustkantoor met vermelding van volledige naam, adres en
woonplaats;
b. een actueel overzicht van houders van een gekwalificeerde
deelneming in het trustkantoor, met vermelding van volledige naam,
adres en woonplaats;
c. een afschrift van de statuten van het trustkantoor;
d. een actueel overzicht van de formele en feitelijke
zeggenschapsstructuur en zeggenschapsverhoudingen van het
trustkantoor en van de groep waartoe het trustkantoor behoort;
e. een structuuroverzicht van de groep waartoe het trustkantoor
behoort;
f. het procedurehandboek en organisatieschema;
g. de vastlegging ingevolge artikel 11, eerste lid;
h. de vastgestelde jaarrekeningen over de afgelopen drie
boekjaren danwel de voorlopige jaarcijfers indien een jaarrekening
nog niet is vastgesteld.
Cliëntacceptatiedossiers
Artikel 18
1.Het trustkantoor beschikt over een cliëntacceptatiedossier voor
iedere doelvennootschap en terzake van iedere verkoop van een
rechtspersoon en terzake van iedere trust waarbij het trustkantoor als
trustee optreedt. Een cliëntacceptatiedossier bevat tenminste de
volgende bescheiden:
a. de schriftelijke overeenkomsten tussen het trustkantoor en
de doelvennootschap en andere overeenkomsten die het trustkantoor
heeft gesloten terzake van de door het trustkantoor geleverde
diensten waarop het cliëntacceptatiedossier ziet;
b. een overzicht van de door het trustkantoor geleverde
diensten waarop het cliëntacceptatiedossier ziet en de gegevens
genoemd in de artikelen 12, 13, eerste lid, 14, 15 en 16.
2.Het trustkantoor houdt het cliëntacceptatiedossier beschikbaar
voor DNB.
3.Met inachtneming van toepasselijke wettelijke voorschriften wordt
een cliëntacceptatiedossier ten minste vijf jaar na beëindiging van
de dienstverlening bewaard.
4.Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige
toepassing ten aanzien van andere bij algemene maatregel van bestuur
aangewezen diensten, als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 5°,
van de wet.
Hoofdstuk 4. Overgangsbepalingen
Artikel 19
Het trustkantoor als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de wet,
voldoet binnen een termijn van zes maanden nadat het trustkantoor een
vergunning is verleend als bedoeld in artikel 4 van de wet, aan de
verplichtingen ingevolge artikel 12, 13, 14, 16 en 18, voorzover het
betreft doelvennootschappen waaraan het trustkantoor op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze regeling diensten verleent of met betrekking
tot trusts waarbij het trustkantoor op het tijdstip van inwerkingtreding
van deze regeling als trustee optreedt.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 20
Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip van
inwerkingtreding van de wet. Indien de Staatscourant waarin deze
regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 maart 2004, treedt zij
in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant
waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 maart 2004.
Artikel 21
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling integere bedrijfsvoering
Wet toezicht trustkantoren.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Financiën,
G. Zalm.
|
|
|