REGELING van de Minister van Financiën van
20 juli 2005 inzake de vanwege de Staat uit te schrijven veiling
van benzinestations langs rijkswegen (Regeling veiling benzinestations
langs rijkswegen)
De Minister
van Financiën;
Gelet op artikel 5, derde lid, van de Wet tot
veiling van bepaalde verkooppunten van motorbrandstoffen;
Besluit:
§ 1. Definities
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Wet: Wet tot veiling van bepaalde verkooppunten van
motorbrandstoffen;
b. Domeinen: de dienst Domeinen van het Ministerie van
Financiën;
c. De directeur Domeinen: de directeur van de regionale directie
Domeinen West te Leiden;
d. Locatie: locatie als bedoeld in artikel 1, onder c, van de
Wet;
e. Huurrecht: het recht als bedoeld in artikel 5, eerste lid van
de Wet om met de Staat een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 3
van de Wet te sluiten;
f. Deelnemer: een partij die op grond van Regeling toelating
veiling benzinestations langs rijkswegen is toegelaten tot de
veiling;
g. Veiling: de openbare verkoop bij inschrijving van een
afzonderlijk huurrecht;
h. Biedboek: informatie als bedoeld in artikel 5, lid 4, van de
Wet, over locaties waarop de te veilen huurrechten betrekking
hebben.
§ 2. Algemene bepalingen over de veiling
Artikel 2. Onderwerp van de veiling
Geveild worden één of meer huurrechten.
Artikel 3. Veilingsystematiek
Indien meer dan één huurrecht wordt geveild worden de huurrechten
elk afzonderlijk en opeenvolgend geveild. De deelnemers zijn gerechtigd
per huurrecht één bod in een gesloten envelop uit te brengen.
Artikel 4. De veilingmeester
1. De directeur Domeinen wijst een veilingmeester aan.
2. De veilingmeester leidt de veiling en draagt zorg voor een
goed verloop van de veiling.
3. De veilingmeester beschikt, onverminderd de bevoegdheden
genoemd in de paragrafen 3 en 4, over de bevoegdheden die noodzakelijk
zijn voor een goede uitvoering van zijn taak.
4. De veilingmeester handelt bij de uitoefening van zijn taak in
overeenstemming met aanwijzingen van de directeur Domeinen.
Artikel 5. De notaris
1. De directeur Domeinen wijst een notaris aan.
2. De notaris beschikt over de bevoegdheden genoemd in paragraaf
3 en ziet toe op een ordelijk verloop van de veiling.
Artikel 6. Communicatie met de veilingmeester
1. De deelnemers kunnen op de dag van de veiling tot één uur
voor aanvang van de eerste veiling aan de veilingmeester uitsluitend
schriftelijk, door tussenkomst van de notaris vragen stellen met
betrekking tot de veilingprocedure. De antwoorden worden schriftelijk
vóór de aanvang van de eerste veiling op de desbetreffende
veilingdag aan alle deelnemers bekend gemaakt.
2. De overige aankondigingen en mededelingen van de
veilingmeester en de notaris zullen op de veilingdag mondeling
geschieden.
§ 3. De Veilingprocedure
Artikel 7. Plaats en tijdstip veiling
1. De directeur Domeinen bepaalt de plaats van de veiling
alsmede het tijdstip waarop de veiling een aanvang neemt.
2. De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.
Artikel 8. Loting
1. De volgorde waarin de huurrechten worden geveild, wordt door
loting bepaald.
2. De loting wordt uitgevoerd door de notaris.
3. De loting vindt plaats veertien dagen voorafgaand aan de dag
van de veiling.
4. De resultaten van de loting worden door de notaris vastgesteld
en door de veilingmeester bekendgemaakt. Van de loting wordt een
notarieel proces-verbaal opgemaakt.
5. De deelnemers worden in staat gesteld bij de loting aanwezig
te zijn.
Artikel 9. Onderwerp en aanvang veilingen
De veilingmeester stelt steeds voorafgaand aan iedere veiling van een
huurrecht vast:
a. welk huurrecht wordt geveild;
b. vanaf welk tijdstip de biedkaarten als bedoeld in artikel 10
kunnen worden ingeleverd;
c. op welk tijdstip de biedkaarten uiterlijk moeten zijn
ingeleverd.
Artikel 10. Biedkaart
1. Nadat de directeur Domeinen heeft beslist dat een aanvrager
wordt toegelaten tot de veiling, wordt de aanvrager daarvan
schriftelijk door hem in kennis gesteld en ontvangt hij voor elk te
veilen huurrecht een op naam van de aanvrager gestelde biedkaart en
een envelop, benodigd om de biedkaart tijdens de veiling bij de
notaris in te leveren.
2. Een bod wordt uitgebracht door middel van een biedkaart.
3. De biedkaart wordt in de Nederlandse taal ingevuld.
4. Een bod wordt uitgebracht in hele euro’s. Het bedrag wordt
zowel in cijfers als in letters geschreven.
Artikel 11. Wijze indienen bod
Een bod wordt uitgebracht door middel van een ingevulde biedkaart
die:
a. is ondertekend door een deelnemer die gerechtigd is een bod
uit te brengen dan wel is ondertekend door degene die gerechtigd is
om namens de deelnemer handelingen te verrichten in de
veilingprocedure;
b. niet eerder dan het in artikel 9, onder b en niet later dan
het in artikel 9, onder c bedoelde tijdstip in de veilingzaal in een
gesloten envelop aan de notaris wordt aangeboden;
c. wordt ingeleverd door een deelnemer die gerechtigd is een bod
uit te brengen dan wel wordt ingeleverd door degene die gerechtigd
is om namens de deelnemer handelingen te verrichten in de
veilingprocedure.
Artikel 12. Onvoorwaardelijk en onherroepelijk bod
Het bod van de deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk.
Artikel 13. Vereisten geldig bod
1. De notaris beslist omtrent de geldigheid van een uitgebracht
bod.
2. Een bod is ongeldig indien dit niet voldoet aan het bepaalde
in artikel 10, tweede tot en met vierde lid, of artikel 11.
Artikel 14. Ongeldig bod
1. De deelnemer die een ongeldig bod als bedoeld in artikel 13,
tweede lid, heeft uitgebracht, wordt hiervan afzonderlijk door de
notaris op de hoogte gesteld.
2. Indien een deelnemer op grond van de artikelen 17 of 18 van
verdere deelname van de veiling is uitgesloten, deelt de notaris aan
alle deelnemers de identiteit van de uitgesloten deelnemer mee.
Artikel 15. Gevolgen twee of meer deelnemers met hoogste bod
Indien twee of meer deelnemers hetzelfde hoogste bedrag voor een
huurrecht hebben geboden, stelt de veilingmeester op grond van een door
de notaris te houden loting vast wie van de deelnemers wordt aangemerkt
als degene die het hoogste bod heeft uitgebracht.
Artikel 16. Einde veiling
1. De veiling van een huurrecht eindigt op het moment waarop de
veilingmeester het hoogste bod heeft vastgesteld of heeft vastgesteld
dat er geen of geen geldig bod is uitgebracht.
2. De veilingmeester maakt, door tussenkomst van de notaris, zo
spoedig mogelijk en in ieder geval voor de aanvang van de volgende
veiling van een huurrecht aan de deelnemers bekend de hoogte van dit bod
alsmede door welke deelnemer dit bod is uitgebracht of dat geen of geen
geldig bod is uitgebracht.
3. In het geval dat het topdeel als bedoeld in artikel 24, lid 1,
van toepassing is, wordt tevens het op één na hoogste bod bekend
gemaakt.
4. Als er geen of geen geldig bod is uitgebracht kan de directeur
Domeinen – na overleg met de deelnemer wiens huurrecht wordt
geveild – besluiten dat het huurrecht opnieuw wordt geveild.
5. Van de veiling wordt een notarieel proces-verbaal opgemaakt.
§ 4. Gedrag voorafgaand en tijdens de veiling en gevolgen van
onregelmatigheden
Artikel 17. Verbod mededingingsbeperkende afspraken en -gedragingen
1. Een deelnemer is verplicht zich voorafgaand aan en gedurende
de veilingprocedure te onthouden van afspraken of gedragingen die
ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging in de
veilingprocedure wordt verhinderd, beperkt of vervalst.
2. Onder de in het vorige lid genoemde afspraken of gedragingen
vallen in ieder geval:
a. het aan deelnemers bekendmaken van vertrouwelijke informatie als
bedoeld in artikel 19;
b. gedragingen als bedoeld in artikel 20;
c. het afstemmen van het gedrag voorafgaand aan of gedurende de
veilingprocedure met één of meer deelnemers.
3. De veilingmeester kan een deelnemer die handelt in strijd met
het eerste lid van verdere deelname aan de veiling uitsluiten. De
directeur Domeinen kan bepalen dat de uitsluiting ook geldt voor
toekomstige veilingen op diezelfde dag of meerdere jaren.
Artikel 18. Verstoring goed of ordelijk verloop van de veiling
1. Een deelnemer is verplicht zich gedurende de veiling te
onthouden van gedragingen die het goed of ordelijk verloop van de
veiling verstoren.
2. De veilingmeester kan een deelnemer die handelt in strijd met
het eerste lid van verdere deelname aan de veiling uitsluiten. De
directeur Domeinen kan bepalen dat de uitsluiting ook geldt voor
toekomstige veilingen op diezelfde dag of meerdere jaren.
3. Een deelnemer wordt niet uitgesloten dan nadat de
veilingmeester de desbetreffende deelnemer ten minste eenmaal heeft
medegedeeld dat verdere met het eerste lid in strijd zijnde gedragingen
kunnen leiden tot uitsluiting van verdere deelname aan de veiling.
Artikel 19. Vertrouwelijkheid
Een deelnemer, inbegrepen diegenen die een deelnemer ten behoeve van
de veiling bijstaan, mag informatie waarover hij beschikt met betrekking
tot de voorgenomen strategie en het biedgedrag gedurende de veiling,
waaronder de huurrechten die de deelnemer wenst te verwerven en het
bedrag dat beschikbaar is voor het verwerven van huurrechten, niet aan
andere deelnemers of derden bekend maken.
Artikel 20
Een deelnemer is verplicht zich te onthouden van gedragingen die zijn
gericht op het direct of indirect verkrijgen van de in artikel 19
bedoelde informatie van andere deelnemers.
Artikel 21. Gevolgen voor bod bij uitsluiting
1. Een bod van een deelnemer die op grond van de artikelen 17
of 18 van verdere deelname aan de veiling is uitgesloten is ongeldig,
ook indien een bod is uitgebracht voor de uitsluiting.
2. Indien een deelnemer het hoogste bod op een huurrecht heeft
uitgebracht en vervolgens wordt uitgesloten van de veiling, stelt de
veilingmeester opnieuw vast welke deelnemer het hoogste bod op dat
huurrecht heeft uitgebracht. Deze deelnemer krijgt het huurrecht
aangeboden. Als deze deelnemer dit aanbod niet aanvaardt, wordt het
huurrecht, met inachtneming van paragraaf 3, opnieuw geveild.
Artikel 22. Noodrem
De veilingmeester heeft te allen tijde de bevoegdheid om de veiling
stil te leggen als hij dit noodzakelijk acht.
§ 5. Betaling
Artikel 23. Betaling verschuldigde bedrag
1. Binnen drie werkdagen na de dag van de veiling moet door de
deelnemer die het hoogste bod op een huurrecht heeft uitgebracht, een
waarborgsom zijn gestort ter grootte van 15 procent van het bedrag van
dit bod dan wel ter grootte van 15 procent van het topdeel. Over deze
waarborgsom wordt door de directeur Domeinen geen rente vergoed. Deze
waarborgsom zal in mindering strekken van het door de deelnemer
verschuldigde bedrag van zijn bod dan wel het topdeel.
2. In afwijking van het eerste lid, kan de deelnemer in plaats
van het storten van een waarborgsom, binnen drie werkdagen na de dag van
de veiling een schriftelijke bankgarantie doen stellen ter grootte van
het in eerste lid van dit artikel vermelde percentage van het bedrag van
zijn bod dan wel het topdeel, mits deze bankgarantie
a. onvoorwaardelijk is;
b. voortduurt tot en met ten minste de dag waarop de deelnemer het
hoogste bod dan wel het topdeel volledig heeft voldaan;
c. is afgegeven door een bankinstelling die is geregistreerd als
kredietinstelling ingevolge artikel 52 van de Wet toezicht
kredietwezen 1992, en
d. de clausule bevat dat deze bankinstelling op eerste verzoek van
de directeur Domeinen het bedrag van de garantie aan de Staat zal
uitkeren.
3. Binnen veertien kalenderdagen na de dag van de veiling moet
door de deelnemer die hoogste bod op een huurrecht heeft uitgebracht,
het door hem verschuldigde bedrag van dit bod dan wel het topdeel zijn
betaald op bankrekeningnummer 19 23 24 810 bij de RABO-bank te Leiden
ten name van de Regionale directie Domeinen West te Leiden.
Artikel 24. Topdeel/Voorkomen onevenredige bevoordeling zittende
partij
1. In geval de deelnemer wiens huurrecht wordt geveild het
hoogste bod heeft uitgebracht op dit huurrecht, is deze, in plaats van
het hoogste bod het verschil tussen dit bod en het op één na hoogste
bod verschuldigd, met dien verstande dat deze deelnemer nimmer meer
verschuldigd is dan 30 procent van zijn bod. Het door hem
verschuldigde bedrag moet binnen 14 kalenderdagen volgend op de dag
van de veiling worden betaald op het in artikel 23, lid 3 genoemde
bankrekeningnummer.
2. In geval de deelnemer wiens huurrecht wordt geveild als enige
een geldig bod heeft uitgebracht, is deze, in afwijking van het eerste
lid en in afwijking van artikel 23, geen bedrag verschuldigd.
§ 6. Gevolgen niet gestand doen van een bod
Artikel 25. Niet gestand doen van het bod
1. Indien een deelnemer die het hoogste bod op een huurrecht
heeft uitgebracht, zijn betalingsverplichting niet, niet geheel of
niet tijdig is nagekomen, maakt de directeur Domeinen, behoudens
bijzondere omstandigheden, binnen drie weken na de dag van de veiling
bekend dat het desbetreffende huurrecht opnieuw wordt geveild.
2. Een deelnemer die op grond van de artikelen 17 of 18 van
verdere deelname aan de veiling is uitgesloten en de deelnemer, bedoeld
in het eerste lid, zijn uitgesloten van deelname aan de veiling waarbij
een of meer huurrechten opnieuw worden geveild.
3. Met inachtneming van het eerste en tweede lid, zijn slechts de
deelnemers die bij de aanvang van de veiling gerechtigd waren een bod
uit te brengen, gerechtigd om deel te nemen aan de veiling als bedoeld
in het eerste lid.
4. De directeur Domeinen maakt, uiterlijk twee weken nadat op
grond van het eerste lid is vastgesteld dat een huurrecht opnieuw wordt
geveild, de plaats van deze veiling alsmede het tijdstip waarop deze
veiling een aanvang neemt bekend.
§ 7. Voorwaarden voor het kunnen uitoefenen van het huurrecht na de
veiling
Artikel 26. Aangaan van overeenkomst, verlenen van vergunning,
onderliggende rechtsrelaties
1. De directeur Domeinen verleent aan de deelnemer die het
hoogste bod op een huurrecht heeft uitgebracht, het huurrecht nadat de
verschuldigde bedragen zijn voldaan. Daartoe sluit de directeur
Domeinen een huurovereenkomst. Deze huurovereenkomst kan worden
vervangen door een erfpachtovereenkomst in geval gebruik wordt
gemaakte van de in artikel 3, zevende lid, van de Wet, bedoelde
mogelijkheid.
2. Onverminderd het hierna in dit artikel bepaalde gaat de
huurovereenkomst dan wel erfpachtovereenkomst in op het in het biedboek
aangegeven tijdstip.
3. Onverminderd het hierna in dit artikel bepaalde gaat de
huurovereenkomst dan wel erfpachtovereenkomst met betrekking tot een
locatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet,in drie maanden
na de dag van de veiling, tenzij de wederpartij van de Staat als bedoeld
in artikel 6, eerste lid, onder b, van de Wet, en de deelnemer die het
hoogste bod op het huurrecht heeft uitgebracht in onderling overleg een
eerdere aanvangsdatum overeenkomen.
4. Indien binnen drie maanden na de dag van de veiling niet aan
het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel is voldaan, kan de
directeur Domeinen besluiten dat het huurrecht opnieuw wordt geveild.
§ 8. Slotbepaling
Artikel 27
Met schriftelijke instemming van de Minister van Financiën kan de
directeur Domeinen in bijzondere gevallen van deze regeling afwijken.
Artikel 28
Deze regeling treedt in werking met ingang van 31 juli 2005.
Artikel 29
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veiling benzinestations
langs rijkswegen.
Deze regeling zal (met de toelichting) in de
Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Financiën,
G. Zalm.