| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet uitkeringen
burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo)
REGELING
WIJZIGING BEPALINGEN WET UITKERINGEN
BURGER-OORLOGSSLACHTOFFERS 1940-1945
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De Minister van
Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
Gelet op artikel 10, zesde lid, van de Wet
uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1984, 94),
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 19401945
(Stb. 1984, 94);
b. grondslag: de grondslag, bedoeld in artikel 10, zesde lid,
van de wet;
c. burger-oorlogsslachtoffer: de persoon, bedoeld in artikel
7, onder b, van de wet.
Artikel 2
Indien het burger-oorlogsslachtoffer geen onderwijs heeft kunnen
volgen of het gevolgde onderwijs beperkt is gebleven tot basisonderwijs,
wordt de grondslag vastgesteld op het bedrag bedoeld in artikel 10,
achtste lid, onder a, van de wet, tenzij de leeftijd van het
burger-oorlogsslachtoffer, zijn verworven bekwaamheid en zijn
persoonlijke instelling ten tijde van de aanvraag duidelijk redenen
vormen om daarvan af te wijken.
Artikel 3
Indien het burger-oorlogsslachtoffer lager of middelbaar
beroepsonderwijs dan wel algemeen voortgezet of voorbereidend
wetenschappelijk onderwijs heeft gevolgd, wordt de grondslag vastgesteld
naar het inkomen dat hij na voltooiing van zijn opleiding uit arbeid in
een met die opleiding overeenstemmende werkkring zou hebben verworven.
Artikel 4
1. Indien het burger-oorlogsslachtoffer
hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs heeft gevolgd en de
desbetreffende opleiding heeft voltooid, wordt de grondslag vastgesteld
naar het inkomen dat hij, gezien de aard van de voltooide opleiding, uit
arbeid in een met die opleiding overeenstemmende werkkring zou hebben
verworven.
2. Indien het burger-oorlogsslachtoffer de in het eerste lid
bedoelde opleiding niet heeft kunnen voltooien, kan de grondslag, gezien
de aard en de duur van die opleiding, en mede gezien zijn leeftijd,
verworven bekwaamheid en persoonlijke instelling ten tijde van de
aanvraag, worden vastgesteld als ware die opleiding voltooid.
Artikel 5
Indien het burger-oorlogsslachtoffer, na beλindiging van zijn al dan
niet voltooide opleiding, arbeid heeft aanvaard welke niet in
overeenstemming is met het niveau van het gevolgde onderwijs, en het
burger-oorlogsslachtoffer uit die arbeid een inkomen geniet of heeft
genoten dat ten tijde van de aanvraag minder bedraagt of zou hebben
bedragen dan het inkomen dat hij op grond van die opleiding ten tijde
van de aanvraag redelijkerwijs had kunnen verwerven, kan de grondslag
worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2, 3 en
4.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van
plaatsing in de Nederlandse Staatscourant
en werkt terug tot 1
juli 1981.
De Minister voornoemd a.i.,
R.F.M. Lubbers.
|
|
|