| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet uitvoering
Internationaal Energieprogramma
REGELING
GEGEVENS AARDOLIEPRODUKTEN 1985
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De Minister van
Economische Zaken;
Gelet op artikel 10 van de Wet uitvoering
Internationaal Energieprogramma (Stb. 1979, 187);
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
AFCENT-hoofdkwartier: het te Brunssum gevestigde
hoofdkwartier, als bedoeld in de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der
Nederlanden en het Algemeen Hoofdkwartier van de Geallieerde Mogendheden
in Europa inzake de bijzondere voorwaarden, die toepasselijk zijn op de
vestiging en het functioneren van internationale militaire
hoofdkwartieren binnen het Europees grondgebied van het Koninkrijk der
Nederlanden (Trb. 1964, 131);
NAVO-krijgsmacht: de krijgsmacht van een vreemde mogendheid,
die partij is bij het Noord-Atlantisch Verdrag (Stb. 1949, J
355);
continentaal plat: het onder de Noordzee gelegen deel van de
zeebodem en de ondergrond daarvan, waarop het Koninkrijk overeenkomstig
het op 29 april 1958 te Genève gesloten verdrag inzake het continentale
plateau (Trb. 1959, 126) soevereine rechten heeft.
Artikel 2
Hij, die in de uitoefening van een bedrijf in een kalendermaand
aardolieprodukten:
a. in Nederland heeft bewerkt of verwerkt, dan wel heeft doen
bewerken of verwerken;
b. in Nederland in opslag heeft gehouden in douane-entrepot,
accijnsentrepot of anderszins voor rekening van derden,
c. heeft gekocht of verkocht op de binnenlandse markt, indien dit
in het laatst verstreken kalenderjaar hoeveelheden betreft van 50
000 ton of meer, is verplicht binnen 30 dagen na afloop van die
maand gegevens te verstrekken betreffende de hoeveelheden en zijn
wederpartijen, voor zover aangegeven in bijlage I, een en ander met
betrekking tot de invoer, de uitvoer, de binnenlandse aankopen, de
afleveringen, de bewerking, de verwerking en zijn verbruik ten
behoeve van de verwerking van de in bijlage I bedoelde
aardolieprodukten in die maand, en met betrekking tot de opslag als
bovenbedoeld van de in bijlage I bedoelde aardolieprodukten op de
laatste dag van die maand.
Artikel 3
Hij, die in de uitoefening van een bedrijf in een kalendermaand ruwe
aardolie van oorsprong uit het binnenland of het continentaal plat heeft
aangekocht, ten einde deze ruwe aardolie in het binnenland te verwerken
of in het binnenlands verkeer te brengen, is verplicht binnen 20 dagen
na afloop van die maand gegevens te verstrekken betreffende de prijzen,
de hoeveelheden, de oorsprong, de kwaliteiten en de voorwaarden van
verwerving, met betrekking tot de in bijlage II genoemde ruwe aardolie
die hij in die maand heeft aangekocht.
Artikel 4
Hij, die in de uitoefening van een bedrijf in een kalendermaand ruwe
aardolie voor verwerking in Nederland heeft ingevoerd, is verplicht
binnen 20 dagen na afloop van die maand gegevens te verstrekken
betreffende de prijzen, de hoeveelheden, de kwaliteiten, het vervoer, de
oorsprong, de herkomst, de contracten, de voorwaarden van verwerving en
de aard van zijn wederpartijen, alsmede de naam van het land en de
plaats van vestiging van degene, voor wiens rekening de verwerking van
de betrokken ruwe aardolie plaatsvindt, met betrekking tot het in die
maand voor verwerking in Nederland invoeren van de in bijlage III, deel
1, bedoelde ruwe aardolie.
Artikel 5
1. Hij, die in de uitoefening van een
bedrijf in een kalenderjaar een hoeveelheid aardolieprodukten van 500
000 ton of meer in Nederland heeft ingevoerd, is verplicht binnen 30
dagen na afloop van ieder kalenderkwartaal van het volgende kalenderjaar
gegevens te verstrekken betreffende de hoeveelheden en de prijzen met
betrekking tot het in het betrokken kwartaal invoeren dan wel brengen
binnen Nederland zonder onmiddellijk daaropvolgende invoer, van de in
bijlage III, deel 2 genoemde aardolieprodukten, voor zover het totaal
van deze produkten in eerstbedoeld kalenderjaar 100 000 ton of meer
bedraagt.
2. Hij, die in de uitoefening van een bedrijf in een kalenderjaar
een hoeveelheid aardolieprodukten van 500 000 ton of meer op de
binnenlandse markt heeft afgeleverd, is verplicht binnen 30 dagen na
afloop van ieder kalenderkwartaal van het volgende kalenderjaar waarin
hij de in bijlage III, deel 3 genoemde aardolieprodukten op de
binnenlandse markt heeft afgeleverd gegevens te verstrekken betreffende
de in het betrokken kwartaal in het binnenland verkochte hoeveelheden en
verkoopopbrengsten en betreffende de corresponderende gemiddelde waarde
af-raffinaderij.
Artikel 6
Hij, die in de uitoefening van een bedrijf in een kalenderjaar 50 000
ton of meer van de in bijlage IV, tabellen 1 en 2, genoemde
aardolieprodukten of de binnenlandse markt heeft afgeleverd, is
verplicht voor het einde van elke kalendermaand van het volgende
kalenderjaar gegevens te verstrekken betreffende de
eindverbruikersprijzen van de in tabel 1 genoemde aardolieprodukten en
betreffende de prijzen af-raffinaderij onderscheidenlijk af-veem van de
in tabel 2 genoemde aardolieprodukten, die hij op of laatstelijk voor de
15de dag van de betrokken maand voor de genoemde aardolieprodukten in
het binnenland in rekening heeft gebracht.
Artikel 7
1. De in de artikelen 5 en 6 bedoelde
verplichtingen gelden ook voor de rechtspersoon, die niet zelf de daar
bedoelde hoeveelheden heeft ingevoerd, onderscheidenlijk afgeleverd,
maar die behoort tot een groep van ondernemingen, die te zamen die
hoeveelheden hebben ingevoerd onderscheidenlijk afgeleverd.
2. De ingevolge het vorige lid geldende verplichtingen zijn
opgeheven voor zover een andere tot de betrokken groep behorende
rechtspersoon aan die verplichtingen heeft voldaan.
Artikel 8
Hij, die in de uitoefening van een bedrijf in een kalenderjaar 100
000 ton of meer ruwe aardolie uit landen die geen lid zijn van de
Europese Economische Gemeenschap heeft ingevoerd, is verplicht, voor
zover deze ruwe aardolie, dan wel daaruit of met behulp daarvan
verkregen aardolieprodukten, niet voor wederuitvoer naar die landen
waren bestemd, voor 15 maart van het volgende kalenderjaar gegevens te
verstrekken betreffende de hoeveelheden, de kwaliteiten, het vervoer, de
oorsprong en de herkomst met betrekking tot de invoer van de in
eerstbedoeld kalenderjaar ingevoerde ruwe aardolie, zoals aangegeven in
bijlage V.
Artikel 9
1. Hij, die in de uitoefening van een
bedrijf in een kalenderjaar in Nederland aardolieprodukten heeft
verwerkt of in opslag gehouden, dan wel in Nederland gelegen
buisleidingen voor het vervoer van aardolieprodukten heeft
geëxploiteerd dan wel het voornemen daartoe heeft, is verplicht voor 15
januari van het volgende kalenderjaar de volgende gegevens te
verstrekken:
a. de data van de vermoedelijke aanvang van de bouw,
indienststelling of buitenwerkingstelling, het stadium van
besluitvorming, de aard van de verwerkte of te verwerken
aardolieprodukten, alsmede de in bijlage VI genoemde kenmerken van het
doel, de aard en de capaciteit met betrekking tot de volgende werken,
die hij in Nederland in bedrijf of in aanbouw heeft, dan wel die hij
voornemens is in Nederland gedurende het lopende kalenderjaar en de
twee volgende kalenderjaren te bouwen, in dienst te stellen of buiten
werking te stellen:
1º. installaties voor distillatie van aardolieprodukten met een
gezamenlijke capaciteit van 1 000 000 ton of meer per jaar, met
uitzondering van zodanige installaties die niet of slechts als
bijprodukt stookolie of motorbrandstoffen produceren,
2º. buisleidingen met een lengte van 30 km of meer en een
capaciteit, indien het vervoer van ruwe aardolie betreft, van 3 000
000 ton of meer per jaar, of, indien het vervoer van andere
aardolieprodukten betreft, 1 500 000 ton of meer per jaar, met
uitzondering van zodanige buisleidingen die uitsluitend bestemd zijn
voor militaire doeleinden of voor gebruik ten dienste van
installaties die hiervoor onder 1° van de toepassing van dit
artikel zijn uitgezonderd of voor gebruik ten dienste van de in het
tweede lid, onder 1°, genoemde installaties,
3º. reservoirs voor de opslag van aardolieprodukten met een
gezamenlijke capaciteit van 100 000 m³ of meer, met uitzondering
van zodanige reservoirs met de hiervoor onder 2° bedoelde
bestemmingen:
b. de data van de vermoedelijke aanvang van de bouw of
indienststelling, het stadium van besluitvorming, de aard van de te
verwerken aardolieprodukten, alsmede de volgende in bijlage VI
genoemde werken die hij in Nederland in aanbouw heeft, dan wel die hij
voornemens is in Nederland gedurende het lopende kalenderjaar en de
tweede volgende kalenderjaren te bouwen, in dienst te stellen of
buiten werking te stellen:
1º. uitbreidingen van bestaande, niet hiervoor onder a, 1°, van
de toepassing van dit artikel uitgezonderde installaties voor
distillatie van aardolieprodukten, indien de gezamenlijke capaciteit
van de bestaande installaties en de uitbreidingen 1 000 000 ton of
meer per jaar bedraagt,
2º. uitbreidingen van bestaande, niet hiervoor onder a, 2°, van
de toepassing van dit artikel uitgezonderde buisleidingen, met
buisleidingen die de onder a, 2°, genoemde capaciteiten en een
lengte van 30 km of meer hebben.
2. Hij, die verplicht is gegevens te verstrekken met betrekking
tot de in het eerste lid, onder a, 1°, en b, 1°, genoemde werken, is
verplicht jaarlijks voor 15 januari gegevens te verstrekken betreffende
de in het eerste lid, onder a, aanhef, genoemde onderwerpen met
betrekking tot de volgende, in bijlage VI bedoelde werken, die hij in
Nederland in bedrijf of in aanbouw heeft, dan wel die hij voornemens is
in Nederland gedurende het lopende kalenderjaar en de twee volgende
kalenderjaren te bouwen, in dienst te stellen of buiten werking te
stellen:
1º. installaties voor het omvormen of kraken van aardolieprodukten
met een gezamenlijke capaciteit van 500 ton of meer per dag, met
uitzondering van installaties die niet, of slechts als bijprodukt,
stookolie of motorbrandstoffen produceren,
2º. installaties voor ontzwaveling van stookolieresiduen of
gasolie.
Artikel 10 [Vervallen per 01-03-1994]
Artikel 11 [Vervallen per 01-03-1994]
Artikel 12
Indien in de periode volgend op die, waarover gegevens zijn
verstrekt, zich geen feiten hebben voorgedaan waaruit een der in de
voorgaande artikelen genoemde verplichtingen voortvloeit, is degene die
deze gegevens heeft verstrekt, verplicht binnen de in de betrokken
bepaling genoemde termijn mededeling te doen van de afwezigheid van die
feiten.
Artikel 13
Degene op wie een der voorgaande artikelen van toepassing is, is
tevens verplicht opgave te doen van zijn naam, adres en, voor zover in
de betrokken bijlage genoemd, gegevens omtrent de structuur van de groep
van ondernemingen waartoe hij behoort.
Artikel 14
De gegevens dienen te worden verstrekt aan de Minister van
Economische Zaken en te worden toegezonden aan het in de betrokken
bijlage genoemde adres.
Artikel 15
1. Ter voldoening aan de in de artikelen
2 tot en met 9 opgelegde verplichtingen dienen, met gebruikmaking van
formulieren overeenkomstig het model van de in de betrokken artikelen
genoemde bijlagen I tot en met VI, de daarin genoemde gegevens volledig
en op de daarin, en in de toelichtingen daarop, aangegeven wijze te
worden ver strekt.
2. De bijlagen I tot en met VI liggen voor een ieder ter inzage
bij de Directie Olie en Gas van het Directoraat-Generaal voor Energie
van het Ministerie van Economische Zaken.
3. De Minister van Economische Zaken kan op daartoe strekkend
verzoek, indien de bewerking van de gegevens daardoor niet wordt
bemoeilijkt of vertraagd, van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
verlenen. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een
ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een ontheffing kan te
allen tijde worden ingetrokken.
Artikel 16
1. De artikelen 2 en 8 gelden niet met
betrekking tot de aardolieprodukten die zich als brandstoffen bevinden
in een vervoermiddel dat in het internationale verkeer wordt gebezigd,
voor zover deze brandstoffen in overeenstemming zijn met het normale
gebruik.
2. Artikel 9 geldt niet voor werken die onder beheer staan van de
Nederlandse krijgsmacht, een der NAVO-krijgsmachten of het
AFCENT-hoofdkwartier.
Artikel 17
De Beschikking gegevens aardolieprodukten en de Beschikking
aanvullende gegevens aardolieprodukten van 4 januari 1980 (Stcrt.
1980, 4) worden ingetrokken.
Artikel 18
1. Deze regeling wordt in de Staatscourant
bekendgemaakt.
2. Zij treedt in werking met ingang van 1 maart 1985.
Artikel 19
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling gegevens
aardolieprodukten 1985.
's-Gravenhage, 28 januari 1985.
De Minister van Economische Zaken,
G.M.V. van Aardenne.
|
|
|