| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet
verbruiksbelastingen van brandstoffen, geheven naar een milieugrondslag
UITVOERINGSREGELING
VERBRUIKSBELASTINGEN VAN BRANDSTOFFEN, GEHEVEN
NAAR EEN MILIEUGRONDSLAG
Tekst zoals deze geldt op
24 juli 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De
Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op de artikelen 61b, 61q,
eerste en tweede lid, en 61aia, vierde lid, van de Wet algemene
bepalingen milieuhygiëne (Stb. 1988, 113) en artikel II, tweede
en derde lid, van de Wet verbruiksbelastingen van brandstoffen, geheven
naar een milieugrondslag (Stb. 1992, 317);
Besluiten:
§ 1. Inleidende bepaling
Artikel 1
1. Deze regeling geeft uitvoering aan de
artikelen 61b, eerste lid, 61q, eerste en tweede lid, en 61aia, vierde
lid, van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Stb. 1988, 113) en
aan artikel II, tweede en derde lid, van de Wet verbruiksbelastingen van
brandstoffen, geheven naar een milieugrondslag (Stb. 1992, 317).
2. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder de
wet: de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne.
§ 2. Bepaling loodgehalte en
researchoktaangetal van lichte olie
Artikel 2
1. Voor de bemonstering van lichte olie
wordt gebruik gemaakt van de methode van de American Society for Testing
and Materials, ASTM D 4057.
2. Indien het monster, dat is verkregen volgens de in het eerste
lid bedoelde methode, gelode lichte olie betreft, wordt het loodgehalte
van dat monster vastgesteld aan de hand van ISO-norm 3830 (uitgave van
1981).
3. Indien het monster, dat is verkregen volgens de in het eerste
lid bedoelde methode, ongelode lichte olie betreft, wordt het
loodgehalte van dat monster vastgesteld aan de hand van ASTM-norm D 3237
(uitgave van 1979) met gebruikmaking van atoomabsorbtiespectrometrie.
4. Interpretatie van de resultaten geschiedt aan de hand van
ISO-norm 4259 (uitgave van 1979).
Artikel 3
1. Het researchoktaangetal van lichte olie wordt vastgesteld
aan de hand van ISO-norm 5163 (goedgekeurde uitgave van 1977).
2. Artikel 2, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
§ 3. Regels omtrent de registratieplicht
Artikel 4
Degene die de hieronder aangeduide belasting is verschuldigd, is
gehouden regelmatig aantekening te houden van hetgeen daarachter is
vermeld:
a. de belasting op LPG, bedoeld in artikel 61c, onderdeel f, van
de wet: de door hem gewonnen, vervaardigde of ingevoerde
hoeveelheden LPG, alsmede de hoeveelheden LPG die hij als brandstof
heeft gebruikt of aan anderen heeft afgeleverd;
b. de belasting op kolen, bedoeld in artikel 61c, onderdeel g,
van de wet: de door hem gewonnen of ingevoerde hoeveelheden kolen,
alsmede de hoeveelheden kolen die hij – al dan niet na bewerking
– als brandstof heeft gebruikt of aan anderen heeft afgeleverd;
c. de belasting op gas, bedoeld in artikel 61c, onderdeel h, van
de wet: de door hem gewonnen, vervaardigde of ingevoerde
hoeveelheden gas, de hoeveelheden gas die hij heeft betrokken van
degene die het heeft gewonnen, alsmede de hoeveelheden gas die hij
als brandstof heeft gebruikt of aan anderen heeft afgeleverd;
d. de belasting op petroleumcokes, vloeibare en gasvormige
brandstoffen, bedoeld in artikel 61c, onderdeel i, van de wet: de
door hem in de inrichting gebruikte hoeveelheden petroleumcokes,
vloeibare en gasvormige brandstoffen.
Artikel 5
De in artikel 4 bedoelde aantekening bevat voorts:
a. de datum waarop de desbetreffende hoeveelheden zijn gewonnen,
vervaardigd, ingevoerd of betrokken, als brandstof zijn gebruikt of
aan anderen zijn afgeleverd;
b. naam en adres van degene van wie de desbetreffende
hoeveelheden zijn betrokken;
c. naam en adres van degene aan wie de gewonnen, vervaardigde,
ingevoerde of betrokken hoeveelheden zijn afgeleverd.
Artikel 6
1. De in artikel 4 bedoelde aantekening wordt op zodanig
duidelijke en overzichtelijke wijze gehouden, dat aan de hand daarvan
de over ieder tijdvak verschuldigde belasting kan worden vastgesteld.
2. De inspecteur kan afwijkingen toestaan van de verplichtingen,
bedoeld in de artikelen 4 en 5 en in het eerste lid van dit artikel.
Artikel 7
De gegevens die bij een verzoek om teruggaaf als bedoeld in artikel
II, tweede of derde lid, van de Wet verbruiksbelastingen van
brandstoffen, geheven naar een milieugrondslag worden verstrekt in
verband met de in dat artikel bedoelde voorwaarden, dienen het resultaat
te zijn van continue metingen die overeenkomstig paragraaf 2 van
hoofdstuk 2 van de Regeling meetmethoden emissie-eisen stookinstallaties
Wet inzake de luchtverontreiniging (Stcrt. 1987, 83) zijn uitgevoerd.
Voor de vaststelling of aan de voorwaarde ten aanzien van de uitworp van
zwaveldioxide is voldaan, is artikel 34 van het Besluit emissie-eisen
stookinstallaties Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1987, 164)
van overeenkomstige toepassing.
§ 4. Overgangsbepaling
Artikel 8
De Uitvoeringsregeling heffingen milieuhygiëne (Stcrt. 1988, 122)
wordt ingetrokken, met dien verstande, dat de bepalingen van genoemde
regeling, zoals die luidde op 30 juni 1992, van toepassing blijven op de
bestemmingsheffingen op brandstof en de regulerende heffingen op gelode
lichte olie met een researchoktaangetal lager dan 97 en op ongelode
lichte olie met een researchoktaangetal lager dan 95, die krachtens de
wet zoals deze luidde vóór 1 juli 1992 verschuldigd zijn geworden.
§ 5. Slotbepalingen
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
datum van bekendmaking in de Staatscourant en werkt terug tot en
met 1 juli 1992.
Artikel 10
Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling
verbruiksbelastingen van brandstoffen, geheven naar een milieugrondslag.
De Staatssecretaris van Financiën,
M.J.J. van Amelsvoort.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
H. Alders.
|
|
|