| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet verevening
pensioenrechten bij scheiding (Wvps)
REGELING
PENSIOENBEREKENING BIJ SCHEIDING VÓÓR 27
NOVEMBER 1981
Tekst zoals deze geldt op
22 juli 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
REGELING van 23 december 1994, houdende vaststelling
van regels als bedoeld in artikel 10 van de Wet verevening
pensioenrechten bij scheiding, betreffende pensioenberekening bij
scheiding voor 27 november 1981
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Handelende in overeenstemming met de
Staatssecretaris van Justitie, de Minister van Binnenlandse Zaken en de
Minister van Defensie;
Gelet op artikel 10 in verbinding met artikel
12, tweede en derde lid, van de Wet verevening pensioenrechten bij
scheiding;
Gezien het advies van de Verzekeringskamer;
Besluit:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: wet verevening pensioenrechten bij scheiding;
b. pensioen zoals dat op de datum van ontvangst van de
mededeling is bereikt:
voor deelnemers: de tijdsevenredige pensioenaanspraak per de datum
van ontvangst van de mededeling,
voor gewezen deelnemers: het ingegane pensioen of de ten tijde van
beëindiging van het deelnemerschap vastgestelde pensioenaanspraak
vermeerderd met de eventueel daarna toegepaste verhogingen;
c. tijdsevenredige aanspraak: een overeenkomstig artikel
8, tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals dat luidde
op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Pensioenwet,
bepaalde pensioenaanspraak.
Artikel 2
Het uitvoeringsorgaan stelt na ontvangst van de mededeling, als
bedoeld in artikel 12, derde lid, van de wet, vast welk deel van het
pensioen tijdens de in artikel 12, tweede lid, van de wet bedoelde
huwelijksduur is opgebouwd en voor verevening in aanmerking komt.
Indien het uitvoeringsorgaan niet beschikt over de gegevens die
noodzakelijk zijn om het voornoemde deel vast te stellen, wordt het te
verevenen pensioen vastgesteld op basis van deze regeling.
Artikel 3
Het te verevenen pensioen wordt vastgesteld door het pensioen zoals
dat op de datum van ontvangst van de mededeling is bereikt, te
vermenigvuldigen met een breuk waarvan
– de teller wordt gevormd door het aantal huwelijksjaren dat
gelegen is tussen:
a. de huwelijksdatum of
b. de datum van aanvang van het deelnemerschap, waarbij voor de
onder a. en b. genoemde data wordt uitgegaan van de laatste datum,
en
c. het tijdstip van scheiding, of
d. de datum waarop het deelnemerschap is geëindigd, waarbij
voor de onder c. en d. genoemde data wordt uitgegaan van de
vroegste datum,
en
– de noemer wordt gevormd door het aantal jaren dat gelegen is
tussen de vastgestelde datum van aanvang van het deelnemerschap en
de datum van ontvangst van de mededeling, dan wel indien deze datum
eerder ligt, de datum waarop het deelnemerschap is geëindigd.
Artikel 4
1. Indien de datum van aanvang van het
deelnemerschap niet bekend is bij het uitvoeringsorgaan, gaat het
uitvoeringsorgaan uit van de in het formulier vermelde datum van aanvang
van het deelnemerschap. Indien uit een door beide echtgenoten
ondertekend formulier bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet
blijkt dat de genoemde datum ook hen niet bekend is, stelt het
uitvoeringsorgaan de datum van aanvang van het deelnemerschap vast op de
datum waarop de vereveningsplichtige echtgenoot 25 jaar werd, dan wel
indien de pensioenregeling op een later tijdstip werd ingevoerd, de
datum van invoering.
2. Indien het formulier door één van de echtgenoten is
ondertekend en de datum van aanvang van het deelnemerschap noch bij
deze, noch bij het uitvoeringsorgaan bekend is, verzoekt het
uitvoeringsorgaan de andere echtgenoot hem hieromtrent binnen een maand
te informeren. Indien de andere echtgenoot ook niet over dat gegeven
beschikt of niet binnen de genoemde termijn heeft gereageerd, stelt het
uitvoeringsorgaan de datum van aanvang van het deelnemerschap vast op de
hiervoor in het eerste lid, tweede volzin, omschreven wijze.
3. Indien het pensioen reeds is ingegaan en het tweede lid,
eerste volzin, van toepassing is, wordt voor de bepaling van het te
verevenen pensioen uitgegaan van de overeenkomstig het eerste lid,
tweede volzin, bepaalde datum. Indien de andere echtgenoot binnen een
maand ten genoegen van het uitvoeringsorgaan informatie heeft verstrekt
omtrent de feitelijke datum van aanvang van het deelnemerschap, wordt
het eerder overeenkomstig het eerste lid, tweede volzin, bepaalde te
verevenen pensioen op grond van dat gegeven met terugwerkende kracht
herzien en wordt het daarvan afgeleide recht op uitbetaling opnieuw
bepaald.
4. Indien op een later tijdstip ten genoegen van het
uitvoeringsorgaan informatie wordt verstrekt omtrent de feitelijke datum
van aanvang van het deelnemerschap, wordt het te verevenen pensioen
opnieuw bepaald. Indien het pensioen reeds is ingegaan wordt binnen een
maand na ontvangst van dit gegeven het te verevenen pensioen opnieuw
bepaald en het daarvan afgeleide recht op uitbetaling herzien, zij het
dat deze wijziging alleen van invloed is op de daarna door het
uitvoeringsorgaan te verrichten betalingen.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 1995.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 23 december 1994.
De Staatssecretaris voornoemd,
R.L.O. Linschoten.
|
|
|