|
De
Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op de artikelen 5, 6, 12, 14, 16, 18, 20,
22, 23 en 32 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie
voor de volksverzekeringen;
Voor zoveel nodig in overeenstemming of na
overleg met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de Minister van
Verkeer en Waterstaat en de Minister van Economische Zaken,
Besluit:
Hoofdstuk I. Algemeen
Artikel 1
1. Deze regeling geeft uitvoering aan
de artikelen 5, 6, 14, 18, 20, 32 en 33 van de Wet vermindering
afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
2. Deze regeling verstaat onder:
a. de wet: de Wet vermindering
afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen;
b. het UWV: het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk
2 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. detachering:
terbeschikkingstelling van een werknemer door de
inhoudingsplichtige met wie een arbeidsovereenkomst bestaat, ten
behoeve van een derde;
d. werkloze: degene die op het
tijdstip voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking als
werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij de Centrale
organisatie werk en inkomen.
Artikel 1a
De inhoudingsplichtige rekent tot het
loon voor de door hem betaalde aanvullingen op uitkeringen ingevolge de
Ziektewet het gezamenlijke bedrag van de uitkeringen en de aanvullingen.
Hoofdstuk II. Vermindering af te dragen
loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
Artikel 1b [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 2
1.Bij de herleiding van de
afdrachtvermindering onderwijs en de toetslonen tot bedragen per
loontijdvak wordt een jaar op 260 dagen, een maand op 65/3 dag, een
week op 5 dagen en een tijdvak dat korter is dan een dag op een dag
gesteld.
2.Met betrekking tot de werknemer wiens
loon mede omvat de waarde van regelmatig bij de betaling van het loon
verstrekte vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of van daarmee
overeenkomende aanspraken, worden de op grond van het eerste lid
bepaalde tijdvakbedragen van de afdrachtvermindering onderwijs
vermenigvuldigd:
a. ingeval op jaarbasis aanspraken
worden verleend voor 20 of meer vakantiedagen: met de factor
260:230;
b. ingeval op jaarbasis aanspraken
worden verleend voor 19 of minder vakantiedagen: met defactor 260
: 245.
3.Met betrekking tot de in het tweede
lid bedoelde werknemer bedraagt de afdrachtvermindering onderwijs per
kalenderjaar niet meer dan het desbetreffende bedrag genoemd in
artikel 5, eerste lid, van de wet.
4.Voor de toepassing van het tweede lid
wordt het aantal vakantiedagen in aanmerking genomen tot het krachtens
de publiekrechtelijke regeling of de collectieve arbeidsovereenkomst
voor een volwassen werknemer geldende aantal zonder rekening te houden
met feestdagen en met extra vakantiedagen die aan de werknemer worden
toegekend in verband met zijn leeftijd of de duur van zijn
dienstverband.
Artikel 3
Voor de toepassing van artikel 5, vierde
lid, van de wet blijft het aanmerken van het kwartaal als loontijdvak op
de voet van artikel 6.3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2011 achterwege.
Artikel 4
Ingeval de vermindering op de voet van
artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de wet toepassing vindt,
administreert de inhoudingsplichtige per werknemer en per tijdvak
waarover die vermindering wordt toegepast de overeengekomen arbeidsduur.
Artikel 5
Ingeval de vermindering op de voet van
artikel 6, derde lid, van de wet plaatsvindt aan de hand van het aantal
uren waarover loon is verschuldigd, is op dat loon artikel 1, eerste
lid, onderdeel c, onder 2°, van de wet niet van toepassing en
administreert de inhoudingsplichtige per werknemer en per tijdvak
waarover die vermindering wordt toegepast de volgende gegevens:
a. het aantal uren waarover het loon
is verschuldigd;
b. het voor de toepassing van dit
artikel relevante loon;
c. het van toepassing zijnde
toetsloon.
Artikel 6
1. Ingeval het loon niet per
tijdseenheid wordt berekend, is bij de bepaling van de vermindering op
de voet van artikel 6, derde lid, van de wet, artikel 1, eerste lid,
onderdeel c, onder 2°, van de wet niet van toepassing op dat loon. In
dat geval vindt die vermindering, in afwijking van artikel 6, eerste
lid, van de wet, inkomensevenredig plaats aan de hand van de
verhouding van het in het loontijdvak ten minste op nihil te stellen
genoten loon van de werknemer en het bedrag dat per kalenderjaar
beloopt
|
Indien hij de
leeftijd heeft bereikt van |
doch niet de
leeftijd van |
|
|
15 jaren |
16 jaren: |
€ 5 578 |
|
16 jaren |
17 jaren: |
€ 6 415 |
|
17 jaren |
18 jaren: |
€ 7 344 |
|
18 jaren |
19 jaren: |
€ 8 460 |
|
19 jaren |
20 jaren: |
€ 9 761 |
|
20 jaren |
21 jaren: |
€ 11 434 |
|
21 jaren |
22 jaren: |
€ 13 480 |
|
22 jaren |
23 jaren: |
€ 15 803 |
|
23 jaren |
|
€ 18 592 |
2. Ingeval het eerste lid toepassing
vindt administreert de inhoudingsplichtige per werknemer en per
tijdvak waarover de vermindering wordt toegepast de in het eerste
lid, tweede volzin, bedoelde verhouding.
Artikel 7
De inhoudingsplichtige die met betrekking
tot een door hem aangewezen categorie werknemers artikel 6, vierde lid,
van de wet toepast, bewaart bij zijn loonadministratie een overzicht van
de desbetreffende werknemers of categorie werknemers.
Artikel 8
De inhoudingsplichtige voegt binnen twee
maanden na afloop van het kalenderjaar aan de loonadministratie toe de
administratie met betrekking tot de in dat jaar toegepaste
afdrachtvermindering onderwijs. De administratie bevat per werknemer het
bedrag van de de afdrachtvermindering onderwijs.
Hoofdstuk III [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 11a [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 11b [Vervallen per 01-01-2003]
Hoofdstuk IV. Afdrachtvermindering
onderwijs
Artikel 11c
Als bedrijfssectoren als bedoeld in
artikel 14, eerste lid, onderdeel d, van de wet worden aangewezen, onder
vermelding van de desbetreffende code in de Standaard Bedrijfsindeling
uit 2008 van het Centraal Bureau voor de Statistiek:
a. landbouw, jacht en dienstverlening
voor de landbouw en jacht (A 01);
b. bosbouw, exploitatie van bossen en
dienstverlening voor de bosbouw (A 02);
c. visserij en kweken van vis en
schaaldieren (A 03);
d. winning van aardolie en aardgas (B
06);
e. winning van delfstoffen met
uitzondering van olie en gas (B 08);
f. dienstverlening voor de winning
van aardolie en aardgas (B 09.1);
g. vervaardiging van voedingsmiddelen
(C 10);
h. vervaardiging van dranken (C 11);
i. vervaardiging van tabaksproducten
(C 12);
j. vervaardiging van textiel (C 13);
k. vervaardiging van kleding (C 14);
l. vervaardiging van leer, lederwaren
en schoenen (C 15);
m. primaire houtbewerking en
vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk met
uitzondering van meubels (C16);
n. vervaardiging van papier, karton
en papier- en kartonwaren (C 17);
o. drukkerijen, reproductie van
opgenomen media (C 18);
p. vervaardiging van
cokesovenproducten en aardolieverwerking (C 19);
q. vervaardiging van chemische
producten (C 20);
r. vervaardiging van farmaceutische
grondstoffen en producten (C 21);
s. vervaardiging van producten van
rubber en kunststof (C 22);
t. vervaardiging van overige
niet-metaalhoudende minerale producten (C 23);
u. vervaardiging van metalen in
primaire vorm (C 24);
v. vervaardiging van producten van
metaal met uitzondering van machines en apparaten (C 25);
w. vervaardiging van computers en van
elektronische en optische apparatuur (C 26);
x. vervaardiging van elektrische
apparatuur (C 27);
y. vervaardiging van overige machines
en apparaten (C 28);
z. vervaardiging van auto’s,
aanhangwagens en opleggers (C 29);
aa. vervaardiging van overige
transportmiddelen (C 30);
bb. vervaardiging van meubels (C 31);
cc. vervaardiging van overige
goederen (C 32);
dd. reparatie en installatie van
machines en apparaten (C33);
ee. productie en distributie van en
handel in elektriciteit, aardgas, stoom en gekoelde lucht (D 35);
ff. winning en distributie van water
(E 36);
gg. voorbereiding tot recycling (E
38.3);
hh. bouwnijverheid (F);
ii. handel in en reparatie van auto’s,
motorfietsen en aanhangers (G 45);
jj. groothandel en handelsbemiddeling
met uitzondering van auto’s en motorfietsen (G 46);
kk. detailhandel met uitzondering van
auto’s (G 47);
ll. vervoer over land (H49);
mm. vervoer over water (H 50);
nn. luchtvaart (H 51);
oo. opslag en dienstverlening voor
vervoer (H 52);
pp. post en koeriers (H 53);
qq. logies-, maaltijd- en
drankverstrekking (I);
rr. uitgeverijen (J 58.1);
ss. maken en uitgeven van
geluidsopnamen (J 59.2);
tt. telecommunicatie (J 61);
uu. dienstverlenende activiteiten op
het gebied van informatietechnologie (J 62);
vv. dienstverlenende activiteiten op
het gebied van informatie (J 63);
ww. financiële instellingen met
uitzondering van verzekeringen en pensioenfondsen (K 64);
xx. verzekeringen en pensioenfondsen
met uitzondering van verplichte sociale verzekeringen (K 65);
yy. overige financiële
dienstverlening (K 66);
zz. verhuur van en handel in
onroerend goed (L);
aaa. rechtskundige dienstverlening,
accountancy, belastingadvisering en administratie (M 69);
bbb. holdings met uitzondering van
financiële en concerndiensten binnen eigen concern (M 70.1);
ccc. advisering op het gebied van
management en bedrijfsvoering (M 70.2);
ddd. architecten, ingenieurs en
technisch ontwerp en advies (M 71.1);
eee. speur- en ontwikkelingswerk (M
72);
fff. markt- en
opinieonderzoeksbureaus (M 73.2);
ggg. verhuur en lease van auto’s,
consumentenartikelen, machines en overige roerende goederen (N 77);
hhh. reisbemiddeling,
reisorganisatie, toeristische informatie en reserveringsbureaus (N
79);
iii. landschapsverzorging (N 81.3);
jjj. gezondheidszorg (Q 86) met
uitzondering van medische laboratoria, trombosediensten en overig
behandelingsondersteunend onderzoek (Q 86.92.4);
kkk. verpleging, verzorging en
begeleiding met overnachting (Q 87);
lll. thuiszorg (Q 88.10.1);
mmm. reparatie van computers en
consumentenartikelen (S 95).
Artikel 11d
Zolang de inhoudingsplichtige nog niet
beschikt over een door alle betrokken partijen getekende overeenkomst
als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen a, f en g, van de wet
bewaart hij, in afwijking van artikel 14, zesde en achtste lid, van de
wet bij de loonadministratie een verklaring van het Regionaal
Opleidingscentrum waaruit blijkt dat de desbetreffende leerling de
beroepsbegeleidende, de basisberoepsgerichte of de beroepsopleidende
leerweg volgt.
Artikel 12
1. Een overeenkomst als bedoeld in
artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de wet bevat ten minste:
a. dat de privaatrechtelijke
rechtspersoon of de Nederlandse Organisatie voor
toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO, bedoeld in die
bepaling, de loonkosten van de desbetreffende assistent in
opleiding of onderzoeker in opleiding financiert;
b. ingeval de inhoudingsplichtige
een universiteit is of de Nederlandse Organisatie voor
Wetenschappelijk Onderzoek, de Koninklijke Nederlandse Akademie
van Wetenschappen of een onder een van deze organisaties
ressorterende onderzoeksinstelling, bedoeld in die bepaling: dat
de afdrachtvermindering onderwijs volledig ten goede komt van de
privaatrechtelijke rechtspersoon of de Nederlandse Organisatie
voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO die de
loonkosten heeft gefinancierd;
c. een bepaling met betrekking tot
de openbaarheid van onderzoeksgegevens zoals die door de
desbetreffende universiteit bij contractonderzoek wordt toegepast;
d. een bepaling met betrekking tot
de doorberekening van eventuele bijkomende kosten zoals die door
de desbetreffende universiteit bij contractonderzoek wordt
toegepast.
2. Een overeenkomst als bedoeld in
artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van de wet bevat ten minste:
a. dat de privaatrechtelijke
rechtspersoon of de Nederlandse Organisatie voor
toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO, bedoeld in die
bepaling, de loonkosten van de desbetreffende werknemer
financiert;
b. een bepaling met betrekking tot
de openbaarheid van onderzoeksgegevens zoals die door de
desbetreffende universiteit bij contractonderzoek wordt toegepast;
c. een bepaling met betrekking tot
de doorberekening van eventueel bijkomende kosten zoals die door
de desbetreffende universiteit bij contractonderzoek wordt
toegepast;
d. dat op de desbetreffende
werknemer met betrekking tot de begeleiding van het
promotieonderzoek artikel 13.14 van het Rechtspositiereglement
wetenschappelijk onderwijs en onderzoek van overeenkomstige
toepassing is.
3. Een overeenkomst als bedoeld in
artikel 14, eerste lid, onderdeel d, van de wet bevat ten minste:
a. het aantal studiepunten dat de
student in het kader van het praktijkdeel van de opleiding bij de
desbetreffende werkgever verwerft;
b. de periode of perioden waarop de
overeenkomst betrekking heeft, welke ten minste 6 maanden praktijk
dan wel ten minste twee keer 4 maanden praktijk beslaat;
c. de wijze van begeleiding van de
werknemer, naar aard en omvang, door hogeschool en werkgever;
d. de leerdoelen die moeten worden
gerealiseerd in de praktijk en in het daarmee samenhangende
theoriedeel;
e. de wijze van beoordeling van de
praktijk;
f. functie-inhoud, vergoeding en
andere arbeidsvoorwaarden;
g. bepalingen met betrekking tot
ontbinding van de overeenkomst om onderwijskundige redenen.
4. Een overeenkomst als bedoeld in
artikel 14, tweede lid, van de wet bevat ten minste:
a. de vermelding dat het partijen
bekend is dat de afdrachtvermindering onderwijs, bedoeld in
artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet, van toepassing
is;
b. een bepaling met betrekking tot
een verdeling tussen partijen van de afdrachtvermindering, bedoeld
in onderdeel a, waarbij tot uitdrukking komt dat deze verdeling is
gekoppeld aan de onderlinge afspraken met betrekking tot de
verdeling van de werkzaamheden die voortvloeien uit het aanbieden
van de beroepspraktijkvormingsplaats door het bedrijf dat of de
organisatie die bevoegd als bedoeld in artikel 7.2.10 van de Wet
educatie en beroepsonderwijs de beroepspraktijkvorming verzorgt.
5. Een overeenkomst als bedoeld in
artikel 14a, tweede lid, van de wet bevat ten minste:
a. een bijlage waaruit blijkt dat
het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming
verzorgt daartoe bevoegd is als bedoeld in artikel 7.2.10 van de
Wet educatie en beroepsonderwijs;
b. de naam van de opleiding, de
opleidingssoort en het niveau ervan;
c. de aanvangsdatum en einddatum
van de beroepspraktijkvorming;
d. het aantal te volgen
praktijkuren per kalenderjaar;
e. een bepaling met betrekking tot
de begeleiding van de deelnemer;
f. een bepaling met betrekking tot
het deel van de kwalificatie dat de deelnemer tijdens de
beroepspraktijkvorming dient te behalen en de beoordeling daarvan;
g. een bepaling met betrekking tot
de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig
kan worden ontbonden.
6. Indien de inhoudingsplichtige,
bedoeld in artikel 14a, tweede lid, van de wet niet tevens is het
bedrijf of de organisatie, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a,
wordt dat bedrijf of die organisatie voor de toepassing van artikel
14a, tweede lid, van de wet en voor de toepassing van dit artikel in
de plaats van de inhoudingsplichtige partij bij de overeenkomst, met
dien verstande dat de inhoudingsplichtige onverminderd degene blijft
die op grond van artikel 14a, tweede lid, van de wet over de aldaar
bedoelde overeenkomst dient te beschikken.
7. De overeenkomsten, bedoeld in de
artikelen 14, eerste lid, onderdelen a, b, c, d, f en g, en tweede
lid, en 14a, tweede lid, van de wet, dienen tevens gegevens te
bevatten op basis waarvan de partijen bij de overeenkomst voldoende
identificeerbaar zijn.
Artikel 12a
1.De hogescholen stellen aan het einde
van het kalenderjaar een overzicht per inhoudingsplichtige per in
artikel 14, eerste lid, onderdeel d, van de wet bedoelde werknemer op,
waaruit kan worden afgeleid voor welke loontijdvakken in het daarop
volgende kalenderjaar recht op de afdrachtvermindering onderwijs kan
bestaan, en verstrekt dit aan de inhoudingsplichtige.
2.De inhoudingsplichtige bewaart het in
het eerste lid bedoelde overzicht bij de loonadministratie.
Artikel 12aa
1. Voor de toepassing van artikel 14,
eerste lid, onderdeel e, van de wet worden als vormen van scholing die
zijn gericht op het op startkwalificatieniveau brengen, aangewezen
opleidingen die zijn opgenomen in bijlage 1 van de Regeling
vaststelling eindtermen beroepsonderwijs en vaststelling overzicht
bekostigde beroepsopleidingen die van kracht is op het tijdstip waarop
de bij de inhoudingsplichtige werkzame persoon de opleiding begint te
volgen.
2. Het eerste lid is alleen van
toepassing indien door de onderwijsinstelling die de opleiding
verzorgt binnen een maand na het einde van de opleiding aan de
inhoudingsplichtige een schriftelijke verklaring is afgegeven die de
inhoudingsplichtige bij de loonadministratie bewaart. De verklaring
bevat ten minste de volgende gegevens:
a. de opleiding, de
codekwalificatie en het niveau ervan zoals vermeld in de door de
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan de
desbetreffende onderwijsinstelling verstrekte licentie;
b. het nummer van de in onderdeel a
bedoelde licentie;
c. de periode waarin de in de
onderneming werkzame persoon de opleiding heeft gevolgd.
3. De in artikel 14, vijfde lid,
onderdeel b, van de wet bedoelde verklaring van het UWV is een
schriftelijk stuk en bevat ten minste:
a. gegevens waaruit blijkt dat de
werknemer een werkloze was op het tijdstip voorafgaand aan de
aanvang van de dienstbetrekking;
b. het burgerservicenummer of, bij
het ontbreken daarvan het sociaal-fiscaalnummer van de werknemer.
Artikel 12bb
De verklaring, bedoeld in artikel 14,
eerste lid, onderdeel h, van de wet, wordt afgegeven door de Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 12cc [Vervallen per 01-01-2011]
Hoofdstuk IVA [Vervallen per 01-01-2004]
Artikel 12b [Vervallen per 31-01-2004]
Hoofdstuk V [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 12c [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 14a [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 14b [Vervallen per 01-01-2005]
Hoofdstuk VA [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 14c [Vervallen per 01-01-2006]
Hoofdstuk VI. Afdrachtvermindering
zeevaart
Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel 16
1.De inhoudingsplichtige administreert
bij de loonadministratie per tijdvak waarover een afdrachtvermindering
zeevaart wordt toegepast, de volgende gegevens:
a. per zeevarende het door deze per
loontijdvak genoten loon uit tegenwoordige dienstbetrekking,
alsmede het percentage van de afdrachtvermindering zeevaart dat
met betrekking tot hem van toepassing is;
b. de berekening van de
afdrachtvermindering zeevaart.
2.De inhoudingsplichtige administreert
bij de loonadministratie per kalenderjaar:
a. de namen, de geboortedata en de
nummers van de monsterboekjes van de zeevarenden met betrekking
tot wie de afdrachtvermindering zeevaart is toegepast;
b. de naam en de roepnaam van het
zeeschip of de zeeschepen waarop de met betrekking tot wie de
afdrachtvermindering zeevaart is toegepast, zeevarenden
aangemonsterd zijn geweest. Voor toepassing van de vorige volzin
wordt onder de roepnaam van een zeeschip verstaan de roepnaam,
bedoeld in artikel 25 van het Radioreglement 1997 (Trb. 1981, nr.
78);
c. per zeevarende met betrekking
tot wie de afdrachtvermindering zeevaart is toegepast: de periode
of perioden waarin de zeevarende aan boord van een zeeschip
aangemonsterd is geweest.
3.De inhoudingsplichtige bewaart en
registreert op chronologische volgorde:
a. de afschriften, bedoeld in
artikel 18, tweede lid, van de wet;
b. per zeevarende met betrekking
tot wie de afdrachtvermindering zeevaart is toegepast: de
wijzigingen op de monsterrollen, bedoeld in artikel 33 van de
Zeevaartbemanningwet.
Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel 20
Voor de toepassing van de
afdrachtvermindering zeevaart wordt een schip in het kader van een
onderneming grotendeels op zee geëxploiteerd indien het in de
kalendermaand waarin het inhoudingstijdstip valt grotendeels op zee
wordt geëxploiteerd.
Artikel 20a
Voor de toepassing van de
afdrachtvermindering zeevaart wordt een schip dat in droogdok ligt
gedurende ten hoogste een maand geacht grotendeels op zee te worden
geëxploiteerd.
Artikel 21
1.De afdrachtvermindering zeevaart
vindt met betrekking tot de zeevarende die op het inhoudingstijdstip
met verlof is of tijdelijk arbeidsongeschikt is, slechts toepassing
indien hij gedurende de periode tussen bedoeld verlof
onderscheidenlijk bedoelde arbeidsongeschiktheid en de voorafgaande
periode van vakantieverlof meer dan de helft van de werktijd op
zeeschepen onder Nederlandse vlag heeft gewerkt.
2.Ten aanzien van de zeevarende die
werkzaam is op een zeeschip op het tijdstip waarop dit de Nederlandse
vlag gaat voeren wordt, indien de voorafgaande periode van
vakantieverlof voor dat tijdstip eindigde, voor de toepassing van het
eerste lid dat tijdstip tot uitgangspunt genomen in plaats van de
voorafgaande periode van vakantieverlof.
Hoofdstuk VII [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 22a [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2006]
Hoofdstuk VIIA [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 25a [Vervallen per 01-01-2005]
Hoofdstuk VIII. Overgangs- en
slotbepalingen
Artikel 26
Met betrekking tot gevallen waarin
artikel 2 van de Wet belasting- en premiefaciliteit voor de zeevaart
1995 toepassing heeft gevonden, blijven de bepalingen van de
Uitvoeringsregeling belasting- en premiefaciliteit voor de zeevaart 1995
van kracht naar de tekst zoals die luidde op 31 december 1995.
Artikel 26a
Met betrekking tot de gevallen waarin
artikel 33 van de wet afdrachtvermindering langdurig werklozen nog wordt
genoten, blijven in zoverre de bepalingen van deze regeling naar de
tekst zoals die luidde op 31 december 2002, na die datum toepassing
vinden.
Artikel 26b
Met betrekking tot het op 31 december
2004 nog niet verrekende gedeelte van de arbo-afdrachtvermindering
blijft artikel 1b, zoals dat luidde op 31 december 2004, ook na die
datum nog van toepassing.
Artikel 27
1. Deze regeling treedt in werking met
ingang van 1 januari 1996.
2. Deze regeling kan worden aangehaald
als: Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering.
De Staatssecretaris van
Financiën,
W.A. Vermeend.
|