|
De
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
Gelet op artikel 15 van de Wet vermindering
afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen,
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie
voor de volksverzekeringen;
b. Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale
organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. verklaring: de verklaring, bedoeld in artikel 14, vierde
lid, onderdeel c, van de wet.
Artikel 2. Verklaring
1. De inhoudingsplichtige verzoekt de
Centrale organisatie werk en inkomen schriftelijk, onder overlegging van
een afschrift van de overeenkomst tot het verrichten van arbeid, zo
spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier maanden na de dag van
indiensttreding van de werkloze, de verklaring, vereist voor toepassing
van afdrachtvermindering onderwijs, bedoeld in artikel 14 van de wet, te
verstrekken.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, ingediend na de in
dat lid genoemde periode, wordt niet in behandeling genomen.
Artikel 3. Overgangsbepaling
In afwijking van artikel 2, eerste lid, kan voor dienstbetrekkingen
die zijn aangegaan op of na 1 januari 2002 tot de tweede dag na datum
van publicatie van deze regeling in de Staatscourant, de
verklaring tot uiterlijk vier maanden na laatstgenoemde datum worden
aangevraagd. Een verzoek als bedoeld in dat lid, wordt dan alsnog in
behandeling genomen.
Artikel 4. Bekendmaking
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Artikel 5. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de
datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling
bekend wordt gemaakt en werkt terug tot en met 1 januari 2002.
Artikel 6. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling scholing
voormalig werklozen.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
A.D.S.M. Nijs.
|