|
BESLUIT van 3 november 1983, houdende regelen inzake
kwaliteitsdoelstellingen en metingen oppervlaktewateren
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer en van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 24
januari 1983, DGMH/BWS/W, nr. 176814;
Overwegende dat uitvoering moet worden gegeven
aan de Richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen:
- van 16 juni 1975, 75/440/EEG, betreffende de vereiste kwaliteit van
het oppervlaktewater dat is bestemd voor de produktie van drinkwater in
de lidlstaten;
- van 8 december 1975, 76/160/EEG, betreffende de kwaliteit van
zwemwater;
- van 18 juli 1978, 78/659/EEG, betreffende de kwaliteit van zoet water
dat bescherming of verbetering behoeft teneinde geschikt te zijn voor
het leven van vissen;
- van 9 oktober 1979, 79/869/EEG, inzake de meetmethoden en de
frequentie van de bemonstering en de analyse van het oppervlaktewater
dat is bestemd voor de produktie van drinkwater in de lidstaten;
- van 30 oktober 1979, 79/923/EEG, inzake de vereiste kwaliteit van
schelpdierwater;
Gelet op de artikelen 13 en 15 van de Wet
verontreiniging oppervlaktewateren (Stb. 1981, 573);
Gezien het advies van de Raad van de Waterstaat
van 14 mei 1982;
De Centrale raad voor de Milieuhygiëne
gehoord;
De Raad van State gehoord (advies van 18 mei
1983, nr. W08.83.0114/11.3.19);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Onze
Minister van Verkeer en Waterstaat van 30 september 1983, DGMH/BWS, nr.
2053202;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemeen
Artikel 1
| 1. |
In dit besluit
en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
| – |
Onze
Ministers: Onze Minister tezamen met Onze
Ministers van Verkeer en Waterstaat en van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ieder voor
zover het onderdelen van het milieubeleid
betreft, die tot zijn verantwoordelijkheid
behoren;
|
| – |
stroomgebieddistrict:
stroomgebieddistrict als bedoeld in artikel
2a, eerste lid, van de Wet op de
waterhuishouding;
|
| – |
monitoringsprogramma:
programma als bedoeld in artikel
5.3, vijfde lid, van de Wet milieubeheer;
|
| – |
stroomgebiedsbeheersplan:
stroomgebiedsbeheersplan als bedoeld in artikel
13 van de kaderrichtlijn water.
|
|
| 2. |
In dit besluit
en de daarop berustende bepalingen wordt onder de
begrippen oppervlaktewatertoestand en grondwatertoestand
datgene verstaan wat daaronder wordt verstaan in de
kaderrichtlijn water.
|
§ 1a.
Oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater
Artikel 1a
| 1. |
De
kwaliteitsdoelstelling oppervlaktewater voor de
bereiding van drinkwater is het geheel van normen zoals
aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage I.
|
| 2. |
Aan de in het
eerste lid bedoelde kwaliteitsdoelstelling is de datum
van 1 januari 1985 verbonden.
|
| 3. |
Voor de
toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende
bepalingen wordt onder oppervlaktewater niet verstaan
zout en brak water.
|
Artikel 2
| 1. |
Oppervlaktewater
waaraan de in artikel 1a bedoelde kwaliteitsdoelstelling
is verbonden, dient te worden onderzocht met een
minimumfrequentie als aangegeven in bijlage I ten
aanzien van de in die bijlage aangegeven parameters en
op de wijze als aangegeven in de bij dit besluit
behorende bijlage V.
|
| 2. |
De gegevens
die uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek zijn
verkregen, dienen zo spoedig mogelijk te worden gezonden
aan de betrokken waterleidingbedrijven.
|
§ 2.
Zwemwater
Artikel 3
- 1.
- De
kwaliteitsdoelstelling zwemwater is het geheel van normen
zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage II.
- 2.
- Aan de in het
eerste lid bedoelde kwaliteitsdoelstelling is de datum van 1
januari 1986 verbonden.
- 3.
- Voor de toepassing
van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt
onder badseizoen verstaan de periode van 1 mei tot en met 30
september.
Artikel 4
| 1. |
Oppervlaktewater
waaraan de in artikel 3 bedoelde kwaliteitsdoelstelling
is verbonden, dient te worden onderzocht met een
minimumfrequentie als aangegeven in bijlage II ten
aanzien van de in die bijlage aangegeven parameters en
op de wijze als aangegeven in bijlage V.
|
| 2. |
De gegevens
die uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek zijn
verkregen, dienen zo spoedig mogelijk te worden gezonden
aan:
| - |
ingeval
het onderzoek betrekking heeft op het water van
een badinrichting als bedoeld in artikel
1 van de Wet hygiëne en veiligheid
badinrichtingen en zwemgelegenheden: de
houder van de badinrichting;
|
| - |
ingeval
het onderzoek betrekking heeft op
oppervlaktewater in beheer bij het Rijk:
gedeputeerde staten van de provincie waarin dat
water is gelegen.
|
|
| 3. |
Eenmaal per
badseizoen dient voorts onderzoek te worden verricht
naar de omstandigheden in de omgeving van de plaats waar
het zwemwater zich bevindt en die van invloed zijn of
kunnen zijn op de kwaliteit van het zwemwater. Het in de
eerste volzin bedoelde onderzoek dient in ieder geval
het aantal, de aard en de omvang van de lozingen die van
invloed zijn of kunnen zijn op de kwaliteit van het
zwemwater te betreffen.
|
§ 3. Water
voor zalmachtigen en water voor karperachtigen
Artikel 5
| 1. |
De
kwaliteitsdoelstelling water voor zalmachtigen
onderscheidenlijk water voor karperachtigen is het
geheel van daarop onderscheidenlijk betrekking hebbende
normen zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende
bijlage III.
|
| 2. |
Aan de in het
eerste lid bedoelde kwaliteitsdoelstellingen is een
termijn verbonden van vijf jaar, beginnende op het
tijdstip waarop in een plan als bedoeld in de artikelen
11 en 12 van de
Wet verontreiniging oppervlaktewateren voor de in
het plan aangewezen oppervlaktewateren die
kwaliteitsdoelstellingen zijn aangegeven.
|
| 3. |
Voor de
toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende
bepalingen wordt onder water als bedoeld in het eerste
lid niet verstaan zout en brak water.
|
Artikel 6
Oppervlaktewater
waaraan één van de in artikel 5 bedoelde
kwaliteitsdoelstellingen is verbonden, dient te worden
onderzocht met een minimumfrequentie als aangegeven in bijlage
III ten aanzien van de in die bijlage aangegeven parameters en
op de wijze als aangegeven in bijlage V.
§ 4.
Schelpdierwater
Artikel 7
- 1.
- De
kwaliteitsdoelstelling schelpdierwater is het geheel van
normen zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende
bijlage IV.
- 2.
- Aan de in het
eerste lid bedoelde kwaliteitsdoelstelling is een termijn
verbonden van zes jaar, beginnende op het tijdstip waarop in
een plan als bedoeld in de artikelen
11 en 12 van de Wet
verontreiniging oppervlaktewateren voor de in het
plan aangewezen oppervlaktewateren de kwaliteitsdoelstelling
is aangegeven.
- 3.
- Voor de toepassing
van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt
onder schelpdierwater verstaan zout en brak schelpdierwater.
Artikel 8
- 1.
- Oppervlaktewater
waaraan de in artikel 7 bedoelde kwaliteitsdoelstelling is
verbonden, dient te worden onderzocht met een
minimumfrequentie als aangegeven in bijlage IV ten aanzien
van de in die bijlage aangegeven parameters en op de wijze
als aangegeven in bijlage V.
- 2.
- De gegevens die
uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek zijn verkregen,
dienen zo spoedig mogelijk te worden gezonden aan het
Produktschap voor Vis en Visprodukten.
§ 4a.
Onderzoek ter uitvoering van de kaderrichtlijn water
Artikel 8a
| 1. |
Onze Ministers
stellen met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in
de kaderrichtlijn water voor elk stroomgebieddistrict
een monitoringsprogramma op.
|
| 2. |
Het
monitoringsprogramma wordt getoetst en bijgesteld in
gevallen waarin dat vereist wordt door de kaderrichtlijn
water.
|
| 3. |
In afwijking
van het eerste lid wordt een onderdeel van het
monitoringsprogramma dat betrekking heeft op monitoring
voor nader onderzoek, in gevallen als bedoeld in bijlage
V, onder 1.3.3, bij de kaderrichtlijn water, met
inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de
kaderrichtlijn water opgesteld door het bestuursorgaan
dat krachtens artikel 8b, tweede lid, verantwoordelijk
is voor het meten of berekenen van de toestand van het
waterlichaam ten aanzien waarvan de monitoring zal
plaatsvinden.
|
| 4. |
Van een
monitoringsprogramma of een bijstelling daarvan wordt
openbaar kennis gegeven door Onze Minister van Verkeer
en Waterstaat.
|
Artikel 8b
| 1. |
Bij ministeriële
regeling worden met het oog op de uitvoering van het
monitoringsprogramma overeenkomstig het daaromtrent in
de kaderrichtlijn water bepaalde regels gesteld met
betrekking tot de wijze waarop en de frequentie waarmee
de toestand van een waterlichaam wordt gemeten en
berekend.
|
| 2. |
De
bestuursorganen die bevoegd zijn een vergunning
krachtens artikel 1
van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren te
verlenen, zijn verantwoordelijk voor het meten en
berekenen van de oppervlaktewatertoestand, ieder voor
zover het de oppervlaktewaterlichamen of gedeelten
daarvan betreft waarvoor hij bevoegd is.
|
| 3. |
Gedeputeerde
staten zijn verantwoordelijk voor het meten en berekenen
van de grondwatertoestand, ieder voor zover het de
grondwaterlichamen of gedeelten daarvan betreft die zijn
gelegen in de provincie waarvan zij het bestuursorgaan
zijn.
|
Artikel 8c
De in artikel 8b
bedoelde bestuursorganen doen van de metingen en berekeningen,
waarvoor zij verantwoordelijk zijn, verslag aan Onze Minister
van Verkeer en Waterstaat ten behoeve van de opstelling of de
bijstelling van een stroomgebiedsbeheersplan.
§ 5. Verdere
bepalingen
Artikel 9
- 1.
- Binnen drie
maanden na afloop van elk kalenderjaar dienen de gegevens
die zijn verkregen uit het in het kalenderjaar verrichte
onderzoek als bedoeld in artikelen 2, 4, eerste lid, 6 en 8
te worden getoetst aan de desbetreffende
kwaliteitsdoelstelling met inachtneming van de terzake
gestelde voorschriften in de bijlagen I tot en met IV.
- 2.
- Van de resultaten
van de in het eerste lid bedoelde toetsing alsmede van de
resultaten van het in artikel 4, derde lid, bedoelde
onderzoek dient een overzicht te worden opgesteld, dat in
afschrift aan Onze Ministers van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en
Waterstaat wordt gezonden.
Artikel 10
De verplichtingen,
bedoeld in de artikelen 2, 4, 6, 8 en 9 rusten op het
overheidsorgaan dat ingevolge de Wet
verontreiniging oppervlaktewateren (Stb.
1981, 573) bevoegd is tot het verlenen van vergunningen als
bedoeld in artikel 1 van die wet.
Artikel 11
| 1. |
Dit besluit
kan worden aangehaald als: Besluit kwaliteitseisen en
monitoring water.
|
| 2. |
Het treedt in
werking met ingang van de tweede dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad
waarin het wordt geplaatst.
|
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in
het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal
worden gezonden aan de Raad van State.
’s-Gravenhage, 3 november 1983
BEATRIX
De Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
P. Winsemius
De Minister van Verkeer en
Waterstaat,
N. Smit-Kroes
Uitgegeven de tweeëntwintigste
december 1983
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
Bijlage I.
Oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater
|
Parameter
|
Norm
|
Onderzoeksfrequentie
per jaar2 [1]
|
|
Zuurgraad
|
pH
|
6,5 ≤
pH ≤ 9,01 [2]
|
12
|
|
Kleurintensiteit
|
mg/l (Pt)
|
≤ 501
[3]
|
12
|
|
Gesuspendeerde
stoffen
|
mg/l
|
/ 50 het
rekenkundig gemiddelde van de uitkomsten van het
onderzoek
|
4
|
|
Temperatuur
|
°C
|
≤ 25
|
12
|
|
Geleidingsvermogen
voor elektriciteit
|
mS/m
|
≤ 1001
[4]
|
12
|
|
Geurverdunningsfactor
|
-
|
≤ 16
|
12
|
|
Nitraat
|
mg/l-N
|
≤ 101
[5]
|
12
|
|
Fluoride
|
mg/l-F
|
≤ 1
|
4
|
|
Sulfaat
|
mg/l-SO4
|
≤ 1001
[6]
|
4
|
|
Chloride
|
mg/l-Cl
|
≤ 2001
[7]
|
12
|
|
Natrium
|
mg/l-Na
|
≤ 1201
[8]
|
4
|
|
IJzer
opgelost
|
mg/l-Fe
|
≤ 0,51
[9]
|
4
|
|
Mangaan
|
mg/l-Mn
|
≤ 0,51
[10]
|
4
|
|
Boor
|
mg/l-B
|
≤ 1
|
4
|
|
Koper
|
µg/l-Cu
|
≤ 50
|
4
|
|
Zink
|
µg/l-Zn
|
≤ 200
|
4
|
|
Beryllium
|
µg/l-Be
|
≤ 1
|
4
|
|
Arseen
|
µg/l-As
|
≤ 20
|
4
|
|
Cadmium
|
µg/l-Cd
|
≤ 1,5
|
4
|
|
Chroom
|
µg/l-Cr
|
≤ 50
|
4
|
|
Lood
|
µg/l-Pb
|
≤ 30
|
4
|
|
Seleen
|
µg/l-Se
|
≤ 10
|
4
|
|
Kwik
|
µg/l-Hg
|
≤ 0,3
|
4
|
|
Barium
|
µg/l-Ba
|
≤ 200
|
4
|
|
Cyanide
|
µg/l-CN
|
≤ 50
|
4
|
|
Met
waterdamp vluchtige fenolen
|
µg/l-C6H5OH
|
≤ 5
|
4
|
|
Minerale
olie
|
µg/l
|
≤ 200
|
4
|
|
Oppervlakte-actieve
stoffen die reageren met methyleen-blauw
|
µg/l (lauryl-sulfaat)
|
≤ 200
|
4
|
|
Polycyclische
aromatische koolwaterstoffen
|
µg/l
|
≤ 0,2
|
4
|
|
Extraheerbaar
organisch gebonden chloor
|
µg/l-CI
|
≤ 10
|
4
|
|
Vluchtig
organisch gebonden chloor
|
µg/l-CI
|
≤ 20
|
4
|
|
Organochloor-pesticiden
totaal
|
µg/l
|
≤ 0,1
|
4
|
|
Organochloor-pesticiden
per afzonderlijke stof:
|
µg/l
|
≤ 0,05
|
4
|
|
aldrin
|
|
|
|
|
dieldrin
|
|
|
|
|
endrin
|
|
|
|
|
heptachloorepoxide
|
|
|
|
|
dichloordifenyl-trichloorethaan
|
|
|
|
|
dichloordifenyl-dichloorethaan
|
|
|
|
|
dichloordifenyl-dichloooretheen
|
|
|
|
|
hexachloorbenzeen
|
|
|
|
|
α-hexachloorcyclohexaan
|
|
|
|
|
γ-hexachloorcyclohexaan
|
|
|
|
|
Overige
bestrijdingsmiddelen3 [11] en hun belangrijkste
afbraakprodukten4 [12] per afzonderlijke stof
|
µg/l
|
≤ 0,1
|
zo dikwijls
als er zich aanwijzingen voordoen dat de
waterkwaliteit niet aan de norm voldoet
|
|
Overige
bestrijdingsmiddelen3 [13] en hun belangrijkste
afbraakprodukten4 [14] totaal
|
µg/l
|
< 0,5
|
zo dikwijls
als er zich aanwijzingen voordoen dat de
waterkwaliteit niet aan de norm voldoet
|
|
Fosfaat
|
µg/l-P
|
/ 2001 [15]
|
12
|
| |
|
De
aangegeven waarde betreft het rekenkundig gemiddelde
van de uitkomsten van het onderzoek en is niet van
toepassing op oppervlaktewater waarin zich geen
overmatige groei van hogere waterplanten voordoet en
het gemiddelde gehalte aan algenbiomassa gedurende de
maanden april tot en met september lager dan of gelijk
is aan: 100 µg/I-chlorofyl-a
|
|
|
Organisch
gebonden stikstof
|
mg/l-N
|
≤ 2,5
|
4
|
|
Ammonium
|
mg/l-N
|
≤ l,21
[16]
|
12
|
|
Biochemisch
zuurstofverbruik
|
mg/l-O2
|
≤ 7
|
12
|
|
Chemisch
zuurstofverbruik
|
mg/l-O2
|
≤ 301
[17]
|
12
|
|
Zuurstof
opgelost
|
mg/l-O2
|
≥ 51
[18]
|
12
|
|
Algen
biomassa
|
µg/l-chlorofyl-a
|
≤ 100
|
6
|
| |
|
De
aangegeven waarde betreft het rekenkundig gemiddelde
van de uitkomsten van het onderzoek en geldt gedurende
de maanden april tot en met september
|
|
|
Thermotolerante
bacteriën van de coli-groep
|
aantal/ml
|
≤ 20
de mediaan-waarde van de uitkomsten van het onderzoek
|
12
|
|
Faecale
streptococcen
|
aantal/ml
|
≤ 10
de mediaan-waarde van de uitkomsten van het onderzoek
|
12
|
|
Salmonellae
|
aantal/100
ml
|
≤ 1 de
mediaan-waarde van de uitkomsten van het onderzoek
|
4
|
Voorschriften
ten aanzien van de toetsing
Met het oog op de
beantwoording van de vraag of aan de kwaliteitsdoelstelling
is voldaan, dient te worden nagegaan of er overschrijdingen
van de normen zijn opgetreden. Daarbij dienen niet te worden
meegerekend:
| a. |
overschrijdingen
van de normen, die zijn veroorzaakt door
uitzonderlijke weersomstandigheden, of
uitzonderlijke hydrodynamische omstandigheden zoals
die afgeleid kunnen worden uit hoge gehalten aan
gesuspendeerde stoffen,
|
| b. |
per
kalenderjaar per parameter één overschrijding van
de norm voor parameters ten aanzien waarvan 12 keer
per jaar onderzoek dient plaats te vinden, indien
minstens 11 waarnemingen beschikbaar zijn waaronder
geen overschrijding als bedoeld onder a
voorkomt, met dien verstande dat de overschrijding
niet meer mag bedragen dan 50% van de norm. Wanneer
waarnemingen zijn uitgevallen als gevolg van
ijsbedekking, geldt dit voorschrift indien minstens
10 waarnemingen beschikbaar zijn waaronder geen
overschrijding als bedoeld onder a
voorkomt.
|
Bij parameters ten
aanzien waarvan een gemiddelde of mediaanwaarde is gegeven,
worden de waarnemingen die zijn beďnvloed door
uitzonderlijke weersomstandigheden, of uitzonderlijke
hydrodynamische omstandigheden zoals afgeleid worden uit
hoge gehalten aan gesuspendeerde stoffen, niet meegerekend.
Bijlage II.
Zwemwater
Voorschriften ten
aanzien van de toetsing
Met het oog op de
beantwoording van de vraag of aan de kwaliteitsdoelstelling is
voldaan, dient te worden nagegaan of er overschrijding van de
normen is opgetreden. Daarbij dienen niet te worden
meegerekend overschrijdingen van de normen die veroorzaakt
zijn door uitzonderlijke weersomstandigheden, of
uitzonderlijke hydrodynamische omstandigheden zoals die
afgeleid kunnen worden uit hoge gehalten aan gesuspendeerde
stoffen. Bij parameters ten aanzien waarvan een gemiddelde of
een mediaanwaarde is gegeven, worden de waarnemingen die zijn
beďnvloed door uitzonderlijke weersomstandigheden, of
uitzonderlijke hydrodynamische omstandigheden zoals die
afgeleid kunnen worden uit hoge gehalten aan gesuspendeerde
stoffen, niet meegerekend.
Het zwemwater wordt
geacht overeen te stemmen met de in deze bijlage gegeven
normen indien blijkt dat de monsters, genomen op een zelfde
plaats van monsterneming, volgens de in deze bijlage
aangegeven frequentie:
| - |
bij de
parameters "bacteriën van de coligroep" en
"thermotolerante bacteriën van de coligroep"
95% in overeenstemming is met de normen voor de
betreffende parameter.
|
| - |
bij de
overige parameters, met uitzondering van faecale
streptokokken, 95% in overeenstemming is met de normen
voor de betreffende parameter. Voor de (maximaal) 5%
van de monsters die niet conform de norm zijn, mag
deze afwijking niet meer bedragen dan 50% van de
normwaarde voor de betreffende parameters, waarbij een
uitzondering wordt gemaakt voor pH en opgeloste
zuurstof.
|
Bijlage III. Water
voor zalmachtigen en water voor karperachtigen
|
Parameter
|
Norm
|
Onderzoeksfrequentie
per jaar2 [19]
|
| |
water voor
zalmachtigen
|
water voor
karperachtigen
|
|
| |
|
|
|
|
|
Zuurgraad
|
pH
|
6,5 ≤
pH ≤ 9,01 [20]
|
6,5 ≤
pH ≤ 9,01 [21]
|
12
|
| |
|
|
| |
|
|
|
| |
|
De
schommelingen in de pH ten opzichte van de natuurlijke
pH-waarde mogen niet meer dan ˝ pH eenheid binnen de
hierboven gestelde waarde bedragen mits deze
schommelingen niet de schadelijke werking van andere
in het water aanwezige stoffen verhogen
|
|
| |
|
|
|
|
Temperatuur
|
°C
|
De verhoging
ten opzichte van de natuurlijke waarde dient minder te
zijn dan:
|
|
| |
|
|
|
| |
|
1,5 °C
|
3 °C
|
52
|
| |
|
|
|
| |
|
met dien
verstande dat de maximale temperatuur van het water de
volgende waarden niet mag overschrijden:
|
|
| |
|
|
|
| |
|
21,5 °C
|
28 °C
|
|
| |
|
|
|
| |
|
en dat voor
wateren waarin soorten kunnen voorkomen die koud water
nodig hebben voor hun voortplanting, de temperatuur
gedurende de voortplantingsperiode de volgende waarden
niet mag overschrijden:
|
|
| |
|
|
|
| |
|
10 °C
|
10 °C
|
|
|
Gesuspendeerde
stoffen
|
mg/l
|
≤ 50
het rekenkundig gemiddelde van de uitkomsten van het
onderzoek
|
≤ 50
het rekenkundig gemiddelde van de uitkomsten van het
onderzoek
|
12
|
| |
|
|
|
|
Smaak
|
–
|
De in het
oppervlaktewater aanwezige vissen mogen niet worden
gekenmerkt door een onnatuurlijke smaak zoals die in
het bijzonder kan optreden door de invloed van fenolen
of olie
|
-3 [22]
|
|
Olie
|
-
|
Geen
zichtbare oliefilm op het wateroppervlak of
oliebezinksel op de bodem. Geen schadelijke effecten
voor de vissen door produkten op oliebasis
|
12
|
| |
|
|
|
|
Fosfaat
|
µg/l-P
|
< 2001
[23]
|
≤ 2001
[24]
|
12
|
| |
|
|
|
| |
|
De
aangegeven waarde betreft het rekenkundig gemiddelde
van de waarnemingen en is niet van toepassing op
oppervlaktewater waarin zich geen overmatige groei van
hogere waterplanten voordoet en het gemiddelde gehalte
aan algenbiomassa gedurende de maanden april tot en
met september lager dan of gelijk is aan:
|
|
| |
|
30 µg/l-chlorofyl-a
|
100 µg/l-chlorofyl-a
|
|
|
Ammonium
|
mg/l-N
|
≤ 0,81
[25]
|
≤ 0,81
[26]
|
12
|
| |
|
Bij een
watertemperatuur van minder dan 10°C geldt als norm
≤ 4,0
|
Bij een
watertemperatuur van minder dan 10°C geldt als norm
≤ 4,0
|
|
|
Biochemisch
zuurstofverbruik
|
mg/l-O2
|
/ 6
|
/ 10
|
12
|
|
Zuurstof
opgelost
|
µg/l-O2
|
≥ 71
[27]
|
≥ 61
[28]
|
12
|
|
Ammoniak
|
µg/l-N
|
≤ 20
|
≤ 20
|
12
|
|
Residueel
chloor
|
µg/l-HOCI
|
≤ 5
|
≤ 5
|
-4 [29]
|
|
Nitriet
|
µg/l-N
|
≤ 100
|
≤ 300
|
4
|
|
Koper
|
µg/l-Cu
|
≤ 30
|
≤ 30
|
12
|
|
Zink
|
µg/l-Zn
|
≤ 200
|
≤ 200
|
12
|
<<Algemene
opmerking>>
Bij de vaststelling
van de normen voor genoemde parameters is er vanuit gegaan dat
deze en waarden van niet genoemde parameters niet zodanig zijn
voor de functies van vissen, zoals groei, voortplanting en
benutting, dat deze ongunstig worden beďnvloed.
Voorschriften
ten aanzien van de toetsing
Met het oog op de
beantwoording van de vraag of aan de kwaliteitsdoelstelling
is voldaan, dient te worden nagegaan of er overschrijdingen
van de normen zijn opgetreden. Daarbij dienen niet te worden
meegerekend:
| a. |
overschrijdingen
van de normen die zijn veroorzaakt door
uitzonderlijke weersomstandigheden, of
uitzonderlijke hydrodynamische omstandigheden zoals
die afgeleid kunnen worden uit hoge gehalten aan
gesuspendeerde stoffen,
|
| b. |
per
kalenderjaar per parameter één overschrijding van
de norm voor parameters ten aanzien waarvan 12 keer
per jaar onderzoek dient plaats te vinden indien
minstens 11 waarnemingen beschikbaar zijn waaronder
geen overschrijding als bedoeld onder a
voorkomt, met dien verstande dat de overschrijding
niet meer mag bedragen dan 50% van de norm. Wanneer
waarnemingen zijn uitgevallen als gevolg van
ijsbedekking, geldt dit voorschrift indien minstens
10 waarnemingen beschikbaar zijn waaronder geen
overschrijding als bedoeld onder a
voorkomt.
|
| c. |
per
kalenderjaar per parameter één overschrijding van
de norm voor parameters ten aanzien waarvan 52 keer
per jaar onderzoek dient plaats te vinden indien
minstens 51 waarnemingen beschikbaar zijn waaronder
geen overschrijding als bedoeld onder a voorkomt,
met dien verstande dat de overschrijding niet meer
mag bedragen dan 50% van de norm. Wanneer
waarnemingen zijn uitgevallen als gevolg van
ijsbedekking, geldt dit voorschrift indien minstens
48 waarnemingen beschikbaar zijn waaronder geen
overschrijding als bedoeld onder a voorkomt.
|
Bij parameters ten
aanzien waarvan een gemiddelde of mediaanwaarde is gegeven,
worden de waarnemingen die zijn beďnvloed door
uitzonderlijke weersomstandigheden, of uitzonderlijke
hydrodynamische omstandigheden zoals die afgeleid kunnen
worden uit hoge gehalten aan gesuspendeerde stoffen, niet
meegerekend.
Bijlage IV.
Schelpdierwater
|
Parameter
|
Norm
|
|
Onderzoeks
frequentie per jaar 1 [30]
|
| |
|
|
|
|
Zuurgraad
|
pH
|
7,5 ≤
pH ≤ 9,0
|
4
|
|
Temperatuur
|
°C
|
De verhoging
van de gemeten waarde ten opzichte van de natuurlijke
waarden mag niet meer zijn dan 2°C
|
4
|
|
Kleurintensiteit
|
mg/l (Pt)
|
Het verschil
tussen de gemeten waarde en de natuurlijke waarde mag
niet meer zijn dan 10 mg Pt/l
|
4
|
|
Gesuspendeerde
stoffen
|
mg/l
|
De verhoging
van de gemeten waarde ten opzichte van de natuurlijke
waarde mag niet meer zijn dan 30% van de natuurlijke
waarde
|
4
|
|
Saliniteit
|
g/kg
|
≤ 40
|
12
|
| |
|
Het verschil
tussen de gemeten waarde en de natuurlijke waarde mag
niet meer zijn dan 10% van de natuurlijke waarde
|
|
|
Olie
|
–
|
Geen
zichtbare film op het wateroppervlak. Geen afzetting
op de schelpdieren
|
4
|
|
Geur
|
–
|
De
schelpdieren mogen niet worden gekenmerkt door een
onnatuurlijke geur
|
–2 [31]
|
|
Smaak
|
–
|
De
schelpdieren mogen niet worden gekenmerkt door een
onnatuurlijke smaak
|
–2 [32]
|
|
Thermotolerante
bacteriën van de coli-groep
|
aantal/ml
|
≤ 3 in
het schelpdiervlees en de vloeistof binnen de schelp
van het schelpdier
|
4
|
|
Zuurstof
opgelost
|
mg/l-O2
|
≥ 7
|
12
|
|
Gehalogeneerde
organische stoffen en de metalen:
|
|
De
concentraties van deze stoffen in het schelpdier-
|
2
|
|
Arseen
|
|
water of in
het schelpdiervlees mogen geen schadelijke
|
|
|
Cadmium
|
|
effecten
veroorzaken op de schelpdieren en hun larven
|
|
|
Chroom
|
|
|
|
|
Koper
|
|
|
|
|
Kwik
|
|
|
|
|
Lood
|
|
|
|
|
Nikkel
|
|
|
|
|
Zilver
|
|
|
|
|
Zink
|
|
|
|
Voorschriften
ten aanzien van de toetsing
Met het oog op de
beantwoording van de vraag of aan de kwaliteitsdoelstelling
is voldaan, dient te worden nagegaan of er overschrijdingen
van de normen zijn opgetreden. Daarbij dienen niet te worden
meegerekend:
- a.
- overschrijdingen
van de normen die zijn veroorzaakt door uitzonderlijke
weersomstandigheden,
- b.
- per
kalenderjaar per parameter één overschrijding van de
norm voor parameters ten aanzien waarvan 12 keer per
jaar onderzoek dient plaats te vinden, indien minstens
11 waarnemingen beschikbaar zijn waaronder geen ov
erschrijding als bedoeld onder a
voorkomt, met dien verstande dat de overschrijding niet
meer mag bedragen dan 50% van de norm. Wanneer
waarnemingen zijn uitgevallen als gevolg van
ijsbedekking, geldt dit voorschrift indien minstens 10
waarnemingen beschikbaar zijn waaronder geen
overschrijding als bedoeld onder a
voorkomt.
Bijlage V.
Voorschriften met betrekking tot het onderzoek omtrent de in
de bijlagen I-IV genoemde parameters
1. De plaats van
het onderzoek
Ten aanzien van
oppervlaktewateren waaraan de kwaliteitsdoelstelling
oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater is
verbonden, dient het onderzoek te worden verricht op een
plaats die representatief is voor de waterkwaliteit op het
punt waar het oppervlaktewater vóór de
zuiveringsbehandeling wordt onttrokken.
Ten aanzien van
oppervlaktewater waaraan de kwaliteitsdoelstelling zwemwater
is verbonden, dient het onderzoek te worden verricht op een
plaats die representatief is voor het gedeelte van het
oppervlaktewater, waar doorgaans de meeste zwemmers worden
aangetroffen.
Ten aanzien van
oppervlaktewater waaraan de kwaliteitsdoelstelling water
voor zalmachtigen, water voor karperachtigen of
schelpdierwater is verbonden, dient het onderzoek te worden
verricht op een plaats die representatief is voor de
hoedanigheid van het water waarop genoemde
kwaliteitsdoelstelling van toepassing is.
2. De
tijdstippen van onderzoek
Het onderzoek
dient op een zodanig tijdstip te geschieden, dat de
uitkomsten van het onderzoek representatief zijn voor de
hoedanigheid van het betreffende water.
Ten aanzien van de
parameters temperatuur, zuurgraad en zuurstof opgelost,
waarbij de resultaten van het onderzoek afhankelijk zijn van
dagelijks voorkomende natuurlijke fluctuaties, dient een
zodanig tijdstip gekozen te worden dat de uitkomsten van het
onderzoek representatief zijn voor het etmaalgemiddelde over
de dag waarop het onderzoek plaatsvindt.
3. De
conservering van het monster
Een monster dat
niet ter plaatse wordt onderzocht, dient zodanig te worden
bewaard dat de uitkomst van het onderzoek niet in
betekenende mate wordt beďnvloed.
Voor de
conservering van het monster wordt aanbevolen de
voorschriften zoals gesteld in de praktijkrichtlijn 6601 van
het Nederlands Normalisatie-instituut in acht te nemen.
4. De werkwijze
ten aanzien van metingen
4.1.Voor de
toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
| - |
meetmethode:
een methode voor de bepaling van een in de bij deze
bijlage behorende tabel genoemde parameter;
|
| - |
meetprincipe:
omschrijving van het beginsel waarop een meetmethode
berust;
|
| - |
standaardmeetmethode:
een door het Nederlands Normalisatie-instituut
vastgestelde meetmethode;
|
| - |
enkelvoudige
meetuitkomst: een door één meting verkregen
waarde;
|
| - |
gemiddelde
van de meetuitkomsten: het rekenkundig
gemiddelde van een eindige serie enkelvoudige
meetuitkomsten;
|
| - |
werkelijke
waarde: de waarde van een parameter, niet zijnde
de parameters temperatuur, zuurgraad en zuurstof
opgelost, die wordt verkregen door aan een bekende
hoeveelheid gedestilleerd gedemineraliseerd water
een eveneens bekende hoeveelheid van de
desbetreffende stof toe te voegen;
|
| - |
standaardafwijking(s):
de standaardafwijking, te berekenen met de formule:
|
waarbij n het
aantal enkelvoudige meetuitkomsten dat in beschouwing
genomen wordt aangeeft, ∑ het gemiddelde van de
uitkomsten en i het rangnummer, behorende bij het resultaat
van de in beschouwing genomen uitkomsten.
4.2.Van de
meetmethoden moet kunnen worden aangetoond dat deze voldoen
aan de hierna gestelde eisen ten aanzien van precisie,
systematische afwijking en aantoonbaarheidsgrens.
| a. |
Precisie
Tweemaal
de waarde van de standaardafwijking van een serie
meetuitkomsten dient kleiner te zijn dan of gelijk
aan de in de tabel onder "precisie"
aangegeven waarde.
|
| b. |
Systematische
afwijking
Het
verschil tussen de werkelijke waarde en de waarde
van het rekenkundig gemiddelde van een serie
meetuitkomsten dient kleiner te zijn dan of gelijk
aan de in de tabel onder "systematische
afwijking" aangegeven waarde.
|
| c. |
Aantoonbaarheidsgrens
Bij meting
van een oplossing met een in de tabel onder "aantoonbaarheidsgrens"
aangegeven waarde, dient van een serie
meetuitkomsten een gemiddelde meetuitkomst te worden
verkregen, die groter is dan drie maal de
standaardafwijking van een serie meetuitkomsten, met
behulp van de toegepaste meetmethode verkregen bij
meting van gedestilleerd gedemineraliseerd water,
vermeerderd met het gemiddelde van laatstbedoelde
meetuitkomsten.
| - |
De
hiervoor onder a, b en c bedoelde
meetuitkomsten dienen te zijn verkregen uit
metingen, verricht door dezelfde waarnemer
met dezelfde middelen en dezelfde
hulpstoffen onder zoveel mogelijk gelijke
omstandigheden.
|
| - |
De
in a, b en c genoemde serie meetuitkomsten
bestaan uit tenminste 10 enkelvoudige
meetuitkomsten.
|
| - |
Voor
de vaststelling van de precisie en de
systematische afwijking dient gebruik te
worden gemaakt van een oplossing waarin de
te onderzoeken stof voorkomt in een
nauwkeurig bekende concentratie die ten
hoogste 20% mag afwijken van de voor de
betreffende parameter in bijlage I
aangegeven waarde.
|
In
afwijking van het voorafgaande dient voor de
vaststelling van de precisie en de systematische
afwijking van de parameters temperatuur, zuurgraad
en zuurstof opgelost gebruik gemaakt te worden van
de volgende methoden.
Voor
temperatuur: vergelijking met een geijkte
thermometer bij 0°C en 25°C.
Voor
zuurgraad: vergelijking met twee of meer standaard
bufferoplossingen waarvan de pH-waarde nauwkeurig
bekend is en ligt tussen 6,5 en 9.
Voor
zuurstof opgelost: vergelijking met een verzadigde
zuurstofoplossing waarvan het gehalte aan opgelost
zuurstof nauwkeurig bekend is.
|
4.3.Het onderzoek
naar de waarde van de parameters in het oppervlaktewater
dient te geschieden met meetmethoden die in ieder geval
gebaseerd zijn op de voor deze parameters in de tabel
aangegeven meetprincipes. Indien voor een parameter in de
tabel geen eisen zijn gesteld ten aanzien van precisie,
systematische afwijking en aantoonbaarheidsgrens, dient het
onderzoek naar de waarde van deze parameter in het
oppervlaktewater te geschieden met de voor deze parameter in
de tabel aangegeven standaardmeetmethode.
4.4.Indien
redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid van
een toegepaste of toe te passen meetmethode,
onderscheidenlijk aan de juistheid van de daarmee verkregen
resultaten, wordt deze methode door degene die zodanige
methode toepast of gaat toepassen, vergeleken met de in de
tabel aangegeven standaardmeetmethode of worden - voor zover
mogelijk - de resultaten, verkregen met eerstbedoelde
meetmethode vergeleken met de resultaten, verkregen met de
standaardmeetmethode.
|
Parameter
|
Meetprincipe
|
Eenheid
|
Precisie1
[33]
|
Systematische
afwijking1 [34]
|
Aantoonbaar-
heidsgrens
|
Standaard-
meetmethode (NEN)
|
|
Kleurintensiteit
|
Filtreren
over glasvezelfilter; fotometrische methode met
gebruik van de pt/Co referentieschaal
|
mg/l-Pt
|
10%
|
10%
|
2
|
6413
|
|
1e druk
1979
|
|
Gesuspendeerde
stoffen
|
Membraanfiltratie
0,45 µm, drogen bij 105°C en wegen
|
mg/l
|
–
|
–
|
–
|
6484
|
|
1e druk
1982
|
|
Geleidingsvermogen
voor elektriciteit
|
Impedantiemeting
met correctie tot 20°C
|
m S/m
|
5%
|
5%
|
–
|
6412
|
|
1e druk
1979
|
|
Saliniteit
|
Impedantiemeting
|
g/kg
|
–
|
–
|
–
|
–
|
|
Geur- en
verdunningsfactor
|
Zintuiglijke
waarneming bij 20°C door vergelijking van geurloos
water met verdunningen van het monster van het
oppervlaktewater. Het monster van het
oppervlaktewater dient door toevoeging van geurloos
water verdund te zijn met de factor: 0, 4, 8, 12,
16, 20 en 24
|
–
|
–
|
–
|
–
|
–
|
|
Temperatuur
|
Thermometrie,
de meting wordt bij de bemonstering ter plaatse
uitgevoerd
|
°C
|
0,5
|
1
|
–
|
–
|
|
Zuurgraad
|
Methode
met specifieke elektroden, de meting wordt bij de
bemonstering ter plaatse uitgevoerd
|
pH
|
0,1
|
0,2
|
–
|
6411
|
|
1e druk
1981
|
|
Doorzicht
|
Secchi-schijf,
de meting wordt bij de bemonstering ter plaatse
uitgevoerd
|
m
|
–
|
–
|
–
|
6606
|
|
1e druk
1981
|
|
Zuurstof
opgelost
|
Methode
van Winkler, Methode met specifieke elektroden
|
mg/l-O2
|
0,5
|
0,5
|
–
|
6490
|
|
1e druk
1982
|
|
Chemisch
zuurstofverbruik
|
Oxydatie
met behulp van kaliumdichromaat na filtratie over
een filter met poriëngrootte van 0,45 µm
|
mg/l-O2
|
10%
|
10%
|
15
|
3235
≥.3
|
|
2e druk
1976
|
|
Biochemisch
zuurstofverbruik
|
Bepaling
van de opgeloste zuurstof voor en na 5 dagen
incubatie bij 20 ± 1°C in het donker. Toevoeging
van eennitrificatie-inhibitor
|
mg/l-O2
|
–
|
–
|
–
|
|
|
3235
≥5.4
|
|
1e druk
1972
|
|
Organisch
gebonden stifstof
|
Absorptiespectrometrie
na Kjeldahldestructie tot ammonium met correctie
voor het anorganisch ammonium
|
mg/l-N
|
0,5
|
0,5
|
0,2
|
6481
|
|
1e druk
1982
|
|
Algenbiomassa
|
Filtratie
van de algen. Extractie van chlorofyl-a met een
daartoe geschikt medium. Fotometrische bepaling van
het chlorofyl-a. Het verschil van de extincties
gemeten bij 665 en 750 ml is een maat voor het
chlorofyl-a gehalte
|
µg/l-chloro-fyl-a
|
–
|
–
|
–
|
6520
|
|
1e druk
1981
|
|
Ammoniak
|
Berekening
van het gehalte aan ammoniak uit het gehalte aan
ammonium
|
–
|
–
|
–
|
–
|
6644
|
|
1e druk
1983
|
|
Ammonium
|
Absorptiespectrometrie
|
mg/l-N
|
0,03
|
0,03
|
0,03
|
6472
|
|
1e druk
1981
|
|
Nitriet
|
Absorptiespectrometrie
|
mg/l-N
|
–
|
–
|
–
|
6474
|
|
1e druk
1981
|
|
Nitraat
|
Absorptiespectrometrie
|
mg/l-N
|
10%
|
10%
|
1
|
6440
|
|
1e druk
1981
|
|
Sulfaat
|
Absorptiespectrometrie.
Titrimetrie
|
mg/1-SO4
|
10%
|
10%
|
5
|
6487
|
|
1e druk
1982
|
|
Fosfaat
|
Absorptiespectrometrie
|
µg/1-P
|
10%
|
20%
|
20
|
6479
|
|
1e druk
1981
|
|
Cyanide
|
Absorptiespectrometrie
|
µg/1-CN
|
10%
|
10%
|
10
|
6489
|
|
1e druk
1982
|
|
Fluoride
|
Absorptiespectrometrie.
Methode met specifieke elektroden
|
mg/1-F
|
5%
|
5 %
|
0,05
|
6483
|
|
1e druk
1982
|
|
Chloride
|
Absorptiespectronletrie.
Titrimetrie volgens de methode Mollr
|
mg/1-C1
|
5%
|
5 %
|
5
|
6470
|
|
1e drllk
1981
|
|
Residueel
chloor
|
Diethyl-p-phenyleendiamine
methode, de meting wordt ter plaatse van de
bemonstering uitgevoerd
|
µg/1-HOCI
|
–
|
–
|
–
|
6480
|
|
1e druk
1982
|
|
Beryllium
|
Atomaire
absorptiespectrometrie
|
µg/1-Be
|
10%
|
10%
|
0,1
|
–
|
|
Boor
|
Atomaire
absorptiespectrometrie, absorptiespectrometrie
|
mg/1-B
|
10%
|
10%
|
0,1
|
–
|
|
Natrium
|
Atomaire
absorptiespectrometrie, vlamfotometrie
|
mg/1-Na
|
5%
|
5 %
|
1
|
6442
|
|
1e druk
1979
|
|
Chroom
|
Atomaire
absorptiespectrometrie
|
µg/l-Cr
|
10%
|
10%
|
5
|
6444
|
|
1e druk
1977
|
|
Mangaan
|
Atomaire
absorptiespectrometrie
|
mg/l-Mn
|
10%
|
20%
|
0,1
|
6461
|
|
1e druk
1981
|
|
IJzer
opgelost
|
Atomaire
absorptiespectrometrie na filtratie over een filter
met poriëngrootte 0,45 µm
|
mg/l-Fe
|
10%
|
10%
|
0.02
|
6460
|
|
1e druk
1981
|
|
Koper
|
Atomaire
absorptiespectrometrie
|
µg/l-Cu
|
5%
|
5%
|
2.5
|
6454
|
|
1e druk
1981
|
|
Zink
|
Atomaire
absorptiespectrometrie
|
µg/l-zn
|
5%
|
5%
|
10
|
6443
|
|
1e druk
1977
|
|
Arseen
|
Atomaire
absorptiespectrometrie
|
µg/l-As
|
20%
|
20%
|
2
|
6457
|
|
1e druk
1981
|
|
Seleen
|
Atomaire
absorptiespectrometrie
|
µg/l-Se
|
20%
|
20%
|
2
|
–
|
|
Cadmium
|
Atomaire
absorptiespectrometrie
|
µg/l-Cd
|
10%
|
10%
|
0.5
|
–
|
|
Barium
|
Atomaire
absorptiespectrometrie
|
µg/l-Ba
|
15%
|
20%
|
20
|
6436
|
|
1e druk
1982
|
|
Kwik
|
Atomaire
absorptiespectrometrie
|
µg/l-Hg
|
30%
|
30%
|
0.1
|
6445
|
|
1e druk
1978
|
|
Lood
|
Atomaire
absorptiespectrometrie
|
µg/l-Pb
|
10%
|
10%
|
5
|
–
|
|
Minerale
olie
|
Infrarood
absorptiespectrometrie na extractie met
tetraehloorkoolstof
|
µg/l
|
20%
|
30%
|
10
|
–
|
|
Oppervlakte
actieve stoffen die reageren met methyleen-blauw
|
Absorptiespectrometrie
|
µg/l
|
10%
|
10%
|
50
|
–
|
|
Met
waterdamp vluch-tige fenolen
|
Absorptiespectrometrie
met behulp van de 4 amino-antipyrine methode
|
µg/l-C6H5oH
|
0,5
|
0,5
|
0.5
|
6670
|
|
1e druk
1982
|
|
Extraheerbaar
organisch gebonden chloor
|
Microcoulometrie
na extractie met petroleumether 3x
|
g/l-Cl
|
–
|
–
|
1
|
–
|
|
Vluchtig
organisch gebonden chloor
|
Microcoulometrie
na uitblazen met inert gas
|
µg/l-Cl
|
–
|
–
|
0.5
|
–
|
|
Polycyclische
aromatische koolwaterstoffen
|
Extractie
met hexaan, meting van de fluorescentie in het
ultraviolet na dunne-laag-chromatografie of
vloeistofchroma-tografie. Kwantificering met behulp
van de referentiestoffen fluorantheen; benzo 11,12
>fluorantheen; benzo 3,4 fluorantheen; benzo 3,4
pyreen; benzo 1,12 peryleen; indeno (1,2.3,-cd)
pyreen
|
µg/l
|
50%
|
50%
|
0.04
|
–
|
|
Organochloor
pesticiden
|
Identificatie
met behulp van gaschromatografie na extractie en
voorzuivering. Kwantitatieve bepaling met behulp van
ijkvloeistoffen
|
µg/l
|
50%
|
50%
|
0.05
|
–
|
|
Cholinesteraseremmers
|
Extractie
met dichloormethaan. Oxidatie met broom van het
indampresidu. Incubatie met paardeserum en
butyrylthiocholine. Fotometrische bepaling van het
gevormde thiocholine. Het resultaat wordt uitgedrukt
in paraoxon
|
µg/l
paraoxon
|
–
|
–
|
–
|
–
|
|
Thermotolerante
bacteriën van de coligroep
|
Ophoping
in een vloeibaar, laetosehoudend medium bij 37°C
gevolgd door bevestiging in een meer selectief
vloeibaar lactosehoudend medium bij 44°C.
Kwantificering met behulp van een M.W.A.-tabel.
|
aantal/ml
|
–
|
–
|
–
|
6572
|
|
1e druk
1982
|
|
Membraanfiltratie,
voorincubatie bij 25°C, incubatie bij 44°C op een
vast lactosehoudend medium gevolgd door bevestiging
in een meer selectief vloei-baar lactosehoudend
medium bij 44°C
|
aantal/ml
|
–
|
–
|
–
|
6570
|
|
1e druk
1982
|
|
Faecale
streptococcen
|
ophoping
in een vloeibaar azidehoudend medium gevolgd door
bevestiging op een meer selectief vast azide-houdend
medium.
|
aantal/ml
|
–
|
–
|
–
|
6563
|
|
1e druk
1982
|
| |
Membraanfiltratie
en incubatie op een vast azidehoudend medium
|
aantal/ml
|
–
|
–
|
–
|
–
|
|
Salmonellae
|
Voorophoping
in een vloeibaar, niet selectief medium. Ophoping in
een vloeibaar (∗1)selectief
medium. Isolatie op een vast selectief medium.
Bevestiging door biochemische en serologi-sche
methoden
|
aantal
100ml
|
–
|
–
|
–
|
|
|
–
|
|
Entero-virussen
|
Concentratie
door middel van filtratie en/of uitvlokking en
centrifugeren; bevestiging door middel van
plaque-formatie-methode (P.F.U.) of
cytopathogeen-effect-methode
|
aantal/l
|
–
|
–
|
–
|
–
|
|
Geur
(water) (organismen)-
|
Zintuiglijke
waarneming ter plaatse Bepaling van geurafwijkingen
van rauwe monsters ten opzichte van monsters uit
onverdacht oppervlaktewater
|
–
|
–
|
–
|
–
|
–
|
|
Kleur
|
Zintuiglijke
waarneming ter plaatse
|
–
|
–
|
–
|
–
|
–
|
|
Olie
|
Zintuiglijke
waarneming ter plaatse
|
–
|
–
|
–
|
–
|
–
|
|
Schuim
|
Zintuiglijke
waarneming ter plaatse
|
–
|
–
|
–
|
–
|
–
|
|
Smaak
(organismen)
|
Bepaling
van smaakafwijkingen van rauwe en gekookte monsters
ten opzichte van monsters uit onverdacht
oppervlaktewater
|
–
|
–
|
–
|
–
|
–
|
|
Vuil
|
Zintuiglijke
waarneming ter plaatse
|
–
|
–
|
–
|
–
|
–
|
Voetnoten:
|