1. Indien huishoudelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van:
a. 1 en minder dan 6 inwonerequivalenten wordt geloosd,
bedraagt de inhoud van de septic tank ten minste 6 m3;
b. 6 en niet meer dan 10 inwonerequivalenten wordt geloosd,
bedraagt de inhoud van de septic tank ten minste 12 m3.
2. Een septic tank bestaat uit drie compartimenten. De
volumeverhouding tussen de compartimenten, van de inhoud die kan
worden benut, bedraagt in de stroomrichting twee staat tot één staat
tot één.
3. Scheidingswanden tussen de compartimenten van de septic tank
steken ten minste 20 cm boven het waterniveau uit.
4. De instroomopening in het eerste compartiment van de septic tank
bevindt zich ten minste 10 cm boven het- waterniveau teneinde vrij te
kunnen afwateren. De- toevoerpijp steekt ten minste 5 en ten hoogste
10 cm uit de binnenwand.
5. Doorstroomopeningen in scheidingswanden tussen de-
compartimenten van de septic tank zijn zodanig uitgevoerd, dat:
doorvoer van bodemslib en drijflagen wordt voorkomen;
de gezamenlijke oppervlakte van de doorstroomopeningen per
scheidingswand ten minste 100 cm2 en ten hoogste 400 cm2 bedraagt;
de bovenkant van de doorstroomopeningen ten minste 30 cm onder
het waterniveau ligt, en
de onderkant van de doorstroomopeningen hoger ligt dan ten
minste de helft van de waterhoogte gemeten vanaf de bodem van de
tank.
6. De afvoeropening van een septic tank is voorzien van een
duikschot of een T-stuk zodat afvoer van bodemslib of drijflagen wordt
voorkomen.
7. De waterhoogte in een septic tank bedraagt ten minste 1,2 m en
ten hoogste:
2,2 m bij een inhoud van ten hoogste 10 m3;
2,5 m bij een inhoud van meer dan 10 m3.
8. Indien afzonderlijke septic tanks parallel zijn geschakeld,
voldoet iedere tank afzonderlijk aan de voorschriften in het eerste
tot en met het zevende lid.