|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 8, eerste lid, van de Wet
verontreiniging zeewater;
Besluit:
Artikel 1
In deze beschikking wordt verstaan onder:
wet: de Wet verontreiniging zeewater (Stb. 1975, 352);
stoffen: afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen;
de hoofdingenieur-directeur; de hoofdingenieur-directeur van de
Rijkswaterstaat in de dienst Noordzee.
Artikel 2
Een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van
de wet of tot wijziging van de aan de ontheffing verbonden voorschriften
wordt ingediend bij de hoofdingenieur-directeur.
Artikel 3
1. Bij het verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 2 dienen,
onverminderd het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid, de
volgende gegevens schriftelijk te worden verstrekt:
a. naam, adres en telex- of telefoonnummer van de aanvrager en
van de door hem aangewezen contactpersoon;
b. een overzicht van de in verband met de verwijdering of
verwerking van de stoffen, waarop het verzoek betrekking heeft,
verleende vergunningen of ontheffingen dan wel van de lopende
aanvragen om vergunning of ontheffing;
c. de periode waarvoor om ontheffing wordt gevraagd;
d. de voorgenomen frequentie van het lozen;
e. een zo volledig mogelijke karakterisering naar vorm,
samenstelling, hoeveelheid en eigenschappen van de stoffen waarop
het verzoek betrekking heeft, waaronder de gegevens als bedoeld in
de bij dit besluit behorende bijlage I;
f. een opgave van de onderzoekingen die zijn of worden verricht
en van de maatregelen die zijn of worden getroffen, teneinde het
ontstaan van de te lozen stoffen tegen te gaan, de afvoer naar zee
te voorkomen of de af te voeren hoeveelheid te beperken.
2. Indien het in het eerste lid bedoelde verzoek betrekking heeft
op het lozen van stoffen, anders dan baggerspecie, worden tevens
verstrekt:
a. naam en adres van de producent(en) van de stoffen;
b. een globale omschrijving van de aard van het bedrijf of de
instelling van waar de stoffen afkomstig zijn;
c. een beschrijving van de werking van de bedrijfsinstallatie(s)
waardoor of waarin processen plaatsvinden die leiden of kunnen
leiden tot het vrijkomen van de stoffen, alsmede een processchema
waaruit de opzet van de installatie(s) blijkt; zowel in de
beschrijving als in het processchema dient te worden aangegeven
welke stoffen waar en in welke mate ontstaan en vrijkomen;
d. een opgave van de aard en de hoeveelheid van de
grondstoffen, hulpstoffen, tussenprodukten en eindprodukten die
naar redelijke verwachting binnen het bedrijf of de instelling
aanwezig kunnen zijn, voor zover deze tussen de te lozen stoffen
kunnen geraken;
e. een opgave van de redelijkerwijs mogelijk te achten
hoeveelheid en hoedanigheid van de stoffen die tengevolge van
storingen, proefdraaien, in bedrijf stellen, uit bedrijf nemen,
schoonmaak- en herstelwerkzaamheden tussen de te lozen stoffen
kunnen geraken, alsmede een beschrijving van de maatregelen of
voorzieningen die door of vanwege de verzoeker zullen worden
getroffen om dit te voorkomen of te beperken;
f. een van toelichtende tekeningen vergezeld gaande
beschrijving van het vaartuig dan wel het luchtvaartuig van waaraf
of van waaruit zal worden geloosd, alsmede van de met het oog
daarop aangebrachte voorzieningen;
g. naam en adres van de transporteur van de te lozen stoffen,
alsmede een omschrijving van de wijze van transport van de plaats
van herkomst naar de plaats van waaruit de afvoer van de stoffen
naar zee plaats zal vinden;
h. een indicatie van de aard en herkomst van de stoffen,
waarmee de te lozen stoffen tijdens het transport of de lozing
worden vermengd.
3. Indien het in het eerste lid bedoelde verzoek betrekking heeft
op het lozen van baggerspecie wordt tevens een gedetailleerde opgave
verstrekt van de herkomst van de baggerspecie, alsmede van de wijze
van baggeren.
4. Indien met betrekking tot de periode waarvoor om ontheffing
wordt verzocht voornemens bestaan die al dan niet rechtstreeks
betrekking kunnen hebben op in de voorgaande leden bedoelde aspecten,
dient de invloed van die voornemens op deze aspecten bij het verzoek
te worden omschreven en zoveel mogelijk te worden gekwantificeerd.
Artikel 4
Indien de Minister van Verkeer en Waterstaat van oordeel is dat de
verstrekte gegevens voor een voldoende beoordeling van het in artikel 2
bedoelde verzoek aanvulling behoeven, kan hij verlangen dat daartoe de
nodige nadere of verdere, door hem aangeduide, gegevens worden
verstrekt.
Artikel 5
1. Bij het verzoek tot wijziging van de aan een ontheffing
verbonden voorschriften als bedoeld in artikel 2 dienen de volgende
gegevens te worden verstrekt:
a. naam en adres van de houder van de ontheffing;
b. datum en nummer van de ontheffing waarop het verzoek
betrekking heeft;
c. een met redenen omklede beschrijving van de beoogde
wijziging;
d. – voor zover het verzoek verband houdt met onderwerpen
waaromtrent voor het verkrijgen van de onder b bedoelde ontheffing
ter voldoening aan artikel 3 gegevens zijn verstrekt – een
aanvulling van deze gegevens.
2. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
Het in artikel 2 bedoelde verzoek, alsmede de in de artikelen 3, 4 en
5 bedoelde gegevens dienen in tienvoud te worden verstrekt.
Artikel 7
1. Ten behoeve van het verstrekken van de gevraagde gegevens in
verband met een verzoek als bedoeld in artikel 2 dient gebruik te
worden gemaakt van de formulieren waarvan de modellen zijn opgenomen
in de bij dit besluit behorende bijlagen II, III, IV en V.
2. De in het eerste lid bedoelde formulieren zijn verkrijgbaar bij
de hoofdingenieur-directeur.
Artikel 8
Het besluit van 24 mei 1977, nr. HW/RRW 33865 (Stcrt. 134),
betreffende voorschriften voor verzoeken om ontheffing van bepalingen in
de Wet verontreiniging zeewater, wordt ingetrokken.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na afkondiging in
de
Nederlandse Staatscourant.
's-Gravenhage, 22 augustus 1983.
De
Minister voornoemd,
N. Smit-Kroes.
Bijlage I
Vorm, samenstelling en eigenschappen van
stoffen
Vorm:
De vorm ten tijde van het lozen; het
gehalte aan vaste stoffen; de deeltjesgrootte-verdeling van de vaste
stoffen.
Samenstelling:
De gehalten van de bestanddelen
uitgesplitst naar vaste en vloeibare fase.
Eigenschappen:
De fysische, chemische, biochemische en
biologische eigenschappen van de te lozen stoffen. Op grond van de
samenstelling en of hoeveelheid van de te lozen stoffen dienen
gegevens te worden verstrekt betreffende de giftigheid, de
afbreekbaarheid, de carcinogeniteit, de genotoxiciteit, de
pathogeniteit en het accumulatiegedrag. Op grond van de samenstelling
en of hoeveelheid van de te verbranden stoffen dienen bij verbranding
tevens gegevens te worden verstrekt betreffende het
vernietigingsrendement en de eventuele resterende onverbrande
verbindingen of tijdens de verbranding nieuw gevormde verbindingen.
Bijlage II
Formulier A
RIJKSWATERSTAAT
Dienst Noordzee
Lange Kleiweg 34
Postbus 5807
2280 HV RIJSWIJK (ZH)
tel. (070) 3366600
fax (070) 3900691
Verzoek om ontheffing van bepalingen in
de Wet verontreiniging zeewater betreffende het lozen van stoffen
|
1. |
VERZOEKER |
|
|
|
|
|
1. |
1. naam
2. adres
3. woonplaats
4. telefoon
5. telex
6. contactpersoon
|
|
|
|
|
|
2. |
ALGEMENE GEGEVENS |
|
|
|
|
|
2.1 |
Een globale omschrijving van de
aard van het bedrijf of de instelling van waar de stoffen
afkomstig zijn (beantwoorden in bijlage) |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
| |
|
Niet door verzoeker in te vullen |
|
|
|
| |
|
Datum verzoek |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
2.2 |
Betreft het stoffen die op dit
moment reeds vrijkomen?
Zo ja,
-
sinds wanneer?
-
op welke wijze worden de
stoffen momenteel verwerkt of verwijderd?
-
welke vergunningen of
ontheffingen zijn daarvoor verleend?
|
|
|
|
|
|
2.3 |
Zijn in verband met de be- of
verwerking of verwijdering van de stoffen bij andere
overheidsinstanties aanvragen ingediend?
Zo ja,
-
op grond van welke wet?
-
datum en eventueel kenmerk
aanvraag?
-
overheidsinstantie door wie de
aanvraag wordt behandeld?
|
|
|
|
|
|
2.4 |
Voor welke periode wordt de
ontheffing gevraagd? |
|
|
|
|
|
3. |
HERKOMST VAN DE STOFFEN |
|
|
|
|
|
3.1 |
Een procesbeschrijving en een
processchema waaruit de opzet van de bedrijfsinstallatie(s)
waardoor of waarin processen plaatsvinden die leiden of kunnen
leiden tot het vrijkomen van stoffen duidelijk blijkt; zowel in de
beschrijving als in het processchema dient te worden aangegeven
welke stoffen waar en in welke mate ontstaan en vrijkomen; daarbij
dient, indien van toepassing, een beschrijving van inrichtingen
die dienen tot het terughouden van bestanddelen uit de te lozen
stoffen, zo mogelijk vergezeld van toelichtende tekeningen, te
worden verstrekt. (Beantwoorden in bijlage) |
|
|
|
|
|
3.2 |
1. Welke basisstoffen,
eventuele tussenprodukten en hulpstoffen worden gebruikt en in
welke hoeveelheden?
2. Wat is het
omzettingsrendement?
|
|
|
|
|
|
3.3 |
Een opgave van de aard en de
hoeveelheid van de grondstoffen, hulpstoffen, tussenprodukten en
eindprodukten die naar redelijke verwachting binnen het bedrijf of
de instelling aanwezig kunnen zijn, voorzover deze tussen de te
lozen stoffen kunnen geraken. (Beantwoorden in bijlage) |
|
|
|
|
|
3.4 |
Een opgave van de redelijkerwijs
mogelijk te achten hoeveelheid en hoedanigheid van de stoffen die
ten gevolge van storingen, proefdraaien, in bedrijf stellen, uit
bedrijf nemen, schoonmaak- en herstelwerkzaamheden tussen de te
lozen stoffen kunnen geraken, alsmede een beschrijving van de
maatregelen of voorzieningen die door of vanwege de verzoeker
zullen worden getroffen om dit te voorkomen of te beperken.
(Beantwoorden in bijlage) |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
4. |
KARAKTERISERING VAN DE TE LOZEN
STOFFEN: |
|
|
|
|
|
4.1 |
1. In welke vorm (vloeibaar, vast
of gasvormig) worden de stoffen geloosd? |
|
|
|
|
| |
2. Wat is het gehalte aan vaste
stoffen? |
|
|
kg/m³ |
|
| |
3. Zijn de te lozen stoffen
verpakt?
Zo ja,
-
waaruit bestaat de verpakking?
-
wat is de kwantitatieve
bijdrage daarvan?
|
|
|
|
|
|
4.2 |
Chemische samenstelling: |
|
|
|
|
| |
De gehalten van de bestanddelen |
|
|
|
|
| |
1. Bestanddelen |
|
|
|
|
| |
|
n |
in gew. % |
|
analyse-methodiek |
| |
|
|
gem. |
max. |
|
| |
|
|
|
|
|
| |
2. Bestanddelen |
|
|
|
|
| |
|
n |
in 10-³ |
kg/m³ |
analyse-methodiek |
| |
|
|
gem. |
max. |
|
| |
organische halogeenverbindingen |
|
|
|
|
| |
kwik |
|
|
|
|
| |
cadmium |
|
|
|
|
| |
lood |
|
|
|
|
| |
arsenicum |
|
|
|
|
| |
koper |
|
|
|
|
| |
chroom |
|
|
|
|
| |
zink |
|
|
|
|
| |
nikkel |
|
|
|
|
| |
tin |
|
|
|
|
| |
ijzer |
|
|
|
|
| |
vanadium |
|
|
|
|
| |
beryllium |
|
|
|
|
| |
cyaniden |
|
|
|
|
| |
fluoriden |
|
|
|
|
| |
fenolen |
|
|
|
|
| |
olie |
|
|
conform |
|
| |
organische siliciumverbindingen |
|
|
toelichting |
|
| |
T.O.C. |
|
|
|
|
| |
eventuele andere bestanddelen |
|
|
|
|
|
4.3 |
De totale hoeveelheid stoffen
waarop het verzoek om ontheffing betrekking heeft alsmede de
voorgenomen frequentie van het lozen |
gemiddeld
maximaal |
|
kg/j
kg/j |
|
|
4.4 |
Eigenschappen |
|
|
|
|
| |
kleur |
|
|
|
|
| |
reuk |
|
|
|
|
| |
|
n |
gem. |
max |
in |
| |
volumieke massa pH-waarde |
|
|
|
kg/m³ |
| |
C.Z.V.20 |
|
|
|
kg O22//m³ |
| |
B.Z.V.5 |
|
|
|
kg O22//m³ |
| |
kjeldahl-N |
|
|
|
kg/m³ |
| |
droogrest |
|
|
|
kg/m³ |
| |
gloeirest |
|
|
|
% d |
| |
|
|
|
|
|
|
5. |
TRANSPORT, OVERSLAG EN OPSLAG VAN
DE STOFFEN: |
|
|
|
|
|
5.1 |
Op welke wijze worden de stoffen
getransporteerd van de plaats van herkomst naar de plaats van
waaruit de overslag in het lozingsvaartuig plaatsvindt? |
|
|
|
|
|
5.2 |
Vindt onderweg overslag of opslag
plaats?
Zo ja, waar? |
|
|
|
|
|
5.3 |
Waar vindt de overslag van de
stoffen in het lozingsvaartuig plaats? |
|
|
|
|
|
5.4 |
Worden de stoffen tijdens het
transport, de opslag, de overslag of in het lozingsvaartuig,
vermengd met andere stoffen?
Zo ja, geef een indicatie van de
aard en herkomst van deze stoffen. |
|
|
|
|
|
6. |
LOZING VAN DE STOFFEN: |
|
|
|
|
|
6.1 |
1. naam lozingsvaartuig |
|
|
|
|
| |
2. vlaggestaat |
|
|
|
|
| |
3. type vaartuig |
|
|
|
|
| |
4. laadvermogen |
|
|
m³ |
|
| |
5. lengte |
|
|
m |
|
| |
6. dienstsnelheid |
|
|
m/sec |
|
| |
7. exploitant |
|
|
|
|
| |
8. toelichtende tekening of
beschrijving van het vaartuig |
(beantwoorden in bijlage) |
|
|
|
|
7. |
VOORKOMING VAN ONTSTAAN EN
VERWERKING/VERWIJDERING: |
|
|
|
|
| |
Een opgave van de onderzoekingen
die zijn of worden verricht en van de maatregelen die zijn of
worden getroffen, teneinde:
a. het ontstaan van de
onderhavige stoffen tegen te gaan of de af te voeren
hoeveelheid te beperken bijvoorbeeld door wijziging van het
produktieproces.
b. door middel van verwerking
binnen het eigen bedrijf of door afgifte aan bedrijven die
bevoegd zijn deze stoffen te bewerken, te verwerken of te
vernietigen danwel anderszins te verwijderen, de afvoer van de
onderhavige stoffen naar zee te voorkomen. (Beantwoorden in
bijlage)
|
|
|
|
|
De ondergetekende verklaart, dat hij/zij
dit formulier en de daarbij behorende bescheiden (te weten bijlage(n))
naar waarheid en zonder voorbehoud heeft ingevuld.
| |
Plaatsnaam |
datum |
| |
|
|
| |
Ondertekening: |
|
| |
(met vermelding van naam in
blokletters en functie) |
|
Toelichting bij bijlage II
|
Algemeen: |
1. |
Indien de beschikbare ruimte
onvoldoende is om de vraag te beantwoorden kunt u het antwoord
separaat bijsluiten. In het desbetreffende antwoordvakje dient dit
dan te worden aangegeven. |
| |
2. |
U wordt verzocht alle bijlagen te
dateren en te voorzien van naam en adres. |
| |
3. |
Indien met betrekking tot de
periode waarvoor om ontheffing wordt verzocht voornemens bestaan
die al dan niet rechtstreeks betrekking kunnen hebben op in dit
formulier bedoelde aspecten, dient de invloed van de voornemens op
deze aspecten in het formulier en eventueel in de bijlagen te
worden omschreven en zoveel mogelijk te worden gekwantificeerd. |
| |
4. |
In dit formulier wordt verstaan
onder lozen van stoffen: zich ontdoen van stoffen, met
uitzondering van baggerspecie, door deze door of van vaartuigen of
luchtvaartuigen in het water van de zee te brengen anders dan door
middel van het verbranden van stoffen. |
|
Vraag 1: |
|
Indien de stoffen waarop het
verzoek betrekking heeft niet afkomstig zijn van de verzoeker
zelf, dient in een bijlage de naam en het adres van iedere
afzonderlijke aanbieder van de stoffen te worden vermeld. |
| |
1.1. |
Nodig voor de tenaamstelling van de
ontheffing. |
| |
1.6. |
Naam en functie van de persoon bij
wie nadere inlichtingen kunnen worden ingewonnen. |
|
Vraag 3: |
|
Indien het een mengsel van een
aantal stoffen betreft die bij verschillende processen vrijkomen,
dient van ieder proces afzonderlijk de hier gevraagde informatie
te worden verstrekt. |
|
Vraag 4: |
|
Indien de vorm, de samenstelling,
de eigenschappen of de hoeveelheid van de stoffen op het moment
van de lozing wezenlijk afwijkt van de vorm, de samenstelling, de
eigenschappen of de hoeveelheid op het moment dat de onderhavige
stoffen vrijkwamen dient dit bij de onderscheidenlijke aspecten in
het verzoek om ontheffing duidelijk te worden vermeld alsmede
gekwantificeerd. |
| |
4.1. |
Onder vaste stoffen worden verstaan
de vaste bestanddelen die resteren na adequate filtratie of
centrifugatie. Bij aanwezigheid van vaste stoffen moet een
indicatie van de deeltjesgrootteverdeling worden verstrekt. |
| |
4.2. |
De ter bepaling hiervan gebruikte
analysemethodieken moeten worden aangegeven. Indien het een
mengsel van vaste en vloeibare stoffen betreft dient de opgave te
worden gedaan voor beide fasen.
Onder n moet worden vermeld het
aantal analyse-resultaten waarop het in de daaropvolgende kolom op
te geven gemiddelde gehalte is gebaseerd. Indien organohalogeen-
of organosiliciumverbindingen in de stoffen aanwezig zijn dan
dient tevens vermeld te worden welke specifieke verbindingen het
betreft en in welke concentraties (gemiddeld en maximaal) deze
aanwezig zijn. De bepaling van het gehalte aan olie dient
infrarood-spectrofotometrisch te geschieden na extractie met
tetrachloormethaan. |
| |
4.3. |
Indien meerdere processtromen
leiden tot de in 4.3. bedoelde hoeveelheid dan dient de verdeling
over de diverse processtromen te worden vermeld. |
| |
4.4. |
Op grond van de samenstelling en
afhankelijk van de hoeveelheid van de te lozen stoffen kan het
noodzakelijk zijn dat nadere informatie dient te worden verstrekt,
bijvoorbeeld betreffende de giftigheid, de afbreekbaarheid, de
carcinogeniteit, de genotoxiciteit, de pathogeniteit en - indien
mogelijk - ook betreffende het accumulatie-gedrag van de te lozen
stoffen. Laatstgenoemde gegevens zijn in ieder geval vereist
wanneer het een lozing betreft van stoffen als bedoeld in artikel
3 van de Wet.
Aangezien daarbij van geval tot
geval moet worden bezien welke specifieke informatie ontbreekt, en
welke resultaten van onderzoek in verband met een goede
beoordeling van het verzoek om ontheffing nog noodzakelijk zijn,
moet in dat geval betreffende de nog nader te verstrekken gegevens
overleg plaatsvinden tussen het bevoegd gezag en de verzoeker.
Onder droogrest moet worden
verstaan het residu dat wordt verkregen na indampen bij een
temperatuur van 105°C; onder gloeirest wordt verstaan het
percentage van de droogrest dat resteert na verhitting bij een
temperatuur van 850°C. |
|
Vraag 6: |
6.5. |
Vermelding dient plaats te vinden
van de lengte tussen de loodlijnen (L.L.) van het vaartuig. |
| |
6.6. |
Onder de dienstsnelheid wordt hier
verstaan de normale snelheid ten opzichte van het water, die het
vaartuig bereikt onder de omstandigheden van lozing. |
| |
6.8. |
Het vereiste van een toelichtende
tekening geldt niet wanneer de lozing plaatsvindt met een reeds
door de hoofdingenieur- directeur goedgekeurd vaartuig. In dat
geval is de naam van het vaartuig voldoende. |
|
Vraag 7: |
|
Hierbij dient onder andere te
worden verduidelijkt wat de redenen zijn waarom van de eventueel
aanwezige verwerkings- of verwijderingsmogelijkheden geen gebruik
wordt gemaakt. |
Bijlage III
Formulier B
RIJKSWATERSTAAT
Dienst Noordzee
Lange Kleiweg 34
Postbus 5807
2280 HV RIJSWIJK (ZH)
tel. (070) 3366600
fax (070) 3900691
Verzoek om ontheffing van bepalingen in
de Wet verontreiniging zeewater betreffende het lozen van baggerspecie
|
1. |
VERZOEKER |
|
|
|
|
|
|
1. |
1. naam
2. adres
3. woonplaats
4. telefoon
5. telex
6. contactpersoon
|
|
|
|
|
|
|
2. |
ALGEMENE GEGEVENS |
|
|
|
|
|
|
2.1 |
Een aanduiding van de herkomst van
de baggerspecie (beantwoorden in bijlage, vergezeld van
situatietekeningen) |
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Niet door verzoeker in te vullen |
|
|
|
|
| |
|
Datum aanvraag |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
2.2 |
Betreft het baggerspecie t.b.v.
onderhoudsbaggerwerk of aanlegwerkzaamheden?
Indien onderhoudsbaggerwerk,
-
sinds wanneer vindt dit plaats?
-
op welke wijze wordt de
baggerspecie tot dusver verwerkt of verwijderd en waar vindt
de berging plaats?
-
welke vergunningen of
ontheffingen zijn daarvoor verleend?
-
op welke wijze wordt gebaggerd?
|
|
|
|
|
|
|
2.3 |
Zijn in verband met de be- en
verwerking en of berging van de baggerspecie bij andere
overheidsinstanties aanvragen ingediend?
Zo ja,
-
op grond van welke wettelijke
maatregel?
-
datum en eventueel kenmerk
aanvraag?
-
overheidsinstantie door wie de
aanvraag wordt behandeld?
|
|
|
|
|
|
|
2.4 |
Voor welke periode wordt de
ontheffing gevraagd? |
|
|
|
|
|
|
3. |
KARAKTERISERING VAN DE BAGGERSPECIE |
|
|
|
|
|
|
3.1 |
1. De totale hoeveelheid
baggerspecie waarop het verzoek om ontheffing betrekking heeft. |
|
m³
maximaal m³/maand
maximaal m³/j |
|
|
|
| |
2. Wat is het gehalte aan vaste
stoffen (volume-percentage)? |
|
% |
|
|
|
|
3.2 |
Samenstelling |
|
|
|
|
|
| |
Per representatief monsterpunt de
gehalten van de bestanddelen in de baggerspecie |
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
| |
|
n |
in gew. % |
|
analyse-methodiek |
|
| |
|
|
gem. |
max. |
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
| |
organische stof |
|
|
|
|
|
| |
CaCO3 |
|
|
|
|
|
| |
ijzer |
|
|
|
|
|
| |
fosfor |
|
|
|
|
|
| |
stikstof |
|
|
|
|
|
| |
organische halogeenverbindingen |
|
|
|
|
|
| |
kwik |
|
|
|
|
|
| |
cadmium |
|
|
|
|
|
| |
lood |
|
|
|
|
|
| |
arseen |
|
|
|
|
|
| |
koper |
|
|
|
|
|
| |
chroom |
|
|
|
|
|
| |
zink |
|
|
|
|
|
| |
nikkel |
|
|
|
|
|
| |
olie |
|
|
|
|
|
| |
organische siliciumverbindingen |
|
|
|
|
|
| |
polycyclische aromatische
verbindingen |
|
|
|
|
|
| |
T.O.C. |
|
|
|
|
|
| |
eventuele andere bestanddelen |
|
|
|
|
|
|
3.3 |
Eigenschappen |
n |
gem. |
max |
|
|
| |
volumieke massa |
|
|
|
|
|
| |
a. in situ |
|
|
|
kg/m³ |
|
| |
b. na baggeren |
|
|
|
kg/m³ |
|
| |
C.Z.V.20 |
|
|
|
kg O2/m³ |
|
| |
B.Z.V.5 |
|
|
|
kg O2/m³ |
|
| |
gloeirest deeltjesgrootteverdeling
van de vaste stof (gewichtspercentage) |
|
|
|
% |
|
|
4. |
VOORKOMING VAN ONTSTAAN EN
VERWERKING/VERWIJDERING |
|
|
|
|
|
| |
Een opgave van de onderzoekingen
die zijn of worden verricht en van de maatregelen die zijn of
worden getroffen, teneinde: |
|
|
|
|
|
| |
a. het ontstaan van de
onderhavige baggerspecie tegen te gaan of de af te voeren
hoeveelheid te beperken bijvoorbeeld door wijziging van het
baggerproces, of de frequentie van afvoer te beperken, danwel
het verloop van de afvoer te wijzigen
b. de verontreinigingsgraad van
de baggerspecie te verminderen
c. alternatieve
bergingslokaties te vinden
d. de baggerspecie te
verwerken, dan wel voor gebruiksdoeleinden aan te wenden.
(Beantwoorden in bijlage)
|
|
|
|
|
|
De ondergetekende verklaart, dat hij/zij
dit formulier en de daarbij behorende bescheiden (te weten bijlage(n))
naar waarheid en zonder voorbehoud heeft ingevuld.
| |
Plaatsnaam |
datum |
| |
|
|
| |
Ondertekening: |
|
| |
(met vermelding van naam in
blokletters en functie) |
|
Toelichting bij bijlage III
|
Algemeen: |
1. |
Indien de beschikbare ruimte
onvoldoende is om de vraag te beantwoorden kunt u het antwoord
separaat bijsluiten.
In het desbetreffende antwoordvakje
dient dit dan te worden aangegeven. |
| |
2. |
U wordt verzocht alle bijlagen te
dateren en te voorzien van naam en adres. |
| |
3. |
Indien met betrekking tot de
periode waarvoor om ontheffing wordt verzocht voornemens bestaan
die al dan niet rechtstreeks betrekking kunnen hebben op in dit
formulier bedoelde aspecten, dient de invloed van de voornemens op
deze aspecten in het formulier en eventueel in de bijlagen te
worden omschreven en zoveel mogelijk te worden gekwantificeerd. |
|
Vraag 1: |
|
Indien de stoffen waarop het
verzoek betrekking heeft niet afkomstig zijn van de verzoeker
zelf, dient in een bijlage de naam en het adres van iedere
afzonderlijke aanbieder van de stoffen te worden vermeld. |
| |
1.1. |
Nodig voor de tenaamstelling van de
ontheffing. |
| |
1.6. |
Naam en functie van de persoon bij
wie nadere inlichtingen kunnen worden ingewonnen. |
|
Vraag 3: |
|
Indien de vorm, de samenstelling,
de eigenschappen of de hoeveelheid van de baggerspecie op het
moment van de lozing wezenlijk afwijkt van de vorm, de
samenstelling, de eigenschappen of de hoeveelheid op het moment
dat de onderhavige baggerspecie vrijkwam, dient dit bij de
onderscheidenlijke aspecten in het verzoek om ontheffing duidelijk
te worden vermeld alsmede gekwantificeerd. |
| |
3.1 |
Het gehalte aan vaste stoffen dient
op droge stofbasis opgegeven te worden. |
| |
3.2 |
Omtrent de representativiteit van
monsterpunten kunnen geen algemene richtlijnen gegeven worden;
lokale omstandigheden kunnen van invloed zijn op het aan te leggen
bemonsteringsnet. De gehalten dienen per monsterpunt in tabelvorm
opgegeven te worden. Het aantal monsterpunten (n) dient
afzonderlijk te worden aangegeven. Tevens moeten de gebruikte
analysemethoden vermeld worden. Voor de organohalogeenverbindingen
dienen zoveel mogelijk de in aantoonbare hoeveelheden aanwezige
individuele verbindingen opgegeven te worden. Op grond van de
samenstelling en afhankelijk van hoeveelheid van de baggerspecie
kan het noodzakelijk zijn dat informatie wordt verstrekt over de
chemische samenstelling van het poriënwater of transportwater. |
| |
3.3 |
Het aantal hiervoor benodigde
monsterpunten kan lager zijn dan voor de opgave van de chemische
samenstelling. Volstaan kan worden met de opgave van het aantal
monsterpunten (n), de gemiddelde waarde benevens de maximumwaarde.
Op grond van de samenstelling en
afhankelijk van de hoeveelheid van de te lozen baggerspecie kan
het noodzakelijk zijn dat nadere informatie dient te worden
verstrekt, bijvoorbeeld betreffende de giftigheid, de
afbreekbaarheid, de carcinogeniteit, de genotoxiciteit, de
pathogeniteit en - indien mogelijk - ook betreffende het
accumulatiegedrag van de te lozen baggerspecie. Aangezien daarbij
van geval tot geval moet worden bezien welke informatie ontbreekt,
en welke resultaten van onderzoek in verband met een goede
beoordeling van het verzoek om ontheffing nog noodzakelijk zijn,
moet in dat geval betreffende de nog nader te verstrekken gegevens
overleg plaatsvinden tussen het bevoegd gezag en de verzoeker.
Onder gloeirest wordt verstaan het percentage van de droogrest dat
resteert na verhitting bij een temperatuur van 850°C. |
|
Vraag 4: |
|
Hierbij dient onder meer te worden
verduidelijkt wat de redenen zijn waarom van de eventueel
aanwezige verwerkings- of verwijderingsmogelijkheden geen gebruik
wordt gemaakt. |
Bijlage IV
Formulier C
RIJKSWATERSTAAT
Dienst Noordzee
Lange Kleiweg 34
Postbus 5807
2280 HV RIJSWIJK (ZH)
tel. (070) 3366600
fax (070) 3900691
Verzoek om ontheffing van bepalingen in
de Wet verontreiniging zeewater betreffende het verbranden van stoffen
|
1. |
VERZOEKER |
|
|
|
|
|
|
|
|
1. |
1. naam
2. adres
3. woonplaats
4. telefoon
5. telex
6. contactpersoon
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2. |
ALGEMENE GEGEVENS: |
|
|
|
|
|
|
|
|
2.1 |
Een globale omschrijving van de
aard van het bedrijf of de instelling van waar de stoffen
afkomstig zijn. (Beantwoorden in bijlage) |
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
Niet door verzoeker in te vullen |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Datum verzoek |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2.2 |
Betreft het stoffen die op dit
moment reeds vrijkomen?
Zo ja,
-
sinds wanneer?
-
op welke wijze worden de
stoffen momenteel verwerkt of verwijderd?
-
welke vergunningen of
ontheffingen zijn daarvoor verleend?
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2.3 |
Zijn in verband met de be- of
verwerking of verwijdering van de stoffen bij andere
overheidsinstanties aanvragen ingediend?
Zo ja,
-
op grond van welke wet?
-
datum en eventueel kenmerk
aanvraag?
-
overheidsinstantie door wie de
aanvraag wordt behandeld?
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2.4 |
Voor welke periode wordt de
ontheffing gevraagd? |
|
|
|
|
|
|
|
|
3. |
HERKOMST VAN DE STOFFEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
3.1 |
Een procesbeschrijving en een
processchema waaruit de opzet van de bedrijfsinstallatie(s)
waardoor of waarin processen plaatsvinden die leiden of kunnen
leiden tot het vrijkomen van stoffen duidelijk blijkt; zowel in de
beschrijving als in het processchema dient te worden aangegeven
welke stoffen waar en in welke mate ontstaan en vrijkomen; daarbij
dient, indien van toepassing, een beschrijving van inrichtingen
die dienen tot het terughouden van bestanddelen uit de te lozen
stoffen, zo mogelijk vergezeld van toelichtende tekeningen, te
worden verstrekt. (Beantwoorden in bijlage) |
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2 |
1. Welke basisstoffen,
eventuele tussenprodukten en hulpstoffen worden gebruikt en in
welke hoeveelheden?
2. Wat is het
omzettingsrendement?
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.3 |
Een opgave van de aard en de
hoeveelheid van de grondstoffen, hulpstoffen, tussenprodukten en
eindprodukten die naar redelijke verwachting binnen het bedrijf of
de instelling aanwezig kunnen zijn, voorzover deze tussen de te
lozen stoffen kunnen geraken. (Beantwoorden in bijlage) |
|
|
|
|
|
|
|
|
3.4 |
Een opgave van de redelijkerwijs
mogelijk te achten hoeveelheid en hoedanigheid van de stoffen die
ten gevolge van storingen, proefdraaien, in bedrijf stellen, uit
bedrijf nemen, schoonmaak- en herstelwerkzaamheden tussen de te
lozen stoffen kunnen geraken, alsmede een beschrijving van de
maatregelen of voorzieningen die door of vanwege de verzoeker
zullen worden getroffen om dit te voorkomen of te beperken.
(Beantwoorden in bijlage) |
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
KARAKTERISERING VAN DE TE
VERBRANDEN STOFFEN: |
|
|
|
|
|
|
|
|
4.1 |
1. In welke vorm (vloeibaar, vast
of gasvormig) worden de stoffen verbrand? |
|
|
|
|
|
|
|
| |
2. Wat is het gehalte aan vaste
stoffen? |
|
|
|
|
|
kg/m³ |
|
| |
3. Zijn de te verbranden stoffen
verpakt?
Zo ja,
-
waaruit bestaat de verpakking?
-
wat is de kwantitatieve
bijdrage daarvan?
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4.2 |
Chemische samenstelling: |
|
|
|
|
|
|
|
| |
De gehalten van de bestanddelen |
|
|
|
|
|
|
|
| |
1. Bestanddelen: |
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
n |
|
in gew. % |
|
|
analyse-methodiek |
|
| |
|
|
|
gem. |
|
max. |
|
|
| |
2. Bestanddelen: |
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
n |
|
in 10³ kg/m³ |
|
|
analyse-methodiek |
|
| |
|
|
|
gem. |
|
max. |
|
|
| |
kwik |
|
|
|
|
|
|
|
| |
cadmium |
|
|
|
|
|
|
|
| |
lood |
|
|
|
|
|
|
|
| |
arsenicum |
|
|
|
|
|
|
|
| |
koper |
|
|
|
|
|
|
|
| |
chroom |
|
|
|
|
|
|
|
| |
zink |
|
|
|
|
|
|
|
| |
nikkel |
|
|
|
|
|
|
|
| |
tin |
|
|
|
|
|
|
|
| |
ijzer |
|
|
|
|
|
|
|
| |
vanadium |
|
|
|
|
|
|
|
| |
beryllium |
|
|
|
|
|
|
|
| |
eventuele andere bestanddelen |
|
|
|
|
|
|
|
|
4.3 |
De totale hoeveelheid stoffen
waarop het verzoek om ontheffing betrekking heeft alsmede de
voorgenomen frequentie van verbranding |
gemiddeld
maximaal |
|
|
|
kg/j
kg/j |
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4.4 |
Eigenschappen |
|
|
|
|
|
|
|
| |
kleur |
|
|
|
|
|
|
|
| |
reuk |
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
n |
|
gem. |
|
max |
in |
|
| |
volumieke massa |
|
|
|
|
|
kg/m³ |
|
|
5 |
TRANSPORT, OVERSLAG EN OPSLAG VAN
DE STOFFEN: |
|
|
|
|
|
|
|
|
5.1 |
Op welke wijze worden de stoffen
getransporteerd van de plaats van herkomst naar de plaats van
waaruit de overslag in het verbrandingsvaartuig plaatsvindt? |
|
|
|
|
|
|
|
|
5.2 |
Vindt onderweg overslag of opslag
plaats?
Zo ja, waar? |
|
|
|
|
|
|
|
|
5.3 |
Waar vindt de overslag van de
stoffen in het verbrandingsvaartuig plaats? |
|
|
|
|
|
|
|
|
5.4 |
Worden de stoffen tijdens het
transport, de opslag, de overslag of in het verbrandingsvaartuig,
vermengd met andere stoffen?
Zo ja, geef een indicatie van de
aard en herkomst van deze stoffen. |
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
VERBRANDING VAN DE STOFFEN: |
|
|
|
|
|
|
|
|
6.1 |
1. naam verbrandingsvaartuig |
|
|
|
|
|
|
|
| |
2. vlaggestaat |
|
|
|
|
|
|
|
| |
3. type vaartuig |
|
|
|
|
|
|
|
| |
4. laadvermogen |
|
|
|
|
|
m³ |
|
| |
5. exploitant |
|
|
|
|
|
|
|
| |
6. toelichtende tekening of
beschrijving van het vaartuig |
|
|
|
|
|
(beantwoorden in bijlage) |
|
|
7 |
VOORKOMING VAN ONTSTAAN EN
VERWERKING/VERWIJDERING: |
|
|
|
|
|
|
|
| |
Een opgave van de onderzoekingen
die zijn of worden verricht en van de maatregelen die zijn of
worden getroffen teneinde:
a. het ontstaan van de
onderhavige stoffen tegen te gaan of de af te voeren
hoeveelheid te beperken bijvoorbeeld door wijziging van het
produktieproces.
b. door middel van verwerking
binnen het eigen bedrijf of door afgifte aan bedrijven die
bevoegd zijn deze stoffen te bewerken, te verwerken of te
vernietigen danwel anderszins te verwijderen, de afvoer van de
onderhavige stoffen naar zee te voorkomen. (Beantwoorden in
bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
De ondergetekende verklaart, dat hij/zij
dit formulier en de daarbij behorende bescheiden (te weten bijlage(n))
naar waarheid en zonder voorbehoud heeft ingevuld.
| |
Plaatsnaam |
datum |
| |
|
|
| |
Ondertekening: |
|
| |
(met vermelding van naam in
blokletters en functie) |
|
Toelichting bij bijlage IV
|
Algemeen: |
1. |
Indien de beschikbare ruimte
onvoldoende is om de vraag te beantwoorden kunt u het antwoord
separaat bijsluiten.
In het desbetreffende antwoordvakje
dient dit dan te worden aangegeven. |
| |
2. |
U wordt verzocht alle bijlagen te
dateren en te voorzien van naam en adres. |
| |
3. |
Indien met betrekking tot de
periode waarvoor om ontheffing wordt verzocht voornemens bestaan
die al dan niet rechtstreeks betrekking kunnen hebben op in dit
formulier bedoelde aspecten, dient de invloed van de voornemens op
deze aspecten in het formulier en eventueel in de bijlagen te
worden omschreven en zoveel mogelijk te worden gekwantificeerd. |
| |
4. |
Wanneer het verzoek om ontheffing
een zogenaamde "paraplu"- ontheffingen betreft, dan kan
bij het invullen van dit formulier worden volstaan met een globale
beantwoording. Bij paraplu-ontheffingen dient de specifieke
informatie namelijk te worden verstrekt i.v.m. de beoordeling van
een verzoek om toestemming in het kader van een dergelijke
ontheffing. |
|
Vraag 1: |
|
Indien de stoffen waarop het
verzoek betrekking heeft niet afkomstig zijn van de verzoeker
zelf, dient in een bijlage de naam en het adres van iedere
afzonderlijke aanbieder van de stoffen te worden vermeld. |
| |
1.1. |
Nodig voor de tenaamstelling van de
ontheffing. |
| |
1.6. |
Naam en functie van de persoon bij
wie nadere inlichtingen kunnen worden ingewonnen. |
|
Vraag 3: |
|
Indien het een mengsel van een
aantal stoffen betreft die bij verschillende processen vrijkomen,
dient van ieder proces afzonderlijk de hier gevraagde informatie
te worden verstrekt. |
|
Vraag 4: |
|
Indien de vorm, de samenstelling,
de eigenschappen of de hoeveelheid van de stoffen op het moment
van de verbranding wezenlijk afwijkt van de vorm, de
samenstelling, de eigenschappen of de hoeveelheid op het moment
dat de onderhavige stoffen vrijkwamen dient dit bij de
onderscheidenlijke aspecten in het verzoek om ontheffing duidelijk
te worden vermeld alsmede gekwantificeerd. |
| |
4.1. |
Onder vaste stoffen worden verstaan
de vaste bestanddelen die resteren na adequate filtratie en
centrifugatie. Bij aanwezigheid van vaste stoffen moet een
indicatie van de deeltjesgrootteverdeling worden verstrekt. |
| |
4.2. |
De ter bepaling hiervan gebruikte
analysemethodieken moeten worden aangegeven. Indien het een
mengsel van vaste en vloeibare stoffen betreft dient de opgave te
worden gedaan voor beide fasen. Onder n moet worden vermeld het
aantal analyseresultaten waarop het in de daaropvolgende kolom op
te geven gemiddelde gehalte is gebaseerd. |
| |
4.3. |
Indien meerdere processtromen
leiden tot de in 4.3. bedoelde hoeveelheid dan dient de verdeling
over de diverse processtromen te worden vermeld. |
| |
4.4. |
Op grond van de samenstelling en of
hoeveelheid van de te verbranden stoffen dienen bij verbranding
tevens gegevens te worden verstrekt betreffende het
vernietigingsrendement en de eventuele resterende onverbrande
verbindingen of tijdens de verbranding nieuw gevormde
verbindingen. Aangezien daarbij van geval tot geval moet worden
bezien welke specifieke informatie ontbreekt, en welke resultaten
van onderzoek in verband met een goede beoordeling van het verzoek
om ontheffing nog noodzakelijk zijn, moet in dat geval betreffende
de nog nader te verstrekken gegevens overleg plaatsvinden tussen
het bevoegd gezag en de verzoeker. |
|
Vraag 6: |
|
Hierbij dient een toelichtende
tekening van het verbrandingsvaartuig te worden verstrekt. Het
vereiste van een toelichtende tekening geldt niet wanneer de
verbranding plaatsvindt met een reeds door de
hoofdingenieur-directeur goegekeurd vaartuig. In dat geval is de
naam van het vaartuig voldoende. |
|
Vraag 7: |
|
Hierbij dient onder meer te worden
verduidelijkt wat de redenen zijn waarom van de eventueel
aanwezige verwerkings- of verwijderingsmogelijkheden geen gebruik
wordt gemaakt. |
Bijlage V
Formulier D
RIJKSWATERSTAAT
Dienst Noordzee
Lange Kleiweg 34
Postbus 5807
2280 HV RIJSWIJK (ZH)
tel. (070) 3366600
fax (070) 3900691
Verzoek tot wijziging van de aan een
ontheffing op grond van de Wet verontreiniging zeewater verbonden
voorschriften
|
1. |
HOUDER VAN DE ONTHEFFING |
|
|
1. |
1. naam
2. adres
3. woonplaats
4. telefoon
5. telex
6. contactpersoon
|
|
|
2. |
ONTHEFFING |
|
|
2. |
1. datum
2. nummer
|
|
| |
|
|
| |
|
Niet door verzoeker in te vullen |
| |
|
|
| |
|
Datum verzoek |
| |
|
|
|
3. |
BEOOGDE WIJZIGING: |
|
|
3. |
Een gemotiveerde omschrijving van
de beoogde wijziging |
|
De ondergetekende verklaart, dat hij/zij
dit formulier en de daarbij behorende bescheiden (te weten bijlage(n))
naar waarheid en zonder voorbehoud heeft ingevuld.
| |
Plaatsnaam |
datum |
| |
|
|
| |
Ondertekening: |
|
| |
(met vermelding van naam in
blokletters en functie) |
|
Toelichting:
1. Indien de beschikbare ruimte
onvoldoende is om de vraag te beantwoorden kunt u het antwoord
separaat bijsluiten. In het desbetreffende antwoordvakje dient dit dan
te worden aangegeven.
2. U wordt verzocht alle bijlagen te
dateren en te voorzien van naam en adres.
3. – Voorzover het verzoek verband
houdt met onderwerpen waaromtrent voor het verkrijgen van de onder b.
bedoelde ontheffing ter voldoening aan artikel 3 van de ministeriële
beschikking gegevens zijn verstrekt – een aanvulling van deze
gegevens.
|