BESLUIT van 22 augustus 1957, houdende vaststelling
van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van artikel 9 van
de Wet verplaatsing bevolking
WIJ JULIANA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en
Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie van 8 juli 1957, nr. U 10017,
Directie Openbare Orde en Veiligheid, Afdeling Algemene Zaken, Bureau
Juridische Zaken;
Gelet op artikel 9 van de Wet verplaatsing
bevolking;
De Raad van State gehoord (advies van 30 juli
1957, nr. 34);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en Publiekrechtelijke
Bedrijfsorganisatie van 9 augustus 1957, nr. 10130, Directie Openbare
Orde en Veiligheid, Afdeling Algemene Zaken, Bureau Juridische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. "Onze Minister": de Minister van Binnenlandse Zaken,
Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie;
b. "verplaatste personen": de personen die ingevolge de
Wet verplaatsing bevolking zijn verplaatst, alsmede degenen die tot
het gezin van een verplaatste persoon komen te behoren.
Artikel 2
1. Onze Minister kan bepalen, dat tot registratie van
verplaatste personen wordt overgegaan, dan wel, dat de bestaande
registratie wordt beλindigd.
2. Hij stelt regelen met betrekking tot deze registratie, de
bijhouding van de aan te leggen registers en het verstrekken van
inlichtingen uit die registers.
3. De in het tweede lid bedoelde registers maken geen deel uit
van de basisadministratie persoonsgegevens, bedoeld in de Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Artikel 3
Onze Minister kan bepalen, dat in alle of in door hem aan te wijzen
gemeenten, op de door hem aan te geven wijze, een onderzoek wordt
ingesteld naar de aanwezigheid in en de afwezigheid uit de gemeenten van
verplaatste personen.
Artikel 4
Wanneer Onze Minister heeft bepaald, dat tot registratie wordt
overgegaan, is iedere verplaatste persoon verplicht:
a. zich onverwijld ter registratie aan te melden bij de
burgemeester van de gemeente, in welke hij is gehuisvest, ongeacht
of hij al dan niet als ingezetene in de basisadministratie
persoonsgegevens van die gemeente is ingeschreven;
b. bij terugkeer naar de gemeente waar hij als ingezetene in de
basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven of, zo hij werd
gehuisvest in de gemeente, waar hij als ingezetene in de
basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, bij zijn
terugkeer naar zijn woning, de burgemeester van die gemeente
onverwijld van zijn terugkeer in kennis te stellen;
c. de burgemeester onverwijld kennis te geven van alle feiten en
omstandigheden, welke overigens voor een juiste registratie van
belang kunnen zijn;
d. op vordering van de burgemeester op een aan te geven plaats en
op een bepaald tijdstip persoonlijk te verschijnen tot het naar
waarheid verstrekken van gegevens, welke voor de registratie naar
het oordeel van de burgemeester nodig zijn.
Artikel 5
Overtreding van artikel 4 is een strafbaar feit in de zin van de Wet
verplaatsing bevolking.
Artikel 6
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit registratie
verplaatste personen.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken,
Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie is belast met de
uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden
geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van
State.
Soestdijk, 22 augustus 1957
JULIANA
De Minister van Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en
Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie,
Struycken
Uitgegeven de tiende september 1957
De Minister van Justitie,
Samkalden