| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet verplichte
deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000)
REGELING
BETREFFENDE AANVRAGEN OP GROND VAN
DE WET VERPLICHTE DEELNEMING IN EEN
BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS 2000
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2012
|
|
|
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op de artikelen 2, vierde lid, 10, tweede
lid, 11, zevende lid en 15, tweede lid, van de Wet verplichte deelneming
in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;
Besluit:
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet verplichte deelneming in een
bedrijfstakpensioenfonds 2000;
b. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel 2. Aanvraag van de verplichtstelling
De aanvraag van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 2, eerste
lid, van de wet, bevat:
a. een vermelding van de organisaties die om de verplichtstelling
vragen;
b. een toelichting op de aanvraag tot verplichtstelling;
c. een digitale tekst van de integrale omschrijving van de
gewenste werkingssfeer van de verplichtstelling, waarbij gebruik is
gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur;
d. een op papier geprinte versie van de digitale tekst, bedoeld
in onderdeel c, in viervoud;
e. een digitale tekst van de integrale statuten en reglementen,
waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur, en
f. een op papier geprinte versie van de digitale tekst, bedoeld
in onderdeel e, in viervoud;
g. een opgave van representativiteitsgegevens in de vorm van:
1°. het aantal werkgevers, dat lid is van de bij de aanvraag
van de verplichtstelling betrokken werkgeversorganisatie(s)
onderscheidenlijk het aantal werkgevers in de bedrijfstak waarop
de aanvraag van de verplichtstelling betrekking heeft, als mede
2°. het aantal werknemers in dienst van werkgevers die lid
zijn van de bij de aanvraag van de verplichtstelling betrokken
werkgeversorganisatie(s) onderscheidenlijk het aantal werknemers
werkzaam bij werkgevers in de bedrijfstak waarop de aanvraag van
de verplichtstelling betrekking heeft;
h. een toelichting op de wijze van de verzameling van de
representativiteitsgegevens, bedoeld in onderdeel g, waarbij gebruik
kan worden gemaakt van een daarvoor opgesteld formulier
representativiteitsgegevens, dat als bijlage bij deze regeling is
gevoegd, die in ieder geval het volgende bevat:
1°. een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen
werkgevers en werknemers zoals genoemd in onderdeel g, onder 1°
en 2°;
2°. een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;
3°. een opgave van de wijze van meting;
4°. een opgave van de peildatum of de periode waarop de
cijfers betrekking hebben;
5°. een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het
domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan
de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds of dat deel
van het bedrijfstakpensioenfonds waarop de aanvraag van de
verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in
de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds uitgesloten
categorieën werknemers in de tellingen buiten beschouwing zijn
gelaten.
Artikel 2a. Meerderheid van minder dan 60%
1. Indien op grond van de opgave, bedoeld in artikel 2, onderdeel
g, het aantal werknemers in dienst van georganiseerde werkgevers een
meerderheid vertegenwoordigt van minder dan 60% van het totale aantal
werknemers als bedoeld in dat artikelonderdeel dan wel, indien tegen
verplichtstelling ingebrachte zienswijzen daartoe aanleiding geven,
wordt de toelichting op de wijze van verzameling van de
representativiteitsgegevens, bedoeld in artikel 2, onderdeel h,
gegeven aan de hand van het in dat artikelonderdeel bedoelde formulier
representativiteitsgegevens.
2. De minister kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in
artikel 2, onderdeel g, verlangen dat een nadere rapportage over de
juistheid van die opgave van een registeraccountant of een
accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, wordt
overgelegd.
Artikel 3. Aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling
De aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling, bedoeld in
artikel 10, eerste lid, van de wet, bevat:
a. een vermelding van de organisaties die om wijziging van de
verplichtstelling vragen;
b. een toelichting op de aanvraag tot wijziging van de
verplichtstelling;
c. een digitale tekst van de integrale omschrijving van de
werkingssfeer van de verplichtstelling zoals deze zou komen te
luiden na de gewenste wijziging, waarbij gebruik is gemaakt van
algemeen gebruikte programmatuur, en
d. een op papier geprinte versie van de digitale tekst, bedoeld
in onderdeel c in viervoud;
e. een opgave van representativiteitsgegevens in de vorm van:
1°. het aantal werkgevers dat lid is van de bij de aanvraag
tot wijziging van de verplichtstelling betrokken
werkgeversorganisatie(s) onderscheidenlijk het aantal werkgevers
in de bedrijfstak waarop de aanvraag tot wijziging van de
verplichtstelling betrekking heeft, als mede
2°. het aantal werknemers in dienst van werkgevers die lid
zijn van de bij de aanvraag tot wijziging van de
verplichtstelling betrokken werkgeversorganisatie(s)
onderscheidenlijk het aantal werknemers werkzaam bij werkgevers
in de bedrijfstak waarop de aanvraag tot wijziging van de
verplichtstelling betrekking heeft;.
f. een toelichting op de wijze van de verzameling van de
representativiteitsgegevens, bedoeld in onderdeel e, waarbij gebruik
kan worden gemaakt van een daarvoor opgesteld formulier
representativiteitsgegevens, dat als bijlage bij deze regeling is
gevoegd, die in ieder geval het volgende bevat:
1°. een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen
werkgevers en werknemers zoals genoemd onder onderdeel e, onder
1° en 2°;
2°. een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;
3°. een opgave van de wijze van meting;
4°. een opgave van de peildatum of de periode waarop de
cijfers betrekking hebben;
5°. een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het
domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan
de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds of dat deel
van het bedrijfstakpensioenfonds waarop de aanvraag tot
wijziging van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is
duidelijk dat in de werkingssfeer van het
bedrijfstakpensioenfonds uitgesloten categorieën werknemers in
de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.
Artikel 3a. Meerderheid van minder dan 60%
1. Indien op grond van de opgave, bedoeld in artikel 3, onderdeel
e, het aantal werknemers in dienst van georganiseerde werkgevers een
meerderheid vertegenwoordigt van minder dan 60% van het totale aantal
werknemers als bedoeld in dat artikelonderdeel dan wel, indien tegen
wijziging van de verplichtstelling ingebrachte zienswijzen daartoe
aanleiding geven, wordt de toelichting op de wijze van verzameling van
de representativiteitsgegevens, bedoeld in artikel 3, onderdeel f,
gegeven aan de hand van het in dat artikelonderdeel bedoelde formulier
representativiteitsgegevens.
2. De minister kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in
artikel 3, onderdeel e, verlangen dat een nadere rapportage over de
juistheid van die opgave van een registeraccountant of een
accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, wordt
overgelegd.
Artikel 4. Aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling
1. De aanvragen tot intrekking van de verplichtstelling, bedoeld in
artikel 11, tweede en derde lid, van de wet, bevatten:
a. een vermelding van de organisaties die om intrekking van de
verplichtstelling vragen, en
b. een toelichting op de aanvraag tot intrekking van de
verplichtstelling,
c. een opgave van:
1°. het aantal werkgevers dat lid is van de bij de
aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrokken
werkgeversorganisatie(s) en onderscheidenlijk het aantal
werkgevers in de bedrijfstak waarop de aanvraag tot intrekking
van de verplichtstelling betrekking heeft als mede
2°. het aantal werknemers in dienst van werkgevers die lid
zijn van de bij de aanvraag tot intrekking van de
verplichtstelling betrokken werkgeversorganisatie(s) en
onderscheidenlijk het aantal werknemers werkzaam bij
werkgevers in de bedrijfstak waarop de aanvraag tot intrekking
van de verplichtstelling betrekking heeft;.
d. een toelichting op de wijze van de verzameling van de
representativiteitsgegevens, waarbij gebruik kan worden gemaakt
van een daarvoor opgesteld formulier representativiteitsgegevens,
dat als bijlage bij deze regeling is gevoegd, die in ieder geval
het volgende bevat:
1°. een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen
werkgevers en werknemers zoals genoemd onder onderdeel c,
onder 1° en 2°.
2°. een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;
3°. een opgave van de wijze van meting;
4°. een opgave van de peildatum of de periode waarop de
cijfers betrekking hebben;
5°. een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het
domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn
aan de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds of dat
deel van het bedrijfstakpensioenfonds waarop de aanvraag tot
intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij
dient ook duidelijk te zijn dat in de werkingssfeer van het
bedrijfstakpensioenfonds uitgesloten categorieën werknemers
in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.
2. Onverminderd het eerste lid bevat de aanvraag tot intrekking van
de verplichtstelling voor een deel van de bedrijfstak, bedoeld in
artikel 11, derde lid, van de wet, tevens:
a. een digitale tekst van de integrale omschrijving van de
gewenste werkingssfeer van de verplichtstelling zoals deze zou
komen te luiden na de gewenste intrekking van de verplichtstelling
voor een deel van de bedrijfstak, waarbij gebruik is gemaakt van
algemeen gebruikte programmatuur;
b. een op papier geprinte versie van de digitale tekst, bedoeld
in onderdeel a, in viervoud, en
c. een actuariële berekening waaruit de financiële gevolgen
van de gedeeltelijke intrekking voor het bedrijfstakpensioenfonds
blijken.
Artikel 4a. Meerderheid van minder dan 60%
1. Indien op grond van de opgave, bedoeld in artikel 4, eerste lid,
onderdeel c, het aantal werknemers in dienst van georganiseerde
werkgevers een meerderheid vertegenwoordigt van minder dan 60% van het
totale aantal werknemers als bedoeld in dat artikellidonderdeel dan
wel, indien tegen intrekking van de verplichtstelling ingebrachte
zienswijzen daartoe aanleiding geven, wordt de toelichting op de wijze
van verzameling van de representativiteitsgegevens, bedoeld in artikel
4, eerste lid, onderdeel d, gegeven aan de hand van het in dat
artikellidonderdeel bedoelde formulier representativiteitsgegevens.
2. De minister kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in
artikel 4, eerste lid, onderdeel c, verlangen dat een nadere
rapportage over de juistheid van die opgave van een registeraccountant
of een accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd
is, wordt overgelegd.
Artikel 5. Aanvraag tot ontheffing
1.De aanvraag tot ontheffing, bedoeld in artikel 15, eerste lid,
van de wet wordt gedaan door de persoon voor wie ontheffing wordt
gevraagd, dan wel namens die persoon door de persoon of rechtspersoon
waarvoor hij werkzaam is.
2.De aanvraag tot ontheffing, bedoeld in artikel 15, eerste lid,
van de wet vermeldt:
a. de naam en geboortedatum van de persoon waarvoor de
ontheffing wordt gevraagd;
b. de naam van het bedrijfstakpensioenfonds waaraan de
betrokkene verplicht zou zijn deel te nemen;
c. de termijn waarvoor de ontheffing wordt gevraagd;
d. het land van herkomst van de betrokkene;
e. een verklaring van de persoon voor wie ontheffing wordt
gevraagd dan wel van de persoon of rechtspersoon waarvoor hij
werkzaam is, waarin wordt aangegeven of er een pensioenvoorziening
wordt voortgezet in het land van herkomst.
Artikel 6. Behandeling aanvragen
De aanvraag, bedoeld in artikel 2, 3, 4 of 5 wordt eerst in
behandeling genomen wanneer alle van belang zijnde gegevens en
bescheiden, genoemd in die artikelen, bij de aanvraag zijn gevoegd.
Artikel 6a. Termijnen
1. De minister beslist zo spoedig mogelijk op de aanvraag, bedoeld
in artikel 2, 3, of 4, doch uiterlijk binnen zesentwintig weken na de
datum van mededeling in de Staatscourant van de aanvraag tot
verplichtstelling, de aanvraag betreffende wijziging van de
verplichtstelling, dan wel de aanvraag tot intrekking van een
verplichtstelling.
2. Indien in verband met het nemen van een besluit als bedoeld in
het eerste lid informatie of advies is gevraagd aan een persoon of
instantie kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, ten hoogste twee
maal worden verlengd met een periode van maximaal dertien weken en
worden verzoekende partijen van deze verlenging schriftelijk in kennis
gesteld.
3. Indien verzoekende partijen niet of niet volledig binnen zes
weken reageren op een verzoek van de minister of de Nederlandsche Bank
om aanvullende informatie dan wel binnen acht weken in geval van een
verzoek van de Nederlandsche Bank om wijziging van statuten of
reglementen, krijgen zij vier weken om alsnog te reageren. Indien ook
na deze periode niet of niet volledig is gereageerd wordt de aanvraag,
bedoeld in artikel 2,3 of 4, niet verder behandeld. Hiervan wordt
mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 7. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
Artikel 8. Citeertitel
De regeling wordt aangehaald als: Regeling betreffende aanvragen op
grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds
2000.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 21 december 2000.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
|
|
|