|
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op artikel 14, tweede lid, van de Wet
verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;
Besluit:
Artikel 1. De aanvraag
De aanvraag tot vrijstelling van de verplichtstelling van een persoon
die gemoedsbezwaren heeft tegen iedere vorm van verzekering alsmede van
een rechtspersoon waarbij natuurlijke personen betrokken zijn, die
zodanige bezwaren hebben, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet
verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, geschiedt
door indiening van een door de aanvrager ondertekende verklaring. Deze
verklaring houdt ten minste in dat de aanvrager overwegende
gemoedsbezwaren heeft tegen elke vorm van verzekering en mitsdien noch
zichzelf, noch iemand anders, noch zijn eigendommen heeft verzekerd. Uit
een door een werkgever ingediende verklaring moet voorts blijken of deze
ook gemoedsbezwaren heeft tegen de nakoming van de hem als werkgever
opgelegde verplichtingen.
Artikel 2. Aanvraag betreffende een
rechtspersoon
1. Indien de aanvraag een rechtspersoon
betreft, wordt de aanvraag ingediend door het op grond van de wet of op
grond van de statuten van de rechtspersoon daartoe bevoegde orgaan.
2. Onverminderd artikel 1 bevat de aanvraag, bedoeld in het
eerste lid, tevens een verklaring dat de natuurlijke personen die
behoren tot het orgaan dat bevoegd is de aanvraag in te dienen, in
meerderheid overwegende gemoedsbezwaren hebben.
3. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gevoegd:
a. een gewaarmerkt afschrift van de statuten van de rechtspersoon,
en
b. een gewaarmerkt afschrift van de notulen van de vergadering
waarin het besluit tot het aanvragen van de vrijstelling is opgenomen.
Artikel 3. Indienen van de aanvraag
1. De in de artikelen 1 en 2 bedoelde
verklaring wordt ingediend bij het bedrijfstakpensioenfonds.
2. Het bedrijfstakpensioenfonds onderzoekt of de verklaring
overeenkomstig de waarheid is.
Artikel 4. Verlenen van de aanvraag
1. Indien de verklaring naar de mening
van het bedrijfstakpensioenfonds overeenkomstig de waarheid is, verleent
deze de vrijstelling.
2. Aan de vrijstelling kunnen voorwaarden worden verbonden die
noodzakelijk zijn in verband met de administratie van het
bedrijfstakpensioenfonds.
3. Aan een werkgever die heeft verklaard geen gemoedsbezwaren te
hebben tegen de nakoming van de hem als werkgever opgelegde
verplichtingen, kan op die grond een vrijstelling van de hem anders dan
in zijn hoedanigheid van werkgever opgelegde verplichtingen niet worden
geweigerd.
Artikel 5. Bewijs van vrijstelling
1. Van de verleende vrijstelling wordt
door het bedrijfstakpensioenfonds een bewijs uitgereikt.
2. De persoon of rechtspersoon die is vrijgesteld van zijn
verplichtingen als werkgever, is verplicht te zorgen dat het hem
uitgereikte bewijs van vrijstelling of een afschrift daarvan wordt en
blijft opgehangen op een plaats, welke vrij toegankelijk is voor alle in
zijn dienst zijnde werknemers en waar deze geregeld plegen te komen, op
zodanig wijze, dat van hetgeen op het desbetreffende stuk staat vermeld,
gemakkelijk kan worden kennisgenomen.
Artikel 6. Spaarbijdragen
1. De persoon of rechtspersoon die is
vrijgesteld, betaalt dezelfde bijdragen welke hij verschuldigd zou zijn
indien hij geen vrijstelling had, aan het bedrijfstakpensioenfonds in de
vorm van spaarbijdragen. In de statuten en reglementen wordt geregeld
waarop deze spaarbijdragen recht geven.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een
werkgever die niet is vrijgesteld, met betrekking tot de bijdragen die
hij verschuldigd is voor een werknemer, die wel is vrijgesteld.
3. Een werknemer die niet is vrijgesteld en in dienst is van een
werkgever die wel is vrijgesteld, betaalt de door hem verschuldigde
bijdragen rechtstreeks aan het bedrijfstakpensioenfonds. In de statuten
en reglementen worden de pensioenaanspraken geregeld, waarop deze
bijdragen recht geven.
4. Indien een werknemer die niet is vrijgesteld en in dienst is
van een werkgever die wel is vrijgesteld, daartoe aan het
bedrijfstakpensioenfonds een verzoek doet, worden de door de werkgever
reeds betaalde spaarbijdragen en door het bedrijfstakpensioenfonds nog
niet uitgekeerde, alsmede de door de werkgever nog verschuldigde
spaarbijdragen omgezet in evenredige pensioenaanspraken ten behoeve van
die werknemer. De laatste zin van het derde lid is van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 7. Spaarrekening
1. De op grond van artikel 6, eerste en
tweede lid, ten behoeve van een persoon betaalde spaarbijdragen worden
door of namens het bedrijfstakpensioenfonds geboekt op een die persoon
betreffende spaarrekening.
2. In de statuten of reglementen van het bedrijfstakpensioenfonds
wordt aangegeven in welke gevallen en tot welke bedragen de persoon ten
name van wie de spaarbijdragen zijn betaald, gerechtigd is gelden
daarvan op te nemen.
Artikel 8. Uit dienst treden werknemer
In de statuten of reglementen van het bedrijfstakpensioenfonds worden
afzonderlijk de gevolgen geregeld van het uit dienst treden van een
werknemer die niet is vrijgesteld, bij een werkgever die wel is
vrijgesteld, indien:
a. ten aanzien van die werknemer de bedrijfstakpensioenregeling
van toepassing wordt;
b. ten aanzien van die werknemer een andere pensioenregeling van
toepassing wordt;
c. ten aanzien van die werknemer geen enkele pensioenregeling van
toepassing wordt.
Artikel 9. Intrekken en vervallen van de
vrijstelling
1. Een vrijstelling wordt door het
bedrijfstakpensioenfonds ingetrokken:
a. op verzoek van de persoon of rechtspersoon aan wie de
vrijstelling is verleend;
b. indien naar het oordeel van het bedrijfstakpensioenfonds de
gemoedsbezwaren op grond waarvan de vrijstelling is verleend, niet
langer geacht kunnen worden te bestaan.
2. De vrijstelling kan door het bedrijfstakpensioenfonds worden
ingetrokken indien de betrokkene de bij de vrijstelling gestelde
voorwaarden niet of niet behoorlijk naleeft.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid vervalt de vrijstelling,
die is verleend aan een rechtspersoon, na verloop van vijf jaar na de
datum van ingang van de vrijstelling. Met ingang van de datum waarop een
vrijstelling is vervallen, kan een nieuwe vrijstelling worden verleend.
4. In de statuten of reglementen van het bedrijfstakpensioenfonds
worden de gevolgen geregeld van de intrekking of het vervallen van een
vrijstelling.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
Artikel 11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gemoedsbezwaarden Bpf
2000.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
`s-Gravenhage, 21 december 2000.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
|