| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet vervoer
gevaarlijke stoffen (Wvgs)
BESLUIT
VERVOER GEVAARLIJKE STOFFEN
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 5 juni 1996, houdende vaststelling van
nadere regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 30 oktober
1995, nr. G5/V525203, Directoraat-Generaal voor het Vervoer;
Gelet op de artikelen 3, 6, 12 en 61 van de Wet
vervoer gevaarlijke stoffen;
De Raad van State gehoord (advies van 15
januari 1996, nr. W09.95.0579);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat van 24 mei 1996, nr. WJZ/V-622587,
Directoraat-Generaal voor het Vervoer;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
b. ADR: Accord Européen relatif au transport international des
marchandises dangereuses par route;
c. ADNR: Règlement pour le transport des matières dangereuses
sur le Rhin;
d. RID: Règlement concernant le transport international
ferroviaire des marchandises dangereuses;
e. ontplofbare stoffen en voorwerpen: ontplofbare stoffen en
voorwerpen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b,
1°, van de wet.
Artikel 2
1. Overeenkomstig het ADR, het ADNR, het RID dan wel anderszins
ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van
volkenrechtelijke organisaties, worden bij ministeriële regeling
gevaarlijke stoffen of categorieën van gevaarlijke stoffen aangewezen
ten aanzien waarvan het verrichten van handelingen als bedoeld in
artikel 2, eerste lid, van de wet met daarbij aangewezen
vervoermiddelen:
a. niet is toegestaan; of
b. is toegestaan mits daarbij gestelde regels in acht zijn genomen.
2. Een regeling als bedoeld in het eerste lid kan aanvullende
voorschriften bevatten.
§ 2. Bijzondere bepalingen
Artikel 3
Indien bij het vervoer van gevaarlijke stoffen met een voertuig voor
het kruisen van een binnenwater gebruik wordt gemaakt van een vaartuig,
zijn ten aanzien van dit vervoer uitsluitend van toepassing de bij of
krachtens dit besluit met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke
stoffen over land gegeven voorschriften.
Artikel 4
1. Het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 2,
eerste lid, van de wet is toegestaan met alle vervoermiddelen, voor
zover het betreft handelingen:
a. door ambtenaren, bedoeld in de artikelen 34 en 44 van de wet,
voor zover verricht in de uitoefening van hun bij of krachtens de wet
opgedragen taak met de desbetreffende gevaarlijke stoffen;
b. met ontplofbare stoffen en voorwerpen door ambtenaren die als
zodanig bevoegd zijn tot het dragen van wapens, voor zover die
ontplofbare stoffen en voorwerpen behoren tot hun uitrusting;
c. door ambtenaren van onder Onze Minister van Defensie
ressorterende opruimingsdiensten van explosieven ten behoeve van het
ruimen van ontplofbare stoffen en voorwerpen;
d. door personen die ingevolge de Wet wapens en munitie bevoegd
zijn munitie voorhanden te hebben, met ten hoogste 2
000
stuks munitie of onderdelen van munitie voor geweren, revolvers en
pistolen met een kaliber van ten hoogste 19,1 mm, onderscheidenlijk met
ten hoogste 2 000
lege hulzen voorzien van een ontstekingsmiddel en ten hoogste één
kilogram voor vulling van deze hulzen bestemd zwart of rookzwak
buskruit;
e. met munitie behorend bij toestellen voor beroepsdoeleinden die
geschikt zijn om projectielen af te schieten, voor zover gebruikt ten
behoeve van beroep of onderneming, in een hoeveelheid van ten hoogste 10
000
stuks munitie onderscheidenlijk drie kilogram ontplofbare stof;
f. door landbouwondernemers of hun personeel voor het vervoer van
gewasbeschermingsmiddelen of biociden, voor zover daarover krachtens
artikel 2 voorschriften zijn gegeven, tussen hun landbouwbedrijf en
daarbij behorende landbouwgronden via de redelijkerwijs kortste of
snelste route;
g. anders dan ten behoeve van beroep of onderneming, met gevaarlijke
stoffen die geschikt en bestemd zijn voor eigen huishoudelijk gebruik,
in hoeveelheden die daarmee redelijkerwijs in overeenstemming zijn; of
h. met verpakt of onverpakt consumentenvuurwerk als bedoeld in het
Vuurwerkbesluit, voor eigen gebruik, in een hoeveelheid van ten hoogste
10 kilogram per vervoermiddel.
2. Het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 2,
eerste lid, van de wet, is toegestaan, voor zover het betreft
handelingen met:
a. munitie voor noodsignaalmiddelen als bedoeld in artikel 8 van
het Besluit wapens en munitie; of
b. de bij of krachtens de Schepenwet voorgeschreven
reddingsmiddelen en voorzieningen;
aan boord van het vaartuig tot de uitrusting waarvan zij
redelijkerwijs behoren.
3. Bij ministeriële regeling kunnen gevaarlijke stoffen worden
aangewezen ten aanzien waarvan handelingen als bedoeld in artikel 2,
eerste lid, van de wet, zijn toegestaan onder bij die regeling gegeven
voorschriften en beperkingen, indien:
a. de gevaarzetting van die handelingen beperkt is; en
b. die voorschriften en beperkingen uitsluitend betreffen:
1°. aangelegenheden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de
wet,
2°. het vervoermiddel,
3°. de vervoerde stoffen,
4°. de bij het vervoer betrokken personen,
5°. de wijze van vervoeren,
6°. de verpakkingen, of
7°. de melding voorafgaande aan het verrichten van een handeling
als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
4. De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde handelingen
zijn uitsluitend toegestaan, indien op een wijze die in overeenstemming
is met de gevaarzetting van de desbetreffende gevaarlijke stof:
a. de stof deugdelijk is verpakt of bewaard, en
b. de handelingen met de vereiste behoedzaamheid geschieden.
5. Voor een deugdelijke verpakking of bewaring als bedoeld in het
vierde lid wordt mede in aanmerking genomen of de verpakking en de
sluiting:
a. behoorlijk zijn afgesloten en ongewild verlies van de inhoud
tegengaan, behoudens, indien nodig, de aanwezigheid van
ontluchtingsventielen of andersoortige veiligheidsvoorzieningen;
b. geschikt zijn voor de desbetreffende stof en vervaardigd van
materiaal dat niet door de stof kan worden aangetast, noch hiermee een
gevaarlijke reactie kan aangaan of een gevaarlijke verbinding kan
vormen;
c. niet kunnen losraken; en
d. voldoende sterk en bestand zijn tegen normale behandeling en
normale vervoersomstandigheden.
Artikel 5
1. Bij ministeriële regeling worden gevaarlijke stoffen
aangewezen als gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 12, eerste lid,
van de wet:
a. voor zover de gevaarzetting van de desbetreffende stof daartoe
aanleiding geeft;
b. in nader te bepalen hoeveelheden.
2. Tot de stoffen, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder
geval gerekend de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel b van de wet:
a. onder 1°;
b. onder 2°, voor zover deze stoffen in het ADR als giftig worden
aangemerkt;
c. onder 3°, 5°, 6°, 7°, 9° en 11°, voor zover deze stoffen
in het ADR als zeer gevaarlijk worden aangemerkt.
3. Bij ministeriële regeling kunnen voor het vervoer over de
binnenwateren of over de spoorwegen gevaarlijke stoffen, in nader te
bepalen gevallen, worden aangewezen als gevaarlijke stoffen, bedoeld in
artikel 12, tweede lid, van de wet:
a. voor zover de gevaarzetting van de desbetreffende stof daartoe
aanleiding geeft;
b. in nader te bepalen hoeveelheden.Het tweede lid is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ADR gelezen
wordt: ADNR onderscheidenlijk RID.
§ 3. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6 [Vervallen per 01-03-2002]
Artikel 7
1. Na de inwerkingtreding van dit besluit
berusten de ministeriële regelingen die zijn vastgesteld krachtens het
Reglement Gevaarlijke Stoffen op dit besluit.
2. Voor zover ministeriële regelingen als bedoeld in het eerste
lid betrekking hebben op onderwerpen die tevens bij of krachtens de wet
zijn geregeld, blijven deze buiten toepassing.
Artikel 8
[Wijzigt het Algemeen Reglement Vervoer]
Artikel 9
[Wijzigt het Besluit verpakking en etikettering diergenees middelen]
Artikel 10
De Wet vervoer gevaarlijke stoffen, met uitzondering van artikel 57
van die wet, en dit besluit treden in werking met ingang van de eerste
dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin dit besluit wordt geplaatst.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vervoer gevaarlijke
stoffen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 5 juni 1996
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de twintigste juni 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|