|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op Richtlijn nr. 96/35/EG van de Raad van
de Europese Gemeenschappen van 3 juni 1996, betreffende de aanwijzing en
de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van
gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren (PbEG
L 145), artikel 49 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en artikel 2
van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;
Besluit:
§ 1. Toepassingsbereik
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. wet: Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
c. richtlijn: richtlijn nr. 96/35/EG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 3 juni 1996 betreffende de aanwijzing en de
beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van
gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren (PbEG
L 145);
d. onderneming: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid
optredend organisatorisch verband, natuurlijke personen daaronder
begrepen, dat handelingen verricht als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdelen a, d en e van de wet, met de stoffen die zijn opgenomen in
bijlage 1 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen, met
een vaartuig, een voertuig dat bestemd is voor het vervoer over land of
een voertuig dat bestemd is voor het vervoer per spoor;
e. bedrijfsleider: degene die de feitelijke leiding heeft over de
werkzaamheden binnen de onderneming;
f. Stichting: Stichting, bedoeld in artikel 6.
2. Een wijziging van de richtlijn gaat voor de toepassing van
deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken
wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
Artikel 2
Deze regeling is niet van toepassing:
a. op ondernemingen die uitsluitend gevaarlijke stoffen over de
weg of per spoor vervoeren in hoeveelheden in dezelfde
transporteenheid onderscheidenlijk dezelfde spoorwagen, die kleiner
zijn dan de maximumhoeveelheden, bedoeld in randnummer 1.1.3.6 van
bijlage 1 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke
stoffen of, voor zover het betreft vervoer over de binnenwateren,
randnummer 1.1.3.6 van bijlage 1 bij de Regeling vervoer over
de binnenwateren van gevaarlijke stoffen;
b. voorzover de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met
zeeschepen van toepassing is;
c. voorzover randnummer 1.1.3.1 van bijlage 1 bij de
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen van toepassing
is;
d. voorzover randnummers 1.1.3.1 en 1.1.3.3 van bijlage 1
bij de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke
stoffen van toepassing zijn, of
e. voorzover randnummer 1.1.3.1 van bijlage 1 bij de
Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen van
toepassing is.
§ 2. De veiligheidsadviseur
Artikel 3
1. De bedrijfsleider wijst een
veiligheidsadviseur aan.
2. De veiligheidsadviseur draagt er onder verantwoordelijkheid
van de bedrijfsleider zorg voor, dat de handelingen, bedoeld in artikel
1, eerste lid, onderdeel d, met inachtneming van de toepasselijke
regelgeving gemakkelijker en onder optimale veiligheidsvoorwaarden
kunnen plaatsvinden. Hij verricht daartoe de taken, genoemd in bijlage
1.
Artikel 4
1. De veiligheidsadviseur beschikt over een geldig
vakbekwaamheidscertificaat als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
onderdeel b.
2. Een geldig certificaat is in overeenstemming met de
activiteiten van het bedrijf ten behoeve waarvan de veiligheidsadviseur
werkzaam is, en kan beperkt zijn tot een of meer takken van vervoer,
onderscheidenlijk tot een of meer categorieλn gevaarlijke stoffen,
bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel a.
3. Het opschrift van het certificaat vermeldt een beperking als
bedoeld in het tweede lid.
Artikel 5
1. Wanneer zich bij de in artikel 1, eerste lid, onderdeel d,
bedoelde handelingen een ongeval heeft voorgedaan dat personen in
gevaar heeft gebracht of schade heeft veroorzaakt aan zaken of het
milieu, stelt de veiligheidsadviseur van de betrokken onderneming, na
alle ter zake dienende inlichtingen te hebben ingewonnen, ten behoeve
van de leiding van de onderneming een ongevallenrapport op.
2. De bedrijfsleider bewaart het ongevallenrapport gedurende ten
minste vijf jaar.
§ 3. Opleiding van de veiligheidsadviseur
Artikel 6
1. De Stichting Centraal Bureau
Rijvaardigheidsbewijzen is verantwoordelijk voor:
a. het afnemen van het examen voor de veiligheidsadviseur;
b. het verstrekken van vakbekwaamheidscertificaten;
c. het afnemen van het bijscholingsexamen; en
d. het verstrekken van het bewijs ter verlenging van het
vakbekwaamheidscertificaat.
2. De Stichting stelt het examenreglement, de eindtermen en de
examenvragen vast in overeenstemming met de Minister.
3. De Minister kan de Stichting nadere voorschriften geven, niet
zijnde bijzondere aanwijzingen, inzake de werkzaamheden, genoemd in het
eerste lid.
4. De Stichting legt een verzameling aan van de vastgestelde
examenvragen. Zij zendt deze verzameling regelmatig aan de Commissie van
de Europese Gemeenschappen.
Artikel 7
1. Het examen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a,
strekt ertoe vast te stellen of de kandidaat over het kennisniveau
beschikt dat vereist is om de taken van veiligheidsadviseur te kunnen
vervullen.
2. Na een met goed gevolg afgelegd examen ontvangt de kandidaat
ten blijke daarvan een vakbekwaamheidscertificaat.
3. Het examen berust op het uitgangspunt dat de op het examen
gerichte opleiding tot doel heeft voldoende kennis te verschaffen over:
a. de gevaren die zijn verbonden aan de handelingen, bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel d;
b. de wettelijke voorschriften betreffende de betrokken takken van
vervoer; en
c. de onderwerpen, genoemd in bijlage 1.
4. Het examen:
a. bestaat uit een schriftelijk gedeelte dat gericht is op de tak
van vervoer waarvoor het certificaat zal worden afgegeven,
onderscheidenlijk op een of meer van de volgende categorieλn
gevaarlijke stoffen als bedoeld in de Regeling vervoer over land van
gevaarlijke stoffen:
1Ί. klasse 1,
2Ί. klasse 2,
3Ί. klasse 7,
4Ί. de klassen 3, 4.1, 4.2, 4.3, 4.5, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 en
9, of
5Ί. de VN-nummers 1202, 1203 en 1223;
b. kan tevens bestaan uit een mondeling gedeelte;
c. bevat een met bijlage 1 samenhangende casuspositie;
d. heeft in ieder geval betrekking op de in bijlage 2 bedoelde
aangelegenheden.
5. Het examen bestaat uit ten minste 20 open vragen. In plaats
van een of meer open vragen kan een dubbel aantal meerkeuzevragen worden
gesteld.
Artikel 8
1. De Stichting stelt het vakbekwaamheidscertificaat, bedoeld
in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, op conform het model, bedoeld
in bijlage III bij de richtlijn.
2. Een geldig vakbekwaamheidscertificaat dat op basis van de
richtlijn in een der andere lidstaten van de Europese Unie is verstrekt,
heeft een gelijke geldigheid als het vakbekwaamheidscertificaat, bedoeld
in artikel 6, eerste lid, onderdeel b.
Artikel 9
Een bewijs ter verlenging van het vakbekwaamheidscertificaat als
bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, wordt verstrekt aan
degene die:
a. met goed gevolg een door de Stichting afgenomen
bijscholingsexamen heeft afgelegd; of
b. ten genoegen van de Stichting aantoont in voldoende mate een
bijscholingscursus te hebben gevolgd:
1Ί. waarvan het niveau overeenkomt met dat van het
bijscholingsexamen, en
2Ί. die is afgesloten niet langer dan dertien weken voor de
aanvraag van het bewijs ter verlenging van het
vakbekwaamheidscertificaat.
Artikel 10
1. Het vakbekwaamheidscertificaat heeft een geldigheidsduur van
vijf jaar.
2. De geldigheidsduur van het vakbekwaamheidscertificaat wordt
van rechtswege met vijf jaar verlengd, indien de betrokkene in het
laatste jaar van geldigheid de beschikking krijgt over een
bijscholingscertificaat.
Artikel 11
De artikelen 4, 5 en 6, eerste lid, van de Tariefregeling vervoer
gevaarlijke stoffen zijn van toepassing op de activiteiten, genoemd in
artikel 6, eerste lid.
§ 4. Slotbepalingen
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking op 31 december 1999.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veiligheidsadviseur
vervoer gevaarlijke stoffen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos.
Bijlage 1, bedoeld in artikel 3, tweede lid
De veiligheidsadviseur is in het bijzonder belast met de volgende
taken:
nagaan of de voorschriften betreffende het vervoer van
gevaarlijke goederen worden nageleefd;
de onderneming van advies dienen bij werkzaamheden die het
vervoer van gevaarlijke goederen betreffen;
een voor de bedrijfsleiding of in voorkomend geval voor een
plaatselijke overheid bestemd jaarverslag opstellen over de
activiteiten van de onderneming met betrekking tot het vervoer van
gevaarlijke goederen. Deze verslagen worden vijf jaar bewaard en
desgewenst ter beschikking gesteld van de nationale autoriteiten.
De taken van de adviseur omvatten daarnaast met name de bestudering
van de volgende praktijken en procedures met betrekking tot de betrokken
activiteiten:
de werkwijzen die de naleving van de voorschriften
betreffende het identificeren van de vervoerde gevaarlijke goederen
ten doel hebben;
de praktijk van de onderneming betreffende het in aanmerking
nemen, bij de aankoop van vervoermiddelen, van eventuele bijzondere
behoeften met betrekking tot de vervoerde gevaarlijke goederen;
de werkwijzen om het voor het vervoer van gevaarlijke
goederen of voor het laden en lossen gebruikte materieel te
controleren;
het feit dat de betrokken werknemers van de onderneming een
passende opleiding hebben ontvangen en deze opleiding in hun dossier
is opgenomen;
het opzetten van passende noodprocedures bij eventuele
ongevallen of voorvallen die de veiligheid tijdens het vervoer van
gevaarlijke goederen of tijdens het laden en het lossen in gevaar
kunnen brengen;
het verrichten van analyses en zonodig het opstellen van
rapporten over de ongevallen, voorvallen of tijdens het vervoer van
gevaarlijke goederen of tijdens het laden en het lossen
geconstateerde ernstige inbreuken;
het invoeren van passende maatregelen om herhaling van
ongevallen, voorvallen of ernstige inbreuken te voorkomen;
het in aanmerking nemen van de wettelijke voorschriften en de
bijzondere behoeften met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke
goederen, voor wat betreft de keuze en het gebruik van
onderaannemers of andere tussenpersonen;
het controleren of het personeel dat aangewezen is voor het
vervoer of het laden en lossen van gevaarlijke goederen, beschikt
over gedetailleerde uitvoeringsprocedures en instructies;
het invoeren van maatregelen voor de bewustmaking voor de
gevaren die verbonden zijn aan het vervoer en aan het laden en
lossen van gevaarlijke goederen;
het invoeren van controlemethoden om ervoor te zorgen dat de
veiligheidsdocumenten en -uitrustingen die het vervoer moeten
begeleiden zich aan boord van de vervoermiddelen bevinden en conform
de voorschriften zijn;
het invoeren van controlemethoden om ervoor te zorgen dat de
voorschriften met betrekking tot het laden en lossen worden
nageleefd.
Bijlage 2, bedoeld in artikel 7, vierde lid
De voor de afgifte van het certificaat in aanmerking te nemen kennis
moet ten minste betrekking hebben op de volgende onderwerpen:
I. De algemene preventie- en veiligheidsmaatregelen:
kennis van de soorten gevolgen die kunnen ontstaan bij een
ongeval waarbij gevaarlijke goederen betrokken zijn,
kennis van de voornaamste oorzaken van ongevallen.
II. De nationale bepalingen, communautaire normen en bepalingen
van internationale overeenkomsten en akkoorden betreffende de
gebruikte tak van vervoer, met name inzake:
1. de classificatie van gevaarlijke goederen:
de procedure voor de classificatie van oplossingen en
mengsels,
de structuur van de opsomming van de stoffen,
de klassen van gevaarlijke goederen en de beginselen
waarop de classificatie berust,
de aard van de vervoerde gevaarlijke stoffen en
voorwerpen,
de fysisch-chemische en toxicologische eigenschappen;
2. de algemene verpakkingsvoorschriften, met inbegrip van tanks
en tankcontainers:
de soorten verpakkingen, alsmede de codering en het
merken ervan,
de eisen met betrekking tot de verpakkingen en de
voorschriften inzake de beproeving van de verpakkingen,
de staat van de verpakking en de periodieke controle;
3. de opschriften en gevaarsetiketten:
de tekst op de gevaarsetiketten,
het aanbrengen en verwijderen van de gevaarsetiketten,
signalisatie en etikettering;
4. de aanduidingen op het vervoersdocument:
de inlichtingen op het vervoersdocument,
de verklaring van overeenstemming van de afzender;
5. de wijze van verzending, de beperkingen inzake verzending:
volledig laden,
bulkvervoer,
vervoer van bulk in grote houders,
vervoer in containers,
vervoer in vaste of afneembare tanks;
6. het vervoer van passagiers;
7. verbod van en voorzorgen bij samenlading;
8. het gescheiden houden van stoffen;
9. het beperken van de vervoerde hoeveelheden en de
vrijgestelde hoeveelheden;
10. het laden en lossen en het stuwen:
laden en lossen (vullingsgraad),
stuwen en gescheiden houden;
11. het reinigen en/of ontgassen vσσr het laden en na het
lossen;
12. de bemanning: beroepsopleiding;
13. de voertuigdocumenten:
vervoersdocument,
schriftelijke instructies,
keuringsdocument van het voertuig,
vakbekwaamheidscertificaat voor de bestuurders van de
voertuigen,
opleidingscertificaat voor de binnenvaart,
afschrift van de ontheffing,
overige documenten;
14. de veiligheidsinstructies: het toepassen van de instructies
en beschermingsuitrusting van de bestuurder;
15. de voorschriften inzake bewaking: het parkeren;
16. de regels en beperkingen met betrekking tot het verkeer of
de binnenvaart;
17. operationele of onvrijwillige lozingen van verontreinigende
stoffen;
18. de eisen met betrekking tot het
vervoermaterieel.
|