| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet voorkeursrecht
gemeenten (WVGem)
BESLUIT
VOORKEURSRECHT GEMEENTEN 2010
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 24 juni 2010, houdende regels ter
uitvoering van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Besluit
voorkeursrecht gemeenten 2010)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 12 maart
2010, BJZ2010006064, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 25 maart
2010, nr. W08.10.0083/IV);
Gelet op artikel 28 van de Wet voorkeursrecht
gemeenten;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 juni 2010,
BJZ2010015754, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet voorkeursrecht gemeenten;
b. besluit tot aanwijzing: besluit als bedoeld in artikel 2 in
samenhang met artikel 3, 4 of 5 van de wet of een besluit als
bedoeld in artikel 9a, eerste of tweede lid, in samenhang met
artikel 2 en artikel 3, 4 of 5 van de wet;
c. besluit tot voorlopige aanwijzing: besluit als bedoeld in
artikel 6 van de wet of een besluit als bedoeld in artikel 9a,
eerste lid, in samenhang met artikel 6 van de wet.
Artikel 2
1. Het besluit tot aanwijzing of voorlopige aanwijzing vermeldt ten
aanzien van de aangewezen gronden:
a. de kadastrale aanduidingen, bestaande uit achtereenvolgens
de naam der kadastrale gemeente, de aanduiding der sectie en het
perceelnummer van de in de aanwijzing opgenomen percelen in
numerieke volgorde geplaatst;
b. de kadastrale grootte van elk van de in de aanwijzing
opgenomen percelen en indien een gedeelte van een perceel in de
aanwijzing is opgenomen, de kadastrale grootte van dat gedeelte;
c. de namen van de eigenaren van en de beperkt gerechtigden tot
de in de aanwijzing opgenomen percelen en perceelsgedeelten,
een en ander bestaande op een in het besluit aangegeven tijdstip.
2. Het besluit vermeldt tevens ten aanzien van elk tot de
aangewezen gronden behorend perceel of perceelsgedeelte de
planologische grondslag op basis waarvan het besluit is genomen,
alsmede de eerst mogelijke vervaldatum van het voorkeursrecht.
3. Het besluit vermeldt voorts of, en zo ja, wanneer en op welke
grondslag het perceel eerder was aangewezen alsmede het tijdstip
waarop het bevoegd gezag de vorige aanwijzing heeft doen vervallen.
Artikel 3
Het kadastraal overzicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet
wordt vervat in een kaart, die is ingericht met inachtneming van de
volgende voorschriften:
a. de kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op
2500, waarop de kadastrale indeling van het gebied waarin zich
aangewezen gronden bevinden is aangegeven;
b. de aangewezen gronden worden met een duidelijke ononderbroken
lijn of arcering op de kaart aangegeven;
c. uit de kaart moet de kadastrale sectie-indeling blijken door
middel van een onderbroken lijn;
d. uit de kaart moet de aansluiting van de aangewezen gronden aan
het daaromheen gelegen gebied blijken;
e. op de kaart wordt aangegeven een noordpijl, alsmede de naam
van de gemeente en in geval van afwijking tevens de naam van de
kadastrale gemeente.
Artikel 4
1. De mededeling overeenkomstig artikel 7, derde lid, van de wet
aan de in het besluit tot aanwijzing of voorlopige aanwijzing vermelde
eigenaren en beperkt gerechtigden, gaat vergezeld van een afschrift
van het besluit dan wel een uittreksel daaruit met de voor de
geadresseerde eigenaar of beperkt gerechtigde van belang zijnde
gegevens.
2. De mededeling van het besluit tot aanwijzing door provinciale
staten of Onze Minister en de mededeling van het besluit tot
voorlopige aanwijzing door gedeputeerde staten vermeldt tevens:
a. of het betrokken perceel reeds is aangewezen door een ander
bevoegd gezag;
b. het rechtsgevolg van het besluit voor de reeds bestaande
aanwijzing of voorlopige aanwijzing van het betrokken perceel;
c. indien een opgave als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van
de wet, is gedaan, op welke wijze gedeputeerde staten
onderscheidenlijk Onze Minister invulling zullen geven aan de
indeplaatstreding, bedoeld in artikel 9a, vijfde onderscheidenlijk
zesde lid, van de wet.
Artikel 5
Alle schriftelijke mededelingen aan of van de vervreemder, in de wet
voorzien, worden gedaan bij aangetekende brief met ontvangstbevestiging.
Artikel 6
1. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of Onze Minister
zenden aan de vervreemder afschrift van een verzoek aan de rechtbank
als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet.
2. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of Onze Minister
zenden aan de vervreemder afschrift van een schriftelijke intrekking
van het verzoek, bedoeld in artikel 13, zevende lid, van de wet.
3. De vervreemder zendt aan burgemeester en wethouders,
gedeputeerde staten of Onze Minister afschrift van het verzoek,
bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet.
Artikel 7
De toezending van een exemplaar van het advies, bedoeld in artikel
13, vierde lid, van de wet aan ieder van beide partijen geschiedt onder
dezelfde dagtekening als de nederlegging daarvan ter griffie van de
rechtbank.
Artikel 8
Het Besluit voorkeursrecht gemeenten wordt ingetrokken.
Artikel 9 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Wijzigt het Aanwijzingsbesluit Wet kenbaarheid publiekrechtelijke
beperkingen onroerende zaken]
Artikel 10
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit voorkeursrecht gemeenten
2010.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 24 juni 2010
BEATRIX
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
J.C. Huizinga-Heringa
Uitgegeven de dertigste juni 2010
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|