| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet voorkoming
verontreiniging door schepen (Wvvs)
BESLUIT
HAVENONTVANGSTVOORZIENINGEN
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
BESLUIT van 23 augustus 2004, houdende algemene regels
voor havenontvangstvoorzieningen (Besluit havenontvangstvoorzieningen)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 27 mei 2004,
nr. HDJZ/SCH/2004-1241, Hoofddirectie Juridische Zaken, mede namens de
Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer;
Gelet op bijlagen I, II, IV en V van het op 2
november 1973 te Londen totstandgekomen Internationaal verdrag ter
voorkoming van verontreiniging door schepen, met protocollen en bijlagen
met aanhangsels (Trb. 1975, 147) en met het op 17 februari 1978
te Londen totstandgekomen protocol bij dat Verdrag met bijlage en aanhangsels
(Trb. 1978, 188), Richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000,
betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en
ladingresiduen (PbEG L 332), en de artikelen 6, eerste, tweede en
derde lid, 6a, zevende lid, en 6b van de Wet voorkoming
verontreiniging door schepen;
De Raad van State gehoord (advies van 28 juni
2004, nr. W09.04.0216/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat van 17 augustus 2004, nr. HDJZ/SCH/2004-1691,
Hoofddirectie Juridische Zaken, uitgebracht mede namens de
Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemene bepaling
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder wet: Wet voorkoming verontreiniging door schepen.
§ 2. Aanwijzing havens
Artikel 2
Bij regeling van Onze Minister worden de havens aangewezen waarvan de
havenbeheerders zorgdragen voor:
a. toereikende havenontvangstvoorzieningen die geschikt zijn voor
het in ontvangst nemen van scheepsafval en bij die aanwijzing te
bepalen overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke
stoffen;
b. toereikende havenontvangstvoorzieningen die, overeenkomstig de
behoeften van schepen die van die havens gebruik maken, geschikt
zijn voor het in ontvangst nemen van bij die aanwijzing te bepalen
stoffen of uitrusting die deze stoffen bevat als bedoeld in artikel
6, eerste lid, onderdeel b, van de wet.
§ 3. Havenafvalplannen
Artikel 3
Het havenafvalplan heeft betrekking op alle soorten scheepsafval,
schadelijke stoffen en restanten van schadelijke stoffen afkomstig van
schepen die gewoonlijk de betrokken haven aandoen en bevat in ieder
geval de volgende elementen:
a. een beoordeling van de behoefte aan
havenontvangstvoorzieningen, gelet op de behoefte van de schepen die
de haven gewoonlijk aandoen;
b. een beschrijving van het soort havenontvangstvoorzieningen en
de capaciteit daarvan;
c. een gedetailleerde beschrijving van de procedures voor de
ontvangst en inzameling van scheepsafval, schadelijke stoffen en
restanten van schadelijke stoffen;
d. een beschrijving van het tariefsysteem, waarvan in ieder geval
de grondslagen van de bijdragen bedoeld in artikel 6a, eerste lid,
van de wet alsmede de hoogte van deze bijdragen deel uit maken;
e. procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van
havenontvangstvoorzieningen;
f. procedures voor structureel overleg met havengebruikers,
afvalbedrijven, terminalexploitanten en andere betrokken partijen;
g. soort en hoeveelheden ontvangen en verwerkt scheepsafval,
schadelijke stoffen en restanten van schadelijke stoffen, voor een
in het plan aangeduide periode;
h. een overzicht van de toepasselijke wetgeving en formaliteiten
voor de afgifte;
i. vermelding van een of meer functionarissen die
verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het plan;
j. een beschrijving van eventuele voorbehandelingsinstallaties en
-processen in de haven;
k. een beschrijving van de methoden voor het registreren van het
feitelijk gebruik van de havenontvangstvoorzieningen;
l. een beschrijving van de methoden voor het registreren van de
ontvangen hoeveelheden scheepsafval, schadelijke stoffen en
restanten van schadelijke stoffen, en,
m. een beschrijving van de wijze waarop scheepsafval, schadelijke
stoffen en restanten van schadelijke stoffen worden verwijderd.
Artikel 4
Indien in de werking van de haven, of in de bedrijfsvoering van de in
de haven gevestigde havenontvangstvoorzieningen, significante
veranderingen plaatsvinden, stelt de havenbeheerder, onverminderd het
overigens in deze paragraaf bepaalde, zo spoedig mogelijk een
geactualiseerd havenafvalplan vast.
Artikel 5
Op de voorbereiding van het havenafvalplan is afdeling 3.4 van de
Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 6
1.De havenbeheerder zendt binnen veertien dagen na vaststelling van
het havenafvalplan dit plan aan Onze Minister ter verkrijging van
goedkeuring.
2.Het havenafvalplan gaat vergezeld van een afschrift van de naar
voren gebrachte zienswijzen en de verslagen, bedoeld in de artikelen
3:15 en 3:17 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 7
1.De havenbeheerder maakt het goedgekeurde havenafvalplan binnen
veertien dagen na de goedkeuring op zodanige wijze bekend dat de
inhoud van het havenafvalplan voor een ieder toegankelijk is.
2.Onverminderd het eerste lid verstrekt de havenbeheerder, al dan
niet op elektronische wijze, aan iedere havengebruiker een uittreksel
van het havenafvalplan waarin in ieder geval de volgende elementen
zijn opgenomen:
a. een korte verwijzing naar het fundamentele belang van een
behoorlijke afgifte van scheepsafval, schadelijke stoffen en
restanten van schadelijke stoffen;
b. de locatie van de havenontvangstvoorzieningen voor iedere
aanlegplaats, met een toelichtende tekening of kaart;
c. een lijst van de gewoonlijk verwerkte soorten scheepsafval,
schadelijke stoffen en restanten van schadelijke stoffen;
d. een lijst van contactadressen, exploitanten en geboden
diensten;
e. een beschrijving van de afgifteprocedures;
f. een beschrijving van het tariefsysteem, waarvan in ieder
geval de grondslagen van de bijdragen bedoeld in artikel 6a,
eerste lid, van de wet alsmede de hoogte van deze bijdragen deel
uit maken, en,
g. procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van
havenontvangstvoorzieningen.
§ 4. Melding tekortkomingen en klachtenprocedure
Artikel 8
1. Indien naar het oordeel van de kapitein
havenontvangstvoorzieningen ontoereikend zijn, kan hij of zijn
vertegenwoordiger dit aan de desbetreffende havenbeheerder melden.
2. De havenbeheerder registreert de melding, voorziet deze van de
datum van ontvangst en zendt een afschrift van de melding aan Onze
Minister.
3. De beheerder stelt de kapitein of zijn vertegenwoordiger
schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het
onderzoek naar aanleiding van de melding, alsmede van de eventuele
conclusies die hij daaraan verbindt.
4. De beheerder doet Onze Minister een afschrift toekomen van het
geschrift, bedoeld in het derde lid.
5. Bij regeling van Onze Minister wordt een formulier vastgesteld
waarmee de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan.
6. Meldingen over de vermeende ontoereikendheid van in Nederland
aanwezige havenontvangstvoorzieningen die vanwege het secretariaat van
de Internationale Maritieme Organisatie aan Nederland worden
doorgeleid worden in ontvangst genomen door Onze Minister. Onze
Minister voorziet de melding van de datum van ontvangst en zendt een
afschrift van de melding aan de havenbeheerder. De havenbeheerder
zendt Onze Minister een schriftelijke en gemotiveerde reactie op deze
melding. Onze Minister draagt zorg voor de verzending van een
afschrift van deze reactie aan het secretariaat van de Internationale
Maritieme Organisatie.
7. Onze Minister is belast met het verzenden van de afschriften,
bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder f, van de richtlijn.
§ 5. Indirecte financiering pleziervaartuigen en vissersvaartuigen
Artikel 9
1.De havenbeheerder laat het heffen van een bijdrage bij iedere
aanloop achterwege jegens de exploitant van een pleziervaartuig
waarmee ten hoogste twaalf passagiers mogen worden vervoerd, indien
hij met de exploitant een overeenkomst is aangegaan, inhoudende:
a. dat deze een periodieke vergoeding verschuldigd is als
bijdrage in de kosten van het in de desbetreffende haven in
ontvangst nemen, opslaan en verwerken van scheepsafval, ongeacht
het aantal malen dat het schip gedurende die periode die haven
aandoet, en,
b. het voldoen van de bijdrage de kapitein van het schip het
niet overdraagbare recht geeft gedurende het verblijf van het
schip in de desbetreffende haven of havens scheepsafval af te
geven bij een havenontvangstvoorziening zonder daarvoor een
afzonderlijke vergoeding verschuldigd te zijn. De havenbeheerder
kan de hoeveelheid, de eigenschappen en de wijze van afgifte van
het desbetreffende scheepsafval bepalen.
2.De havenbeheerder heft geen bijdrage bij de aanloop van een
vissersvaartuig indien de exploitant van dat vaartuig aantoont dat hij
een overeenkomst heeft gesloten met een bij ministeriėle regeling
aangewezen rechtspersoon die hem tegen betaling van een periodieke
bijdrage het recht verleent scheepsafval af te geven aan een
havenontvangstvoorziening, ongeacht het aantal malen dat het schip
gedurende die periode zijn haven aandoet.
§ 6. Wijzigingen in andere besluiten
Artikel 10
[Wijzigt het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen]
Artikel 11
[Wijzigt het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in
bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen]
Artikel 12
[Wijzigt het Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van
schepen]
§ 7. Slotbepalingen
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit havenontvangstvoorzieningen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 23 augustus 2004
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H. Peijs
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel
Uitgegeven de drieėntwintigste september 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|