| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet voorraadvorming
aardolieproducten 2001
UITVOERINGSREGELING
VOORRAADVORMING AARDOLIEPRODUCTEN 2001
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
De Minister van
Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 4, tweede lid, en 13,
eerste en tweede lid, en 27 van de Wet voorraadvorming aardolieproducten
2001;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
Gegevensverstrekking op grond van deze regeling geschiedt aan de
Minister van Economische Zaken en, naar keuze van degene die de gegevens
verstrekt, op schriftelijke of elektronische wijze.
Hoofdstuk 2. Het aanhouden van voorraden ter
naleving van internationale verplichtingen van Nederland
Paragraaf 1. Grondslag en jaaropgave
Artikel 2
1. Voor de toepassing van artikel 4,
eerste lid, van de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001, wordt de
uitslag waarvoor geen aangifte is gedaan omdat geen accijns is
verschuldigd, als volgt vastgesteld:
a. de uitslag waarvoor in het referentiejaar vrijstelling van
accijns is verleend op grond van artikel 66, eerste lid, van de Wet op
de accijns, wordt verminderd met dat deel van die uitslag waarvan de
bestemming was: internationale zeevaart;
b. de uitslag waarvoor in het referentiejaar vrijstelling van
accijns is verleend op grond van andere artikelen van de Wet op de
accijns, wordt op nihil gesteld.
2. De omvang van de verplichting, bedoeld in het eerste lid,
onderdeel a, wordt berekend naar de verklaringen, bedoeld in de
artikelen 19, eerste lid, onderdeel b, en 21, eerste lid, van het
Uitvoeringsbesluit accijns.
Artikel 3
1. Iedere voorraadplichtige verstrekt de gegevens die zijn
aangeduid in bijlage I, met gebruikmaking van een conform die bijlage
opgemaakt formulier.
2. De gegevens worden jaarlijks verstrekt, uiterlijk op de 1e
maart die volgt op het referentiejaar.
Paragraaf 2. Maandopgave
Artikel 4
1. De voorraadplichtige en degene die,
zelf niet voorraadplichtig, ten behoeve van een voorraadplichtige een
voorraad beheert, verstrekt de gegevens die zijn aangeduid in bijlage
II, met gebruikmaking van de conform die bijlage opgemaakte bladen I tot
en met IIC.
2. De gegevens worden maandelijks verstrekt, uiterlijk op de
20ste dag na afloop van de maand waarop de opgave betrekking heeft.
Paragraaf 3. Reserveringen binnenland
Artikel 5
1. Degene die voornemens is ten behoeve
van een voorraadplichtige een voorraad te gaan beheren die in Nederland
is gelegen, verstrekt de gegevens die zijn aangeduid in bijlage III, met
gebruikmaking van een conform die bijlage opgemaakt formulier.
2. De gegevens worden uiterlijk verstrekt op de 25ste dag
voorafgaand aan de periode waarop de opgave betrekking heeft.
Paragraaf 4. Reserveringen buitenland
Artikel 6
1. De voorraadplichtige die voornemens is
zijn wettelijke voorraad in een andere staat dan Nederland aan te houden
of te laten aanhouden, en daartoe op grond van het betrokken bilaterale
akkoord een aanvraag moet indienen bij de Minister van Economische
Zaken, dient die aanvraag in met gebruikmaking van een conform bijlage
IV opgemaakt formulier.
2. De aanvraag wordt ingediend op uiterlijk de 15e dag
voorafgaand aan het kwartaal waarop de aanvraag betrekking heeft.
Hoofdstuk 3. Het in Nederland aanhouden van
voorraden ter naleving van verplichtingen van andere landen
Artikel 7
1. Degene die voornemens is in Nederland
een voorraad aardolieproducten aan te houden ten behoeve van een andere
staat dan Nederland, dan wel ten behoeve van een onderdaan van die
staat, en daartoe op grond van het betrokken bilaterale akkoord een
aanvraag moet indienen bij de Minister van Economische Zaken, dient die
aanvraag in met gebruikmaking van het conform bijlage IV opgemaakte
formulier.
2. De aanvraag wordt ingediend op uiterlijk de 15e dag
voorafgaand aan het kwartaal waarop de aanvraag betrekking heeft.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling
voorraadvorming aardolieproducten 2001.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage
worden gelegd bij de directie Energiemarkt van het directoraat-generaal
Marktordening en Energie van het ministerie van Economische Zaken.
De Minister van Economische Zaken,
A. Jorritsma-Lebbink.
|
|
|