| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet waardering
onroerende zaken (Wet Woz)
UITVOERINGSBESLUIT
ONDERBOUWING EN UITVOERING WAARDEBEPALING WET
WAARDERING ONROERENDE ZAKEN
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 23 december 1994 tot vaststelling van het
Uitvoeringsbesluit onderbouwing en uitvoering waardebepaling Wet
waardering onroerende zaken
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 9 november 1994,
nr. WV 94/498M, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie
Wetgeving Verbruiksbelastingen, gedaan mede namens de Staatssecretaris
van Binnenlandse Zaken, mw. A.G.M. van de Vondervoort;
Gelet op artikel 20, tweede lid, van de Wet
waardering onroerende zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 12
december 1994, nr. W06.94.0695);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Financiën van 21 december 1994, nr. WV 94/601U,
Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving
Verbruiksbelastingen, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken, mw. A.G.M. van de Vondervoort;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1.Dit besluit geeft uitvoering aan artikel 20, tweede lid, van de
Wet waardering onroerende zaken.
2.In dit besluit wordt verstaan onder de wet: de Wet waardering
onroerende zaken.
Artikel 2
Bij ministeriële regeling wordt een instructie vastgesteld waarin
regels zijn neergelegd voor de onderbouwing en de uitvoering van de
waardebepaling van onroerende zaken op de voet van de wet.
Artikel 3
De instructie bevat richtlijnen voor het rapporteren door de colleges
van burgemeester en wethouders aan de Waarderingskamer over de stand van
zaken, de planning en de voortgang van de werkzaamheden in het kader van
de Wet waardering onroerende zaken, alsmede over de kwaliteit van die
werkzaamheden.
Artikel 4
De instructie bevat richtlijnen voor het verzamelen, analyseren en
registreren van objectgegevens en marktgegevens die ten grondslag liggen
aan de waardebepaling.
Artikel 5
De instructie bevat richtlijnen voor de toepassing van de te hanteren
taxatiemethoden en een uitwerking van die methoden.
Artikel 6
De instructie bevat richtlijnen voor de onderbouwing van de taxatie
ten behoeve van belanghebbenden in de vorm van een model-taxatieverslag.
Het taxatieverslag bevat ten minste de objectaanduiding, de
waarderelevante objectgegevens, de motivering van de individuele
afwijking ten opzichte van de relevante marktgegevens en de getaxeerde
waarde.
Artikel 7
De instructie bevat richtlijnen voor het uitvoeren van
kwaliteitscontroles door de colleges van burgemeester en wethouders.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit onderbouwing en
uitvoering waardebepaling Wet waardering onroerende zaken.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 23 december 1994
BEATRIX
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
A.G.M. van de Vondervoort
Uitgegeven de negenentwintigste december 1994
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|