| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet waardering
onroerende zaken (Wet Woz)
UITVOERINGSREGELING
INSTRUCTIE WAARDEBEPALING WET WAARDERING
ONROERENDE ZAKEN
Tekst zoals deze geldt op
29 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
De Staatssecretaris van
Financiën;
Handelende in overeenstemming met de
Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, A.G.M. van de Vondervoort;
Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5, 6
en 7 van het Uitvoeringsbesluit onderbouwing en uitvoering
waardebepaling Wet waardering onroerende zaken;
Besluit:
Artikel 1
1.Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 2, eerste lid, 3,
4, 5, 6 en 7 van het Uitvoeringsbesluit onderbouwing en uitvoering
waardebepaling Wet waardering onroerende zaken.
2.In deze regeling wordt verstaan onder
a. de wet:
de Wet waardering onroerende zaken;
b. het besluit:
het Uitvoeringsbesluit onderbouwing en uitvoering waardebepaling
Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 2 [Vervallen per 22-02-2003]
Artikel 3
1.Het college van burgemeester en wethouders verzamelt, analyseert
en registreert voortdurend de waarderelevante objectgegevens.
2.Het college van burgemeester en wethouders verzamelt voortdurend
marktgegevens met betrekking tot de volgende handelingen in het
economische verkeer:
a. verkooptransacties van woningen en niet-woningen;
b. verhuurtransacties van niet-woningen;
c. stichtingskosten van niet-woningen; en
d. gronduitgifteprijzen.
3.Het verzamelen van verhuurgegevens van niet-woningen geschiedt
door middel van het inlichtingenformulier verhuurgegevens
niet-woningen dat in overeenstemming is met het in bijlage 2 opgenomen
model.
4.Het verzamelen van gegevens over gebruikers van niet-woningen
geschiedt door middel van het inlichtingenformulier gebruikers
niet-woningen dat in overeenstemming is met het in bijlage 3 opgenomen
model.
5.Met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde handelingen
wordt geanalyseerd in hoeverre de omstandigheden overeenstemmen met
het voorschrift voor de waardebepaling, bedoeld in artikel 17, tweede
lid, van de wet, in hoeverre de gegevens overeenstemmen met
vergelijkbare handelingen in het economische verkeer en in hoeverre de
bij deze handelingen betrokken onroerende zaken overeenstemmen met de
onroerende zaken, bedoeld in artikel 16 van de wet.
6.Het college van burgemeester en wethouders registreert de in het
tweede lid bedoelde gegevens en de resultaten van de in het vijfde lid
bedoelde analyses. Bij deze registratie wordt tevens vastgelegd de
datum waarop de in het eerste lid bedoelde handelingen hebben
plaatsgevonden.
7.Het college van burgemeester en wethouders ziet erop toe dat
taxateurs die zijn aangesteld als ambtenaar der gemeentelijke
belastingen buiten bezwaar van den lande in tijdelijke dienst voor
onbepaalde tijd en die het beroep van bemiddelaar bij transacties met
onroerende zaken uitoefenen, niet de informatie ingevolge het Besluit
gegevensverstrekking Wet waardering onroerende zaken inwinnen bij de
informatieplichtige, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a,
onder 2° van dat besluit. De eerste volzin is van overeenkomstige
toepassing indien de gegevensdragers van de in die volzin bedoelde
informatieplichtige zich bevinden bij een administratiekantoor.
Artikel 4
1.De waarde, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, wordt
bepaald voor
a. woningen:
door middel van een methode van systematische vergelijking met
woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn;.
b. niet-woningen:
door middel van een methode van kapitalisatie van de bruto huur,
door middel van een methode van vergelijking als bedoeld onder a,
dan wel door middel van een discounted-cash-flow methode.
2.De vervangingswaarde, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de
wet, wordt berekend door bij de waarde van de grond van de onroerende
zaak op te tellen de waarde van de opstal van de onroerende zaak. De
waarde van de grond wordt bepaald door middel van een methode van
vergelijking als bedoeld in het eerste lid, onder a, rekening houdend
met de bestemming van de zaak. De waarde van de opstal wordt gesteld
op de kosten die herbouw van een vervangend identiek object zouden
vergen, gecorrigeerd met een factor wegens technische veroudering
gebaseerd op de verstreken en de resterende gebruiksduur en met
inachtneming van de restwaarde, en gecorrigeerd met een factor wegens
functionele veroudering gebaseerd op economische veroudering,
verouderde bouwwijze, ondoelmatigheid en excessieve gebruikskosten.
3.Bij de berekening van de vervangingswaarde, bedoeld in artikel
17, derde lid, van de wet, voor kerkgebouwen en andere onroerende
zaken met cultuurhistorische betekenis wordt een zodanige factor voor
functionele veroudering toegepast dat de waarde overeenstemt met de
benuttingswaarde van die onroerende zaak.
4.Bij de berekening van de vervangingswaarde, bedoeld in artikel
17, derde lid, van de wet voor bedrijfsmatig gebruikte onroerende
zaken wordt een zodanige factor voor functionele veroudering toegepast
dat de waarde overeenkomt met de bedrijfswaarde van die onroerende
zaak rekening houdend met de economische situatie in de desbetreffende
branche of bedrijfstak.
Artikel 5
Het college van burgemeester en wethouders rapporteert desgevraagd
binnen vier weken aan de Waarderingskamer over de stand van zaken, de
planning en de voortgang van de werkzaamheden in het kader van de Wet
waardering onroerende zaken, alsmede over de kwaliteit van die
werkzaamheden. Deze rapportage vindt plaats aan de hand van door de
Waarderingskamer te stellen vragen.
Artikel 6
1.Als model van het taxatieverslag van woningen wordt vastgesteld
het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage 4 opgenomen
model.
2.Als model van het taxatieverslag van niet-woningen waarvan de
waarde is bepaald op de vervangingswaarde wordt vastgesteld het
formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage 5 opgenomen
model.
3.Als model van het taxatieverslag van niet-woningen waarvan de
waarde is bepaald door middel van een methode van kapitalisatie van de
bruto huur wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is
met het in bijlage 6 opgenomen model.
Artikel 7
Het college van burgemeester en wethouders voert voortdurend
kwaliteitscontroles uit op de verrichte werkzaamheden in het kader van
de uitvoering van de wet.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.
Artikel 9
Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling
instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken.
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A. Vermeend.
Bijlagen niet opgenomen
|
|
|