St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet wapens en munitie (Wwm)

 

REGELING  TOETSING  GEWELDSBEHEERSING  BUITENGEWOON  OPSPORINGSAMBTENAAR  EN  AMBTENAREN  VAN  BIJZONDERE  OPSPORINGSDIENSTEN

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2008

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
REGELING van de Minister van Justitie van 23 mei 2007, nr. 5484160/07/CBK, houdende vaststelling van bepalingen inzake  toetsing van buitengewoon opsporingsambtenaren en ambtenaren in dienst van een bijzondere opsporingsdienst terzake van geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en schietvaardigheid (Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten)

     De Minister van Justitie,
     Gelet op artikel 3a van de Wet wapens en munitie;

    Besluit:

 

 

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet zijnde de buitengewoon opsporingsambtenaar voor wie de commandant van de Koninklijke marechaussee als direct toezichthouder is aangewezen, indien hij optreedt in de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993, dan wel indien die rechtens is uitgerust met een of meer geweldsmiddelen alsmede de opsporingsambtenaar in dienst van een bijzondere opsporingsdienst;

b. bijzondere opsporingsdienst: de diensten, genoemd in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;

c. de Ambtsinstructie: Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee, de ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst en de buitengewoon opsporingsambtenaar;

d. geweldsmiddel: geweldsmiddel als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Ambtsinstructie;

e. LSOP: zelfstandig bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1a van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;

f. de toets geweldsbeheersing:de door het LSOP samengestelde toets ter beoordeling van de kennis op het gebied van geweldsbeheersing volgens de competentiegerichte eindtermen van de postinitiële opleiding voor de opsporingsambtenaar;

g. de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden: de door het LSOP samengestelde toets ter beoordeling van aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden volgens de competentiegerichte eindtermen van de postinitiële opleiding voor de opsporingsambtenaar;

h. de toets schietvaardigheid: de door het LSOP samengestelde toets ter beoordeling van de schietvaardigheid volgens de competentiegerichte eindtermen van de postinitiële opleiding voor de opsporingsambtenaar;

i. toetser: de ambtenaar van politie dan wel de ambtenaar in vaste dienst bij een overheidsinstantie die opsporingsambtenaren in dienst heeft dan wel de werknemer in vaste dienst bij een particuliere werkgever van buitengewoon opsporingsambtenaren, die heeft voldaan aan de competentiegerichte eindtermen van de daartoe strekkende opleiding en is gecertificeerd door het LSOP om de toetsen geweldsbeheersing boa, aanhouding- en zelfverdedigingsvaardigheden boa en schietvaardigheid boa af te nemen;

j. de werkgever: de werkgever van de opsporingsambtenaar;

k. de toezichthouder: degene die op grond van de artikelen 36 en 37 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen alsmede degene die op grond van artikel 7, eerste lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten is aangewezen als toezichthouder van de bijzondere opsporingsdienst;

l. de direct toezichthouder: degene die op grond van de artikelen 36 en 37 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen alsmede degene die op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten is aangewezen als toezichthouder van de opsporingsambtenaar van de bijzondere opsporingsdienst.

Artikel 2

1. Een opsporingsambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderjaar geoefend in het gebruik van de bevoegdheden als genoemd in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993, dan wel een geweldsmiddel als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Ambtsinstructie, indien hij in het daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd:

1°. de toets geweldsbeheersing, en

2°. de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden.

2. Een opsporingsambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderhalfjaar geoefend in het gebruik van een vuurwapen, indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande kalenderhalfjaar de toets schietvaardigheid met voldoende resultaat heeft afgelegd.

3. Onverminderd het eerste en tweede lid, wordt de opsporingsambtenaar van wie een geweldsmiddel op grond van het vierde lid is ingenomen, voor de resterende duur van het lopende kalenderjaar of kalenderhalfjaar, geacht wederom geoefend te zijn in het gebruik van dat geweldsmiddel, vanaf het moment dat hij de toetsen die hij niet of niet met voldoende resultaat had afgelegd, alsnog met voldoende resultaat heeft afgelegd.

4. De werkgever draagt er, in overeenstemming met de direct toezichthouder, zorg voor dat de opsporingsambtenaar slechts gebruik maakt van de bevoegdheden genoemd in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993, dan wel de bevoegdheden genoemd in artikel 6, eerste en tweede lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, indien hij geoefend is in de toepassing van deze bevoegdheden. Indien een opsporingsambtenaar op de laatste dag van een kalenderjaar de in het eerste lid bedoelde toetsen nog niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, is de opsporingsambtenaar niet bevoegd gebruik te maken van voornoemde bevoegdheden.

5. De direct toezichthouder draagt er, in overeenstemming met de werkgever, zorg voor dat de opsporingsambtenaar slechts over een geweldsmiddel beschikt, anders dan voor het vervoer en het gebruik ervan voor het volgen van onderwijs, indien hij geoefend is in het gebruik van dat geweldsmiddel. Indien een opsporingsambtenaar op de laatste dag van een kalenderjaar of kalenderhalfjaar de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde toetsen nog niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, wordt het geweldsmiddel in het gebruik waarvan hij dientengevolge niet langer is geoefend, door de direct toezichthouder ingenomen.

Artikel 3

1. De werkgever draagt zorg voor de training en de toetsing van de opsporingsambtenaar.

2. De opsporingsambtenaar is verantwoordelijk voor zijn deelname aan de training ter voorbereiding op de af te leggen toetsen, en de toetsing.

3. De direct toezichthouder houdt toezicht op de kwaliteit en objectiviteit van de toetsing. Dit geldt alleen voor de uitvoering van de toetsen.

Artikel 4

Indien een opsporingsambtenaar, op de laatste dag van de in artikel 2 bedoelde perioden, een van de in dat artikel bedoelde toetsen niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, doet de toetser hiervan onverwijld mededeling aan de werkgever en de direct toezichthouder.

Artikel 5

1. De werkgever draagt zorg voor registratie van de deelname aan en de resultaten van de in artikel 2 bedoelde toetsen.

2. De werkgever verstrekt in het jaarverslag de direct toezichthouder, de toezichthouder en de Minister van Justitie een overzicht betreffende de deelname aan en de resultaten van de in artikel 2 bedoelde toetsen alsmede het gevoerde beleid hieromtrent.

Artikel 6

De Regeling toetsing geweldbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2007.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 23 mei 2007.
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
.

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wwm | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x