| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet wederzijdse
bijstand bij de invordering van belastingschulden en enkele andere
schuldvorderingen
UITVOERINGSREGELING
WEDERZIJDSE BIJSTAND BIJ DE INVORDERING
VAN BELASTINGSCHULDEN EN ENKELE ANDERE
SCHULDVORDERINGEN
Tekst zoals deze geldt op
21 juli 2008
Vervallen
m.i.v. 1 januari 2009
|
|
|
De
Staatssecretaris van Financiën;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Minister van Economische
Zaken;
Gelet op Richtlijn nr. 2002/94/EG van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 9 december 2002 tot
vaststelling van de praktische maatregelen die nodig zijn voor de
tenuitvoerlegging van sommige bepalingen van Richtlijn 76/308/EEG van de
Raad betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van
schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en
belastingen alsmede andere maatregelen (PbEG L 337) en artikel 41
van de Wet wederzijdse bijstand bij de invordering van belastingschulden
en enkele andere schuldvorderingen;
Besluit:
Artikel 1
Deze regeling geeft uitvoering aan de Richtlijn nr. 2002/94/EG van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 9 december 2002 tot
vaststelling van de praktische maatregelen die nodig zijn voor de
tenuitvoerlegging van sommige bepalingen van Richtlijn 76/308/EEG van de
Raad betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van
schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en
belastingen alsmede andere maatregelen (PbEG L 337) en berust op
artikel 41 van de Wet wederzijdse bijstand bij de invordering van
belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen.
Artikel 2
Deze regeling verstaat onder wet: de Wet wederzijdse bijstand bij de
invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen.
Artikel 3
1. Een verzoek om inlichtingen, een
verzoek tot invordering of een verzoek tot het nemen van conservatoire
maatregelen kan betrekking hebben op:
a. de schuldenaar;
b. elke persoon die gehouden is de schuldvordering te voldoen
krachtens de wetgeving die van toepassing is in Nederland,
onderscheidenlijk in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is
gevestigd;
c. een derde houder van activa die toebehoren aan één van de in
onderdelen a of b bedoelde personen.
2. Een verzoek tot betekening of uitreiking van stukken heeft
betrekking op elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die
overeenkomstig de Nederlandse rechtsvoorschriften, onderscheidenlijk de
rechtsvoorschriften in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is
gevestigd, kennis dient te dragen van alle akten of beslissingen die op
deze persoon betrekking hebben.
Artikel 4
1. Een van een andere lidstaat ontvangen
verzoek om bijstand bij invordering als bedoeld in artikel 1, tweede
lid, van de wet kan betrekking hebben op meer dan een schuldvordering
ten aanzien van eenzelfde persoon.
2. Aan een van een andere lidstaat ontvangen verzoek om bijstand
bij invordering als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet wordt
geen gevolg gegeven, indien het totale bedrag van de betrokken
schuldvordering of samengevoegde schuldvorderingen ter zake waarvan om
bijstand wordt gevraagd, minder bedraagt dan € 1 500.
Artikel 5
Bij betekening of uitreiking van stukken als bedoeld in hoofdstuk II,
afdeling B, van de wet wordt melding gemaakt van de procedure voor de
betwisting van de schuldvordering of voor de invordering daarvan volgens
de geldende wetgeving in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is
gevestigd.
Artikel 6
1. In een verzoek tot invordering als
bedoeld in hoofdstuk II, afdeling C, van de wet of in een verzoek tot
het nemen van conservatoire maatregelen als bedoeld in hoofdstuk II,
afdeling D, van de wet wordt het bedrag van de schuldvordering waarop
het verzoek betrekking heeft, uitgedrukt in euro's en, indien de
munteenheid een andere is dan de euro, tevens in de munteenheid van de
lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op
soortgelijke verzoeken als bedoeld in hoofdstuk III van de wet.
3. De voor de toepassing van het eerste en tweede lid te
gebruiken wisselkoers is de laatste verkoopkoers, genoteerd op de meest
representatieve wisselmarkt van de lidstaat waar de verzoekende
autoriteit is gevestigd, op de dag waarop het verzoek is ondertekend,
dan wel, indien het een aanvullend verzoek betreft, de dag waarop het
oorspronkelijke verzoek is ondertekend.
4. Afgezien van de interest die, in voorkomend geval, door
Nederland is geïnd wegens het verlenen van uitstel van betaling of het
toestaan van betaling in termijnen, wordt een schuldvordering, waarvoor
een verzoek tot invordering is gedaan, geacht te zijn ingevorderd voor
het ingevorderde bedrag uitgedrukt in euro's, op basis van de in het
derde lid bedoelde wisselkoers.
Artikel 7
Bij een verzoek tot invordering als bedoeld in hoofdstuk II, afdeling
C, van de wet of in een verzoek tot het nemen van conservatoire
maatregelen als bedoeld in hoofdstuk II, afdeling D, van de wet worden
alle schuldvorderingen die onder eenzelfde executoriale titel vallen,
geacht één enkele schuldvordering te vormen.
Artikel 8
1. Indien de lidstaat waar de verzoekende
autoriteit is gevestigd, door middel van een aanvullend verzoek om
bijstand bij invordering als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de
wet te kennen heeft gegeven dat het bedrag van de schuldvordering waarop
het verzoek tot invordering of tot het nemen van conservatoire
maatregelen betrekking heeft, is verlaagd, wordt de ingestelde actie tot
invordering of tot het nemen van conservatoire maatregelen voortgezet,
maar deze actie blijft beperkt tot het nog niet betaalde bedrag.
2. Indien op het tijdstip waarop de bevoegde autoriteit in
Nederland op de hoogte wordt gesteld van de in het eerste lid bedoelde
verlaging van het bedrag van de schuldvordering, reeds een bedrag is
ingevorderd dat het nog verschuldigde bedrag overschrijdt maar dat nog
niet is overgemaakt aan de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is
gevestigd, wordt het teveel ingevorderde bedrag aan de rechthebbende
uitbetaald.
Artikel 9
1. Indien de lidstaat waar de verzoekende
autoriteit is gevestigd, door middel van een aanvullend verzoek om
bijstand bij invordering als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de
wet te kennen heeft gegeven dat het bedrag van de schuldvordering waarop
het verzoek tot invordering of tot het nemen van conservatoire
maatregelen betrekking heeft, is verhoogd, wordt de ingestelde actie tot
invordering of tot het nemen van conservatoire maatregelen voortgezet
met inachtneming van dit verzoek, mits samenvoeging van de vorderingen
nog mogelijk is.
2. Indien samenvoeging van de vorderingen niet meer mogelijk is,
wordt het in het eerste lid bedoelde verzoek tot verhoging van het
bedrag van de schuldvordering geacht tot dat beloop een zelfstandig
verzoek te vormen met inachtneming van artikel 4, tweede lid.
Artikel 10
De Beschikking wederzijdse bijstand bij de invordering van enkele
EEG-heffingen, de omzetbelasting en de accijnzen wordt ingetrokken.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling wederzijdse
bijstand bij de invordering van belastingschulden en enkele andere
schuldvorderingen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Financiën,
S.R.A. van Eijck.
|
|
|