| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Woningwet
BESLUIT
ENERGIEPRESTATIE GEBOUWEN
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 24 november 2006 tot implementatie van de richtlijn
betreffende de energieprestatie van gebouwen (Besluit energieprestatie
gebouwen)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 10 juli 2006, nr. DJZ2006283878,
Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 120 van de Woningwet en op Richtlijn 2002/91/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende
de energieprestatie van gebouwen (PbEU L 1);
De Raad van State gehoord (advies van 8 september 2006, nr. W08.06.0310/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 22 november 2006, nr. DJZ2006327879,
Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
1.Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven
voorschriften wordt verstaan onder:
airconditioningsysteem: combinatie van alle bestanddelen die nodig
zijn voor een vorm van luchtbehandeling waarbij de temperatuur wordt
geregeld en kan worden verlaagd, en indien aanwezig samen met een
regeling van de ventilatie, luchtvochtigheid of luchtzuiverheid;
certificaat: door een door Onze Minister aangewezen rechtspersoon
erkende schriftelijke verklaring, afgegeven door een erkende
deskundige;
energieprestatiecertificaat: op een gebouw toegesneden certificaat
dat niet ouder is dan tien jaar 1) waarin het resultaat is vermeld van
de berekening van de hoeveelheid energie die nodig wordt geacht voor
de verschillende behoeften die verband houden met een
gestandaardiseerd gebruik van dat gebouw, waaronder verwarming,
warmwatervoorziening, koeling, ventilatie en verlichting, 2) waarin
referentie-waarden zijn vermeld waarmee de energieprestatie van het
gebouw kan worden vergeleken en beoordeeld, en 3) dat vergezeld gaat
van aanbevelingen voor kosteneffectieve verbetering van de
energieprestatie;
wet: Woningwet.
2.Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven
voorschriften wordt onder gebouw mede verstaan delen van een gebouw
die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt.
Afdeling 2. Energieprestatiecertificaat
Artikel 2.1
1.Bij de bouw van een gebouw heeft de eigenaar een
energieprestatiecertificaat voor dat gebouw.
2.Bij de verhuur van een gebouw verstrekt de eigenaar afschrift van
een energieprestatiecertificaat voor dat gebouw aan de huurder.
3.Bij de verkoop van een gebouw verstrekt de eigenaar een
energieprestatiecertificaat voor dat gebouw aan de koper.
4.Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de verkoop van
een deelnemings- of lidmaatschapsrecht dat recht geeft op het gebruik
van een gebouw.
Artikel 2.2
1.Artikel 2.1 is van toepassing op nieuwe en bestaande gebouwen
waarop op grond van artikel 5.12 van het Bouwbesluit 2003 bij
nieuwbouw van die gebouwen een energieprestatiecoëfficiënt van
toepassing is of zou zijn.
2.In afwijking van het eerste lid is artikel 2.1 niet van
toepassing op beschermde monumenten als bedoeld in artikel 1, onder d,
van de Monumentenwet 1988, monumenten als bedoeld in een provinciale
of gemeentelijke monumentenverordening, op gebouwen die worden
gebruikt voor eredienst en religieuze activiteiten en op alleenstaande
gebouwen met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m2.
Artikel 2.3
Voor een gebouw dat meerdere voor afzonderlijk gebruik ontwikkelde
gedeelten bevat:
a. volstaat een energieprestatiecertificaat dat is afgegeven voor
het gehele gebouw indien dat gebouw een gemeenschappelijk
verwarmingssysteem heeft, en
b. kan een energieprestatiecertificaat voor een afzonderlijk
gedeelte van het gebouw worden afgegeven op basis van het
energieprestatiecertificaat voor een ander representatief gedeelte
van het gebouw.
Artikel 2.4
De eigenaar van een gebouw met een totale gebruiksoppervlakte van
meer dan 1.000 m2, waarin door een overheidsdienst of
overheidsinstelling diensten aan het publiek worden verleend en dat met
het oog daarop door een groot aantal personen wordt bezocht, heeft een
energieprestatiecertificaat. De eigenaar brengt dit aan op een voor het
publiek duidelijk zichtbare plaats in het gebouw. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald dat de tweede zin van toepassing is op een
of meer bij die regeling aan te wijzen onderdelen van het
energieprestatiecertificaat.
Afdeling 3. Nadere voorschriften
Artikel 3.1
Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven
omtrent het in dit besluit bepaalde.
Afdeling 3a. Keuring van airconditioningsystemen
Artikel 3a.1
1. Airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer
dan 12 kW worden ten minste eenmaal per vijf jaar gekeurd.
2. De keuring wordt op onafhankelijke wijze uitgevoerd door
gekwalificeerde of erkende deskundigen.
3. De keuring omvat ten minste:
a. een beoordeling van het rendement van de airconditioning en
van de dimensionering ervan, gelet op de koelingsbehoefte van het
gebouw;
b. een advies aan de gebruiker van het airconditioningsysteem
over mogelijke verbeteringen in of vervanging van het
airconditioningsysteem of over alternatieve oplossingen, indien
het resultaat van de beoordeling daartoe aanleiding geeft.
Afdeling 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 4.1
Voor een gebouw waarvoor tussen 1 juli 2002 en het tijdstip van
inwerkingtreding van dit artikel een Energie Prestatie Advies is
uitgebracht dat voldoet aan de Tijdelijke regeling energiepremies 2003
zoals deze laatstelijk luidde voor haar intrekking, kan aan de in
artikel 2.1 gestelde verplichtingen worden voldaan door het verstrekken
van dit advies, mits dit niet ouder is dan tien jaar.
Artikel 4.2
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 4.3
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit energieprestatie gebouwen.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 24 november 2006
BEATRIX
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer,
P. Winsemius
Uitgegeven de vijfde december 2006
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|