St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Woningwet

 

BOUWBESLUIT  2003

Artikelen 2.56 t/m 2.133

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2011

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
•
•
•
•

 

Artikelen 1.1 t/m 2.55
Artikelen 2.134 t/m 2.215
Artikelen 2.216 t/m 3.90
Artikelen 3.91 t/m 4.33
Artikelen 4.34 t/m 7.4

 

 

 
Afdeling 2.8. Verlichting

 

§ 2.8.1. Nieuwbouw

 

Artikel 2.56

1. Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige verlichtingsinstallatie dat het bouwwerk veilig kan worden verlaten, sociaal veilig en bruikbaar is.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.56 voorschriften zijnaangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 2.56 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 2.56

ge-
bruiks-
functie

   

leden van toepas-
sing

                       

grens-
waarden

         
     

verlich-
tings-
sterkte

     

stroom-
voor-
ziening

nood-
verlich-
ting

     

voorz. voor nood-
stroom

ver-
bouw

 

tijde-
lijke bouw

verlich-
tings-
sterkte

nood-
verlich-
ting

       
   

artikel

2.57

     

2.58

2.59

     

2.60

2.61

 

2.62

2.57

2.59

       
   

lid

1

2

3

4

*

1

2

3

4

*

1

2

*

1

1

       
                               

[lux]

[m2]

       

1

Woonfunctie

                                       
 

a

woonfunctie van een woonwagen

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

       
 

b

andere woonfunctie

–

2

3

–

*

–

–

–

4

*

–

–

–

–

–

       
   

bij bezettings-
graadklasse

                           

B1

B2

B3

B4

B5

2

Bijeenkomst-
functie

                                       
 

a

bijeenkomst-
functie voor het aanschouwen van sport

1

2

3

–

*

1

–

3

4

*

1

–

*

10

60

150

n.t.

n.t.

n.t.

 

b

andere bijeenkomst-
functie

1

2

3

–

*

1

–

3

4

*

1

–

*

10

60

150

375

n.t.

n.t.

3

Celfunctie

 

1

2

3

–

*

1

–

3

4

*

1

–

*

           
 

1

niet-gemeen-
schappelijke ruimte

                         

200

60

150

375

900

>900

 

2

ruimte voor bezoekers

                         

10

60

150

375

n.t.

n.t.

 

3

andere ruimte

                         

10

60

150

375

900

>900

4

Gezondheids-
zorgfunctie

 

1

2

3

–

*

1

–

3

4

*

1

–

*

           
 

1

ruimte voor bezoekers

                         

10

60

150

375

n.t.

n.t.

 

2

andere ruimte

                         

10

60

150

375

900

n.t.

5

Industrie-
functie

                                       
 

a

lichte industrie-
functie

–

–

3

–

*

–

–

–

4

*

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

b

andere industriefunctie

1

2

3

–

*

1

–

3

4

*

1

–

*

10

60

150

375

900

>900

6

Kantoor-
functie

 

1

2

3

–

*

1

–

3

4

*

1

–

*

10

60

150

375

900

n.t.

7

Logies-
functie

 

1

2

3

–

*

1

–

3

4

*

1

–

*

10

60

150

375

900

n.t.

8

Onderwijs-
functie

 

1

2

3

–

*

1

–

3

4

*

1

–

*

10

60

150

375

n.t.

n.t.

9

Sportfunctie

 

1

2

3

–

*

1

–

3

4

*

1

–

*

10

60

150

375

900

>900

10

Winkel-
functie

 

1

2

3

–

*

1

–

3

4

*

1

–

*

10

60

150

375

900

>900

11

Overige gebruiks-
functie

                                       
 

a

overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer, niet gelegen onder het meetniveau, met een gebruiks-
oppervlakte van meer dan 50 m2.

1

2

3

–

*

–

–

3

4

*

1

–

*

10

–

–

–

–

–

 

b

overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer, gelegen onder het meetniveau.

1

2

3

–

*

–

2

3

4

*

1

–

*

10

–

–

–

–

–

 

c

overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen gelegen onder het meetniveau, met een gebruiks-
oppervlakte van niet meer dan 500 m2.

1

2

3

–

*

–

–

3

4

*

1

–

*

10

–

–

–

–

–

 

d

overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen, gelegen onder het meetniveau, met een gebruiks-
oppervlakte van meer dan 500 m2.

1

2

3

–

*

–

2

3

4

*

1

–

*

10

–

–

–

–

–

 

e

andere overige gebruiksfunctie

–

2

3

–

*

–

–

–

4

*

1

–

*

–

–

–

–

–

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

3

4

*

–

–

–

4

*

–

2

*

–

–

–

–

–

–

 

Artikel 2.57

1. Een verblijfsruimte heeft een verlichtingsinstallatie die de vloer van de verblijfsruimte kan verlichten met een verlichtingssterkte van ten minste de grenswaarde die is aangegeven in tabel 2.56.

2. Een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert, heeft een verlichtingsinstallatie die een verlichtingssterkte van ten minste 10 lux kan geven op een vloer, een trap en een hellingbaan waarover die rookvrije vluchtroute voert, over een breedte als bedoeld in artikel 2.167 en over een breedte die is bestemd voor opvang en doorstroming als bedoeld in artikel 2.173.

3. Een liftkooi heeft een verlichtingsinstallatie die de vloer van de liftkooi kan verlichten met een verlichtingssterkte van ten minste 10 lux.

4. Een bouwwerk geen gebouw zijnde, heeft, afhankelijk van de bestemming, indien daar een voor mensen toegankelijke vloer, trap of hellingbaan aanwezig is, een verlichtingsinstallatie waarmee die vloer, trap of hellingbaan kan worden verlicht.

 

Artikel 2.58

Een verlichtingsinstallatie als bedoeld in artikel 2.57, is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit als bedoeld in artikel 2.47, eerste en tweede lid.

 

Artikel 2.59

1. Een verlichtingsinstallatie van een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte die groter is dan de grenswaarde die in tabel 2.56 is aangegeven, is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in artikel 2.47, tweede lid.

2. Een verlichtingsinstallatie van een verblijfsruimte is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in artikel 2.47, tweede lid.

3. Een verlichtingsinstallatie van een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert, als bedoeld in artikel 2.57, tweede lid, is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in artikel 2.47, tweede lid.

4. Een verlichtingsinstallatie van een liftkooi is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in artikel 2.47, tweede lid.

 

Artikel 2.60

Een verlichtingsinstallatie die is aangesloten op een voorziening voor noodstroom, als bedoeld in artikel 2.59, geeft gedurende de periode als bedoeld in artikel 2.49, derde lid, een verlichtingssterkte van ten minste 1 lux. De verlichtingssterkte wordt gemeten op het in artikel 2.57 bedoelde oppervlak.

 

Artikel 2.61

1. Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk niet af van de artikelen 2.59, derde en vierde lid, en 2.60.

2. Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, niet af van de artikelen 2.57, derde lid, 2.58, 2.59, vierde lid, en 2.60.

 

Artikel 2.62

Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk zijn de artikelen 2.57 tot en met 2.60 van toepassing.

 

§ 2.8.2. Bestaande bouw

 

Artikel 2.63

1. Een bestaand bouwwerk heeft een zodanige verlichtingsinstallatie dat het bouwwerk veilig kan worden verlaten.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.63 voorschriften zijnaangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 2.63 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 2.63

gebruiks-
functie

   

leden van toepassing

                 

grens-
waarden

     

verlichtings-
sterkte

     

stroom-
voorziening

nood-
verlichting

     

voorz. voor noodstroom

nood-
verlichting

   

artikel

2.64

     

2.65

2.66

     

2.67

2.66

   

lid

1

2

3

4

*

1

2

3

4

*

1

                         

[m2]

1

Woonfunctie

                       
 

a

woonfunctie van een woonwagen

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

b

andere woonfunctie

–

2

3

–

*

–

–

–

–

–

–

2

Bijeenkomstfunctie

                       
 

a

bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport

1

2

–

–

*

1

–

3

–

*

200

 

b

andere bijeenkomstfunctie

1

2

–

–

*

1

–

3

–

*

500

3

Celfunctie

                       
   

1 ruimte voor bezoekers

1

2

–

–

*

1

–

3

–

*

600

   

2 andere ruimte

–

2

3

–

*

–

–

3

4

*

–

4

Gezondheidszorgfunctie

 

1

2

–

–

*

1

–

3

–

*

1200

5

Industriefunctie

                       
 

a

lichte industriefunctie

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

b

andere industriefunctie

1

2

–

–

*

–

–

3

–

*

–

6

Kantoorfunctie

 

1

2

–

–

*

1

–

3

–

*

1200

7

Logiesfunctie

 

1

2

–

–

*

1

–

3

–

*

1200

8

Onderwijsfunctie

 

1

2

–

–

*

1

–

3

–

*

500

9

Sportfunctie

 

–

2

–

–

*

–

–

3

–

*

–

10

Winkelfunctie

 

1

2

–

–

*

–

–

3

–

*

–

11

Overige gebruiksfunctie

                       
 

a

overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer, niet gelegen onder het meetniveau, met een gebruiksoppervlakte van meer dan 100 m2

1

2

–

–

*

–

–

3

–

*

–

 

b

overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer, gelegen onder het meetniveau

1

2

–

–

*

–

2

3

–

*

–

 

c

overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen, met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1000 m2

1

2

–

–

*

–

–

3

–

*

–

 

d

andere overige gebruiksfunctie

–

2

–

–

–

–

–

–

–

–

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

4

–

–

–

–

–

–

–

 

Artikel 2.64

1. Een verblijfsruimte heeft een verlichtingsinstallatie die de vloer van de verblijfsruimte kan verlichten met een verlichtingssterkte van ten minste 1 lux.

2. Een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert, heeft een verlichtingsinstallatie die een verlichtingssterkte van ten minste 1 lux over de vereiste breedte bedoeld in artikel 2.176, kan geven op een vloer, een trap en een hellingbaan waarover die rookvrije vluchtroute voert.

3. Een liftkooi heeft een verlichtingsinstallatie die de vloer van de liftkooi kan verlichten met een verlichtingssterkte van ten minste 1 lux.

4. Een bouwwerk geen gebouw zijnde, heeft, afhankelijk van zijn bestemming, indien daar een voor mensen toegankelijke vloer, trap of hellingbaan aanwezig is, een verlichtingsinstallatie waarmee die vloer, trap of hellingbaan kan worden verlicht.

 

Artikel 2.65

Een verlichtingsinstallatie als bedoeld in artikel 2.64, is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit als bedoeld in artikel 2.53, eerste lid.

 

Artikel 2.66

1. Een verlichtingsinstallatie van een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte die groter is dan de grenswaarde die in tabel 2.63 is aangegeven, is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in artikel 2.53, tweede lid.

2. Een verlichtingsinstallatie van een verblijfsruimte is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in artikel 2.53, tweede lid.

3. Een verlichtingsinstallatie van een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert als bedoeld in artikel 2.64, tweede lid, is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in artikel 2.53, tweede lid.

4. Een verlichtingsinstallatie van een liftkooi is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in artikel 2.53, tweede lid.

 

Artikel 2.67

Een verlichtingsinstallatie die is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in artikel 2.66, geeft gedurende de periode als bedoeld in artikel 2.55, derde lid,een verlichtingssterkte van ten minste 1 lux. De verlichtingssterkte wordt gemeten op het in artikel 2.64 bedoelde oppervlak.

 

Afdeling 2.9. Gasvoorziening

 

§ 2.9.1. Nieuwbouw

 

Artikel 2.68

1. Een te bouwen bouwwerk heeft een veilige voorziening voor gas.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.68 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 2.68

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

         
     

aanwezigheid

 

aansluitingen

   

veiligheid

artikel

   

2.69

 

2.70

   

2.71

 

lid

 

1

2

1

2

3

*

1

Woonfunctie

             
 

a

woonfunctie gelegen in een woongebouw

1

2

1

2

–

*

 

b

woonfunctie van een woonwagen

1

–

1

2

–

*

 

c

andere woonfunctie

1

–

1

2

–

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

–

–

1

–

3

*

3

Celfunctie

 

–

–

1

–

3

*

4

Gezondheidszorgfunctie

 

–

–

1

–

3

*

5

Industriefunctie

 

–

–

1

–

3

*

6

Kantoorfunctie

 

–

–

1

–

3

*

7

Logiesfunctie

 

–

–

1

–

3

*

8

Onderwijsfunctie

 

–

–

1

–

3

*

9

Sportfunctie

 

–

–

1

–

3

*

10

Winkelfunctie

 

–

–

1

–

3

*

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

–

1

–

3

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

–

–

*

 

Artikel 2.69

1. Een gebruiksfunctie heeft een voorziening voor gas, tenzij de gebruiksfunctie kan worden aangesloten op een gemeenschappelijke of publieke voorziening voor verwarming.

2. Een woongebouw heeft een voorziening voor gas, indien het een gemeenschappelijke voorziening voor verwarming heeft.

 

Artikel 2.70

1. Een voorziening voor gas heeft in een meterruimte als bedoeld in artikel 4.66, een aansluitmogelijkheid voor aansluiting op het distributienet van gas.

2. Een voorziening voor gas als bedoeld in artikel 2.69, heeft een aansluitpunt bij:

a. een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.81,

b. een opstelplaats voor een stooktoestel als bedoeld in artikel 4.87, en

c. een opstelplaats voor een warmwatertoestel als bedoeld in artikel 4.95.

3. Een voorziening voor gas heeft een aansluitpunt bij elke opstelplaats voor een op gas gestookt verbrandingstoestel.

 

Artikel 2.71

Een voorziening voor gas voldoet aan bij ministeriλle regeling aangewezen voorschriften.

 

§ 2.9.2. Bestaande bouw

 

Artikel 2.72

1. Een bestaand bouwwerk heeft een veilige voorziening voor gas.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.72 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 2.72

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

 
     

aanwezigheid

veiligheid

artikel

   

2.73

2.74

 

lid

 

*

*

1

Woonfunctie

     
 

a

woonfunctie van een woonwagen

–

*

 

b

andere woonfunctie

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

–

*

3

Celfunctie

 

–

*

4

Gezondheidszorgfunctie

 

–

*

5

Industriefunctie

 

–

*

6

Kantoorfunctie

 

–

*

7

Logiesfunctie

 

–

*

8

Onderwijsfunctie

 

–

*

9

Sportfunctie

 

–

*

10

Winkelfunctie

 

–

*

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

*

 

Artikel 2.73

Een voorziening voor gas heeft een aansluitmogelijkheid voor aansluiting op het distributienet van gas.

 

Artikel 2.74

Een voorziening voor gas voldoet aan bij ministeriλle regeling aangewezen voorschriften.

 

Afdeling 2.10. Beweegbare constructie-onderdelen

 

§ 2.10.1. Nieuwbouw

 

Artikel 2.75

1. Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructie-onderdelen dat veilig kan worden gevlucht en dat veilig gebruik kan worden gemaakt van de aan het perceel grenzende openbare ruimte.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.75 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 2.75

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

           
     

hoogte

       

verbouw

tijdelijke bouw

artikel

   

2.76

       

2.77

2.78

 

lid

 

1

2

3

4

5

*

*

1

Woonfunctie

               
 

a

woonfunctie van een woonwagen

–

–

–

–

5

*

–

 

b

andere woonfunctie

1

2

3

4

–

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

1

2

3

4

–

*

*

3

Celfunctie

 

1

2

3

4

–

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

 

1

2

3

4

–

*

*

5

Industriefunctie

 

1

2

3

4

–

*

*

6

Kantoorfunctie

 

1

2

3

4

–

*

*

7

Logiesfunctie

 

1

2

3

4

–

*

*

8

Onderwijsfunctie

 

1

2

3

4

–

*

*

9

Sportfunctie

 

1

2

3

4

–

*

*

10

Winkelfunctie

 

1

2

3

4

–

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

 

1

2

3

4

–

*

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

1

2

3

4

–

*

*

 

Artikel 2.76

1. Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg of boven een strook van 0,6 m grenzend aan die weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg of strook.

2. Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een niet voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 2,2 m boven die weg. Dit voorschrift geldt niet voor een nooddeur.

3. Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een vloer waarover een rookvrije vluchtroute voert, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 2,2 m boven die vloer. Dit voorschrift geldt niet voor een deur, indien de vluchtroute een vrije doorgang heeft met een breedte van ten minste 0,6 m ter plaatse van die deur in geopende stand.

4. Het eerste, tweede en derde lid gelden niet voor een deur die toegang verschaft tot een ruimte die zo klein is dat een persoon zich daarin niet helemaal kan bevinden.

5. Een beweegbaar constructie-onderdeel bevindt zich in geopende stand niet buiten de standplaats.

 

Artikel 2.77

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk niet af van artikel 2.76, tweede, derde en vijfde lid.

 

Artikel 2.78

Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk is artikel 2.76, tweede, derde en vijfde lid, van toepassing.

 

§ 2.10.2. Bestaande bouw

 

Artikel 2.79

1. Een bestaand bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructie-onderdelen dat veilig gebruik kan worden gemaakt van de aan het perceel grenzende openbare ruimte.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.79 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 2.79 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 2.79

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

     

hoogte

artikel

   

2.80

 

lid

 

*

1

Woonfunctie

   
 

a

woonfunctie van een woonwagen

–

 

b

andere woonfunctie

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

*

3

Celfunctie

 

*

4

Gezondheidszorgfunctie

 

*

5

Industriefunctie

 

*

6

Kantoorfunctie

 

*

7

Logiesfunctie

 

*

8

Onderwijsfunctie

 

*

9

Sportfunctie

 

*

10

Winkelfunctie

 

*

11

Overige gebruiksfunctie

 

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

*

 

Artikel 2.80

Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg.

 

Afdeling 2.11. Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie

 

§ 2.11.1. Nieuwbouw

 

Artikel 2.81

1. Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie voldoende wordt beperkt.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.81 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 2.81

gebruiks-
functie

   

leden van toepas-
sing

                 
     

stook-
plaats

schacht, koker of kanaal

rook-
afvoer

   

dak

   

verbouw

tijdelijke bouw

artikel

   

2.82

2.83

2.84

   

2.85

   

2.86

2.87

 

lid

 

*

*

1

2

3

1

2

3

*

*

1

Woonfunctie

                     
 

a

woonfunctie van een woonwagen

*

–

1

2

–

1

–

–

*

*

 

b

andere woonfunctie

*

*

1

2

3

1

2

–

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

*

*

1

2

3

1

2

–

*

*

3

Celfunctie

 

*

*

1

2

3

1

2

–

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

 

*

*

1

2

3

1

2

–

*

*

5

Industriefunctie

 

*

*

1

2

3

1

2

–

*

*

6

Kantoorfunctie

 

*

*

1

2

3

1

2

–

*

*

7

Logiesfunctie

 

*

*

1

2

3

1

2

–

*

*

8

Onderwijsfunctie

 

*

*

1

2

3

1

2

–

*

*

9

Sportfunctie

 

*

*

1

2

3

1

2

–

*

*

10

Winkelfunctie

 

*

*

1

2

3

1

2

–

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

                     
 

a

overige gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m 2

*

*

1

2

3

–

–

–

*

*

 

b

overige gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m 2

–

–

1

2

3

–

–

–

*

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

–

–

1

–

3

*

*

 

Artikel 2.82

Materiaal, toegepast ter plaatse van of in de nabijheid van een stookplaats van een gebruiksfunctie is, bepaald volgens NEN 6064, onbrandbaar, indien:

a. ter plaatse van of in de nabijheid van die stookplaats een intensiteit van de warmtestraling kan optreden, die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m2, of

b. in het materiaal een temperatuur kan optreden, die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 363 K.

 

Artikel 2.83

Materiaal toegepast aan de binnenzijde van een schacht, een koker of een kanaal met een inwendige doorsnede groter dan 0,015 m2 en grenzend aan meer dan een brandcompartiment, is, bepaald volgens NEN 6064, onbrandbaar over een dikte van ten minste 0,01 m, gemeten loodrecht op de binnenzijde. Dit geldt niet indien de schacht, de koker of het kanaal ligt in en uitsluitend is bestemd voor een of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten.

 

Artikel 2.84

1. Een voorziening voor de afvoer van rook is, bepaald volgens NEN 6062, brandveilig.

2. Materiaal waaruit een voorziening voor de afvoer van rook is samengesteld, is, bepaald volgens NEN 6064, onbrandbaar. Dit geldt uitsluitend indien in dat materiaal een temperatuur, bepaald volgens NEN 6062, kan optreden van meer dan 363 K.

3. De horizontale afstand tussen de uitmonding van een voorziening voor de afvoer van rook van een op vaste brandstof gestookt toestel en een brandgevaarlijk dak van een ander bouwwerk is ten minste 15 m.

 

Artikel 2.85

1. Een dak van een bouwwerk waarin de gebruiksfunctie ligt is, bepaald volgens NEN 6063, niet brandgevaarlijk.

2. Het eerste lid geldt niet, indien het bouwwerk waarin een gebruiksfunctie ligt:

a. geen vloer van een verblijfsgebied heeft, die hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, en

b. geen brandgevaarlijk dak heeft op een horizontale afstand van de perceelsgrens van minder dan 15 m; indien het perceel waarop het bouwwerk ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt de afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen.

3. Het eerste lid geldt niet, indien het bouwwerk geen gebouw zijnde:

a. geen voor bezoekers toegankelijke vloer heeft die hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, en

b. geen brandgevaarlijk dak heeft op een afstand van de perceelsgrens van minder dan 15 m; indien het perceel waarop het bouwwerk ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt de afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen.

 

Artikel 2.86

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk niet af van de artikelen 2.83, 2.84, eerste en tweede lid, en 2.85.

 

Artikel 2.87

Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk zijn de artikelen 2.83, 2.84, eerste en tweede lid, en 2.85 van toepassing.

 

§ 2.11.2. Bestaande bouw

 

Artikel 2.88

1. Een bestaand bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie voldoende wordt beperkt.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.88 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 2.88

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

     
     

stookplaats

rookafvoer

   

artikel

   

2.89

2.90

   
 

lid

 

*

1

2

3

1

Woonfunctie

         
 

a

woonfunctie van een woonwagen

*

1

2

–

 

b

andere woonfunctie

*

1

2

3

2

Bijeenkomstfunctie

 

*

1

2

3

3

Celfunctie

 

*

1

2

3

4

Gezondheidszorgfunctie

 

*

1

2

3

5

Industriefunctie

 

*

1

2

3

6

Kantoorfunctie

 

*

1

2

3

7

Logiesfunctie

 

*

1

2

3

8

Onderwijsfunctie

 

*

1

2

3

9

Sportfunctie

 

*

1

2

3

10

Winkelfunctie

 

*

1

2

3

11

Overige gebruiksfunctie

 

*

1

2

3

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

–

 

Artikel 2.89

Materiaal, toegepast ter plaatse van of in de nabijheid van een stookplaats van een gebruiksfunctie is, bepaald volgens NEN 6064, onbrandbaar, indien:

a. ter plaatse van of in de nabijheid van die stookplaats een intensiteit van de warmtestraling kan optreden, die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m2, of

b. in het materiaal een temperatuur kan optreden, die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 363 K.

 

Artikel 2.90

1. Een voorziening voor de afvoer van rook is, bepaald volgens NEN 8062, luchtdicht.

2. Materiaal waaruit een voorziening voor de afvoer van rook is samengesteld, is, bepaald volgens NEN 6064, onbrandbaar, indien in dat materiaal een volgens NEN 8062 bepaalde temperatuur kan optreden van meer dan 363 K.

3. De horizontale afstand tussen de uitmonding van een voorziening voor de afvoer van rook van een op vaste brandstof gestookt toestel en een brandgevaarlijk dak van een ander bouwwerk is ten minste 15 m.

 

Afdeling 2.12. Beperking van ontwikkeling van brand

 

§ 2.12.1. Nieuwbouw

 

Artikel 2.91

1. Een te bouwen bouwwerk is zodanig, dat brand zich niet snel kan ontwikkelen.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.91 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 2.91

ge-
bruiks-
functie

   

leden van toepas-
sing

                           

grens-
waar-
den

               
                                   

zijde gren-
zend aan een

               
                                   

binnen

   

buiten

   

boven

   
     

binnen-
opper-
vlak

buiten-
opper-
vlak

         

be-
loop-
baar vlak

 

vrijge-
steld

 

ver-
bouw

 

tijde-
lijke bouw

 

brand- en rook-
vrije vlucht-
route

rook-
vrije vlucht-
route

ove-
rig

brand- en rook-
vrije vlucht-
route

rook-
vrije vluchtr-
oute

overig

brand- en rook-
vrije vlucht-
route

rook-
vrije vlucht-
route

ove-
rig

   

artikel

2.92

2.93

         

2.94

 

2.95

 

2.96

 

2.97

 

2.92

   

2.93

   

2.94

   
   

lid

*

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

1

2

1

2

*

   

1

   

2

   
                                   

[klasse]

   

[klasse]

   

[klasse]

   

1

Woonfunctie

                                                 
 

a

woonfunctie van een woonwagen

*

1

–

–

–

–

–

1

2

1

–

–

–

–

–

–

–

4

–

–

4

–

–

T3

 

b

woonfunctie met een gebruiks-
oppervlakte van niet meer dan 500 m2, niet gelegen in een woongebouw en niet van een woonwagen

*

1

2

–

–

5

–

1

2

1

–

–

–

–

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

T3

 

c

andere woonfunctie

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

2

4

2

2

4

T1

T1

T3

2

Bijeenkomst-
functie

                                                 
 

a

bijeenkomst-
functie voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

2

4

2

2

4

T1

T3

T3

 

b

andere bijeenkomst-
functie

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

T3

3

Celfunctie

 

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

                 
   

1 niet-gemeen-
schappelijke ruimte

                             

1

1

3

1

1

4

T1

T2

T2

   

2 gemeen-
schappelijke ruimte

                             

1

1

4

1

1

4

T1

T3

T3

4

Gezondheids-
zorgfunctie

                                                 
 

a

gezondheids-
zorgfunctie voor aan bed gebonden patiλnten

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

2

4

2

2

4

T1

T3

T3

 

b

andere gezondheids-
zorgfunctie

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

T3

5

Industrie-
functie

 

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

T3

6

Kantoor-
functie

 

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

T3

7

Logiesfunctie

                                                 
 

a

logiesfunctie met een gebruiks-
oppervlakte van niet meer dan 500 m2, niet gelegen in een logiesgebouw

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

T3

 

b

andere logiesfunctie

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

2

4

2

2

4

T1

T3

T3

8

Onderwijs-
functie

 

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

T3

9

Sportfunctie

 

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

T3

10

Winkelfunctie

 

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

T3

11

Overige gebruiks-
functie

 

*

1

2

3

–

5

–

1

2

1

–

1

–

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

T3

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

                                                 
 

a

tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer

–

1

2

–

4

5

6

1

2

–

2

–

2

–

2

–

–

–

2

4

4

T1

T3

T3

 

b

ander bouwwerk geen gebouw zijnde

–

1

2

–

4

5

–

1

2

–

2

–

2

–

2

–

–

–

2

4

4

T1

T3

T3

 

Artikel 2.92

Een constructie-onderdeel heeft aan een zijde die niet grenst aan de buitenlucht, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de klasse die voor die zijde is aangegeven in tabel 2.91.

 

Artikel 2.93

1. Een constructie-onderdeel niet zijnde een deur, een raam, een kozijn of een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel, heeft aan een zijde die grenst aan de buitenlucht, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de klasse die voor die zijde is aangegeven in tabel 2.91. Een deur, een raam, een kozijn of een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel voldoet aan klasse 4.

2. Een gedeelte van een constructie-onderdeel dat hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau, heeft aan een zijde die grenst aan de buitenlucht, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan klasse 2.

3. Een constructie-onderdeel van een bouwwerk waarvan een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, heeft aan een zijde die grenst aan de buitenlucht, vanaf het aansluitende terrein tot een hoogte van ten minste 2,5 m daarboven, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan klasse 1.

4. Een constructie-onderdeel van een bouwwerk, waarvan een voor mensen toegankelijke vloer hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, heeft aan een zijde die grenst aan de buitenlucht, vanaf het aansluitende terrein tot een hoogte van ten minste 2,5 m daarboven, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan klasse 1.

5. Het tweede tot en met vierde lid gelden niet voor:

a. een deur,

b. een raam,

c. een kozijn en

d. een aan een deur, een raam of een kozijn gelijk te stellen constructie-onderdeel.

6. Een constructie-onderdeel heeft aan een zijde die grenst aan de buitenlucht en is toegekeerd naar een weg, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan klasse 1.

 

Artikel 2.94

1. Deartikelen 2.92 en artikel 2.93 gelden niet voor de bovenzijde van:

a. een vloer,

b. een hellingbaan,

c. een trap en

d. een dak.

2. Een vloer, een hellingbaan of een trap heeft aan de bovenzijde een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de klasse die is aangegeven in tabel 2.91.

 

Artikel 2.95

1. Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructie-onderdelen van elke afzonderlijke ruimte, waarvoor volgens de artikelen 2.92 tot en met 2.94 een eis geldt, is de eis niet van toepassing.

2. Voor bouwwerken geen gebouw zijnde is op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructie-onderdelen, waarvoor volgens de artikelen 2.92 tot en met 2.94 een eis geldt, de eis niet van toepassing.

 

Artikel 2.96

1. Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk niet af van artikel 2.93, derde lid.

2. Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, niet af van artikel 2.93, vierde lid.

 

Artikel 2.97

1. Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk is artikel 2.93, derde lid, van toepassing.

2. Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk geen gebouw zijnde is artikel 2.93, vierde lid, van toepassing.

 

§ 2.12.2. Bestaande bouw

 

Artikel 2.98

1. Een bestaand bouwwerk is zodanig, dat brand zich niet snel kan ontwikkelen..

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.98 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 2.98

ge-
bruiks-
functie

     

leden van toepas-
sing

         

grens-
waar-
den

             
                   

zijde gren-
zend aan een

             
                   

binnen

   

buiten

   

boven

 
       

binnen-
opper-
vlak

buiten-
opper-
vlak

beloop-
baar vlak

 

vrijge-
steld

 

brand- en rook-
vrije vlucht-
route

rook-
vrije vlucht-
route

overig

brand- en rook-
vrije vlucht-
route

rook-
vrije vlucht-
route

overig

brand- en rook-
vrije vlucht-
route

overig

artikel

     

2.99

2.100

2.101

 

2.102

 

2.99

   

2.100

   

2.101

 
 

lid

   

*

*

1

2

1

2

*

   

1

   

*

 
                   

[klasse]

   

[klasse]

   

[klasse]

 

1

Woonfunctie

                               
 

a

woonfunctie van een woonwagen

 

*

*

1

2

1

–

–

–

4

–

–

4

–

T3

 

b

woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1 000 m2, niet gelegen in een woongebouw en niet van een woonwagen

 

*

*

1

2

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

 

c

andere woonfunctie

 

*

*

1

2

1

–

2

2

4

2

2

4

T1

T3

2

Bijeenkomst-
functie

   

*

*

1

2

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

3

Celfunctie

   

*

*

1

2

1

–

               
   

1

niet-gemeenschappelijke ruimte

           

1

1

3

1

1

4

T1

T2

   

2

gemeenschappelijke ruimte

           

1

1

4

1

1

4

T1

T3

4

Gezondheids-
zorgfunctie

                               
 

a

gezondheids-
zorgfunctie voor aan bed gebonden patiλnten

 

*

*

1

2

1

–

2

2

4

2

4

4

T1

T3

 

b

andere gezondheids-
zorgfunctie

 

*

*

1

2

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

5

Industriefunctie

   

*

*

1

2

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

6

Kantoorfunctie

   

*

*

1

2

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

7

Logiesfunctie

                               
 

a

logiesfunctie met een gebruiks-
oppervlakte van ten hoogste 1 000 m2, niet gelegen in een logiesgebouw

 

*

*

1

2

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

 

b

andere logiesfunctie

 

*

*

1

2

1

–

2

2

4

2

2

4

T1

T3

8

Onderwijsfunctie

   

*

*

1

2

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

9

Sportfunctie

   

*

*

1

2

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

10

Winkelfunctie

   

*

*

1

2

1

–

2

4

4

2

4

4

T1

T3

11

Overige gebruiksfunctie

   

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

                               
 

a

tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor het verkeer

 

–

*

1

2

–

2

–

–

–

2

4

4

T1

T3

 

b

ander bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

*

1

2

–

2

–

–

–

2

4

4

T1

T3

 

Artikel 2.99

Een constructie-onderdeel heeft aan een zijde die niet grenst aan de buitenlucht een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de klasse die voor die zijde is aangegeven in tabel 2.98.

 

Artikel 2.100

Een constructie-onderdeel niet zijnde een deur, een raam, een kozijn of een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel, heeft aan een zijde die grenst aan de buitenlucht, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de klasse die voor die zijde is aangegeven in tabel 2.98. Een deur, een raam, een kozijn of een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel voldoet aan klasse 4.

 

Artikel 2.101

1. De artikelen 2.99 en 2.100 gelden niet voor de bovenzijde van:

a. een vloer,

b. een hellingbaan,

c. een trap en

d. een dak.

2. Een vloer, een hellingbaan of een trap heeft aan de bovenzijde een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die ten hoogste gelijk is aan de klasse die is aangegeven in tabel 2.98.

 

Artikel 2.102

1. Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructie-onderdelen van elke afzonderlijke ruimte waarvoor volgens de artikelen 2.99 tot en met 2.101 een eis geldt, is de eis niet van toepassing.

2. Voor bouwwerken geen gebouw zijnde is op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructie-onderdelen waarvoor volgens de artikelen 2.99 tot en met 2.101 een eis geldt, de eis niet van toepassing.

 

Afdeling 2.13. Beperking van uitbreiding van brand

 

§ 2.13.1. Nieuwbouw

 

Artikel 2.103

1. Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat de uitbreiding van brand voldoende wordt beperkt.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.103 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 2.103

ge-
bruiks-
functie

   

leden van toepas-
sing

                                                       

grens-
waar-
den

 
     

ligging

             

omvang

                   

wbdbo

           

zelf-
sluitende
deur

verbouw

tijdelijke
bouw

afme-
tingen

wbdbo

artikel

   

2.104

             

2.105

                   

2.106

           

2.107

2.108

2.109

2.105

2.106

 

lid

 

1

2

3

4

5

6

7

8

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

1

2

3

4

5

6

7

*

*

*

4

4

1

Woonfunctie

                                                           

[m2]

[m]

 

a

woonfunctie gelegen in een woongebouw

1

2

3

–

–

–

–

–

1

2

–

4

5

6

7

–

–

–

–

1

2

3

4

5

–

–

*

*

*

1 000

7

 

b

woonfunctie van een woonwagen

–

–

–

–

–

–

-

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

6

–

–

–

–

–

–

 

c

andere woonfunctie

1

2

3

–

–

–

–

–

1

–

3

4

–

6

7

–

–

–

–

1

2

3

4

5

–

–

*

*

*

1 000

7

2

Bijeenkomst-
functie

 

1

2

3

–

–

–

–

–

1

–

–

4

–

6

7

8

–

–

–

1

–

3

–

5

–

7

*

–

*

1 000

5

3

Celfunctie

                                                               
 

a

celfunctie gelegen in een cellengebouw

1

2

3

–

–

–

–

–

1

–

–

4

–

6

7

8

9

10

–

1

–

–

–

5

–

7

*

–

*

1 000

–

 

b

celfunctie niet gelegen in een cellengebouw

1

2

3

–

–

–

–

–

1

–

–

4

–

6

7

8

–

10

–

1

–

3

–

5

–

7

*

–

*

1 000

5

4

Gezondheids-
zorgfunctie

                                                               
 

a

gezondheids-
zorgfunctie voor aan bed gebonden patiλnten

1

2

3

–

–

–

–

–

1

–

–

4

–

6

7

8

–

–

11

1

–

–

–

5

–

7

*

–

*

1 000

–

 

b

andere gezondheids-
zorgfunctie

1

2

3

–

–

–

–

–

1

–

–

4

–

6

7

8

–

–

–

1

–

3

–

5

–

7

*

–

*

1 000

5

5

Industrie-
functie

                                                               
 

a

lichte industrie-
functie

1

2

3

4

5

6

7

–

1

–

–

4

–

6

7

8

–

–

–

1

–

3

–

5

–

7

*

–

*

1 000

5

 

b

andere industrie-
functie

1

2

3

4

5

–

–

–

1

–

–

4

–

6

7

8

–

–

–

1

–

3

–

5

–

7

*

–

*

1 000

5

6

Kantoor-
functie

 

1

2

3

–

–

–

–

–

1

–

–

4

–

6

7

8

–

–

–

1

–

3

–

5

–

7

*

–

*

1 000

5

7

Logiesfunctie

 

1

2

3

–

–

–

–

–

1

–

–

4

–

6

7

8

–

–

–

1

–

3

–

5

–

7

*

–

*

500

5

8

Onderwijs-
functie

 

1

2

3

–

–

–

–

–

1

–

–

4

–

6

7

8

–

–

–

1

–

3

–

5

–

7

*

–

*

1 000

5

9

Sportfunctie

 

1

2

3

–

–

–

–

–

1

–

–

4

–

6

7

8

–

–

–

1

–

3

–

5

–

7

*

–

*

1 000

5

10

Winkelfunctie

 

1

2

3

–

–

–

–

–

1

–

–

4

–

6

7

8

–

–

–

1

–

3

–

5

–

7

*

–

*

1 000

5

11

Overige gebruiks-
functie

 

1

2

3

4

5

–

–

8

1

–

–

4

–

6

7

8

–

–

–

1

–

3

–

5

–

7

*

–

*

1 000

5

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

 

Artikel 2.104

1. Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. Dit geldt niet voor een toiletruimte, een badruimte, een meterruimte en een opstelplaats voor een verbrandingstoestel niet gelegen in een stookruimte als bedoeld in artikel 4.88, vierde en vijfde lid, en een liftschacht die wat betreft de klasse van de brandvoortplanting en de mate van rookproductie voldoet aan de eisen van een brand- en rookvrije vluchtroute.

2. Onverminderd het eerste lid, liggen een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m2, een ruimte voor de opslag van bij ministeriλle regeling aangegeven brandbare, brandbevorderende of bij brand gevaar opleverende stoffen en een stookruimte als bedoeld in artikel 4.88, vierde en vijfde lid, in een brandcompartiment.

3. In afwijking van het eerste lid, ligt een ruimte waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert, niet in een brandcompartiment.

4. Een niet besloten verblijfsgebied ligt in een brandcompartiment.

5. Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1 000 m2 en met een volgens NEN 6090 bepaalde vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2.

6. Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op een lichte industriefunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2, die uitsluitend is bestemd voor de opslag van goederen of materialen, niet zijnde bij ministeriλle regeling aangegeven brandbare, brandbevorderende of bij brand gevaar opleverende stoffen.

7. Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op een lichte industriefunctie, die uitsluitend is bestemd voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 mJ/m2.

8. Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op een overige gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m2, die niet is bestemd voor de opslag van bij ministeriλle regeling aangegeven brandbare, brandbevorderende of bij brand gevaar opleverende stoffen.

 

Artikel 2.105

1. Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een perceel.

2. In een brandcompartiment van een woongebouw liggen uitsluitend woonfuncties.

3. In een brandcompartiment liggen ten hoogste een woonfunctie en nevenfuncties van die woonfunctie.

4. Een brandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de in tabel 2.103 aangegeven grenswaarde.

5. Indien een woonfunctie gelegen in een woongebouw is aangewezen op geheel of gedeeltelijk samenvallende vluchtroutes als bedoeld in artikel 2.157, derde tot en met vijfde lid, liggen in het brandcompartiment waarin die woonfunctie ligt, ten hoogste:

a. zes woonfuncties of

b. woonfuncties met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 800 m2.

6. Een stookruimte als bedoeld in artikel 4.88, vierde en vijfde lid, is een brandcompartiment.

7. Een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m2 is een brandcompartiment.

8. Een ruimte voor de opslag van bij ministeriλle regeling aangegeven brandbare, brandbevorderende of bij brand gevaar opleverende stoffen, is een brandcompartiment.

9. Een brandcompartiment waarin een groep van niet-gemeenschappelijke ruimten ligt, heeft een gebruiksoppervlakte die kleiner is dan 77% van de totale gebruiksoppervlakte aan brandcompartiment in het gebouw waarin de celfunctie ligt. Dit geldt niet, indien de volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen een subbrandcompartiment als bedoeld in artikel 2.116, waarin de niet-gemeenschappelijke ruimten liggen en een aangrenzende celfunctie of een besloten gemeenschappelijke ruimte ten minste 60 minuten is. Daarbij kan tussen een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van de celfunctie en de gemeenschappelijke verkeersruimte die toegang geeft tot dat gebied, worden volstaan met ten minste 30 minuten indien:

a. die gemeenschappelijke verkeersruimte twee toegangen heeft die een toegang zijn van het brandcompartiment of aansluiten op een route die uitsluitend door gemeenschappelijke verkeersruimten voert naar een toegang van het brandcompartiment, en

b. de afstand tussen die toegangen ten minste 5 m is.

Indien zich tussen een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied en de gemeenschappelijke verkeersruimte een deur bevindt, blijft bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag buiten beschouwing een oppervlak, gelegen onder die deur, dat niet groter is dan 0,02 m2 en waarvan de hoogte, gemeten vanaf de vloer, niet groter is dan 0,05 m.

10. In afwijking van het vierde lid, heeft een brandcompartiment waarin een subbrandcompartiment ligt als bedoeld in artikel 2.116, een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m2.

11. Een brandcompartiment waarin een gedeelte van een gezondheidszorgfunctie bestemd voor aan bed gebonden patiλnten ligt, heeft per bouwlaag een gebruiksoppervlakte die kleiner is dan 77% van de totale gebruiksoppervlakte aan brandcompartiment op die bouwlaag.

 

Artikel 2.106

1. De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment, een besloten ruimte waardoor een van rook en van brand gevrijwaarde vluchtroute voert, en een niet besloten veiligheidstrappenhuis is niet lager dan 60 minuten.

2. In afwijking van het eerste lid, kan worden volstaan met 30 minuten, indien de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m2. Dit geldt niet voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag naar een veiligheidstrappenhuis.

3. In afwijking van het eerste lid, kan worden volstaan met 30 minuten, indien:

a. het brandcompartiment en de besloten ruimte op hetzelfde perceel liggen, en

b. in een gebouw geen vloer van een verblijfsgebied hoger boven het meetniveau ligt dan de in tabel 2.103 aangegeven grenswaarde.

Dit geldt niet voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag naar een veiligheidstrappenhuis.

4. In afwijking van het eerste lid, kan tussen een brandcompartiment en een besloten ruimte waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert, worden volstaan met 30 minuten. Dit geldt niet voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag naar een veiligheidstrappenhuis.

5. Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment van de gebruiksfunctie naar een brandcompartiment, een besloten ruimte waardoor een van brand en van rook gevrijwaarde vluchtroute voert, en een niet besloten veiligheidstrappenhuis van een gebouw op een aangrenzend perceel, wordt voor het gebouw op het aangrenzende perceel uitgegaan van een identiek doch spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Deze spiegeling heeft plaats ten opzichte van het hart van de openbare weg, het openbaar water of het openbaar groen indien het perceel grenst aan die weg, dat water of dat groen.

6. De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een woonwagen naar een andere woonwagen is niet lager dan 30 minuten. Bij de bepaling van deze weerstand wordt uitgegaan van een identieke, doch spiegelsymmetrisch op een afstand van 5 m geplaatste woonwagen.

7. Het derde geldt niet voor een brandcompartiment bestemd voor de opslag van bij ministeriλle regeling aangegeven brandbare, brandbevorderende of bij brand gevaar opleverende stoffen.

 

Artikel 2.107

In een inwendige scheidingsconstructie van een brandcompartiment waarvoor een eis voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag geldt, bevindt zich geen ander beweegbaar constructie-onderdeel dan een zelfsluitende deur.

 

Artikel 2.108

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk niet af van artikel 2.107.

 

Artikel 2.109

Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk zijn de artikelen 2.104 en 2.105 van toepassing, waarbij voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag telkens 30 minuten wordt aangehouden.

 

§ 2.13.2. Bestaande bouw

 

Artikel 2.110

1. Een bestaand bouwwerk is zodanig dat de uitbreiding van brand voldoende wordt beperkt.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.110 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 2.110

gebruiks-
functie

   

leden van toepas-
sing

            &