St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Woningwet

 

BOUWBESLUIT  2003

Artikelen 2.216 t/m 3.90

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2011

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
•
•
•
•

 

Artikelen 1.1 t/m 2.55
Artikelen 2.56 t/m 2.133
Artikelen 2.134 t/m 2.215
Artikelen 3.91 t/m 4.33
Artikelen 4.34 t/m 7.4

 

 

 
Afdeling 2.26. Tunnelveiligheid

 

§ 2.26.1. Nieuwbouw

 

Artikel 2.216

1. Een te bouwen bouwwerk biedt weggebruikers een adequaat veiligheidsniveau.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.216 voorschriften zijn aangewezen wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 2.216 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 2.216

 
gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

     

Aanwezigheid

   

artikel

2.217

   

lid

*

1

Woonfunctie

 

–

2

Bijeenkomstfunctie

 

–

3

Celfunctie

 

–

4

Gezondheidszorgfunctie

 

–

5

Industriefunctie

 

–

6

Kantoorfunctie

 

–

7

Logiesfunctie

 

–

8

Onderwijsfunctie

 

–

9

Sportfunctie

 

–

10

Winkelfunctie

 

–

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

   
 

a

wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m

*

 

b

ander bouwwerk geen gebouw zijnde

–

 

Artikel 2.217

Bij ministeriλle regeling worden nadere voorschriften met betrekking tot de veiligheid van wegtunnels gegeven.

 

§ 2.26.2. Bestaande bouw

 

Artikel 2.218

1. Een bestaand bouwwerk biedt weggebruikers een adequaat veiligheidsniveau.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.218 voorschriften zijn aangewezen wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 2.218 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 2.218

 
gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

     

Aanwezigheid

   

artikel

2.219

   

lid

*

1

Woonfunctie

 

–

2

Bijeenkomstfunctie

 

–

3

Celfunctie

 

–

4

Gezondheidszorgfunctie

 

–

5

Industriefunctie

 

–

6

Kantoorfunctie

 

–

7

Logiesfunctie

 

–

8

Onderwijsfunctie

 

–

9

Sportfunctie

 

–

10

Winkelfunctie

 

–

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

   
 

a

wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m

*

 

b

ander bouwwerk geen gebouw zijnde

–

 

Artikel 2.219

Bij ministeriλle regeling worden nadere voorschriften met betrekking tot de veiligheid van wegtunnels gegeven.

 

Hoofdstuk 3. Voorschriften uit het oogpunt van gezondheid

 

Afdeling 3.1. Bescherming tegen geluid van buiten, nieuwbouw

 

Artikel 3.1

1. Een te bouwen bouwwerk biedt in een verblijfsgebied bescherming tegen geluid van buiten.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.1 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 3.1

gebruiks-
functie
   

leden van toepas-
sing

                                   

grens-
waarde

   
     

industrie-, weg- of spoor-
weg-
lawaai

           

lucht-
vaart-
lawaai

       

ver-
bouw

     

tijde-
lijke bouw

   

industrie-
lawaai

 

weg- of spoor-
weg-
lawaai

artikel    

3.2

           

3.3

       

3.4

     

3.5

   

3.2

   
lid    

1

2

3

4

5

6

7

1

2

3

4

5

1

2

3

4

1

2

3

 

1

 
1

Woonfunctie

                                       

[dB(A)]

 

[dB]

 

a

woonfunctie van een woonwagen

–

2

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

1

–

–

–

–

–

–

–

 

–

 

b

andere woonfunctie

                                           
   

1 verblijfsgebied voor nachtverblijf

1

–

–

4

5

6

7

1

–

3

4

5

1

2

3

4

1

2

3

35

 

33

   

2 ander verblijfsgebied

1

–

–

4

5

6

7

1

–

–

4

5

1

2

3

–

1

2

–

35

 

33

2

Bijeenkomstfunctie

 

–

–

 

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

–

3

Celfunctie

 

–

   

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

–

4

Gezondheids-
zorgfunctie

                                             
 

a

algemeen, categoriaal of academisch ziekenhuis; verpleeghuis

                                           
   

1 verblijfsgebied voor nachtverblijf van aan bed gebonden patiλnten

1

–

–

4

5

6

7

1

–

3

4

5

1

2

–

4

1

2

3

35

 

33

   

2 verblijfsgebied voor onderzoek of behandeling van patiλnten

1

–

–

4

5

6

7

1

–

–

4

5

1

2

–

–

1

2

–

30

 

28

   

3 ander verblijfsgebied

1

–

–

4

5

6

7

1

–

–

4

5

1

2

–

–

1

2

–

35

 

33

 

b

andere gezondheids-
zorgfunctie

                                           
   

1 verblijfsgebied voor nachtverblijf van aan bed gebonden patiλnten

1

–

–

4

5

6

7

1

–

3

4

5

1

2

–

4

1

2

3

30

 

28

   

3 ander verblijfsgebied

1

–

–

4

5

6

7

1

–

–

4

5

1

2

–

–

1

2

–

30

 

28

5

Industriefunctie

 

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

–

6

Kantoorfunctie

 

–

–

3

–

5

6

–

–

2

–

4

5

1

2

–

–

1

2

–

–

 

–

7

Logiesfunctie

 

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

–

8

Onderwijsfunctie

                                             
   

1 geluidsgevoelig verblijfsgebied zoals bedoeld in de Wet geluidshinder

1

–

–

4

5

6

7

1

–

–

4

5

1

2

–

–

1

2

–

30

 

28

   

2 ander verblijfsgebied

1

–

–

4

5

6

7

1

–

–

4

5

1

2

–

–

1

2

–

35

 

33

9

Sportfunctie

 

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

–

10

Winkelfunctie

 

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

–

11

Overige gebruiksfunctie

   

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

   

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

–

 

Artikel 3.2

1. Een uitwendige scheidingsconstructie van een gebruiksfunctie die gevoelig is voor industrie-, weg- of spoorweglawaai, die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht, heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering, die niet kleiner is dan het verschil tussen de volgens de Wet geluidhinder geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van die scheidingsconstructie en de grenswaarde voor de geluidsbelasting in het verblijfsgebied als aangegeven in tabel 3.1, met een minimum van 20 dB(A).

2. Een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen de woonwagen en de buitenlucht, heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering met een minimum van 20 dB(A).

3. Een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht, heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die niet kleiner is dan het verschil tussen de geluidsbelasting zoals gedefinieerd in de Wet geluidhinder en bepaald volgens reken- en meetvoorschriften van de Wet geluidhinder van die scheidingsconstructie en 40 dB in geval van weg- of spoorweglawaai, met een minimum van 20 dB, of 40 dB(A) in geval van industrielawaai, met een minimum van 20 dB(A).

4. Indien krachtens de Wet geluidhinder in het verblijfsgebied een hogere geluidsbelasting is toegestaan dan bedoeld in het eerste, heeft de uitwendige scheidingsconstructie een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die niet kleiner is dan het verschil tussen de geluidsbelasting van die scheidingsconstructie en het krachtens de Wet geluidhinder toegestane geluidsniveau.

5. Op een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied als bedoeld in het eerste en derde lid, die niet de scheiding vormt met een aangrenzend verblijfsgebied van een andere gebruiksfunctie die gevoelig is voor industrie-, weg- of spoorweglawaai, zijn het eerste, derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing.

6. Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste en het derde tot en met vijfde lid van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB(A) lager ligt dan de karakteristieke geluidwering als bedoeld in het eerste en het derde tot en met vijfde lid, van het verblijfsgebied waarin die verblijfsruimte ligt.

7. Indien voor de betreffende gebruiksfunctie geen ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting volgens de Wet geluidhinder geldt, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor «ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting»

a. in geval van weg of spoorweglawaai gelezen moet worden: geluidsbelasting in dB als omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder en bepaald volgens het reken- en meetvoorschrift als bedoeld in artikel 110d van de Wet geluidhinder en

b. in geval van industrielawaai gelezen moet worden: geluidsbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein als omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder en bepaald volgens het reken- en meetvoorschrift als bedoeld in artikel 110d van de Wet geluidhinder.

 

Artikel 3.3

1. Een uitwendige scheidingsconstructie van een gebruiksfunctie die gevoelig is voor luchtvaartlawaai, die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht, heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die, afhankelijk van de krachtens artikel 8.32 van de Wet luchtvaart, in samenhang met de artikelen 8.56, tweede lid, 8.74 en 10.24 van die wet, bepaalde geluidsbelasting van die scheidingsconstructie, niet kleiner is dan de waarde die is aangegeven in tabel 3.3.1. Indien de geluidsbelasting ligt tussen de Ke-waarden, gegeven in de eerste kolom, wordt de te bereiken waarde van de geluidwering bepaald door middel van rechtevenredige interpolatie tussen de dB(A)-waarden, gegeven in de tweede kolom.

Tabel 3.3.1 Geluidwering in geval van luchtvaartlawaai

Geluidsbelasting in Ke

Vereiste karakteristieke geluidwering in dB(A)

36–40

30–33

41–45

33–36

46–50

36–40

meer dan 50

40

2. Een uitwendige scheidingsconstructie van een kantoorfunctie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht, heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die, afhankelijk van de krachtens artikel 8.32 van de Wet luchtvaart, in samenhang met de artikelen 8.56, tweede lid, 8.74 en 10.24 van die wet, bepaalde geluidsbelasting van die scheidingsconstructie, niet kleiner is dan de waarde die is aangegeven in tabel 3.3.2. Indien de geluidsbelasting ligt tussen de Ke-waarden, gegeven in de eerste kolom, wordt de te bereiken waarde van de geluidwering bepaald door middel van rechtevenredige interpolatie tussen de dB(A)-waarden, gegeven in de tweede kolom.

Tabel 3.3.2 Geluidwering in geval van luchtvaartlawaai

Geluidsbelasting in Ke

Vereiste karakteristieke geluidwering in dB(A)

36–40

27–30

41–45

30–33

46–50

33–36

meer dan 50

36

3. Een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie die bijzonder gevoelig is voor luchtvaartlawaai en de buitenlucht, heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die niet kleiner is dan het verschil tussen de LAeq geluidsbelasting veroorzaakt door structureel uitgevoerd nachtelijk vliegverkeer, op die constructie en een LAeq geluidsniveau van 26 dB(A). De LAeq geluidsbelasting voor startend en landend vliegverkeer buiten een gebruiksfunctie, uitgedrukt in dB(A), wordt berekend volgens de regeling, bedoeld in artikel 8.32 van de Wet luchtvaart.

4. Op een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, die niet de scheiding vormt met een aangrenzend verblijfsgebied van een voor luchtvaartlawaai gevoelige gebruiksfunctie, zijn het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing.

5. Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB(A) lager is dan de karakteristieke geluidwering als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, van het verblijfsgebied waarin de verblijfsruimte ligt.

 

Artikel 3.4

1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk afwijken van de karakteristieke geluidwering, bedoeld in artikel 3.2, tot een niveau dat maximaal 10 dB(A) lager ligt.

2. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk afwijken van de karakteristieke geluidwering, bedoeld in artikel 3.3, tweede, vierde en vijfde lid, tot een niveau dat maximaal 10 dB(A) lager ligt.

3. In afwijking van het tweede lid wijkt het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfunctie af van de karakteristieke geluidwering, bedoeld de in artikel 3.3, eerste, vierde en vijfde lid, tot het in tabel 3.4 genoemde niveau. Indien de geluidsbelasting ligt tussen de Ke-waarden, gegeven in de eerste kolom, wordt de te bereiken waarde van de geluidwering bepaald door middel van rechtevenredige interpolatie tussen de dB(A)-waarden, gegeven in de tweede kolom.

Tabel 3.4 Geluidwering in geval van luchtvaartlawaai

Geluidsbelasting in Ke

Vereiste karakteristieke geluidwering in dB(A)

40–50

30–35

51–55

35–40

meer dan 55

40

4. Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk af van de karakteristieke geluidwering, bedoeld in artikel 3.3, derde lid, voor LAeq tot een niveau van 30 dB(A).

 

Artikel 3.5

1. Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk is artikel 3.2 van overeenkomstige toepassing, waarbij het geluidsniveau maximaal 10 dB(A) hoger ligt.

2. Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk is artikel 3.3, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing, waarbij de karakteristieke geluidwering ten minste de in tabel 3.4 genoemde waarde heeft. Indien de geluidsbelasting ligt tussen de Ke-waarden, gegeven in de eerste kolom, wordt de te bereiken waarde van de geluidwering bepaald door middel van rechtevenredige interpolatie tussen de dB(A)-waarden, gegeven in de tweede kolom.

3. Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk is artikel 3.3, derde lid, van overeenkomstige toepassing, waarbij het geluidsniveau LAeq geen grotere waarde heeft dan 30 dB(A).

 

Afdeling 3.2. Bescherming tegen geluid van installaties, nieuwbouw

 

Artikel 3.6

1. Een te bouwen bouwwerk biedt bescherming tegen geluid van installaties.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.6 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.6 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 3.6

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

         
     

aangrenzend perceel

zelfde perceel

   

verbouw

tijdelijke bouw

 

artikel

   

3.7

3.8

   

3.9

3.10

 

lid

 

*

1

2

3

*

*

1

Woonfunctie

             
 

a

woonfunctie van een woonwagen

–

–

–

–

–

–

 

b

andere woonfunctie

*

1

–

–

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

*

–

–

3

*

*

3

Celfunctie

 

*

–

–

3

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

 

*

–

–

3

*

*

5

Industriefunctie

 

*

–

–

3

*

*

6

Kantoorfunctie

 

*

–

–

3

*

*

7

Logiesfunctie

             
 

a

logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw

*

–

–

3

*

*

 

b

logiesfunctie gelegen in een logiesgebouw

*

–

2

3

*

*

8

Onderwijsfunctie

 

*

–

–

3

*

*

9

Sportfunctie

 

*

–

–

3

*

*

10

Winkelfunctie

 

*

–

–

3

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

 

*

–

–

3

*

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

–

–

–

 

Artikel 3.7

Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanisch ventilatiesysteem, een warmwatertoestel, een installatie voor het verhogen van waterdruk of een lift van een gebruiksfunctie veroorzaakt in een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie op een aangrenzend perceel een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek geluidsniveau van ten hoogste 30 dB(A). Dit geldt niet voor een op een aangrenzend perceel gelegen lichte industriefunctie of een overige gebruiksfunctie.

 

Artikel 3.8

1. Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanisch ventilatiesysteem, een warmwatertoestel, een installatie voor verhoging van waterdruk of een lift veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een andere op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek geluidsniveau van ten hoogste 30 dB(A).

2. Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanisch ventilatiesysteem, een warmwatertoestel, een installatie voor verhoging van waterdruk of een lift van een logiesfunctie gelegen in een logiesgebouw, veroorzaakt in een verblijfsgebied van een andere op hetzelfde perceel gelegen logiesfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek geluidsniveau van ten hoogste 35 dB(A).

3. Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanisch ventilatiesysteem, een warmwatertoestel, een installatie voor verhoging van waterdruk of een lift veroorzaakt in een verblijfsgebied van een op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek geluidsniveau van ten hoogste 30 dB(A).

 

Artikel 3.9

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk veranderen of het vergroten van een bouwwerk af van het toegestane karakteristieke geluidsniveau als bedoeld in de artikelen 3.7 en 3.8, tot een niveau dat maximaal 10 dB(A) hoger is.

 

Artikel 3.10

Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk zijn de artikelen 3.7 en 3.8, van overeenkomstige toepassing, waarbij het geluidsniveau maximaal 10 dB(A) hoger ligt.

 

Afdeling 3.3. Geluidwering tussen verblijfsruimten van dezelfde gebruiksfunctie, nieuwbouw

 

Artikel 3.11

1. Een te bouwen bouwwerk biedt bescherming tegen onderlinge geluidsoverlast tussen niet-gemeenschappelijke verblijfsruimten van dezelfde gebruiksfunctie.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.11 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.11 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 3.11

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

   
     

isolatie-index

verbouw

tijdelijke bouw

   

artikel

3.12

3.13

3.14

   

lid

*

*

*

1

Woonfunctie

       
 

a

woonfunctie van een woonwagen

–

–

–

 

b

andere woonfunctie

*

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

–

–

–

3

Celfunctie

 

–

–

–

4

Gezondheidszorgfunctie

 

–

–

–

5

Industriefunctie

 

–

–

–

6

Kantoorfunctie

 

–

–

–

7

Logiesfunctie

 

–

–

–

8

Onderwijsfunctie

 

–

–

–

9

Sportfunctie

 

–

–

–

10

Winkelfunctie

 

–

–

–

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

–

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

 

Artikel 3.12

De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid en de isolatie-index voor contactgeluid voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is ten minste – 20 dB. Dit voorschrift geldt niet, indien de verblijfsruimten op dezelfde bouwlaag zijn gelegen en met elkaar in open verbinding staan, of indien de ene ruimte vanuit de andere rechtstreeks bereikbaar is door een deuropening.

 

Artikel 3.13

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk veranderen of het vergroten van een bouwwerk af van de vereiste geluidwering, bedoeld in artikel 3.12, tot een niveau dat maximaal 10 dB lager ligt.

 

Artikel 3.14

Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk is artikel 3.12 van overeenkomstige toepassing, waarbij de karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid en de isolatie-index voor contactgeluid maximaal 10 dB lager ligt.

 

Afdeling 3.4. Beperking van galm, nieuwbouw

 

Artikel 3.15

1. Een te bouwen bouwwerk heeft in een verblijfsruimte of een gemeenschappelijke verkeersruimte een zodanige geluidsabsorptie, dat geluidhinder door galm wordt beperkt.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.15 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.15 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 3.15

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

     

galm

   

artikel

3.16

   

lid

*

1

Woonfunctie

   
 

a

woonfunctie gelegen in een woongebouw

*

 

b

andere woonfunctie

–

2

Bijeenkomstfunctie

 

–

3

Celfunctie

 

–

4

Gezondheidszorgfunctie

 

–

5

Industriefunctie

 

–

6

Kantoorfunctie

 

–

7

Logiesfunctie

 

–

8

Onderwijsfunctie

 

–

9

Sportfunctie

 

–

10

Winkelfunctie

 

–

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

 

Artikel 3.16

Een aan een niet-gemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie grenzende besloten gemeenschappelijke verkeersruimte voor het ontsluiten van een woonfunctie gelegen in een woongebouw, heeft een volgens NEN 5078 bepaalde totale geluidsabsorptie met een getalwaarde, uitgedrukt in m2, die niet kleiner is dan 1/8 van de getalwaarde van de inhoud van die ruimte, uitgedrukt in m3, in elk van de octaafbanden met middenfrequenties van 250, 500, 1 000 en 2 000 Hz.

 

Afdeling 3.5. Geluidwering tussen ruimten van verschillende gebruiksfuncties, nieuwbouw

 

Artikel 3.17

1. Een te bouwen bouwwerk biedt bescherming tegen onderlinge geluidsoverlast tussen gebruiksfuncties.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.17 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.17 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 3.17

gebruiks-
functie

   

leden van toepas-
sing

                             

grens-
waarden

             
     

ander perceel

       

hetzelfde perceel

               

verbouw

tijdelijke bouw

ander perceel

     

hetzelfde perceel

     
   

artikel

3.18

       

3.19

               

3.20

3.21

3.18

     

3.19

     
   

lid

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

6

7

8

9

*

*

1

2

3

4

1

2

3

4

                                     

[dB]

     

[dB]

     

1

Woonfunctie

                                                 
 

a

woonfunctie van een woonwagen

–

–

–

–

–

–

 

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

b

woonfunctie gelegen in een woongebouw

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

6

7

–

–

*

*

0

5

–5

0

0

5

–5

0

 

c

andere woonfunctie

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

–

–

*

*

0

5

–5

0

0

5

–5

0

2

Bijeenkomstfunctie

                                                 
 

a

bijeenkomstfunctie voor geluidbelastende activiteiten

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

–

–

*

*

10

10

5

5

10

10

5

5

 

b

andere bijeenkomstfunctie

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

–

–

*

*

0

0

–5

–5

0

0

–5

–5

3

Celfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

8

–

*

*

0

0

–5

–5

0

0

–5

–5

4

Gezondheids-
zorgfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

–

–

*

*

0

0

–5

–5

0

0

–5

–5

5

Industriefunctie

                                                 
 

a

industriefunctie voor geluidbelastende activiteiten

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

–

–

*

*

5

5

0

0

5

5

0

0

 

b

andere industriefunctie

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

–

–

*

*

0

0

–5

–5

0

0

–5

–5

6

Kantoorfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

–

–

*

*

0

0

–5

–5

0

0

–5

–5

7

 

Logiesfunctie

                                               
 

a

logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

–

–

*

*

0

0

–5

–5

0

0

–5

–5

 

b

logiesfunctie gelegen in een logiesgebouw

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

–

9

*

*

0

0

–5

–5

0

0

–5

–5

8

Onderwijsfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

–

–

*

*

0

0

–5

–5

0

0

–5

–5

9

Sportfunctie

 

1

2

3

4

5

1

2

3

4

–

–

–

–

–

*

*

0

0

–5

–5

0

0

–5

–5

10

Winkelfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

3

4

–

–

–

–

–

*

*

0

0

–5

–5

0

0

–5

–5

11

Overige gebruiksfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

3

4

5

–

–

–

–

*

*

0

0

–5

–5

0

0

–5

–5

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

Artikel 3.18

1. De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een op een ander perceel gelegen, aangrenzende gebruiksfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde. Dit voorschrift geldt niet indien de aangrenzende gebruiksfunctie een lichte industriefunctie of een overige gebruiksfunctie is.

2. De volgens NEN 5077 bepaalde isolatie-index voor contactgeluid voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een op een ander perceel gelegen, aangrenzende gebruiksfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde. Dit voorschrift geldt niet indien de aangrenzende gebruiksfunctie een lichte industriefunctie of een overige gebruiksfunctie is.

3. De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een besloten ruimte niet zijnde een verblijfsgebied, van een op een ander perceel gelegen, aangrenzende woonfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde.

4. De volgens NEN 5077 bepaalde isolatie-index voor contactgeluid voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een besloten ruimte niet zijnde een verblijfsgebied, van een op een ander perceel gelegen, aangrenzende woonfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde.

5. In afwijking van het tweede lid, is de volgens NEN 5077 bepaalde isolatie-index voor contactgeluid voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een op een ander perceel gelegen, aangrenzende onderwijsfunctie, niet kleiner dan 10 dB.

 

Artikel 3.19

1. De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een op hetzelfde perceel gelegen aangrenzende woonfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde.

2. De volgens NEN 5077 bepaalde isolatie-index voor contactgeluid voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een op hetzelfde perceel gelegen aangrenzende woonfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde.

3. De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid van een besloten ruimte naar een besloten ruimte niet zijnde een verblijfsgebied van een op hetzelfde perceel gelegen aangrenzende woonfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde.

4. De volgens NEN 5077 bepaalde isolatie-index voor contactgeluid voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een besloten ruimte niet zijnde een verblijfsgebied van een op hetzelfde perceel gelegen aangrenzende woonfunctie, is niet kleiner dan de in tabel 3.17 aangegeven grenswaarde.

5. In afwijking van het eerste tot en met vierde lid, is geen eis gesteld aan de karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid en de isolatie-index voor contactgeluid, voor de geluidsoverdracht van een nevenfunctie van een woonfunctie naar die woonfunctie.

6. In afwijking van het derde en vierde lid, is geen eis gesteld aan de karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid en de isolatie-index voor contactgeluid, voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een op hetzelfde perceel gelegen, besloten gemeenschappelijke verkeersruimte.

7. In afwijking van het eerste tot en met vierde lid, geldt geen eis voor de karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid en de isolatie-index voor contactgeluid, voor de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke ruimte naar een andere gemeenschappelijke ruimte indien op die ruimten uitsluitend dezelfde gebruiksfuncties zijn aangewezen.

8. De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid en de isolatie-index voor contactgeluid, voor de geluidsoverdracht van een besloten niet-gemeenschappelijke ruimte naar een binnen hetzelfde gebouw gelegen verblijfsgebied van een andere celfunctie, zijn niet kleiner dan -5 dB.

9. De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid en de isolatie-index voor contactgeluid, voor de geluidsoverdracht van een niet-gemeenschappelijke besloten ruimte van een logiesfunctie gelegen in een logiesgebouw naar een gemeenschappelijk verblijfsgebied van een logiesfunctie of een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een andere logiesfunctie gelegen in hetzelfde logiesgebouw, zijn niet kleiner dan – 5 dB.

 

Artikel 3.20

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk veranderen of het vergroten van een bouwwerk af van de vereiste geluidwering, bedoeld in de artikelen 3.18 en 3.19, tot een niveau dat maximaal 10 dB lager ligt.

 

Artikel 3.21

Op het bouwen van een niet-permanent bouwwerk zijn de artikelen 3.18 en 3.19 van overeenkomstige toepassing, waarbij de karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid en de isolatie-index voor contactgeluid maximaal 10 dB lager ligt.

 

Afdeling 3.6. Wering van vocht van buiten

 

§ 3.6.1. Nieuwbouw

 

Artikel 3.22

1. Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige scheidingsconstructies, dat het binnendringen van vocht in verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.22 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.22 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 3.22

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

     
     

algemeen

     
   

artikel

3.23

     
   

lid

1

2

3

4

1

Woonfunctie

         
 

a

woonfunctie van een woonwagen

1

–

3

–

 

b

andere woonfunctie

1

2

3

4

2

Bijeenkomstfunctie

 

1

2

3

4

3

Celfunctie

 

1

2

3

4

4

Gezondheidszorgfunctie

 

1

2

3

4

5

Industriefunctie

 

–

–

–

–

6

Kantoorfunctie

 

1

2

3

4

7

Logiesfunctie

 

1

2

3

4

8

Onderwijsfunctie

 

1

2

3

4

9

Sportfunctie

 

1

2

3

4

10

Winkelfunctie

 

1

2

3

4

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

–

–

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

–

 

Artikel 3.23

1. Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

2. Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voorzover die delen van invloed zijn op het kunnen binnendringen van vocht in het verblijfsgebied, de toiletruimte of de badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

3. Een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, voorzover die scheidingsconstructie niet grenst aan een ander verblijfsgebied voor het verblijven van mensen, een andere toiletruimte of een andere badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

4. Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voorzover die delen van invloed zijn op de specifieke luchtvolumestroom naar het verblijfsgebied, de toiletruimte of de badruimte, heeft een volgens NEN 2690 bepaalde, specifieke luchtvolumestroom van ten hoogste 20.10–6 m3/(m2.s).

 

§ 3.6.2. Bestaande bouw

 

Artikel 3.24

1. Een bestaand bouwwerk heeft zodanige scheidingsconstructies, dat het binnendringen van vocht in verblijfsruimten, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.24 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.24 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 3.24

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

   
     

algemeen

   
   

artikel

3.25

   
   

lid

1

2

3

1

Woonfunctie

       
 

a

woonfunctie van een woonwagen

1

–

3

 

b

andere woonfunctie

1

2

3

2

Bijeenkomstfunctie

 

1

2

3

3

Celfunctie

 

1

2

3

4

Gezondheidszorgfunctie

 

1

2

3

5

Industriefunctie

 

–

–

–

6

Kantoorfunctie

 

1

2

3

7

Logiesfunctie

 

1

2

3

8

Onderwijsfunctie

 

1

2

3

9

Sportfunctie

 

1

2

3

10

Winkelfunctie

 

1

2

3

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

–

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

 

Artikel 3.25

1. Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, een toiletruimte of een badruimte is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

2. Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsruimte, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voorzover die delen van invloed zijn op het kunnen binnendringen van vocht in de verblijfsruimte, de toiletruimte of de badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

3. Een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, een toiletruimte of een badruimte, voorzover die scheidingsconstructie niet grenst aan een andere verblijfsruimte voor het verblijven van mensen, een andere toiletruimte of een andere badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

 

Afdeling 3.7. Wering van vocht van binnen

 

§ 3.7.1. Nieuwbouw

 

Artikel 3.26

1. Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige scheidingsconstructies dat de vorming van allergenen voldoende wordt beperkt.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.26 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.26 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 3.26

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

           

grenswaarden

     

factor van de temperatuur

       

wateropname

 

factor van de temperatuur

artikel

   

3.27

       

3.28

 

3.27

 

lid

 

1

2

3

4

5

1

2

1–3

1

Woonfunctie

                 
 

a

woonfunctie van een woonwagen

1

–

3

4

–

1

2

0,65

 

b

andere woonfunctie

1

2

3

4

–

1

2

0,65

2

Bijeenkomstfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

0,5

3

Celfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

0,5

4

Gezondheidszorgfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

0,5

5

Industriefunctie

                 
 

a

lichte industriefunctie

–

–

–

–

–

–

–

–

 

b

andere industriefunctie

1

2

3

4

5

1

2

0,5

6

Kantoorfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

0,5

7

Logiesfunctie

                 
 

a

een niet-verwarmde logiesfunctie

–

–

–

–

–

–

–

–

 

b

andere logiesfunctie

1

2

3

4

–

1

2

0,5

8

Onderwijsfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

0,5

9

Sportfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

0,5

10

Winkelfunctie

 

1

2

3

4

–

1

2

0,5

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

–

–

–

–

–

–

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

–

–

–

–

–

 

Artikel 3.27

1. Een uitwendige scheidingsconstructie heeft aan de zijde die grenst aan een verblijfsgebied, een volgens NEN 2778 bepaalde factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte, die niet kleiner is dan de in tabel 3.26 aangegeven grenswaarde.

2. Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en een kruipruimte, met inbegrip van de hierop aansluitende delen van andere constructies, voorzover die delen van invloed zijn op de factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte, heeft aan de zijde die grenst aan een verblijfsgebied een volgens NEN 2778 bepaalde factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte, die niet kleiner is dan de in tabel 3.26 aangegeven grenswaarde.

3. Een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en een ruimte die niet wordt verwarmd of die uitsluitend wordt verwarmd voor een ander doel dan het verblijven van mensen, heeft aan een zijde die grenst aan een verblijfsgebied een volgens NEN 2778 bepaalde factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte, die niet kleiner is dan de in tabel 3.26 aangegeven grenswaarde.

4. Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor ramen, deuren, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructie-onderdelen.

5. Het eerste tot en met derde lid gelden niet, indien het verblijfsgebied uitsluitend wordt verwarmd voor een ander doel dan het verblijven van mensen.

 

Artikel 3.28

1. Een scheidingsconstructie van een toiletruimte of een badruimte, heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte, tot 1,2 m hoogte boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0.01 kg/(m2.s1/2) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m2.s1/2).

2. Voor een badruimte geldt het in het eerste lid gestelde voorschrift ter plaatse van een bad of een douche over een lengte van ten minste 3 m, tot een hoogte van 2,1 m boven de vloer van die ruimte.

 

§ 3.7.2. Bestaande bouw

 

Artikel 3.29

1. Een bestaand bouwwerk heeft zodanige scheidingsconstructies dat de vorming van allergenen voldoende wordt beperkt.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.29 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.29 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 3.29

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

     

wateropname

artikel

   

3.30

 

lid

 

*

1

Woonfunctie

 

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

*

3

Celfunctie

 

*

4

Gezondheidszorgfunctie

 

*

5

Industriefunctie

   
 

a

lichte industriefunctie

–

 

b

andere industriefunctie

*

6

Kantoorfunctie

 

*

7

Logiesfunctie

   
 

a

een niet-verwarmde logiesfunctie

–

 

b

andere logiesfunctie

*

8

Onderwijsfunctie

 

*

9

Sportfunctie

 

*

10

Winkelfunctie

 

*

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

 

Artikel 3.30

Een scheidingsconstructie van een badruimte, heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte tot 1 m boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0.01 kg/(m2.s1/2) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m2.s1/2).

 

Afdeling 3.8. Afvoer van afvalwater en fecaliλn

 

§ 3.8.1. Nieuwbouw

 

Artikel 3.31

1. Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn dat een voor de gezondheid nadelige situatie wordt voorkomen.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.31 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 3.31

gebruiksfunctie

 

leden van toepassing

         
   

aanwezigheid

 

aansluitingen

 

capaciteit

lucht/waterdicht

artikel

 

3.32

 

3.33

 

3.34

3.35

 

lid

1

2

1

2

*

*

1

Woonfunctie

1

–

1

2

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

–

2

1

2

*

*

3

Celfunctie

–

2

1

2

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

–

2

1

2

*

*

5

Industriefunctie

–

2

1

2

*

*

6

Kantoorfunctie

–

2

1

2

*

*

7

Logiesfunctie

–

2

1

2

*

*

8

Onderwijsfunctie

–

2

1

2

*

*

9

Sportfunctie

–

2

1

2

*

*

10

Winkelfunctie

–

2

1

2

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

–

2

1

2

*

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

–

2

1

2

*

*

 

Artikel 3.32

1. Een gebruiksfunctie heeft een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn.

2. Een gebruiksfunctie met een lozingstoestel heeft een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn.

 

Artikel 3.33

1. Een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn heeft een aansluitmogelijkheid voor aansluiting op het openbaar riool.

2. Een voorziening voor afvalwater en fecaliλn heeft een aansluitpunt ter plaatse van een lozingstoestel.

 

Artikel 3.34

Een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn heeft een volgens NEN 3215 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de volgens NEN 3215 bepaalde belasting van die voorziening.

 

Artikel 3.35

Een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn is, bepaald volgens NEN 3215, lucht- en waterdicht.

 

§ 3.8.2. Bestaande bouw

 

Artikel 3.36

1. Een bestaand bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn dat een voor de gezondheid nadelige situatie wordt voorkomen.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.36 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 3.36

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

         
     

aanwezigheid

 

aansluitingen

 

capaciteit

lucht/waterdicht

   

artikel

3.37

 

3.38

 

3.39

3.40

   

lid

1

2

1

2

*

*

1

Woonfunctie

 

1

–

1

2

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

–

2

1

2

*

*

3

Celfunctie

 

–

2

1

2

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

 

–

2

1

2

*

*

5

Industriefunctie

 

–

2

1

2

*

*

6

Kantoorfunctie

 

–

2

1

2

*

*

7

Logiesfunctie

 

–

2

1

2

*

*

8

Onderwijsfunctie

 

–

2

1

2

*

*

9

Sportfunctie

 

–

2

1

2

*

*

10

Winkelfunctie

 

–

2

1

2

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

2

1

2

*

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

2

1

2

*

*

 

Artikel 3.37

1. Een gebruiksfunctie heeft een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn.

2. Een gebruiksfunctie met een lozingstoestel heeft een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn.

 

Artikel 3.38

1. Een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn heeft een aansluitmogelijkheid voor aansluiting op het openbaar riool.

2. Een voorziening voor afvoer van afvalwater en fecaliλn heeft een aansluitpunt ter plaatse van een lozingstoestel.

 

Artikel 3.39

Een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn heeft een zodanige capaciteit dat elk op die voorziening aangesloten lozingstoestel binnen ten hoogste 5 minuten is geleegd.

 

Artikel 3.40

Een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliλn is, bepaald volgens NEN 3215, lucht- en waterdicht.

 

Afdeling 3.9. Afvoer van hemelwater, nieuwbouw

 

Artikel 3.41

1. Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater dat een voor de gezondheid nadelige situatie wordt voorkomen.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.41 voorschriften zijnaangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.41 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 3.41

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

       
     

aanwezigheid

aansluitingen

 

capaciteit

lucht/waterdicht

artikel

   

3.42

3.43

 

3.44

3.45

 

lid

 

*

1

2

*

*

1

Woonfunctie

           
 

a

woonfunctie van een woonwagen

*

1

2

*

–

 

b

andere woonfunctie

*

1

2

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

*

1

2

*

*

3

Celfunctie

 

*

1

2

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

 

*

1

2

*

*

5

Industriefunctie

 

–

–

–

–

–

6

Kantoorfunctie

 

*

1

2

*

*

7

Logiesfunctie

           
 

a

logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw

–

–

–

–

–

 

b

logiesfunctie gelegen in een logiesgebouw

*

1

2

*

*

8

Onderwijsfunctie

 

*

1

2

*

*

9

Sportfunctie

 

*

1

2

*

*

10

Winkelfunctie

 

*

1

2

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

 

–

–

–

–

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

–

–

 

Artikel 3.42

Een dak heeft een voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater.

 

Artikel 3.43

1. Een voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater, als bedoeld in artikel 3.42, heeft een aansluitmogelijkheid voor aansluiting op het openbaar riool.

2. Een voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater, als bedoeld in artikel 3.42, kan worden samengevoegd met een voorziening voor afvalwater en fecaliλn, als bedoeld in artikel 3.32, tenzij er een openbaar riool aanwezig is, dat uitsluitend is bestemd voor de afvoer van hemelwater.

 

Artikel 3.44

Een voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater, als bedoeld in artikel 3.42, of een samengevoegde voorziening, als bedoeld in artikel 3.43, tweede lid, heeft een volgens NEN 3215 bepaalde capaciteit die ten minste gelijk is aan de volgens NEN 3215 bepaalde belasting van die voorziening.

 

Artikel 3.45

Een voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater, als bedoeld in artikel 3.42, die binnen een gebouw ligt, is, bepaald volgens NEN 3215, lucht- en waterdicht.

 

Afdeling 3.10. Luchtverversing van een verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte

 

§ 3.10.1. Nieuwbouw

 

Artikel 3.46

1. Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor luchtverversing van een verblijfsgebied, een verblijfsruimte, een toiletruimte en een badruimte, dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht voldoende wordt beperkt.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.46.1 en tabel 3.46.2 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.46.1 en tabel 3.46.2 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 3.46.1

gebruiks-
functie

   

leden van toepassing

               

grens-
waarde

                     
     

aanwezigheid

 

capaciteit

           

capaciteit verblijfs-
gebied

         

capaciteit verblijfs-
ruimte

         
   

artikel

3.47

 

3.48

           

3.48

                     
   

lid

1

2

1

2

3

4

5

6

7

1

         

2

         
                       

[dm3/s per m2]

       

[dm3/s]

[dm3/s per m2]

       

[dm3/s]

1

Woonfunctie

                                           
 

a

woonfunctie gelegen in een woongebouw

1

2

1

2

3

4

5

–

7

   

0,9

   

7

   

0,7

   

7

 

b

woonfunctie van een woonwagen

1

2

1

2

3

4

5

–

–

   

0,8

   

7

   

0,8

   

7

 

c

andere woonfunctie

1

2

1

2

3

4

5

–

–

   

0,9

   

7

   

0,7

   

7

   

bij bezettings-
graadklasse

                 

B1

B2

B3

B4

B5

 

B1

B2

B3

B4

B5

 

2

Bijeenkomstfunctie

                                           
 

a

bijeenkomstunctie voor kinderopvang

1

2

1

2

3

4

–

6

–

8

3,2

1,3

n.t.

n.t.

7

6,4

2,5

1

n.t.

n.t.

7

 

b

andere bijeenkomstfunctie

1

2

1

2

3

4

–

6

–

                       
   

1 ruimte voor alcoholgebruik

                 

4,8

4,8

4,8

n.t.

n.t.

7

3,8

3,8

3,8

n.t.

n.t.

7

   

2 ruimte voor activiteiten die de binnenlucht verontreinigen

                 

15

6

2,4

n.t.

n.t.

7

12

4,8

1,9

n.t.

n.t.

7

   

3 ruimte voor het aanschouwen van sport

                 

4,8

1,9

n.t.

n.t.

n.t.

7

3,8

1,5

n.t.

n.t.

n.t.

7

   

4 andere ruimte

                 

4,8

1,9

0,8

n.t.

n.t.

7

3,8

1,5

0,6

n.t.

n.t.

7

3

Celfunctie

 

1

2

1

2

3

4

–

6

–

                       
   

1 ruimte niet voor dag en nachtverblijf met toiletpot

                 

8

3,2

1,3

0,5

n.t.

11

6,4

2,5

1

0,4

n.t.

11

   

2 ruimte niet voor dag en nachtverblijf zonder toiletpot

                 

8

3,2

1,3

0,5

n.t.

7

6,4

2,5

1

0,4

n.t.

7

   

3 ruimte voor dag en nachtverblijf met toiletpot

                 

15

6

2,4

1

n.t.

11

12

4,8

1,9

0,8

n.t.

11

   

4 ruimte voor dag en nachtverblijf zonder toiletpot

                 

15

6

2,4

1

n.t.

7

12

4,8

1,9

0,8

n.t.

7

   

5 ruimte voor bezoekers

                 

8

3,2

1,3

n.t.

n.t.

7

6,4

2,5

1

n.t.

n.t.

7

   

6 ruimte voor activiteiten die de binnenlucht verontreinigen

                 

15

6

2,4

1

n.t.

7

12

4,8

1,9

1

n.t.

7

   

7 andere ruimte

                 

8

3,2

1,3

0,5

n.t.

7

6,4

2,5

1

0,4

n.t.

7

4

Gezondheids-
zorgfunctie

 

1

2

1

2

3

4

–

6

–

                       
   

1 ruimte uitsluitend voor bezoekers

                 

4,8

1,9

1,3

n.t.

n.t.

13

3,8

1,5

1

n.t.

n.t.

10

   

2 ruimte voor activiteiten die de binnenlucht verontreinigen

                 

15

6

2,4

1

n.t.

13

12

4,8

1,9

1

n.t.

10

   

3 ruimte voor aan bed gebonden patiλnten

                 

15

6

2,4

1

n.t.

13

12

4,8

1,9

0,8

n.t.

10

   

4 andere ruimte

                 

8

3,2

1,3

0,5

n.t.

13

6,4

2,5

1

0,8

n.t.

10

5

Industriefunctie

                                           
 

a

lichte industriefunctie

–

2

–

–

–

4

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

 

b

andere industriefunctie

1

2

1

2

3

4

–

6

–

                       
   

1 ruimte voor activiteiten die de binnenlucht verontreinigen

                 

15

6

2,4

1

1

7

12

4,8

1,9

1

1

7

   

2 andere ruimte

                 

8

3,2

1,3

0,5

0,5

7

6,4

2,5

1

0,4

0,4

7

6

Kantoorfunctie

 

1

2

1

2

3

4

–

6

–

1,3

1,3

1,3

1,3

n.t.

13

1

1

1

1

n.t.

10

7

Logiesfunctie

                                           
 

a

logiesfunctie gelegen in een logiesgebouw

1

2

1

2

3

4

–

6

–

15

6

2,4

1

n.t.

7

12

4,8

1,9

0,8

n.t.

7

 

b

logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw

1

2

1

2

3

4

5

–

–

15

6

2,4

1

n.t.

7

12

4,8

1,9

0,8

n.t.

7

8

Onderwijsfunctie

 

1

2

1

2

3

4

–

6

–

                       
   

1 ruimte voor activiteiten die de binnenlucht verontreinigen

                 

15

6

2,4

n.t.

n.t.

7

12

4,8

1,9

n.t.

n.t.

7

   

2 andere ruimte

                 

8,8

3,5

1,4

n.t.

n.t.

7

7

2,8

1,1

n.t.

n.t.

7

9

Sportfunctie

 

1

2

1

2

3

4

–

6

–

                       
   

1 ruimte voor uitoefening van een sport

                 

8

3,2

1,3

0,5

0,5

7

6,4

2,5

1

0,4

0,4

7

   

2 ruimte voor activiteiten die de binnenlucht verontreinigen

                 

15

6

2,4

1

1

7

12

4,8

1,9

1

1

7

   

3 andere ruimte

                 

4,8

1,9

0,8

0,5

0,5

7

3,8

1,5

0,6

0,4

0,4

7

10

Winkelfunctie

 

1

2

1

2

3

4

–

6

–

                       
   

1 ruimte voor winkelend publiek

                 

4,8

1,9

0,8

0,5

0,5

7

3,8

1,5

0,6

0,4

0,4

7

   

2 ruimte voor activiteiten die de binnenlucht verontreinigen

                 

15

6

2,4

1

1

7

12

4,8

1,9

1

1

7

   

3 andere ruimte

                 

8

3,2

1,3

0,5

0,5

7

6,4

2,5

1

0,4

0,4

7

11

Overige gebruiksfunctie

                                           
 

a

overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen

1

2

1

2

3

4

–

6

–

3

3

3

3

3

–

3

3

3

3

3

–

 

b

overige gebruiksfunctie voor het opslaan van afval

1

2

1

2

3

4

–

6

–

–

–

–

–

–

100

–

–

–

–

–

100

 

c

andere overige gebruiksfunctie

–

2

–

–

3

4

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

Tabel 3.46.2

gebruiks-
functie

   

leden van toepassing

                                 
     

thermisch comfort

regelbaarheid

   

stromings-
richting

     

plaats van de opening

     

lucht-
kwaliteit

         
   

artikel

3.49

3.50

   

3