St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Woningwet

 

BOUWBESLUIT  2003

Artikelen 4.34 t/m 7.4

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2011

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  

 

Artikelen 1.1 t/m 2.55
Artikelen 2.56 t/m 2.133
Artikelen 2.134 t/m 2.215
Artikelen 2.216 t/m 3.90
Artikelen 3.91 t/m 4.33

 

 

 
Afdeling 4.7. Toiletruimte

 

§ 4.7.1. Nieuwbouw

 

Artikel 4.34

1. Een te bouwen bouwwerk heeft voldoende toiletruimten.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.34 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.34 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 4.34

ge-
bruiks-
functie

   

leden van toepas-
sing

                                               

grens-
waar-
den

                     
     

aanwe-
zigheid

         

inte-
graal toegan-
kelijk

         

bereik-
baar-
heid

           

afme-
tingen

     

inrich-
ting

 

aanwe-
zigheid

                   

afme-
tingen

artikel

   

4.35

         

4.36

         

4.37

           

4.38

     

4.39

 

4.35

                   

4.38

lid

   

1

2

3

4

5

6

1

2

3

4

5

6

1

2

3

4

5

6

7

1

2

3

4

1

2

1

4

       

5

       

4

1

Woonfunctie

                                                   

[n]

[m2]

       

[m2]

       

[m]

 

a

woonfunctie met een gebruiks-
oppervlakte van niet meer dan dan 50 m2, gelegen in een woongebouw

1

3

2

1

2

4

5

6

1

3

4

1

1

       

       

2,3

 

b

woonfunctie van een woonwagen

1

3

2

4

1

1

       

       

2,1

 

c

andere woonfunctie

2

1

1

6

1

3

4

1

       

       

2,3

   

bij bezettings-
graadklasse

                                                   

B1

B2

B3

B4

B5

B1

B2

B3

B4

B5

 

2

Bijeenkomst-
functie

                                                                           
 

a

bijeenkomst-
functie voor kinderopvang

4

5

6

4

6

1

4

2

60

60

150

n.t.

n.t.

30

30

75

n.t.

n.t.

2,3

 

b

bijeenkomst-
functie voor alcoholgebruik, met een gebruiks-
oppervlakte van meer dan 150 m2

1

6

3

6

7

1

3

4

1

2

2,3

 

c

bijeenkomst-
functie voor het aanschouwen van sport

4

5

6

4

6

1

3

4

1

60

60

n.t.

n.t.

n.t.

30

30

n.t.

n.t.

n.t.

2,3

 

d

andere bijeenkomst-
functie

1

6

6

6

7

1

3

4

1

2

2,3

3

Celfunctie

                                                                           
 

a

celfunctie voor langdurig dag- en nachtverblijf

4

5

6

4

6

1

3

4

360

360

360

360

n.t.

180

180

180

180

n.t.

2,3

 

b

andere celfunctie

4

Gezondheids-
zorgfunctie

 

4

5

6

4

6

1

3

4

1

360

360

360

360

n.t.

180

180

180

180

n.t.

2,3

5

Industrie-
functie

                                                                           
 

a

lichte industrie-
functie

 

b

andere industrie-
functie

4

5

6

4

6

1

3

4

1

60

60

150

360

>360

30

30

75

180

450

2,3

6

Kantoor-
functie

 

4

5

6

4

6

1

3

4

1

60

60

150

360

n.t.

30

30

75

180

n.t.

2,3

7

Logiesfunctie

                                                                           
 

a

logiesfunctie gelegen in een logiesgebouw

1

2

3

4

6

1

3

4

1

1

2,3

 

b

logiesfunctie met een gebruiks-
oppervlakte van meer dan 400 m2, niet gelegen in een logiesgebouw

2

3

4

1

3

4

1

2,3

 

c

logiesfunctie met een gebruiks-
oppervlakte van niet meer dan 400 m2, niet gelegen in een logiesgebouw

1

3

4

1

3

4

1

1

2,1

8

Onderwijs-
functie

 

4

5

6

5

6

1

3

4

1

60

60

150

n.t.

n.t.

30

30

75

n.t.

n.t.

2,3

9

Sportfunctie

 

4

5

6

4

6

1

3

4

1

60

60

150

360

360

30

30

75

180

180

2,3

10

Winkelfunctie

                       

                                                 
 

a

winkelfunctie met een gebruiks-
oppervlakte van meer dan 400 m2

1

6

3

6

1

3

4

1

2

2,3

 

b

winkelfunctie met een gebruiks-
oppervlakte van niet meer dan 400 m2

1

6

4

6

1

3

4

1

1

2,3

11

Overige gebruiks-
functie

 

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

 

Artikel 4.35

1. Een gebruiksfunctie heeft een aantal toiletruimten, dat niet kleiner is dan de grenswaarde die is aangegeven in tabel 4.34.

2. Een gebruiksfunctie heeft voor elke 125 m2 gebruiksoppervlakte of een gedeelte daarvan ten minste een toiletruimte.

3. Een toiletruimte kan een gemeenschappelijke toiletruimte zijn. Op deze toiletruimte zijn uitsluitend gebruiksfuncties van dezelfde soort aangewezen, met een totale gebruiksoppervlakte van niet meer dan 125 m2.

4. Een gebruiksfunctie heeft een zodanig aantal toiletruimten dat op een toiletruimte niet meer is aangewezen dan de in tabel 4.34 aangegeven gebruiksoppervlakte aan gebruiksfunctie, met een minimum van twee toiletruimten.

5. In afwijking van het vierde lid, kan worden volstaan met één toiletruimte, indien de totale gebruiksoppervlakte van een of meer op deze toiletruimte aangewezen gebruiksfuncties niet groter is dan de in tabel 4.34 aangegeven gebruiksoppervlakte.

6. Een toiletruimte kan een gemeenschappelijke toiletruimte zijn.

 

Artikel 4.36

1. Ten minste een toiletruimte van een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2 is integraal toegankelijk.

2. Een woonfunctie gelegen in een woongebouw met een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.4, zonder niet-gemeenschappelijke toiletruimte, heeft ten minste een gemeenschappelijke toiletruimte die integraal toegankelijk is.

3. Ten minste een toiletruimte is integraal toegankelijk.

4. Indien de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie, vermeerderd met het totaal aan gebruiksoppervlakte van een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort, gelegen op hetzelfde perceel, groter is dan of gelijk aan 400 m2, is het aantal integraal toegankelijke toiletruimten ten minste gelijk aan de getalwaarde van het aantal toiletruimten, bedoeld in artikel 4.35, derde en vierde lid, gedeeld door tien, op een geheel getal naar boven afgerond.

5. Indien de gebruiksoppervlakte van een onderwijsfunctie, vermeerderd met het totaal aan gebruiksoppervlakte van een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort, gelegen op hetzelfde perceel, groter is dan of gelijk aan 400 m2, is het aantal integraal toegankelijke toiletruimten ten minste gelijk aan de getalwaarde van het aantal toiletruimten, bedoeld in artikel 4.35, vierde lid, gedeeld door 35, op een geheel getal naar boven afgerond.

6. Indien de totale gebruiksoppervlakte aan bijeenkomstfuncties gelegen op hetzelfde perceel, groter is dan of gelijk aan 400 m2, is ten minste een toiletruimte een integraal toegankelijke toiletruimte.

 

Artikel 4.37

1. Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.35, eerste en tweede lid, en 4.36, eerste en tweede lid, is vanaf de toegang van de woonfunctie bereikbaar via besloten niet-gemeenschappelijke ruimten van die woonfunctie.

2. In afwijking van het eerste lid, is de toiletruimte vanaf de toegang van de woonfunctie bereikbaar via besloten al dan niet gemeenschappelijke verkeersroutes.

3. Een toiletruimte ligt niet buiten de standplaats.

4. Het hoogteverschil tussen ten minste een vloer waarop een toegang van de woonfunctie zich bevindt en de vloer van ten minste een gemeenschappelijke toiletruimte als bedoeld in artikel 4.35, derde lid, is niet meer dan 3 m. Dit geldt niet voor een integraal toegankelijke toiletruimte en een woonfunctie met een niet-gemeenschappelijke toiletruimte.

5. De loopafstand tussen ten minste een toegang van de woonfunctieen de toegang van ten minste een gemeenschappelijke toiletruimte als bedoeld in artikel 4.35, derde lid, is niet groter dan 25 m. Dit geldt niet voor een integraal toegankelijke toiletruimte en een woonfunctie met een niet-gemeenschappelijke toiletruimte.

6. Een integraal toegankelijke toiletruimte ligt in een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.4.

7. Een toiletruimte is niet rechtstreeks toegankelijk vanuit een verblijfsruimte.

 

Artikel 4.38

1. Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.35, eerste tot en met zesde lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,9 m x 1,2 m.

2. Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.35, eerste lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1 m2. De breedte van die vloeroppervlakte is ten minste 0,8 m.

3. Een integraal toegankelijke toiletruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,65 m x 2,2 m.

4. Een vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, heeft een hoogte boven de vloer van ten minste de grenswaarde als aangegeven in tabel 4.34.

 

Artikel 4.39

1. Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.35 is afsluitbaar.

2. Ten minste een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.35 is afsluitbaar.

 

§ 4.7.2. Bestaande bouw

 

Artikel 4.40

1. Een bestaand bouwwerk heeft voldoende toiletruimten.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.40 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.40 geen voorschrift is gegeven.

Tabel 4.40

gebruiks-
functie

   

leden van toepassing

                 

grenswaarden

   
     

aanwezigheid

       

bereik-
baarheid

 

afmetingen

inrichting

 

aanwezigheid

   

artikel

   

4.41

       

4.42

 

4.43

4.44

 

4.41

   

lid

   

1

2

3

4

5

1

2

*

1

2

1

2

3

                         

[n]

[m2]

[m2]

1

Woonfunctie

                           
 

a

woonfunctie gelegen in een woongebouw

1

2

1

*

1

1

165

 

b

woonfunctie van een woonwagen

1

*

1

 

c

woonfunctie niet gelegen in een woongebouw

1

*

1

1

2

Bijeenkomstfunctie

                           
 

a

bijeenkomstfunctie voor kinderopvang

3

4

5

*

2

225

 

b

bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik

1

5

2

*

1

2

 

c

bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport

3

4

5

*

1

150

 

d

andere bijeenkomstfunctie

1

5

*

1

2

3

Celfunctie

 

3

4

5

*

450

4

Gezondheidszorgfunctie

 

3

4

5

*

1

450

5

Industriefunctie

                           
 

a

van lichte constructie

 

b

andere industriefunctie

1

4

5

*

1

2

6

Kantoorfunctie

 

3

4

5

*

1

450

7

Logiesfunctie

 

1

2

*

1

1

200

8

Onderwijsfunctie

 

3

4

5

*

1

225

9

Sportfunctie

 

1

3

4

5

*

1

2

10

Winkelfunctie

 

1

4

5

*

1

2

11

overige gebruiksfunctie

 

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

 

Artikel 4.41

1. Een gebruiksfunctie heeft een aantal toiletruimten, dat niet kleiner is dan de grenswaarde die is aangegeven in tabel 4.40.

2. Een gebruiksfunctie zonder niet-gemeenschappelijke toiletruimte, heeft voor elke in tabel 4.40 aangegeven gebruiksoppervlakte of gedeelte daarvan, ten minste een, al dan niet gemeenschappelijke toiletruimte.

3. Een gebruiksfunctie heeft voor elke in tabel 4.40 aangegeven gebruiksoppervlakte of gedeelte daarvan, een al dan niet gemeenschappelijke toiletruimte, met een minimum van twee toiletruimten.

4. In afwijking van het eerste en derde lid, kan worden volstaan met één al dan niet gemeenschappelijke toiletruimte, indien de totale gebruiksoppervlakte van de op deze toiletruimten aangewezen gebruiksfuncties niet groter is dan 600 m2.

5. Een toiletruimte kan een gemeenschappelijke toiletruimte zijn.

 

Artikel 4.42

1. Een gemeenschappelijke toiletruimte als bedoeld in artikel 4.41, tweede lid, is, vanaf de toegang van de woonfunctie bereikbaar door al dan niet gemeenschappelijke besloten ruimten van de woonfunctie.

2. Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.41, is niet rechtstreeks toegankelijk vanuit een verblijfsruimte.

 

Artikel 4.43

Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.41, eerste tot en met derde lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,64 m2. De breedte van die vloeroppervlakte is ten minste 0,6 m en de hoogte daarboven is ten minste 2 m.

 

Artikel 4.44

1. Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.41 is afsluitbaar.

2. Ten minste een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.41 is afsluitbaar.

 

Afdeling 4.8. Badruimte

 

§ 4.8.1. Nieuwbouw

 

Artikel 4.45

1. Een te bouwen bouwwerk heeft voldoende badruimten.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.45 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.45 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 4.45

gebruiks-
functie

   

leden van toepas-
sing

                                               

grens-
waar-
den

           
     

aanwe-
zigheid

         

inte-
grale toegan-
kelijk-
heid

       

bereik-
baar-
heid

         

afme-
tingen

           

inrich-
ting

aanwe-
zigheid

 

afme-
tingen

       

artikel

   

4.46

         

4.47

       

4.48

         

4.49

           

4.50

4.46

 

4.49

       

lid

   

1

2

3

4

5

6

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

6

1

2

3

4

5

6

7

*

1

2

1

3

4

5

7

1

Woonfunctie

                                                   

[n]

[m2]

[m2]

[m2]

[m]

[m x m]

[m]

 

a

woonfunctie met een gebruiks-
oppervlakte van niet meer dan 50 m2, gelegen in een woongebouw

1

4

6

2

5

1

2

3

4

6

1

3

4

5

7

*

1

1,6

2,6

0,8

2,2 x 2,2

2,3

 

b

woonfunctie van een woonwagen

1

6

5

1

3

4

7

*

1

1,6

2,6

0,8

2,1

 

c

woonfunctie met een gebruiks-
oppervlakte van meer dan 500 m2 niet van een woonwagen

2

6

1

5

1

6

1

3

4

5

7

*

250

1,6

2,6

0,8

2,2 x 2,2

2,3

 

d

andere woonfunctie

1

6

1

1

3

4

7

*

1

1,6

2,6

0,8

2,3

2

Bijeenkomst-
functie

 

3

Celfunctie

                                                                 
 

a

celfunctie voor langdurig dag- en nachtverblijf

1

5

6

3

5

6

1

3

4

5

6

7

1

1,2

2,2

0,8

1,65 x 1,8

2,3

 

b

andere celfunctie

3

5

6

3

5

6

1

2

3

4

5

6

7

1,2

2,2

0,8

1,65 x 1,8

2,3

4

Gezondheids-
zorgfunctie

                                                                 
 

a

gezondheids-
zorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten

2

5

6

3

4

5

6

1

3

4

5

6

7

*

375

1,2

2,2

0,8

2,2 x 1,8

2,3

 

b

andere gezondheids-
zorgfunctie

5

Industriefunctie

 

6

Kantoorfunctie

 

7

Logiesfunctie

                                                                 
 

a

logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw

 

b

logiesfunctie gelegen in logiesgebouw

2

5

6

3

5

6

1

3

4

5

6

7

*

250

1,2

2,2

0,8

1,65 x 1,8

2,3

8

Onderwijs-
functie

 

9

Sportfunctie

                                                                 
 

a

sportfunctie voor de zwemsport

2

5

6

3

5

6

1

3

4

5

6

7

*

150

1,2

2,2

0,8

1,65 x 1,8

2,3

 

b

andere sportfunctie

10

Winkelfunctie

 

11

Overige gebruiksfunctie

 

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

 

Artikel 4.46

1. Een gebruiksfunctie heeft een aantal badruimten, dat niet kleiner is dan de grenswaarde die is aangegeven in tabel 4.45.

2. Een gebruiksfunctie heeft een zodanig aantal badruimten, dat op een badruimte niet meer is aangewezen dan de in tabel 4.45 aangegeven gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie.

3. Een celfunctie voor dag- en nachtverblijf heeft een gemeenschappelijke badruimte waarop alleen cellen zijn aangewezen, die in hetzelfde cellenblok liggen.

4. Een badruimte als bedoeld in het eerste lid, mag een gemeenschappelijke badruimte zijn. Het aantal gemeenschappelijke badruimten is zodanig dat op een badruimte in totaal niet meer dan 250 m2 gebruiksoppervlakte aan woonfuncties is aangewezen.

5. Een badruimte als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, mag een gemeenschappelijke badruimte zijn.

6. Een badruimte mag zijn samengevoegd met een toiletruimte.

 

Artikel 4.47

1. Ten minste een badruimte als bedoeld in artikel 4.46, tweede lid, is een integraal toegankelijke badruimte.

2. Indien een woonfunctie gelegen in een woongebouw geen niet-gemeenschappelijke badruimte heeft, is ten minste een badruimte als bedoeld in artikel 4.46, vierde lid, een integraal toegankelijke badruimte. Dit geldt uitsluitend, indien:

a. in het woongebouw een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau, of

b. het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3 500 m2, die hoger ligt dan 1,5 m boven het meetniveau.

3. Indien de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie, vermeerderd met het totaal aan gebruiksoppervlakte van een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort, gelegen op hetzelfde perceel, groter is dan of gelijk aan 400 m2, is het aantal integraal toegankelijke badruimten ten minste gelijk aan de getalwaarde van het aantal aanwezige badruimten gedeeld door 20, op een geheel getal naar boven afgerond.

4. Een gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten heeft een zodanig aantal integraal toegankelijke badruimten, dat op een integraal toegankelijke badruimte niet meer dan 750 m2 gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie is aangewezen, met een minimum van een integraal toegankelijke badruimte.

5. Een integraal toegankelijke badruimte als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, kan zijn samengevoegd met een toiletruimte.

 

Artikel 4.48

1. Een badruimte als bedoeld in artikel 4.46, is vanaf de toegang van de woonfunctie bereikbaar via besloten niet-gemeenschappelijke ruimten van die woonfunctie.

2. In afwijking van het eerste lid, is een badruimte vanaf ten minste een toegang van de woonfunctie bereikbaar via besloten al dan niet gemeenschappelijke verkeersroutes.

3. Het hoogteverschil tussen de vloer ter plaatse van ten minste een toegang van de woonfunctie en de vloer van ten minste een gemeenschappelijke badruimte als bedoeld in het tweede lid, is niet meer dan 3 m. Dit geldt niet voor een integraal toegankelijke badruimte als bedoeld in artikel 4.47, en een woonfunctie met een niet-gemeenschappelijke toiletruimte.

4. De loopafstand tussen ten minste een toegang van de woonfunctie en de toegang van een badruimte die wordt bereikt via een of meer gemeenschappelijke verkeersroutes als bedoeld in het tweede lid, is niet groter dan 25 m, opdat die badruimte binnen redelijke tijd kan worden bereikt. Dit geldt niet voor een integraal toegankelijke badruimte als bedoeld in artikel 4.47, en een woonfunctie met een niet-gemeenschappelijke toiletruimte.

5. Een badruimte als bedoeld in artikel 4.46, eerste lid, ligt niet buiten de standplaats.

6. Een integraal toegankelijke badruimte ligt in een toegankelijkheidssector.

 

Artikel 4.49

1. Een badruimte als bedoeld in artikel 4.46, eerste en tweede lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste de in tabel 4.45 aangegeven grenswaarde.

2. Een badruimte als bedoeld in artikel 4.46, derde lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1% van de totale gebruiksoppervlakte van de niet-gemeenschappelijke ruimten van de op deze badruimte aangewezen celfuncties, met een minimum van 1,6 m2.

3. Een badruimte die is samengevoegd met een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.46, zesde lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste de grenswaarde die is aangegeven in tabel 4.45.

4. Een vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, heeft een breedte van ten minste de grenswaarde die is aangegeven in tabel 4.45.

5. Een integraal toegankelijke badruimte als bedoeld in artikel 4.47, eerste tot en met vierde lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste de grenswaarde die is aangegeven in tabel 4.45.

6. Een integraal toegankelijke badruimte die is samengevoegd met een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.47, vijfde lid, heeft een vloeroppervlakte ten minste 7,8 m2. De breedte van de vloeroppervlakte is ten minste 2,2 m.

7. Een vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste tot en met zesde lid, heeft een hoogte boven de vloer van ten minste de grenswaarde als aangegeven in tabel 4.45.

 

Artikel 4.50

Een badruimte als bedoeld in artikel 4.46 is afsluitbaar.

 

§ 4.8.2. Bestaande bouw

 

Artikel 4.51

1. Een bestaand bouwwerk heeft voldoende badruimten.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.51 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.51 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 4.51

gebruiks-
functie

   

leden van toepassing

               

grenswaarde

     

aanwe-
zigheid

     

afme-
tingen

     

afsluit-
baarheid

aanwezigheid

   

artikel

4.52

     

4.53

     

4.54

4.52

   

lid

1

2

3

4

1

2

3

4

*

3

[m2]

1

Woonfunctie

                     
 

a

woonfunctie van een woonwagen

1

4

1

2

4

*

 

b

andere woonfunctie

2

Bijeenkomstfunctie

 

3

Celfunctie

                     
 

a

celfunctie voor langdurig dag- en nachtverblijf

2

4

2

3

 

b

andere celfunctie

4

Gezondheidszorgfunctie

                     
 

a

gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten

1

3

4

1

2

4

*

750

 

b

andere gezondheidszorgfunctie

5

Industriefunctie

                     
 

a

lichte industriefunctie

 

b

andere industriefunctie

6

Kantoorfunctie

 

7

Logiesfunctie

                     
 

a

logiesfunctie

 

b

logiesverlijf gelegen in een logiesgebouw

4

1

2

4

*

400

8

Onderwijsfunctie

 

9

Sportfunctie

                     
 

a

sportfunctie voor de zwemsport

1

3

4

1

2

4

*

150

 

d

andere sportfunctie

10

Winkelfunctie

 

11

Overige gebruiksfunctie

 

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

 

Artikel 4.52

1. Een gebruiksfunctie heeft ten minste een al dan niet gemeenschappelijke badruimte.

2. Een celfunctie voor langdurig dag- en nachtverblijf heeft een gemeenschappelijke badruimte waarop alleen cellen zijn aangewezen die in hetzelfde cellenblok liggen.

3. Onverminderd het eerste lid, heeft een gebruiksfunctie een zodanig aantal al dan niet gemeenschappelijke badruimten, dat op een badruimte niet meer dan de in tabel 4.51 aangegeven gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie is aangewezen.

4. Een badruimte kan zijn samengevoegd met een toiletruimte.

 

Artikel 4.53

1. Een badruimte als bedoeld in artikel 4.52, eerste lid, heeft een vloeroppervlakte die niet kleiner is dan 0,36 m2.

2. Een badruimte die is samengevoegd met een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.52, vierde lid, heeft een vloeroppervlakte die niet kleiner is dan 1 m2.

3. Een badruimte als bedoeld in artikel 4.52, tweede lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1% van de totale gebruiksoppervlakte van de op deze badruimte aangewezen cellen, met een minimum van 0,36 m2.

4. Een vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, heeft een breedte van ten minste 0,6 m. De hoogte boven de vloeroppervlakte is ten minste 2 m.

 

Artikel 4.54

Een badruimte als bedoeld in artikel 4.52 is afsluitbaar.

 

Afdeling 4.9 [Vervallen per 01-09-2005]

 

Artikel 4.55 [Vervallen per 01-09-2005]

 

Artikel 4.56 [Vervallen per 01-09-2005]

 

Artikel 4.57 [Vervallen per 01-09-2005]

 

Afdeling 4.10. Gemeenschappelijke opslagruimte voor huishoudelijk afval, nieuwbouw

 

Artikel 4.58

1. Een te bouwen bouwwerk heeft een ruimte waar huishoudelijk afval gescheiden kan worden opgeslagen.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.58 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.58 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 4.58

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

         
     

aanwezigheid

 

bereikbaarheid

   

afsluitbaarheid

artikel

   

4.59

 

4.60

   

4.61

 

lid

 

1

2

1

2

3

*

1

Woonfunctie

             
 

a

woonfunctie gelegen in woongebouw

1

2

1

2

3

*

 

b

andere woonfunctie

2

Bijeenkomstfunctie

 

3

Celfunctie

 

4

Gezondheidszorgfunctie

 

5

Industriefunctie

 

6

Kantoorfunctie

 

7

Logiesfunctie

 

8

Onderwijsfunctie

 

9

Sportfunctie

 

10

Winkelfunctie

 

11

Overige gebruiksfunctie

 

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

 

Artikel 4.59

1. Een woonfunctie gelegen in een woongebouw, heeft een gemeenschappelijke opslagruimte voor het plaatsen van containers voor huishoudelijk afval. Dit geldt niet indien de woonfunctie beschikt over een rechtstreeks vanaf het aansluitende terrein bereikbare bergruimte en de afmetingen van de bergruimte, de loopafstand en het hoogteverschil tussen een toegang van de woonfunctie en een toegang van die bergruimte geen beletsel vormen voor het gescheiden kunnen opslaan van huishoudelijk afval.

2. Een gemeenschappelijke opslagruimte als bedoeld in het eerste lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,75 % van de totale gebruiksoppervlakte van de op die opslagruimte aangewezen woonfuncties, met een minimum van 1,6 m2. De vloeroppervlakte heeft een breedte van ten minste 0,8 m en een hoogte boven de vloer van ten minste 2,1 m.

 

Artikel 4.60

1. Een gemeenschappelijke opslagruimte als bedoeld in artikel 4.59, eerste lid, is vanaf een toegang van de woonfunctie bereikbaar via gemeenschappelijke verkeersruimten.

2. De loopafstand tussen een toegang van een opslagruimte als bedoeld in artikel 4.59, en een toegang van de woonfunctie mag geen beletsel vormen voor een doeltreffend gebruik van de in de opslagruimte geplaatste containers.

3. Een hoogteverschil van meer dan 0,02 m tussen de vloer van een opslagruimte als bedoeld in artikel 4.59, en het aansluitende terrein is overbrugd door een hellingbaan.

 

Artikel 4.61

Een gemeenschappelijke opslagruimte als bedoeld in artikel 4.59, is afsluitbaar en een deur van die ruimte kan van buitenaf uitsluitend met een sleutel worden geopend.

 

Afdeling 4.11. Stallingsruimte voor fietsen, nieuwbouw

 

Artikel 4.62

1. Een te bouwen bouwwerk heeft een stallingsruimte voor fietsen.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.62 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door de toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.62 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 4.62

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

 

grenswaarden

       
     

aanwezigheid

ligging

aanwezigheid

       
   

artikel

4.63

4.64

4.63

       
   

lid

*

*

*

       
         

[%]

       

1

Woonfunctie

 

       
   

bij bezettingsgraadklasse

   

B1

B2

B3

B4

B5

2

Bijeenkomstfunctie

 

*

*

12,5

5

2

0,8

n.t.

3

Celfunctie

 

*

*

0,8

0,8

0,8

0,8

n.t.

4

Gezondheidszorgfunctie

 

*

*

12,5

5

2

0,8

n.t.

5

Industriefunctie

               
 

a

lichte industriefunctie

 

b

andere industriefunctie

*

*

12,5

5

2

0,8

0,3

6

Kantoorfunctie

 

*

*

12,5

5

2

0,8

n.t.

7

Logiesfunctie

 

8

Onderwijsfunctie

 

*

*

12,5

5

2

n.t.

n.t.

9

Sportfunctie

 

*

*

12,5

5

2

0,8

0,3

10

Winkelfunctie

 

*

*

12,5

5

2

0,8

0,3

11

overige gebruiksfunctie

               
 

a

functie voor het personenvervoer

*

*

12,5

5

2

0,8

0,3

 

b

andere overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

 

Artikel 4.63

Een gebruiksfunctie heeft als nevenfunctie of als buitenruimte een al dan niet gemeenschappelijke stallingsruimte voor fietsen, waarvan de totale vloeroppervlakte niet kleiner is dan het in tabel 4.62 aangegeven deel van de totale gebruiksoppervlakte van de op die stallingsruimte aangewezen gebruiksfuncties, met een minimum van 2 m2. De vloeroppervlakte heeft een breedte van ten minste 0,8 m en indien deze overdekt is een hoogte boven de vloer van ten minste 2,1 m.

 

Artikel 4.64

Een stallingsruimte voor fietsen als bedoeld in artikel 4.63, is vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar via het aansluitende terrein.

 

Afdeling 4.12. Meterruimte, nieuwbouw

 

Artikel 4.65

1. Een te bouwen bouwwerk waarin zich een voorziening voor elektriciteit, gas, drinkwater of verwarming bevindt, heeft een meterruimte waarin de centrale schakel-, verdeel- en meetapparatuur voor die voorziening kan worden geplaatst.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.65 voorschriften zijnaangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.65 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 4.65

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

         
     

aanwezigheid

 

afmetingen

   

regenwerendheid

   

artikel

4.66

 

4.67

   

4.69

   

lid

1

2

1

2

3

*

1

Woonfunctie

             
 

a

woonfunctie van een woonwagen

1

1

*

 

b

woonfunctie gelegen in een woongebouw

1

2

1

2

*

 

c

andere woonfunctie

1

1

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

1

3

*

3

Celfunctie

 

1

3

*

4

Gezondheidszorgfunctie

 

1

3

*

5

Industriefunctie

 

1

3

*

6

Kantoorfunctie

 

1

3

*

7

Logiesfunctie

 

1

3

*

8

Onderwijsfunctie

 

1

3

*

9

Sportfunctie

 

1

3

*

10

Winkelfunctie

 

1

3

*

11

Overige gebouwfuncties

 

1

3

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

 

Artikel 4.66

1. Een gebruiksfunctie met een voorziening voor elektriciteit, gas, drinkwater of verwarming, die een aansluitmogelijkheid heeft op het desbetreffende openbare net, heeft een al dan niet gemeenschappelijke meterruimte.

2. Onverminderd het eerste lid, heeft een woonfunctie met een gemeenschappelijke voorziening voor elektriciteit, gas, drinkwater of verwarming, een gemeenschappelijke meterruimte.

 

Artikel 4.67

1. Een meterruimte als bedoeld in artikel 4.66, eerste lid, heeft afmetingen en een indeling, die voldoen aan NEN 2768.

2. Een gemeenschappelijke meterruimte als bedoeld in artikel 4.66, tweede lid, heeft afmetingen en een indeling die zijn afgestemd op de in de meterruimte te plaatsen apparatuur.

3. Een meterruimte als bedoeld in artikel 4.66, eerste lid, heeft afmetingen en een indeling die zijn afgestemd op de in de meterruimte te plaatsen apparatuur.

 

Artikel 4.68 [Vervallen per 01-09-2005]

 

Artikel 4.69

De uitwendige scheidingsconstructie van een meterruimte als bedoeld in artikel 4.66, is, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend.

 

Afdeling 4.13. Liftschacht, nieuwbouw

 

Artikel 4.70

1. Een te bouwen bouwwerk met een lift heeft, voor het veilig en doelmatig functioneren van die lift, een liftschacht.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.70 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 4.70

gebruiksfunctie

 

leden van toepassing

       
   

aanwezigheid

afmetingen

 

inrichting

waterdichtheid

artikel

 

4.71

4.72

 

4.73

4.74

 

lid

*

1

2

*

*

1

Woonfunctie

*

1

2

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

*

1

2

*

*

3

Celfunctie

*

1

2

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

*

1

2

*

*

5

Industriefunctie

*

1

2

*

*

6

Kantoorfunctie

*

1

2

*

*

7

Logiesfunctie

*

1

2

*

*

8

Onderwijsfunctie

*

1

2

*

*

9

Sportfunctie

*

1

2

*

*

10

Winkelfunctie

*

1

2

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

*

1

2

*

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

*

1

2

*

*

 

Artikel 4.71

Een gebruiksfunctie met een lift heeft een al dan niet gemeenschappelijke liftschacht.

 

Artikel 4.72

1. De vloer van een liftschacht ligt:

a. indien het hoogteverschil tussen de laagste en hoogste vloer, die door de lift worden ontsloten, ten hoogste 50 m is, ten minste 1,4 m onder de laagste vloer die door de lift wordt ontsloten, en

b. indien het hoogteverschil tussen de laagste en hoogste vloer, die door de lift worden ontsloten, groter is dan 50 m, ten minste 1,6 m onder de laagste vloer die door de lift wordt ontsloten.

2. Het plafond van een liftschacht ligt:

a. indien het hoogteverschil tussen de hoogste en laagste vloer, die door de lift worden ontsloten, ten hoogste 50 m is, ten minste 3,6 m boven de hoogste vloer die door de lift wordt ontsloten, en

b. indien het hoogteverschil tussen de hoogste en laagste vloer, die door de lift worden ontsloten, groter is dan 50 m, ten minste 3,8 m boven de hoogste vloer die door de lift wordt ontsloten.

 

Artikel 4.73

In een liftschacht zijn uitsluitend leidingen of installaties aanwezig, die nodig zijn voor het veilig functioneren van de lift.

 

Artikel 4.74

De uitwendige scheidingsconstructie van een liftschacht is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

Afdeling 4.14. Liftmachineruimte, nieuwbouw

 

Artikel 4.75

1. Een bouwwerk met een lift heeft een liftmachineruimte voor het veilig en doelmatig functioneren van die lift.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.75 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Tabel 4.75

gebruiks-
functie

   

leden van toepassing

     
     

aanwezigheid

bereikbaarheid

afmetingen

regenwerendheid

artikel

   

4.76

4.77

4.78

4.79

 

lid

 

*

*

*

*

1

Woonfunctie

         
 

a

woonfunctie gelegen in een woongebouw

*

*

*

*

 

c

andere woonfunctie

*

*

*

2

Bijeenkomstfunctie

 

*

*

*

3

Celfunctie

 

*

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

 

*

*

*

5

Industriefunctie

 

*

*

*

6

Kantoorfunctie

 

*

*

*

7

Logiesfunctie

 

*

*

*

8

Onderwijsfunctie

 

*

*

*

9

Sportfunctie

 

*

*

*

10

Winkelfunctie

 

*

*

*

11

Overige gebruiksfunctie

 

*

*

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

*

*

*

 

Artikel 4.76

Een gebruiksfunctie met een lift heeft een al dan niet gemeenschappelijke liftmachineruimte.

 

Artikel 4.77

Een gemeenschappelijke liftmachineruimte is, voor het onbelemmerd kunnen bereiken van die ruimte, vanaf de toegang van het woongebouw uitsluitend bereikbaar door een of meer gemeenschappelijke verkeersruimten.

 

Artikel 4.78

Een liftmachineruimte heeft een vloeroppervlakte die is afgestemd op de omvang van de te plaatsen apparatuur.

 

Artikel 4.79

De uitwendige scheidingsconstructie van een liftmachineruimte is, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend.

 

Afdeling 4.15. Opstelplaats voor een aanrecht en opstelplaats voor een kooktoestel

 

§ 4.15.1. Nieuwbouw

 

Artikel 4.80

1. Een te bouwen bouwwerk heeft opstelplaatsen voor een aanrecht en een kooktoestel, zodat vaatwerk kan worden gereinigd en voedsel en dranken kunnen worden bereid.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.80 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.80 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 4.80

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

             
     

aanwezigheid

       

afmetingen

   

artikel

   

4.81

       

4.82

   
 

lid

 

1

2

3

4

5

1

2

3

1

Woonfunctie

                 
 

a

woonfunctie van een woonwagen

1

4

1

3

 

b

andere woonfunctie

1

2

3

1

2

3

2

Bijeenkomstfunctie

                 
 

a

bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik

5

 

b

andere bijeenkomstfunctie

3

Celfunctie

 

4

Gezondheidszorgfunctie

 

5

Industriefunctie

 

6

Kantoorfunctie

 

7

Logiesfunctie

 

8

Onderwijsfunctie

                 

9

Sportfunctie

 

10

Winkelfunctie

 

11

Overige gebruiksfunctie

 

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

 

Artikel 4.81

1. Een woonfunctie heeft in dezelfde verblijfsruimte een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel.

2. Het eerste lid geldt niet, indien in een gemeenschappelijke verblijfsruimte waarop de woonfunctie is aangewezen, een opstelplaats voor een gemeenschappelijk aanrecht en een opstelplaats voor een gemeenschappelijk kooktoestel aanwezig zijn.

3. Een opstelplaats als bedoeld in het eerste lid, bevindt zich niet op de vloeroppervlakte van 3,3 m x 3,3 m als bedoeld in artikel 4.26, eerste lid. De afstand van de voorkant van de opstelplaats tot de rand van die vloeroppervlakte is niet kleiner dan 0,6 m.

4. Een opstelplaats bevindt zich niet op de vloeroppervlakte van 4 m x 3 m als bedoeld in artikel 4.26, eerste lid.

5. Een gebruiksfunctie heeft een opstelplaats voor een aanrecht.

 

Artikel 4.82

1. Een opstelplaats voor een aanrecht als bedoeld in artikel 4.81, eerste lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 0,6 m.

2. Een opstelplaats voor een gemeenschappelijk aanrecht als bedoeld in artikel 4.81, tweede lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 2,1 m x 0,6 m.

3. Een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.81, eerste en tweede lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,6 m x 0,6 m.

 

§ 4.15.2. Bestaande bouw

 

Artikel 4.83

1. Een bestaand bouwwerk heeft opstelplaatsen voor een aanrecht en een kooktoestel, zodat vaatwerk kan worden gereinigd en voedsel en dranken kunnen worden bereid.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.83 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.83 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 4.83

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

           
     

aanwezigheid

     

afmetingen

   

artikel

   

4.84

     

4.85

   
 

lid

 

1

2

3

4

1

2

3

1

Woonfunctie

               
 

a

woonfunctie van een woonwagen

1

1

3

 

b

andere woonfunctie

1

2

3

1

2

3

2

Bijeenkomstfunctie

               
 

a

bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik

4

 

b

andere bijeenkomstfunctie

3

Celfunctie

 

4

Gezondheidszorgfunctie

 

5

Industriefunctie

 

6

Kantoorfunctie

 

7

Logiesfunctie

 

8

Onderwijsfunctie

 

9

Sportfunctie

 

10

Winkelfunctie

 

11

overige gebruiksfunctie

 

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

 

 

Artikel 4.84

1. Een woonfunctie heeft in dezelfde besloten ruimte een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel.

2. Het eerste lid geldt niet, indien in een gemeenschappelijke verblijfsruimte waarop de woonfunctie is aangewezen, een opstelplaats voor een gemeenschappelijk aanrecht en een opstelplaats voor een gemeenschappelijk kooktoestel aanwezig zijn.

3. Een opstelplaats als bedoeld in het eerste lid, bevindt zich niet op de vloeroppervlakte van 7,5 m2 als bedoeld in artikel 4.31, vierde lid.

4. Een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik heeft een opstelplaats voor een aanrecht.

 

Artikel 4.85

1. Een opstelplaats voor een aanrecht als bedoeld in artikel 4.84, eerste lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,4 m.

2. Een opstelplaats voor een gemeenschappelijk aanrecht als bedoeld in artikel 4.84, tweede lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 0,5 m.

3. Een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.84,eerste en tweede lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,4 m x 0,4 m.

 

Afdeling 4.16. Opstelplaats voor een stooktoestel

 

§ 4.16.1. Nieuwbouw

 

Artikel 4.86

1. Een te bouwen bouwwerk heeft een opstelplaats voor een stooktoestel, zodat verwarmingsapparatuur kan worden geplaatst.

2. Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.86 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.86 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 4.86

gebruiksfunctie

   

leden van toepassing

             
     

aanwezigheid

plaatsbepaling

       

afmetingen

 

artikel

   

4.87

4.88

       

4.89

 
 

lid

 

*

1

2

3

4

5