Artikel 2. Bij keuring over te leggen en te controleren bescheiden
Artikel 3. Keuring en geneeskundig onderzoek
Artikel 4. Specialistisch rapport of deelonderzoek
Artikel 5. Afgifte geneeskundige verklaring bij goedkeuring
Artikel 6. Bericht van afkeuring
Artikel 7. Herkeuring
Artikel 8. Handelwijze scheidsrechter bij herkeuring
Artikel 9. Onderzoek op tuberculose
Artikel 10. Vastlegging van keuringsresultaten
De resultaten van de keuringen worden door de geneeskundige, met
inachtneming van de instructie van de Medisch Adviseur Scheepvaart en de
door deze vast te stellen termijn, aangetekend in het daarvoor bestemde
register.
Artikel 11. Formulieren
Artikel 12. Intrekking Keuringsreglement voor de Zeevaart 2002
Het Keuringsreglement voor de Zeevaart 2002 wordt ingetrokken.
Artikel 13. Inwerkingtreding
Artikel 14. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Keuringsreglement voor de zeevaart 2005.
1. Geschiktheid:
De gekeurde is geschikt, indien hij op alle punten volledig
voldoet aan de medische maatstaven, met inachtneming van de algemene
keuringsaanwijzingen, opgenomen in de bij deze regeling behorende
Bijlage II.
2. Ongeschiktheid:
a. de gekeurde is tijdelijk ongeschikt, indien op medische
gronden wordt verwacht dat hij niet langer dan 3 jaar ongeschikt zal
zijn.
b. de gekeurde is blijvend ongeschikt, indien op medische
gronden wordt verwacht dat hij langer dan 3 jaar ongeschikt zal
zijn.
3. Specialistisch rapport:
Indien een specialistisch rapport is voorgeschreven, kan soms
worden volstaan met het opvragen van informatie bij de behandelend
specialist. Bij het ontbreken van voldoende informatie wordt verwezen
naar een niet-behandelend specialist.
4. Bevaren:
Een zeevarende kan worden beschouwd als bevaren indien in een
specifieke functie voldoende vaartijd is opgebouwd.
I. Algemene lichamelijke conditie en fysieke vaardigheden
Zeevarenden moeten een voldoende lichamelijke conditie en fysieke
vaardigheid hebben om te allen tijde adequaat te kunnen handelen aan
boord (ref. STCW code, tabel B-I/9-2).
Behoudens de richtlijnen voortvloeiend uit de overige artikelen is
vereist dat de zeevarende
1. voldoende en zonder assistentie ladders en trappen kan op- en
afgaan;
2. voldoende en zonder assistentie over een 60 cm hoge drempel kan
stappen;
3. voldoende kan grijpen en tillen, alsmede ongestoord gereedschap
kan hanteren, afsluiters kan open- en dichtdraaien, kan werken met
lijnen en trossen;
4. voldoende kan reiken boven schouderhoogte;
5. voldoende kan bukken, hurken, knielen en kruipen;
6. voldoende kan staan en lopen tenminste gedurende een wachtperiode;
7. zonder assistentie zich door een opening van 60x60 cm kan bewegen.
II. Geneesmiddelengebruik
1. Het gebruik van anticoagulantia, anders dan
plaatjesaggregatieremmers met een vergelijkbaar (bij)werkingspatroon
als acetylsalicylzuur, is een reden voor ongeschiktheid.
Het gebruik van immuunsuppressiva is een reden voor ongeschiktheid.
Voor het gebruik van antidiabetica en anti-epileptica wordt verwezen
naar de richtlijnen in de betreffende artikelen.
2. Het aangewezen zijn op het gebruik van geneesmiddelen met een
nauwe therapeutische breedte is een reden voor ongeschiktheid.
3. Het aangewezen zijn op het gebruik van geneesmiddelen welke
neveneffecten hebben in de zin van: duizeligheid, verminderd
concentratie- en reactievermogen, psychische stoornissen of invloed op
de circulatie, kan een reden zijn voor ongeschiktheid.
4. Indien geneesmiddelen worden gebruikt die zich met de veiligheid
van het varen laten verenigen, moet bij de afgifte van een geneeskundige
verklaring worden overwogen of de betrokkene de (bij)werkingen van het
geneesmiddel begrijpt en de voorschriften van de arts nauwgezet naleeft.
5. Indien geneesmiddelen worden gebruikt die zich met de veiligheid
van het varen laten verenigen, dient te worden bekeken in hoeverre het
plotseling staken van de geneesmiddelen (zeeziekte, noodsituatie)
problemen kan opleveren.
III. Infectieziekten
1. Àlle infectieziekten zijn een reden voor ongeschiktheid, totdat
afdoende behandeling heeft plaatsgehad.
Bij gastro-intestinale infectieziekten dient speciale aandacht te
worden besteed aan het personeel dat betrokken is bij de
voedselbereiding en catering.
2. Longtuberculose: indien na een adequate behandeling de betrokkene
genezen wordt verklaard door een longarts, kan een verklaring van
geneeskundige geschiktheid worden afgegeven.
3. Seropositiviteit (HIV) is in het algemeen geen reden voor
ongeschiktheid.
Profylactisch gebruik van AIDS-remmende middelen is in het algemeen
een reden voor ongeschiktheid.
AIDS is een reden voor ongeschiktheid.
4. Overgevoeligheid of contraïndicaties voor vaccinaties of
profylactica die in het vaargebied van de zeevarende noodzakelijk zijn,
zijn een reden voor ongeschiktheid of beperking van het vaargebied.
IV. Maligniteiten
Deze zijn in het algemeen een reden voor ongeschiktheid.
Voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport vereist,
waaruit blijkt dat complete remissie is bereikt en redelijkerwijs geen
acute problemen zijn te verwachten.
Goedaardige tumoren die door hun lokalisatie aanleiding kunnen zijn
voor complicaties zijn een reden voor ongeschiktheid.
V. Endocriene stoornissen
1. Zowel Insuline afhankelijke als niet Insuline afhankelijke
Diabetes Mellitus zijn een reden voor ongeschiktheid.
Uitsluitend indien het NIADM bij bevaren zeelieden betreft,
kan therapie met metformine, acarbose of thiazolidinedionen worden
toegestaan, indien een goede en stabiele instelling is bereikt.
Behandeling met SU-derivaten is in àlle gevallen een reden voor
ongeschiktheid.
2. Manifeste hyper- en hypothyreoidie zijn een reden voor
ongeschiktheid.
3. Overige endocriene stoornissen: voor goedkeuring is een gunstig
specialistisch rapport vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen
acute problemen zijn te verwachten.
VI. Aandoeningen van het bloed en/of de bloedvormende organen
1. Immuundeficiënties zijn een reden voor ongeschiktheid.
2. Na splenectomie kan een verklaring van geneeskundige geschiktheid
worden afgegeven voor het varen in niet-tropische gebieden, mits
betrokkene de risico’s begrijpt en de voorschriften met betrekking tot
voorzorgsmaatregelen en vaccinaties blijkt na te leven.
3. Stollingsstoornissen zijn in het algemeen een reden voor
ongeschiktheid. Voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport
vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te
verwachten.
Het gebruik van anticoagulantia, anders dan plaatjesaggregatieremmers
met een vergelijkbaar (bij)werkingspatroon als acetylsalicylzuur,
is een reden voor ongeschiktheid.
4. Overige chronische bloedziekten, anaemie, leukopenie en
trombopenie: voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport
vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te
verwachten.
VII. Psychische stoornissen
1. Psychotische symptomen op het moment van de keuring of psychosen
in de anamnese met een kans op herhaling zijn een reden voor
ongeschiktheid.
2. Bipolaire stoornissen of geïsoleerde manieën in de anamnese zijn
een reden voor ongeschiktheid.
3. Depressieve symptomen op het moment van de keuring of depressies
in de anamnese die niet onder het begrip bipolaire stoornis vallen zijn
in het algemeen een reden voor ongeschiktheid. Voor goedkeuring is een
gunstig specialistisch rapport vereist.
4. Persoonlijkheidsstoornissen met antisociale, borderline,
theatrale, narcisitische, ontwijkende, afhankelijke of
obsessief-compulsieve patronen zijn in het algemeen een reden voor
ongeschiktheid.
5. a. Chronisch alcoholisme, hetzij voortdurend, hetzij gedurende
bepaalde perioden in de laatste 5 jaar, is in het algemeen een reden
voor ongeschiktheid.
b. Verslaving aan verdovende, opwekkende of andere psychotrope
stoffen in de anamnese van de laatste 5 jaar is in het algemeen een
reden voor ongeschiktheid.
6. ADHD of ADD is een reden voor ongeschiktheid. Voor goedkeuring is
een gunstig specialistisch rapport vereist, waaruit blijkt dat
redelijkerwijs geen acute problemen zijn te verwachten.
De kandidaat dient op de hoogte te zijn van internationale
douanebepalingen van zijn medicatie.
7. Overige psychiatrische stoornissen: voor goedkeuring is een
gunstig specialistisch rapport vereist.
8. Concentratie- of inprentingsstoornissen zijn een reden voor
ongeschiktheid.
9. Cognitieve functiestoornissen zijn een reden voor ongeschiktheid.
10. Hoogtevrees en engtevrees in een mate dat het veilig werken
hierdoor wordt beïnvloed zijn een reden voor ongeschiktheid.
VIII. Aandoeningen van het zenuwstelsel
1. Alle aandoeningen die gepaard gaan met bewustzijns- of
evenwichtsstoornissen, alsmede aanvallen van draaiduizeligheid of
onbedwingbare slaap zijn een reden voor ongeschiktheid.
2. Alle vormen van epilepsie in de anamnese, al dan niet
medicamenteus behandeld, zijn een reden voor ongeschiktheid.
Uitzonderingen:
a. Goedkeuring is mogelijk indien de laatste aanval heeft
plaatsgevonden voor het 5e levensjaar en nadien geen
anti-epileptica zijn gebruikt.
b. Goedkeuring (zie sub d.) is mogelijk 2 jaar na een eenmalige
epileptische aanval, zonder duidelijke oorzaak, zonder behandeling
met anti-epileptica, indien op een standaard-, slaaponthoudings- en
slaap-EEG geen afwijkingen in epileptische zin worden gezien.
c. Goedkeuring (zie sub d.) is mogelijk 5 jaar na het staken van
anti-epileptica indien na het staken geen aanvallen zijn opgetreden
en op een standaard-, slaaponthoudings- en slaap-EEG geen
afwijkingen in epileptische zin worden gezien.
d. De geldigheidsduur van de geneeskundige verklaring bij de
uitzonderingen beschreven sub b. en c. is eerst ½ jaar. Indien de
betrokkene aanvalsvrij blijft wordt de geldigheidsduur vervolgens 1
jaar en daarna 2 jaar.
3. Systeemziekten van het centrale zenuwstelsel, zoals multipele
sclerose of M. Parkinson, zijn – afhankelijk van het stadium waarin
de ziekte verkeert – in het algemeen een reden voor ongeschiktheid.
4. Migraine, gepaard gaande met verminderde inzetbaarheid, is een
reden voor ongeschiktheid.
5. Noctambulisme is in het algemeen een reden voor ongeschiktheid.
6. Sensibiliteitsstoornissen in handen of voeten in een mate dat
het veilig werken hierdoor wordt beïnvloed zijn een reden voor
ongeschiktheid
IX. Spraak
Spraakstoornissen waardoor veilige communicatie kan worden
belemmerd, zijn een reden voor ongeschiktheid.
Ook bij achtergrondgeluid moet er met stemverheffing voldoende
spreekvaardigheid zijn.
X. Aandoeningen van neus, mond en keel
1. Een ernstige belemmering van de neusademhaling, bijvoorbeeld
door een sterke neusseptumdeviatie is een reden voor ongeschiktheid.
2. Uitgebreide cariës of aandoeningen van het tandvlees zijn een
reden voor ongeschiktheid.
3. Recidiverende tonsillitis en focale infecties zijn een reden
voor ongeschiktheid.
XI. Thoraxafwijkingen
Thoraxafwijkingen die gepaard gaan met belemmering van de normale
hart- en/of longfunctie zijn een reden voor ongeschiktheid.
XII. Aandoeningen van de luchtwegen
1. Alle chronische longaandoeningen met de mogelijkheid van acute
verslechtering van de longfunctie zijn een reden voor ongeschiktheid.
2. Asthma bronchiale gepaard gaande met verminderde inzetbaarheid
is een reden zijn voor ongeschiktheid.
3. Chronische luchtweginfecties en COPD met longfunctiestoornissen
zijn in het algemeen een reden voor ongeschiktheid.
4. a. Een eerste pneumothorax is een reden voor ongeschiktheid
gedurende een jaar, tenzij afdoende behandeling ter voorkoming van
herhaling heeft plaatsgevonden.
b. Recidiverende pneumothorax is een reden voor ongeschiktheid,
tenzij afdoende behandeling heeft plaatsgevonden.
XIII. Aandoeningen van hart en bloedvaten
1. Hartklepafwijkingen en congenitale hartgebreken met
haemodynamische consequenties zijn een reden voor ongeschiktheid.
Een kunstklep is in het algemeen een reden voor ongeschiktheid.
2. Ritme- of geleidingsstoornissen waarbij de kans bestaat op
cerbrovasculaire accidenten, haemodynamische complicaties of
bewustzijnsstoornissen zijn een reden voor ongeschiktheid.
3. Het dragen van een pacemaker is in het algemeen een reden voor
ongeschiktheid.
Voor goedkeuring is en specialistisch rapport vereist, waaruit
blijkt dat betrokkene bij uitval van de pacemaker beschikt over een
voldoende escaperitme en dat de pacemaker niet kan worden beïnvloed
door elektromagnetische straling.
4. Het dragen van een ICD is een reden voor ongeschiktheid.
5. Aandoeningen van het myocard, resulterend in een verminderde,
ergometrisch bepaalde belastbaarheid van het hart, zijn een reden voor
ongeschiktheid.
6. Angina pectoris is een reden voor ongeschiktheid.
Voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport vereist
waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te
verwachten.
7. Aneurysma aortae is in het algemeen een reden voor
ongeschiktheid.
Voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport vereist
waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te
verwachten.
8. Hypertensie: een bij herhaling gemeten diastolische druk van
> 105 mm Hg is een reden voor ongeschiktheid.
9. Symptomen van perifere vasculaire aandoeningen, arterieel of
veneus, zijn een reden voor ongeschiktheid.
Een vaatprothese is in het algemeen geen reden voor ongeschiktheid.
10. Ieder cerebrovasculair accident, inclusief T.I.A.’s, in de
anamnese, is in het algemeen een reden voor blijvende ongeschiktheid.
XIV. Maag- en darmaandoeningen
1. Een aandoening van maag of oesofagus met een verhoogde kans op
bloeding of perforatie, inclusief het ulcus pepticum is een reden voor
ongeschiktheid.
Goedkeuring is slechts mogelijk nadat endoscopisch genezing is
vastgesteld.
2. Chronische darmziekten zijn in het algemeen een reden voor
ongeschiktheid.
3. Met een stoma op colon of jejunum kan een verklaring van
geneeskundige geschiktheid worden afgegeven indien de onderliggende
darmziekte volledig is genezen, mits betrokkene de risico’s begrijpt
en de voorschriften met betrekking tot dagelijkse verzorging en
hygiëne blijkt na te leven.
4. Hernia inguinalis is een reden voor ongeschiktheid.
Hernia umbilicalis waarbij het risico bestaat op beklemming is een
reden voor ongeschiktheid.
XV. Aandoeningen van lever, alvleesklier en galblaas
Aandoeningen van de lever, alvleesklier of galblaas, evenals de
aanwezigheid van galstenen, zijn een reden voor ongeschiktheid.
Voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport vereist,
waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te
verwachten.
XVI. Aandoeningen van de urinewegen
1. Aandoeningen van de hogere of lagere urinewegen, resulterend in
recidiverende klachten of een verminderde nierfunctie zijn in het
algemeen een reden voor ongeschiktheid.
2. Een niersteen is een reden voor ongeschiktheid.
3. Het hebben van één nier is in het algemeen geen reden voor
ongeschiktheid, mits de nierfunctie ongestoord is.
XVII. Gynaecologische aandoeningen
Meno-/metrorrhagieën, uterusprolaps, endometriosis en
recidiverende salpingitis zijn een reden voor ongeschiktheid.
XVIII. Zwangerschap
De zeevarende zélf neemt de uiteindelijke beslissing om voor
goedkeuring in aanmerking te willen komen.
Extra aandacht dient te worden geschonken aan een eerste
zwangerschap, en aan eerdere zwangerschappen met complicaties in de
anamnese.
Varen kan uitsluitend worden toegestaan bij een ongecompliceerde
zwangerschap van de 13e tot 28e week. Het eerste en laatste trimester,
en de herstelperiode post partum dienen te worden beschouwd als een
periode van ongeschiktheid.
Varen in het tweede trimester kan uitsluitend worden toegestaan op
schepen in een beperkt vaargebied waarbinnen adequate medische
voorzieningen voorhanden zijn.
Varen in het tweede trimester in een onbeperkt vaargebied is
toegestaan op schepen waarop een dokter aanwezig is met voldoende
bekwaamheden in de verloskunde.
XIX. Huidaandoeningen
Huidziekten welke frequent recidiveren, of bij herhaling een
ernstige belemmering vormen voor de uitoefening van een functie aan
boord, zijn een reden voor ongeschiktheid.
XX. Aandoeningen van het bewegingsapparaat
1. Recidiverende rugklachten gepaard gaande met arbeidsverzuim,
zijn een reden voor ongeschiktheid.
2. Gewrichtsaandoeningen en andere ziekten van het
bewegingsapparaat zijn een reden voor ongeschiktheid indien de
aandoening progressief is, pijn of functiebeperking tot gevolg heeft.
3. Contracturen die tot een aanzienlijke bewegingsbeperking hebben
geleid zijn een reden voor ongeschiktheid.
4. Verminkingen of aangeboren afwijkingen die tot een verminderde
arbeidsgeschiktheid of tot een verhoogd ongevalsrisico leiden, zijn
een reden voor ongeschiktheid.
5. Ledemaat-prothesen zijn in het algemeen een reden voor
ongeschiktheid.
6. Kunstgewrichten zijn in het algemeen een reden voor
ongeschiktheid. Voor goedkeuring met een heupprothese is een gunstig
specialistisch rapport vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs de
kans op dislocatie is te verwaarlozen en dat problemen zijn te
verwachten bij het werken in een bewegende omgeving met een verhoogde
kans op vallen en stoten.
7. Recidiverende schouderluxaties zijn een reden voor
ongeschiktheid.
XXI. Overgewicht
1. Ongecompliceerd overgewicht: een Quetelet-index ≥30 met
een duidelijk verminderde belastbaarheid en aanwijzingen dat de
kandidaat belemmerd wordt in het uitoefenen van zijn functie, is een
reden zijn voor ongeschiktheid.
2. Gecompliceerd overgewicht: een Quetelet-index ≥30 met een
normale lichamelijke belastbaarheid, maar met bijkomende
risicofactoren zoals bijvoorbeeld hypertensie en verhoogde
serumlipiden, is een reden zijn voor ongeschiktheid.
XXII. Allergieën
Ernstige allergische reacties als gevolg van contact met stoffen
die aan boord aanwezig zijn, zijn een reden voor ongeschiktheid.
XXIII. Oog en gezichtsvermogen
A. Alle zeevarenden met uitkijk- of wachtfunktie
1. De gezichtsscherpte wordt bepaald met behulp van de kaart van
Landolt TNO, de Snellen letterkaart of en andere test die geacht mag
worden gelijkwaardig te zijn.
a. Dek- en brugdienst met uitkijk- of wachtfunctie
Met elk oog afzonderlijk dient, zonodig met eigen
(reserve)bril of contactlenzen, een gezichtsscherpte te worden
bereikt van 0,7 voor het beste oog en 0,5 voor het slechtste oog.
De visus dient zonder optische correctiemiddelen met elk oog
afzonderlijk niet minder dan 0,1 te bedragen.
b. Machinekamerdienst met wachtfunctie
Met elk oog afzonderlijk dient, zonodig met eigen
(reserve)bril of contactlenzen, een gezichtsscherpte te worden
bereikt van 0,4.
De visus dient zonder optische correctiemiddelen met elk oog
afzonderlijk niet minder dan 0,1 te bedragen.
2. Voor het nabijzien geldt dat, zonodig met eigen
correctiemiddelen, een gezichtsscherpte overeenkomend met een van de
volgende uitslagen moet worden bereikt:
•. Precision Vision test op 40 cm;
•. Laméris ‘De Nederlanders’ op 30 cm D=0,6;
•. Oculus Landolt C’s op 30 cm regelaanduiding =0,9;
•. Nieden Jaeger op 30 cm J=3.
De gezichtsscherpte voor het lezen van beeldschermen van computer
of radar en voor het aflezen van navigatie- of meet en regelapparatuur
op 70 cm dient voldoende te zijn, zonodig adequaat gecorrigeerd.
3. Indien bij de keuring voor de visus veraf of nabij gebruik moet
worden gemaakt van optische correctiemiddelen, moet aan de keurend
arts een adequate reservebril worden getoond.
Het bij de keuring gebruik maken van gekleurde corrigerende glazen
of contactlenzen is een reden voor specialistisch deelonderzoek door
een oogarts.
4. Bij het onderzoek van het kleurenonderscheidingsvermogen,
verricht bij de in de betreffende test voorgeschreven belichting is
een score van 2 fouten bij de Ishihara test een reden voor nader
onderzoek met een specialistische kleurentest, tenzij uit verslag van
een eerder onderzoek door een oogarts al blijkt dat onderstaande
grenzen niet worden overschreden.
Een reden voor ongeschiktheid is een grotere afwijking dan de
volgende uitkomsten:
•. Hardy, Rand and Rittler: ‘mild’; danwel
•. Tokyo Medical College: ‘second degree’; danwel
•. een equivalente uitkomst bij een gelijkwaardige
kleurentest.
5. Een bij de confrontatiemethode volgens Donders gevonden stoornis
in het gezichtsveld is een reden voor specialistisch deelonderzoek
door een oogarts.
Bij perimetrisch onderzoek dient het gezichtsveld vrij te zijn van
voor de functie van de zeevarende storende beperkingen.
6. Refractiecorrectie:
a. Binnen 2 jaar na de ingreep: een specialistisch rapport is
vereist, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan alle criteria voor
het gezichtsvermogen en dat er geen nadelige verschijnselen zijn
met betrekking tot contrastwaarneming, glare en nachtmyopie.
b. Meer dan 2 jaar na de ingreep: een éénmalig specialistisch
rapport is vereist, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan alle
criteria voor het gezichtsvermogen, dat er geen nadelige
verschijnselen zijn met betrekking tot contrastwaarneming, glare
en nachtmyopie en dat tevens redelijkerwijs geen veranderingen in
het operatiegebied meer zullen optreden.
7. Bij het vermoeden op nachtblindheid (anamnestisch of door
gedragingen van de kandidaat) dient specialistisch deelonderzoek
plaats te vinden.
Een adaptatiestoornis groter dan 1 logeenheid is een reden voor
ongeschiktheid.
8. Er mag geen dubbelzien bestaan.
9. Een progressieve of chronische oogaandoening is een reden voor
specialistisch deelonderzoek door een oogarts.
Goedkeuring is mogelijk indien is vastgesteld dat het
gezichtsvermogen niet binnen 2 jaar dusdanig wordt bedreigd dat niet
meer kan worden voldaan aan de criteria.
B. Alle zeevarenden zonder uitkijk- of wachtfunctie
1. De gezichtsscherpte wordt bepaald met behulp van de kaart van
Landolt TNO, de Snellen letterkaart of een andere test die geacht mag
worden gelijkwaardig te zijn.
Met beide ogen gelijktijdig dient, zonodig met behulp van eigen
(reserve)bril of contactlenzen, een gezichtsscherpte te worden bereikt
van 0,4.
De visus dient zonder optische correctiemiddelen met elk oog
afzonderlijk niet minder dan 0,1 te bedragen.
2. Indien bij de keuring gebruik moet worden gemaakt van optische
correctie-middelen, moet aan de keurend arts een adequate reservebril
worden getoond
XXIV. Oor en gehoor
1. Een actieve infectie van middenoor of gehoorgang op het moment
van de keuring is een reden voor ongeschiktheid.
2. Recidiverende cq chronische otitis media is een reden voor
ongeschiktheid, tenzij de aandoening geruime tijd (ongeveer 6 maanden)
rustig is zodat mag worden aangenomen dat deze volledig is genezen.
3. Een trommelvliesperforatie is een reden voor ongeschiktheid,
tenzij de onderliggende aandoening geruime tijd (ongeveer 6 maanden)
rustig is zodat mag worden aangenomen dat deze volledig is genezen.
4. Trommelvliesbuisjes zijn een reden voor een ongeschiktheid van
minimaal 6 maanden na plaatsing. Goedkeuring is mogelijk indien de
onderliggende aandoening na die tijd rustig is zodat mag worden
aangenomen dat deze volledig is genezen.
5. Een operatieholte is een reden voor ongeschiktheid, tenzij deze
6 maanden rustig is en geen andere behandeling behoeft dan het
incidenteel verwijderen van cerumen.
6. Met pijn en hevige jeuk gepaard gaande recidiverende cq
chronische otitis externa is een reden voor ongeschiktheid.
7. M. Menière is een reden voor ongeschiktheid.
8. Alle aandoeningen die gepaard gaan met bewustzijns- of
evenwichtsstoornissen, alsmede aanvallen van draaiduizeligheid of
onbedwingbare slaap zijn een reden voor ongeschiktheid.
A. Alle zeevarenden met uitkijk- of wachtfunctie: dek- en
brugdienst en machinekamerdienst
1. Eenmaal in de 2 jaar wordt een onderzoek gedaan met de
toon-audiometer.
Een gehoorverlies van gemiddeld 30 dB(HL) of meer voor het beste
oor is een reden voor ongeschiktheid.
Een gehoorverlies van gemiddeld 40 dB(HL) of meer voor het
slechtste oor is een reden voor ongeschiktheid.
Als criterium geldt het rekenkundig gemiddeld van de ongemaskeerde
luchtgeleidingsdrempels bij 500, 1000, 2000 en 3000 Hz.
Indien de apparatuur een meting bij 3000 Hz niet toelaat, mag de
drempel bij 3000 Hz per oor worden berekend op basis van het
gemiddelde van de drempels bij 2000 en 4000 Hz voor hetzelfde oor.
2. Gebruik (moeten) maken van een gehoorprothese is in het algemeen
een reden voor ongeschiktheid.
Voor bevaren zeevarenden is ontheffing van deze eis mogelijk
indien naar het oordeel van de scheidsrechter door gebruik van het
hoortoestel het gehoorverlies in voldoende mate wordt gecompenseerd.
B. Alle zeevarenden zonder uitkijk- of wachtfunctie
1. De gehoorscherpte dient zodanig te zijn, dat conversatiespraak
op een afstand van 2 meter voor ieder oor afzonderlijk geheel
foutloos wordt verstaan.
Deze test dient volgens de geldende richtlijnen te worden
uitgevoerd.
2. Gebruik (moeten) maken van een gehoorprothese is in het algemeen
een reden voor ongeschiktheid.
Voor bevaren zeevarenden is ontheffing van deze eis mogelijk
indien naar het oordeel van de scheidsrechter door gebruik van het
hoortoestel het gehoorverlies in voldoende mate wordt gecompenseerd.