| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Zaaizaad- en
plantgoedwet 2005 (Zpw 2005)
BESLUIT
VERHANDELING TEELTMATERIAAL
Tekst zoals deze geldt op
23 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 8 december 2005, houdende regels met
betrekking tot het in de handel brengen van teeltmateriaal (Besluit
verhandeling teeltmateriaal)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
van 1 september 2005, TRCJZ/2005/2593, Directie Juridische Zaken;
Gelet op de Europese richtlijnen met betrekking
tot het in de handel brengen van teeltmateriaal van verschillende
soorten gewassen alsmede gelet op de artikelen 19, 39, eerste en tweede
lid, 40, 41, 43, 85, en 87, tweede, derde en zesde lid, van de Zaaizaad-
en plantgoedwet 2005;
De Raad van State gehoord (advies van
14 oktober 2005, nr. W11.05.0400/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 1 december 2005, nr. TRCJZ/2005/3569,
Directie Juridische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder:
a. wet: Zaaizaad- en plantgoedwet 2005;
b. keuringsinstelling: privaatrechtelijke rechtspersoon als bedoeld
in artikel 19 van de wet;
c. NAK: de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor
zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen;
d. Naktuinbouw: de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst
Tuinbouw;
e. groenvoedergewassen: gewassen, bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onder A, van richtlijn nr. 66/401/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 14 juni 1966 betreffende het in de handel
brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (PbEG L 125);
f. zaaigranen: gewassen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder A,
van richtlijn nr. 66/402/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 14 juni 1966 betreffende het in de handel
brengen van zaaigranen (PbEG L 125);
g. bieten: gewassen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van
richtlijn nr. 2002/54/EG van de Raad van de Europese Unie van
13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van bietenzaad
(PbEG L 193);
h. oliehoudende planten en vezelgewassen: gewassen, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, onder b, van richtlijn nr. 2002/57/EG van de
Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het in de
handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen
(PbEG L 193);
i. fruitgewassen: gewassen, alsmede hybriden daarvan, die zijn
opgenomen in bijlage II van richtlijn nr. 92/34/EEG van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 28 april 1992 betreffende het in de
handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van
fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (PbEG L 157);
j. siergewassen: gewassen waarvan teeltmateriaal, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, van richtlijn nr. 98/56/EG van de Raad van de
Europese Unie van 20 juli 1998 betreffende het in de handel
brengen van teeltmateriaal van siergewassen (PbEG L 226), wordt
voortgebracht, met uitzondering van bloembollen, bedoeld in artikel 1,
onder t, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007;
k. groenteplanten: teeltmateriaal van gewassen, alsmede hybriden
daarvan, die zijn opgenomen in bijlage II van richtlijn nr. 92/33/EEG
van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 april 1992
betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed
van groentegewassen, met uitzondering van zaad (PbEG L 157);
l. groentezaden: teeltmateriaal van de gewassen, bedoeld in artikel
2, eerste lid, onder b, van richtlijn nr. 2002/55/EG van de Raad van
de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het in de handel
brengen van groentezaad (PbEG L 193);
m. groentegewassen: gewassen waarvan groentezaden en groenteplanten
worden voortgebracht;
n. bosbouwgewassen: boomsoorten en kunstmatige hybriden daarvan die
in de gehele Europese Unie of in een deel daarvan voor de bosbouw van
belang zijn en met name, die welke zijn opgenomen in bijlage I bij
richtlijn nr. 1999/105/EG van de Raad van de Europese Unie betreffende
het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (PbEG 2000 L
11);
o. tuinbouwgewassen: fruitgewassen, groentegewassen en
siergewassen;
p. landbouwgewassen: bieten, groenvoedergewassen, oliehoudende
planten en vezelgewassen, pootaardappelen en zaaigranen.
2. Een wijziging van de desbetreffende handelsrichtlijn gaat voor
de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de
betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
Paragraaf 2. De keuringsinstellingen
Artikel 2
Als keuringsinstellingen worden aangewezen:
a. NAK, belast met de keuring van landbouwgewassen, het uitreiken
van bewijsstukken of kentekenen en de erkenning of registratie van
leveranciers van landbouwgewassen;
b. Naktuinbouw, belast met de keuring van tuinbouwgewassen en
bosbouwgewassen, het uitreiken van bewijsstukken of kentekenen en de
erkenning of registratie van leveranciers van tuinbouwgewassen en
bosbouwgewassen.
Paragraaf 3. Het in de handel brengen van teeltmateriaal
Artikel 3
Het in de handel brengen van teeltmateriaal van landbouwgewassen,
tuinbouwgewassen en bosbouwgewassen is slechts toegestaan indien is
voldaan aan de bij ministeriële regeling gestelde regels inzake de
verhandeling en de kwaliteit van teeltmateriaal.
Artikel 4
1. De in artikel 3 bedoelde regels inzake de verhandeling van
teeltmateriaal kunnen onder meer betrekking hebben op:
a. de voorwaarde dat slechts de bij deze regels aan te wijzen
categorieën van teeltmateriaal in de handel worden gebracht;
b. de voorwaarde dat de bij deze regels aan te wijzen categorieën
van teeltmateriaal uitsluitend in de handel worden gebracht door de
houder van het kwekersrecht van het desbetreffende ras, of, indien
voor het ras geen kwekersrecht bestaat, door de voor het ras bij de
Raad geregistreerde instandhouders;
c. de voorwaarde dat teeltmateriaal van landbouwgewassen,
bosbouwgewassen en groentegewassen uitsluitend in de handel wordt
gebracht indien het afkomstig is van een ras dat of een opstand die is
toegelaten en is ingeschreven in het rassenregister, dan wel is
opgenomen op een vanwege de Commissie van de Europese Gemeenschappen
vastgestelde gemeenschappelijke lijst van rassen;
d. de termijn waarbinnen teeltmateriaal van landbouwgewassen na
beëindiging van de toelating en inschrijving in het rassenregister in
de handel gebracht mag worden;
e. de erkenning of registratie van leveranciers als bedoeld in
artikel 42 van de wet;
f. de uitvoering van het onderzoek naar de instandhouding van een
ras;
g. voorwaarden voor de verhandeling van teeltmateriaal van een ras
dat niet langer in stand gehouden wordt;
h. het in de handel brengen met het oog op uitvoer buiten het
grondgebied van de Europese Unie van teeltmateriaal van rassen en
opstanden die niet voldoen aan de bij of krachtens dit besluit
gestelde voorwaarden.
2. De regels inzake de erkenning of registratie van leveranciers,
als bedoeld in het eerste lid, onder e, kunnen onder meer betrekking
hebben op:
a. de technische inrichting en administratie van het bedrijf
alsmede de technische bedrijfsvoering;
b. het productieproces, de productiemethoden en de opslag;
c. de documentatie met betrekking tot het productieproces, de
opslag of de aflevering;
d. de voorzieningen ten behoeve van het toezicht op de naleving van
het bepaalde bij of krachtens dit besluit inzake de erkenning of
registratie.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde regels kunnen per
gewas verschillen overeenkomstig de van toepassing zijnde
handelsrichtlijnen.
Artikel 5
1. De in artikel 3 bedoelde regels inzake de kwaliteit van het
teeltmateriaal kunnen onder meer betrekking hebben op:
a. de rasechtheid, de gezondheid, de groeikracht, het vochtgehalte,
de afmetingen en de zuiverheid van het teeltmateriaal;
b. de sortering, de classificatie, de verzorging, de verpakking, de
verlading en de aanduiding of etikettering van het teeltmateriaal,
voor zover verband houdende met de in onderdeel a bedoelde
onderwerpen;
c. de wijze van keuring van het teeltmateriaal;
2. De wijze van keuring van het teeltmateriaal, bedoeld in het
eerste lid, onder c, heeft onder meer betrekking op de voorwaarden
waaronder leveranciers en laboratoria door de keuringsinstellingen
erkend kunnen worden voor het verrichten van de bij ministeriële
regeling aan te duiden keuringsactiviteiten.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde regels kunnen per
gewas verschillen overeenkomstig de van toepassing zijnde
handelsrichtlijnen.
Artikel 6
1. Teeltmateriaal waarvan op basis van een keuring is komen
vast te staan dat het voldoet aan de eisen die bij of krachtens dit
besluit gesteld worden inzake de kwaliteit en verhandeling van
teeltmateriaal, wordt voorzien van een bewijsstuk of kenteken. Een
bewijsstuk of kenteken wordt aangebracht op het teeltmateriaal of de
verpakking daarvan, dan wel bij het teeltmateriaal gevoegd.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de vorm en inhoud van de in het eerste lid bedoelde
bewijsstukken en kentekenen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld
betreffende het uitreiken, aanbrengen, vervaardigen, voorhanden en in
voorraad hebben, alsmede het afleveren en gebruiken van bewijsstukken en
kentekenen en van clichés, stempels en andere werktuigen tot het
vervaardigen of aanbrengen van die bewijsstukken en kentekenen.
4. De in het tweede en derde lid bedoelde regels kunnen per gewas
verschillen overeenkomstig de van toepassing zijnde handelsrichtlijnen.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 7
De volgende besluiten worden ingetrokken:
a. Aansluitingsbesluit N.A.K.;
b. Aansluitingsbesluit Naktuinbouw;
c. Besluit Categorieën Teeltmateriaal;
d. Besluit verhandeling teeltmateriaal landbouwgewassen;
e. Besluit verhandeling teeltmateriaal tuinbouwgewassen.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verhandeling
teeltmateriaal.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 8 december 2005
BEATRIX
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.P. Veerman
Uitgegeven de twintigste december 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|