| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet toezicht
accountantsorganisaties (Wta)
BELEIDSREGEL
BETROUWBAARHEID PERSONEN WET TOEZICHT
ACCOUNTANTSORGANISATIES
Tekst zoals deze geldt op
20 januari 2012
|
|
|
Beleidsregel van de Stichting Autoriteit Financiële
Markten (hieronder te noemen: "de toezichthouder") van
19 september 2006, voor het beoordelen van de betrouwbaarheid van
personen ingevolge de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) en het
Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta), hieronder gezamenlijk
dan wel ieder afzonderlijk te noemen: "de toezichtwet"
De Stichting
Autoriteit Financiële Markten;
Gelet op onder meer de artikelen 15 van de Wta
en 5, 6, 7 van de Bta;
Besluit als
volgt:
Artikel 1. Omtrent de uitleg van
wettelijke voorschriften
1. Onder betrouwbaarheid wordt voor de
toepassing van de toezichtwet verstaan het zich onthouden van één of
meer gedragingen die naar het oordeel van de toezichthouder in de weg
staan aan het vervullen van de functie van (mede)beleidsbepaler.
2. Tot de in het eerste lid bedoelde gedragingen behoren in ieder
geval gedragingen die blijk geven van het niet hebben van eigenschappen
als waarheidslievendheid, verantwoordelijkheidszin, wetsgetrouwheid,
openheid, oprechtheid, prudentie, punctualiteit, onkreukbaarheid,
discretie en rechtschapenheid.
Artikel 2. Omtrent de vaststelling van de
feiten
1. De beoordeling van de betrouwbaarheid
geschiedt door op basis van voornemens, handelingen en antecedenten
(hierna gezamenlijk te noemen: antecedenten) te toetsen of betrokkene
blijk geeft of heeft gegeven van zodanige gedragingen dat daardoor naar
het oordeel van de toezichthouder diens betrouwbaarheid niet (meer)
buiten twijfel staat.
2. De bij de beoordeling van de betrouwbaarheid in acht te nemen
antecedenten zijn:
– strafrechtelijke antecedenten (bijlage A1 en bijlage A2);
– financiële antecedenten (bijlage B);
– toezichtantecedenten (bijlage C);
– fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten (bijlage D);
– overige antecedenten (bijlage E).
Bijlage A2 bevat een limitatieve opsomming van antecedenten; de
overige bijlagen zijn niet limitatief.
3. Inzicht in de in het tweede lid genoemde antecedenten wordt
verkregen door gebruik te maken van onder meer:
– de door de (kandidaat)(mede)beleidsbepaler ingevulde
vragenlijst volgens het door de toezichthouder vastgestelde model;
– de mogelijkheid om bij de Landelijk Officier van Justitie
gegevens uit politieregisters op te vragen;
– uitspraken van tuchtrechtelijke instanties;
– raadpleging van de database Vennoot ’98 van het Ministerie
van Justitie;
– raadpleging van het Nederlands Faillissementen Register;
– raadpleging van de Belastingdienst;
– gegevens of inlichtingen verkregen van Nederlandse
overheidsinstanties dan wel van Nederlandse van overheidswege
aangewezen instanties die op enigerlei wijze belast zijn met het
toezicht op accountantsorganisaties in Nederland of op natuurlijke
personen en rechtspersonen die bij die organisaties werkzaam zijn;
– gegevens of inlichtingen verkregen van buitenlandse
overheidsinstanties dan wel van buitenlandse van overheidswege
aangewezen instanties die op enigerlei wijze belast zijn met het
toezicht op accountantspraktijken in het buitenland of op natuurlijke
personen en rechtspersonen die bij die accountantspraktijken werkzaam
zijn;
– ambtsberichten van het Openbaar Ministerie;
– de accountantsregisters van het Koninklijk Nederlands Instituut
voor Registeraccountants (NIVRA) en de Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten (NOvAA);
– referenties.
Artikel 3. Omtrent de afweging van belangen
1. De toezichthouder concludeert dat de
betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat indien naar zijn
oordeel uit de antecedenten van betrokkene blijkt dat deze één of meer
van de in artikel 1 bedoelde gedragingen heeft vertoond.
2. De toezichthouder betrekt bij zijn oordeelsvorming
– in voorkomend geval het onderlinge verband tussen de aan een
antecedent ten grondslag liggende gedraging(en) en de overige
omstandigheden van het geval;
– de belangen die de toezichtwet beoogt te beschermen; alsmede
– de overige belangen van de accountantsorganisatie en
betrokkene.
3. Gelet op de aard en de ernst van de misdrijven genoemd in
bijlage A2, worden de aan die misdrijven ten grondslag liggende
gedragingen op voorhand geacht onverenigbaar te zijn met de belangen die
de toezichtwet beoogt te beschermen. De toezichthouder stelt vast dat de
betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat indien uit de
antecedenten van betrokkene blijkt dat deze bij onherroepelijke
uitspraak is veroordeeld ter zake van een misdrijf als vermeld in
genoemde bijlage, tenzij sedert de dag waarop deze uitspraak
onherroepelijk is geworden acht jaren of meer zijn verstreken.
4. Indien een antecedent kan worden gekwalificeerd als een
antecedent in de zin van zowel bijlage A1 als bijlage A2, dan geldt het
bepaalde van artikel 3, derde lid, hiervoor.
Artikel 4. Toezichtmaatregelen
In het geval dat de toezichthouder heeft geconcludeerd dat de
betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat en uit de toezichtwet
zelf geen directe consequenties voortvloeien, kan de toezichthouder
gebruik maken van de hem ingevolge de toezichtwet toekomende
bevoegdheden (bijvoorbeeld het geven van een aanwijzing, het niet
verlenen c.q. intrekken van een vergunning).
Artikel 5. Inwerkingtreding
De bekendmaking van deze beleidsregel geschiedt door publicatie in de
Staatscourant. De beleidsregel treedt in werking op 1 oktober
2006.
Amsterdam, 19 september 2006.
De Voorzitter,
A.W.H. Docters van Leeuwen.
Bestuurslid,
A.W. Kist.
Bijlage A1. Strafrechtelijke antecedenten
als bedoeld in artikel 2, tweede lid
1. Veroordelingen
Onder strafrechtelijke antecedenten worden in ieder geval de volgende
verstaan:
Betrokkene is bij rechterlijke uitspraak veroordeeld ter zake van
(poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van –
mislukte uitlokking, art. 46a WvSr. daaronder begrepen –, medeplegen
van en/of medeplichtigheid aan) één of meer van de hieronder opgesomde
strafbare feiten uit:
•. Wetboek van Strafrecht (tweede Boek), tussen haakjes worden
genoemd de artikelen:
– Openbare orde en vernieling
openbare orde en discriminatie (131–151a), openbaar gezag (177–207a),
gemeengevaarlijke misdrijven (157–175), vernieling (350–354)
– Geweldsmisdrijven
tegen het leven (287–294), mishandeling (300–306), bedreiging
met geweld of misdrijf (285), dood en lichamelijk letsel door
schuld (307–309), misdrijven tegen de zeden (242, 246, 243–245,
247–250, 250 ter), diefstal met geweld (312), afpersing (317)
– Vermogens- en overige misdrijven
eenvoudige diefstal (310), diefstal onder verzwarende
omstandigheden (311), verduistering (321–323), muntmisdrijven
(208–215), andere valsheidsdelicten dan muntmisdrijven (216–235),
opzettelijk verstrekken van onware gegevens (227a), opzettelijk
schenden van de verplichting gegevens te verstrekken (227b),
bedrog (326–337), benadeling van schuldeisers of rechthebbenden
(340–348), heling en schuldheling (416–417 bis), witwassen
(420 bis–420 quinquies)
– Ambtsmisdrijven (355–380).
•. Wetboek van Strafrecht (derde Boek):
Valse naam, academische titel etc. (435), indruk wekken van
officieel gesteund of erkend optreden (435b), onbevoegd uitoefenen
makelaardij (436a), eigenmachtig handelen tijdens surséance (442),
verstrekken van onware gegevens (447c), schenden van de verplichting
gegevens te verstrekken (447d).
•. Algemene wet inzake de rijksbelastingen:
Overtreding fiscale wetgeving (68 en 69).
•. Opiumwet:
– Met opzet smokkelen, bereiden, verkopen, afleveren etc.,
aanwezig hebben van harddrugs (2, eerste lid)
– Voorbereidingshandelingen m.b.t. bereiden, verkopen,
afleveren etc. en smokkel harddrugs (10a, eerste lid), met opzet
smokkelen, bereiden, verkopen, afleveren etc., aanwezig hebben en
vervaardigen softdrugs (3, eerste lid).
•. Wet op de economische delicten (WED):
Door de WED gesanctioneerde gedragingen, zoals met name
verbodsbepalingen uit de financiële ordeningswetgeving, de Wet
toezicht accountantsorganisaties, artikel 9 Wet melding
ongebruikelijke transacties en artikel 2, eerste, tweede en zesde
lid, 5, 6, 7, 8 Wet identificatie bij dienstverlening 1993 (Wid).
•. Wet wapens en munitie:
– Zonder erkenning wapen of munitie vervaardigen etc. (9,
eerste lid), vervaardigen, voorhanden hebben etc. bepaalde wapens
(13, eerste lid)
– Zonder consent bepaalde wapens of munitie doen binnenkomen
of uitgaan etc. (14, eerste lid)
– Zonder vergunning/verlof vervoeren bepaalde wapens of
munitie (22, eerste lid)
– Verboden voorhanden hebben van bepaalde wapens of munitie
(26, eerste lid)
– Verboden overdragen van bepaalde wapens of munitie (31,
eerste lid).
•. Wegenverkeerswet 1994:
– Dood of letsel door schuld (6), doorrijden na ongeval (7),
rijden onder invloed (8), motorvoertuig besturen na ontzegging
(9), joyriding (11)
– Medewerking weigeren aan onderzoek (163).
Onder veroordelingen wordt ook verstaan veroordelingen in het
buitenland wegens overtreding van een of meer aldaar geldende
strafbepalingen vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
2. Transacties met het Openbaar Ministerie
Betrokkene heeft een vrijwillige betaling als bedoeld in artikel 74
van het Wetboek van Strafrecht gedaan ter zake van een of meer van de
hiervoor onder 1 genoemde strafbare feiten.
Onder transacties wordt ook verstaan transacties in het buitenland
met de terzake bevoegde autoriteiten ter zake van overtreding van een of
meer aldaar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor
genoemde.
3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van
rechtsvervolging
Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 1
genoemde strafbare feiten niet (verder) vervolgd, dan wel vrijgesproken
of ontslagen van rechtsvervolging.
Onder (voorwaardelijk) sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of
ontslag van rechtsvervolging wordt ook verstaan soortgelijke uitspraken
en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of
meer aldaar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor
genoemde.
4. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de
toezichthouder van belang kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld blijkend uit
door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren
opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene
betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 1 genoemde strafbare
feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan
soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de
opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland.
Bijlage A2. Strafrechtelijke antecedenten
als bedoeld in artikel 2, tweede lid en artikel 3, derde lid
Veroordelingen
Betrokkene is bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak veroordeeld
ter zake van (poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken
van – mislukte uitlokking, art. 46a WvSr. daaronder begrepen –,
medeplegen van en/of medeplichtigheid aan) één of meer van de
hieronder opgesomde strafbare feiten:
– het in of vanuit Nederland, beschikkende over voorwetenschap,
verrichten of bewerkstelligen van transacties in bepaalde effecten
(artikel 46 Wte);
– het doorgeven van voorwetenschap als bedoeld in artikel 46
Wte of de nadrukkelijke aanbeveling bepaalde transacties te doen
zonder daarbij de voorwetenschap door te geven (artikel 46a Wte);
– diefstal onder verzwarende omstandigheden (311, 312 WvSr.),
verduistering (321–323 WvSr.), valsheid in geschrifte (225 WvSr.),
opzettelijk verstrekken van onware gegevens (227a WvSr.),
opzettelijk schenden van de verplichting gegevens te verstrekken
(227b WvSr.), benadeling van schuldeisers of rechthebbenden (340–348
WvSr.);
– opzetheling (416 WvSr.);
– witwassen (420 bis–420 ter WvSr.);
– overtredingen uit de financiële ordeningswetgeving, als
misdrijf strafbaar gesteld in artikel 2 jo. 6 van de Wet op de
economische delicten en waarvoor betrokkene is veroordeeld tot een
onvoorwaardelijke gevangenisstraf en/of een geldboete van ten minste
de vierde categorie.
Onder veroordelingen wordt ook verstaan veroordelingen in het
buitenland wegens overtreding van een of meer aldaar geldende
strafbepalingen vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
Bijlage B. Financiële antecedenten als
bedoeld in artikel 2, tweede lid
Privé
Onder privé financiële antecedenten, van belang voor de beoordeling
van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), worden in ieder
geval de volgende verstaan:
– betrokkene heeft belangrijke financiële problemen gehad en
deze hebben tot juridische, invorderings- of incassoprocedures
geleid;
– surséance van betaling, faillissement, schuldsanering of
schuldeisersakkoord ten aanzien van betrokkene is aangevraagd,
uitgesproken en/of opgeheven;
– betrokkene is thans in Nederland of elders verwikkeld in
één of meer juridische procedures naar aanleiding van financiële
problemen, dan wel verwacht daarin betrokken te raken;
– de particuliere financiële verplichtingen staan naar
algemene maatstaven niet in een gezonde verhouding tot de inkomsten
en/of vermogen.
Zakelijk
Onder zakelijke financiële antecedenten, van belang voor de
beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), worden
in ieder geval de volgende verstaan:
– de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige
vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie
bekleedt/bekleedde als bestuurder of commissaris, feitelijke
zeggenschap in het bestuur uitoefent/uitoefende of anderszins
(mede)verantwoordelijk is/was voor het beleid, heeft belangrijke
financiële problemen gehad en deze hebben tot juridische procedures
in Nederland of elders geleid;
– met betrekking tot de huidige of één van de voormalige
werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij
betrokkene een functie als bestuurder of commissaris
bekleedt/bekleedde, feitelijke zeggenschap in het bestuur
uitoefent/uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is/was
voor het beleid, is surséance van betaling of faillissement
aangevraagd of uitgesproken;
– betrokkene is veroordeeld tot het betalen van niet voldane
schulden wegens aansprakelijkheid voor het faillissement van een
vennootschap of rechtspersoon op grond van de toepasselijke
bepalingen van Boek 2 Burgerlijk Wetboek (artikelen 50a, 138, 149,
248, 259, 300a) of soortgelijke bepalingen elders.
Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden aangaande betrokkene die wijzen op
betrokkenheid bij één of meer gedragingen, voor zover die
redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn.
Bijlage C. Toezichtantecedenten als bedoeld
in artikel 2, tweede lid
Onder toezichtantecedenten, van belang voor de beoordeling van de
daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), worden in ieder geval de
volgende verstaan:
– het onjuist en/of onvolledig invullen van een vragenformulier
vastgesteld door, dan wel anderszins verstrekken van onjuiste en/of
onvolledige gegevens aan een van overheidswege (in Nederland of
elders) met het toezicht op enig gebied van de financiële markten
of accountantsorganisaties belaste toezichthouder;
– betrokkene of een vennootschap of rechtspersoon, waarbij
betrokkene een functie als bestuurder of commissaris
bekleedt/bekleedde, feitelijke zeggenschap in het bestuur
uitoefent/uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is/was
voor het beleid, is een toelating, vergunning of ontheffing
geweigerd door een van overheidswege (in Nederland of elders) met
het toezicht op enig gebied van de financiële markten of
accountantsorganisaties belaste toezichthouder;
– aan betrokkene of aan een vennootschap of rechtspersoon
waarbij betrokkene een functie als bestuurder of commissaris
bekleedt/bekleedde, feitelijk zeggenschap in het bestuur
uitoefent/uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is/was
voor het beleid, is een verleende toelating, vergunning of
ontheffing ingetrokken door een van overheidswege (in Nederland of
elders) met het toezicht op enig gebied van de financiële markten
of accountantsorganisaties belaste toezichthouder;
– betrokkene, of zijn huidige of één van zijn voormalige
werkgevers of een vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene
een functie als bestuurder of commissaris bekleedt/bekleedde,
feitelijk zeggenschap in het bestuur uitoefent/uitoefende of
anderszins (mede-)verantwoordelijk is/was voor het beleid, is in
conflict geweest met een van overheidswege (in Nederland of elders)
met het toezicht op enig gebied van de financiële markten of
accountantsorganisaties belaste toezichthouder, en dit conflict
heeft geleid tot enige maatregel jegens betrokkene dan wel jegens de
vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als
bestuurder of commissaris bekleedt/bekleedde, feitelijk zeggenschap
in het bestuur uitoefent/uitoefende of anderszins verantwoordelijk
is/was voor het beleid;
– aan betrokkene of aan een vennootschap of rechtspersoon
waarbij betrokkene een functie als bestuurder of commissaris
bekleedt/bekleedde, feitelijke zeggenschap in het bestuur
uitoefent/uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is/was
voor het beleid, een verklaring door de minister van Justitie ter
zake van de oprichting van dan wel van de wijziging van de statuten
van een vennootschap geweigerd op gronden genoemd in de artikelen
68, tweede lid, 179, tweede lid, 125, tweede lid, c.q. 235, tweede
lid van Boek 2 Burgerlijk Wetboek
Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden aangaande betrokkene die wijzen op
betrokkenheid bij één of meer gedragingen, voor zover die
redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn.
Bijlage D. Fiscaal bestuursrechtelijke
antecedenten als bedoeld in artikel 2, tweede lid
Privé
Onder privé fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten, van belang
voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en),
worden in ieder geval de volgende verstaan:
Betrokkene is een vergrijpboete opgelegd op basis van één of meer
van de hieronder opgesomde strafbare feiten uit de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, tussen haakjes worden genoemd de artikelen:
– opzettelijk een onjuiste of onvolledige belastingaangifte
doen (67d)
– het is aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige te
wijten dat een belastingaanslag tot een te laag bedrag is
vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven (67e)
– het is aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of
inhoudingsplichtige te wijten dat belasting niet, gedeeltelijk niet,
dan wel niet binnen de termijn is betaald (67f).
Zakelijk
Onder zakelijke fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten, van belang
voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en),
worden in ieder geval de volgende verstaan:
Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige
vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie
bekleedt/bekleedde als bestuurder of commissaris, feitelijke zeggenschap
in het bestuur uitoefent/uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk
is/was voor het beleid, is een vergrijpboete opgelegd op basis van één
of meer van de hieronder opgesomde strafbare feiten uit de Algemene wet
inzake rijksbelastingen, tussen haakjes worden genoemd de artikelen:
– opzettelijk een onjuiste of onvolledige belastingaangifte
doen (67d)
– het is aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige te
wijten dat een belastingaanslag tot een te laag bedrag is
vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven (67e)
– het is aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of
inhoudingsplichtige te wijten dat belasting niet, gedeeltelijk niet,
dan wel niet binnen de termijn is betaald (67f).
Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden aangaande betrokkene die wijzen op
betrokkenheid bij één of meer gedragingen in fiscaal
bestuursrechtelijke zin, voor zover die redelijkerwijs voor de
toezichthouder van belang kunnen zijn.
Bijlage E. Overige antecedenten als bedoeld
in artikel 2, tweede lid
Onder overige antecedenten, van belang voor de beoordeling van de
daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), wordt in ieder geval de
volgende verstaan:
– Betrokkene is onderworpen (geweest) in of buiten Nederland
aan een procedure tot het treffen van tuchtrechtelijke-,
disciplinaire- of andere vergelijkbare maatregelen (zoals doch niet
uitsluitend, door of vanwege een organisatie van beroepsgenoten van
betrokkene, bijvoorbeeld het Koninklijk Nederlands Instituut van
Registeraccountants, de Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten, de Nederlandse Orde van
Advocaten, het Actuarieel Genootschap) en deze procedure heeft tot
maatregelen geleid;
– betrokkene is betrokken (geweest) bij enig conflict met zijn
huidige dan wel een vorige werkgever aangaande de correcte
vervulling van zijn functie of naleving van gedragsnormen in verband
met die taakvervulling en dit conflict heeft geleid tot het opleggen
van een arbeidsrechtelijke sanctie aan betrokkene (zoals
bijvoorbeeld in de vorm van een waarschuwing, berisping, schorsing
of ontslag).
Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden aangaande betrokkene, voor zover die
redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn.
|
|
|