|
BESLUIT van 16 augustus 2006, houdende regels ter zake
van de uitvoering van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Besluit
toezicht accountantsorganisaties)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Financiën van 22 juni 2006, nr. FM
2006-1525 M, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling
Marktgedrag en Effectenverkeer;
Gelet op Richtlijn nr. 2006/43/EG van
17 mei 2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie betreffende de wettelijke accountantscontrole van jaarrekeningen en
geconsolideerde jaarrekeningen en tot wijziging van de Richtlijnen
78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU L 157) en de artikelen
1, tweede lid, 8, 11, derde lid, 15, tweede lid, 18, derde lid, 19, 21,
tweede lid, 22, 25, 26, tweede en derde lid, 41, vierde lid, en 55,
eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties;
De Raad van State gehoord (advies van
20 juli 2006, nr. W06.06.0253/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Financiën van 8 augustus 2006, nr. FM 2006-1908 U;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
* controledossier: geheel van gegevens en bescheiden die zijn
vastgelegd tijdens het uitvoeren van een wettelijke controle en
waarop de externe accountant zijn verklaring baseert;
* groepsaccountant: externe accountant die de
verantwoordelijkheid draagt voor het afgeven van een
accountantsverklaring bij de jaarrekening die mede de
geconsolideerde jaarrekening van een groep ondernemingen of
instellingen bevat;
* medewerkers: externe accountants en overige personen die
werkzaam zijn bij of verbonden zijn aan een accountantsorganisatie
en die zijn betrokken bij de uitvoering van wettelijke controles;
* NIVRA: Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants;
* NOvAA: Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten;
* verbonden entiteit: onderneming of instelling die met een
accountantsorganisatie is verbonden door middel van
gemeenschappelijke eigendom, zeggenschap of bestuur;
* wet: Wet toezicht accountantsorganisaties.
Hoofdstuk 2. Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 8 en 12c,
eerste en tweede lid, van de wet
Artikel 2
1. Een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 5 van
de wet wordt schriftelijk ingediend en bevat de volgende gegevens en
bescheiden:
a. de datum van de aanvraag;
b. de naam, het adres en de vestigingsplaats of de woonplaats van
de aanvrager;
c. de contactgegevens, de contactpersoon en, indien aanwezig, het
internetadres van de aanvrager;
d. de rechtsvorm van de aanvrager;
e. een beschrijving van de juridische en organisatorische structuur
van de aanvrager;
f. de statuten of overeenkomsten waarin de juridische en
organisatorische structuur van de aanvrager zijn vastgelegd;
g. indien van toepassing: een opgave van het nummer van
inschrijving in het handelsregister;
h. de namen, adressen en vestigingsplaatsen van alle vestigingen
van de aanvrager;
i. de naam en het zakelijk adres van alle natuurlijke personen die
middellijk of onmiddellijk aandeelhouder zijn van de aanvrager;
j. indien de aanvrager een vennootschap of maatschap is: de naam,
het zakelijk adres en de woonplaats of vestigingsplaats van alle
natuurlijke personen die middellijk of onmiddellijk partij zijn bij de
overeenkomst van maatschap of vennootschap;
k. de naam, het woonadres, het zakelijk adres, en, voor zover van
toepassing, het inschrijvingsnummer bij een beroepsorganisatie van
alle personen die het dagelijks beleid van de aanvrager bepalen of
mede bepalen en de naam van die organisatie;
l. de naam, het woonadres, het zakelijk adres en de
vestigingsplaats of de woonplaats van alle leden van het
toezichthoudende orgaan van de aanvrager, of bij afwezigheid daarvan,
van enig ander orgaan dat toezicht houdt op het bestuur van de
aanvrager;
m. indien de aanvrager deel uitmaakt van een netwerk:
1°. een beschrijving van de juridische en
organisatorische structuur van het netwerk; en
2°. de namen, adressen en vestigingsplaatsen
van de onderscheiden onderdelen van het netwerk, waaronder verbonden
entiteiten; of
3°. een
verwijzing naar de plaats waar de in onderdeel 2° bedoelde informatie
publiek toegankelijk is;
n. de naam en het inschrijvingsnummer bij het NIVRA of de NOvAA van
alle externe accountants die de aanvrager doet inschrijven in het
register, bedoeld in artikel 11 van de wet, alsmede of deze externe
accountants bij de aanvrager werkzaam zijn, dan wel aan hem zijn
verbonden;
o. indien een externe accountant als bedoeld in onderdeel n, is
ingeschreven in de registers van andere toezichthoudende instanties: de
naam van de toezichthoudende instanties en, indien van toepassing, het
inschrijvingsnummer;
p. indien de aanvrager is ingeschreven als auditkantoor of
auditorganisatie van een derde land in de registers van toezichthoudende
instanties in lidstaten: de naam van de toezichthoudende instanties en,
indien van toepassing, het inschrijvingsnummer;
q. indien de aanvrager is ingeschreven in de registers van
toezichthoudende instanties in staten die geen lidstaat zijn: de naam
van de toezichthoudende instanties en, indien van toepassing, het
inschrijvingsnummer; en
r. het aantal wettelijke controles dat de aanvrager gedurende een
periode van twaalf maanden vanaf het tijdstip van de aanvraag voornemens
is te verrichten bij organisaties van openbaar belang of andere
ondernemingen of instellingen.
2. Desgevraagd verstrekt de
aanvrager aan de Autoriteit Financiële Markten tevens overige gegevens
en bescheiden die naar het oordeel van de Autoriteit Financiële Markten
nodig zijn in het belang van de beoordeling van de aanvraag.
3. Voor een aanvraag als
bedoeld in het eerste lid wordt gebruik gemaakt van door de Autoriteit
Financiële Markten voorgeschreven formulieren.
4. Een aanvraag als bedoeld in het eerste
lid wordt ondertekend door tenminste een van de personen die het
dagelijks beleid van een accountantsorganisatie bepalen.
Artikel 2a
1. Een aanvraag tot inschrijving in het register, bedoeld in
artikel 12c, eerste lid, van de wet, wordt schriftelijk ingediend en
bevat de volgende gegevens:
a. de datum van de aanvraag;
b. de naam, het adres en de vestigingsplaats of de woonplaats van
de aanvrager;
c. de contactgegevens, de contactpersoon en, indien aanwezig, het
internetadres van de aanvrager;
d. de rechtsvorm van de aanvrager;
e. de naam van alle auditors van een derde land die de aanvrager
doet inschrijven in het register, bedoeld in artikel 11 van de wet, de
naam van de toezichthoudende instanties in dat derde land waarbij deze
auditors van een derde land zijn geregistreerd en, voor zover van
toepassing, het inschrijvingsnummer;
f. de namen, adressen en vestigingsplaatsen van alle vestigingen
van de aanvrager van waaruit verklaringen worden of zullen worden
afgegeven als bedoeld in artikel 12b van de wet;
g. de naam, het zakelijk adres en, indien van toepassing, het
inschrijvingsnummer bij een beroepsorganisatie van alle personen die
het dagelijks beleid van de aanvrager bepalen of mede bepalen, alsmede
de naam van die beroepsorganisatie;
h. indien de aanvrager deel uitmaakt van een netwerk:
1°. een beschrijving van de juridische en
organisatorische structuur van het netwerk; en
2°. de namen, adressen en vestigingsplaatsen
van de onderscheiden onderdelen van het netwerk; of
3°. een
verwijzing naar de plaats waar de in onderdeel 2° bedoelde informatie
publiek toegankelijk is;
i. indien de aanvrager is ingeschreven als auditkantoor of
auditorganisatie van een derde land in de registers van toezichthoudende
instanties in lidstaten: de naam van de toezichthoudende instanties en,
indien van toepassing, het inschrijvingsnummer;
j. indien de aanvrager is ingeschreven in de registers van
toezichthoudende instanties in staten die geen lidstaat zijn: de naam
van de toezichthoudende instanties en, indien van toepassing, het
inschrijvingsnummer.
2. Desgevraagd verstrekt de
aanvrager aan de Autoriteit Financiële Markten tevens overige gegevens
en bescheiden die naar het oordeel van de Autoriteit Financiële Markten
nodig zijn in het belang van de beoordeling van de aanvraag.
3. Voor een aanvraag als
bedoeld in het eerste lid wordt gebruik gemaakt van door de Autoriteit
Financiële Markten voorgeschreven formulieren.
4. Een aanvraag als bedoeld in het eerste
lid wordt ondertekend door tenminste een van de personen die het
dagelijks beleid van een auditorganisatie van een derde land bepalen.
Artikel 2b
Het transparantieverslag, bedoeld in artikel 12c, eerste lid,
onderdeel d, van de wet, bevat informatie die gelijkwaardig is aan de
informatie, genoemd in artikel 30, eerste lid.
Artikel 3
1. Een aanvrager meldt een
wijziging in de gegevens of bescheiden die hij heeft overgelegd op grond
van artikel 2, eerste of tweede lid, of artikel 2a, eerste of tweede lid
onverwijld schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.
2. Onverminderd het bepaalde
in artikel 7, meldt een accountantsorganisatie een wijziging in de
gegevens of bescheiden die zij heeft overgelegd op grond van artikel 2,
eerste lid, onderdelen b tot en met d, h tot en met l, m, onder 2°, en
n onverwijld en wijzigingen in de overige in artikel 2, eerste en tweede
lid, bedoelde gegevens of bescheiden, met uitzondering van de in
onderdeel r bedoelde gegevens, ten minste eenmaal per kwartaal,
schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.
3. Een auditorganisatie van
een derde land meldt een wijziging in de gegevens of bescheiden die zij
heeft overgelegd op grond van artikel 2a, eerste lid, onderdelen b tot
en met j, onverwijld en wijzigingen in de in artikel 2a, tweede lid,
bedoelde gegevens en bescheiden tenminste eenmaal per kwartaal
schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.
Hoofdstuk 3. Bepaling ter uitvoering van artikel 11, derde lid, van
de wet
Artikel 4
1. Het register, bedoeld in artikel 11
van de wet, vermeldt:
a. de datum van vergunningverlening als bedoeld in artikel 6,
eerste lid, van de wet;
b. de datum van inschrijving in het register als bedoeld in artikel
12c, eerste lid, van de wet;
c. de in artikel 2, eerste lid,
onderdelen b tot en met d, h tot en met j, k, met uitzondering van het
woonadres, l, met uitzondering van het woonadres, m, onder 2° of 3°,
en n tot en met q, bedoelde gegevens;
d. de in artikel 2a, eerste lid, onderdelen b tot en met j bedoelde
gegevens, voor zover het register deze gegevens niet reeds bevat op
grond van onderdeel c; en
e. het feit dat de Autoriteit
Financiële Markten belast is met het verlenen van vergunningen als
bedoeld in artikel 5 van de wet, toezicht en handhaving zoals geregeld
in hoofdstuk 5 van de wet en het uitvaardigen van openbare
waarschuwingen en de publicatie van handhavingsmaatregelen zoals
geregeld in hoofdstuk 6 van de wet, alsmede het adres van de Autoriteit
Financiële Markten.
2. Indien een vergunning mede strekt tot het verrichten van
wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang, wordt dat
vermeld in het register.
3. De Autoriteit Financiële
Markten verwerkt een ingevolge artikel 3, tweede en derde lid, gemelde
wijziging van de in het eerste lid bedoelde gegevens binnen vijf
werkdagen na ontvangst van de melding in het register.
Hoofdstuk 4. Bepalingen ter uitvoering van artikel 15, tweede lid,
van de wet
Artikel 5
Een accountantsorganisatie die voornemens is een persoon te benoemen
in een functie waarbij deze persoon het dagelijks beleid van de
accountantsorganisatie zal bepalen of medebepalen, gaat daartoe niet
over dan nadat de Autoriteit Financiële Markten diens betrouwbaarheid
heeft beoordeeld en heeft meegedeeld dat deze buiten twijfel staat.
Artikel 6
De betrouwbaarheid van een persoon die het beleid van een
accountantsorganisatie bepaalt of mede bepaalt, staat buiten twijfel
wanneer dat eenmaal door de Autoriteit Financiële Markten of De
Nederlandsche Bank NV is vastgesteld voor de toepassing van enige wet,
zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een
aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
Artikel 7
Indien een accountantsorganisatie in het kader van haar normale
bedrijfsvoering vaststelt dat zich een wijziging heeft voorgedaan in de
gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, die nodig zijn in het belang
van de beoordeling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in
artikel 6, meldt zij dit onverwijld schriftelijk aan de Autoriteit
Financiële Markten.
Hoofdstuk 5. Bepalingen ter uitvoering van artikel 18, derde lid, en
22 van de wet
§ 1. Algemeen
Artikel 8
1. Een accountantsorganisatie voert een
beleid ten aanzien van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
2. Het stelsel van kwaliteitsbeheersing bevat procedures,
beschrijvingen en standaarden als bedoeld in de artikelen 11, tweede
lid, en 16, die ten doel hebben de naleving door de
accountantsorganisatie te waarborgen van de bij en krachtens de
artikelen 14 tot en met 24 van de wet gestelde regels.
3. De accountantsorganisatie legt het in het eerste lid bedoelde
beleid en het stelsel van kwaliteitsbeheersing schriftelijk vast.
4. De accountantsorganisatie bewaart het stelsel van
kwaliteitsbeheersing en de schriftelijke vastlegging van het beleid,
bedoeld in het eerste lid gedurende ten minste zeven jaren nadat zij
zijn vastgelegd.
5. De accountantsorganisatie deelt het in het eerste lid bedoelde
beleid en het stelsel van kwaliteitsbeheersing mede aan haar medewerkers
en maakt dit voor hen toegankelijk.
Artikel 9
Een accountantsorganisatie houdt zich aan de verordeningen en nadere
voorschriften die krachtens de artikelen 19, vierde lid, van de Wet op
de Registeraccountants en artikel 24, vierde lid, van de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten zijn vastgesteld en die nadere
regels stellen terzake van de in dit hoofdstuk geregelde onderwerpen.
§ 2. Cliëntenadministratie
Artikel 10
1. Een
accountantsorganisatie houdt een systematische, toegankelijke en actuele
cliëntenadministratie bij waarin per controlecliënt, voor zover van
toepassing, de volgende gegevens worden vastgelegd:
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats;
b. of de controlecliënt een
organisatie van openbaar belang is;
c. de naam van de externe accountant; en
d. de per boekjaar in rekening gebrachte vergoedingen voor de
wettelijke controle en de in rekening gebrachte vergoedingen voor de
overige verleende diensten.
2. De accountantsorganisatie
bewaart de gegevens in haar cliëntenadministratie gedurende ten minste
zeven jaren nadat zij zijn vastgelegd.
§ 3. Controledossier
Artikel 11
1. Een accountantsorganisatie zorgt ervoor dat externe
accountants voor elke wettelijke controle een controledossier
inrichten.
2. Een accountantsorganisatie heeft een standaard voor de
inrichting van een controledossier.
3. In het controledossier worden ten minste de volgende gegevens
en bescheiden schriftelijk of elektronisch vastgelegd:
a. de overeenkomst tussen de
accountantsorganisatie en de controlecliënt en de eventuele
wijzigingen daarin;
b. de correspondentie met
betrekking tot de controlecliënt, voor zover deze betrekking heeft op
de wettelijke controle;
c. een controleplan waarin de vermoedelijke reikwijdte en aanpak van
de wettelijke controle worden vastgelegd;
d. een beschrijving van de aard en de omvang van de uitgevoerde
controlewerkzaamheden;
e. de begin- en einddatum van uitvoering van de in het controleplan
onderscheiden fasen van controlewerkzaamheden;
f. de voornaamste bevindingen van de uitgevoerde
controlewerkzaamheden;
g. de uit de bevindingen, bedoeld in onderdeel f, getrokken
conclusies;
h. het oordeel van de externe accountant, zoals dat blijkt uit de
door hem af te geven accountantsverklaring;
i. de gegevens die worden vastgelegd ingevolge de artikelen 12, derde
lid, artikel 13, tweede lid, 15a, eerste, derde en vijfde lid, 17,
tweede lid, 20, derde lid, en 37, tweede lid; en
j. de overige relevante gegevens en bescheiden die van belang zijn
voor de onderbouwing van de door de externe accountant afgegeven
verklaring en voor het toezicht op de naleving van de bij en krachtens
de wet en de Wet op de Registeraccountants onderscheidenlijk de Wet op
de Accountants-Administratieconsulenten gestelde regels.
4. Een accountantsorganisatie zorgt ervoor dat de externe
accountant uiterlijk twee maanden na de ondertekening van de
accountantsverklaring de in het derde lid bedoelde gegevens en
bescheiden in het controledossier heeft opgenomen en het controledossier
heeft afgesloten.
5. Een accountantsorganisatie bewaart een controledossier
gedurende ten minste zeven jaren nadat het is afgesloten.
§ 4. Aanvaarding of continuering van opdrachten
Artikel 12
1. Alvorens een accountantsorganisatie
een opdracht tot het uitvoeren van een wettelijke controle aanvaardt of
continueert, beoordeelt zij:
a. of zij voldoet aan het gestelde bij en krachtens paragraaf 3.1.2
van de wet en, voor zover van toepassing, paragraaf 3.1.3 van de wet;
b. of zij beschikt over de benodigde vakbekwame medewerkers, tijd
en middelen om de wettelijke controle naar behoren te verrichten;
c. of de externe accountant, bedoeld in artikel 14, voldoet aan het
gestelde bij en krachtens afdeling 3.2 van de wet; en
d. de integriteit van de
controlecliënt.
2. De accountantsorganisatie waarborgt dat haar medewerkers haar
de informatie verstrekken die van belang is voor de in het eerste lid
bedoelde beoordeling.
3. De accountantsorganisatie legt de in het eerste lid bedoelde
beoordeling vast.
Artikel 13
1. Indien na aanvaarding of
continuering van een opdracht tot het verrichten van een wettelijke
controle aan een accountantsorganisatie informatie bekend wordt die, was
zij haar bekend geweest op het moment van aanvaarding of continuering
van de opdracht, ertoe zou hebben geleid dat de opdracht niet dan wel in
gewijzigde vorm zou zijn aanvaard of gecontinueerd, beëindigt de
accountantsorganisatie de opdracht, tenzij deze in gewijzigde vorm kan
worden voortgezet.
2. De accountantsorganisatie legt de in het
eerste lid bedoelde beslissing vast, met inbegrip van de daaraan ten
grondslag liggende overwegingen.
§ 5. De uitvoering van de wettelijke controle
Artikel 14
Een accountantsorganisatie wijst voor de uitvoering van elke opdracht
tot het verrichten van een wettelijke controle een externe accountant
aan.
Artikel 15
Een accountantsorganisatie stelt de benodigde tijd, middelen en
personeel aan de externe accountant beschikbaar, opdat hij zijn taak
naar behoren kan uitvoeren.
Artikel 15a
1. Een accountantsorganisatie die een wettelijke controle
verricht van een jaarrekening die mede de geconsolideerde jaarrekening
van een groep ondernemingen of instellingen bevat, zorgt ervoor dat de
groepsaccountant onderzoek verricht, en daarover informatie vastlegt,
naar de controlewerkzaamheden die door een externe accountant,
accountantsorganisatie, auditkantoor, auditor van een derde land of
auditorganisatie van een derde land zijn verricht met het oog op de
groepscontrole.
2. Indien een onderdeel van
een groep ondernemingen of instellingen is gecontroleerd door een
auditor van een derde land of auditorganisatie van een derde land met
statutaire zetel in een staat waarmee de Autoriteit Financiële Markten
geen overeenkomst als bedoeld in artikel 63j van de wet heeft gesloten,
zorgt de accountantsorganisatie dat de groepsaccountant, op verzoek van
de Autoriteit Financiële Markten, de gegevens of inlichtingen verstrekt
die op de controlewerkzaamheden van die auditors van een derde land of
auditorganisaties van een derde land betrekking hebben, met inbegrip van
de gegevens of inlichtingen met betrekking tot de groepscontrole, opdat
de Autoriteit Financiële Markten het werk van de groepsaccountant kan
beoordelen.
3. Met het oog op de
verstrekking van de in het tweede lid bedoelde gegevens of inlichtingen
aan de Autoriteit Financiële Markten, zorgt de accountantsorganisatie
ervoor dat de groepsaccountant:
a. een afschrift van deze gegevens of inlichtingen vastlegt;
b. met de auditors van een derde land of auditorganisaties van een
derde land overeenkomt dat hij, op verzoek, onbeperkt toegang heeft tot
deze gegevens of inlichtingen; of
c. andere passende maatregelen
neemt teneinde de verstrekking van de in het tweede lid bedoelde
gegevens of inlichtingen aan de Autoriteit Financiële Markten mogelijk
te maken.
4. De accountantsorganisatie stelt passende procedures vast om de
toegang tot de in het tweede lid bedoelde gegevens of inlichtingen te
verkrijgen.
5. Indien gegevens of inlichtingen met betrekking tot een
controle om wettelijke of andere redenen niet door de auditors van een
derde land of auditorganisaties van een derde land aan de
groepsaccountant kunnen worden verstrekt, zorgt de
accountantsorganisatie ervoor dat de groepsaccountant vastlegt dat hij
de in het vierde lid bedoelde procedures heeft gevolgd en, in het geval
van andere dan wettelijke belemmeringen, dat dergelijke belemmeringen
bestaan.
Artikel 16
Een accountantsorganisatie heeft een standaard voor:
a. het uitvoeren van wettelijke controles; en
b. de begeleiding van, het toezicht op en de beoordeling van door
de medewerkers uitgevoerde werkzaamheden.
Artikel 17
1. Een accountantsorganisatie zorgt ervoor dat een externe
accountant ten behoeve van de uitvoering van een wettelijke controle
zonodig advies vraagt aan vakbekwame personen.
2. De accountantsorganisatie zorgt ervoor dat de externe
accountant het onderwerp van de adviesaanvraag en het verkregen advies
vastlegt.
Artikel 18
1. Een accountantsorganisatie zorgt ervoor dat een
kwaliteitsbeoordeling plaatsvindt van wettelijke controles die zij
verricht bij organisaties van openbaar belang.
2. De accountantsorganisatie stelt toetsingscriteria op aan de
hand waarvan zij vaststelt voor welke andere wettelijke controles dan
bedoeld in het eerste lid een kwaliteitsbeoordeling plaatsvindt.
Artikel 19
1. De kwaliteitsbeoordeling wordt verricht door een
kwaliteitsbeoordelaar.
2. Een kwaliteitsbeoordelaar is een registeraccountant of een
Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het
accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel
36, derde lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten die
niet is betrokken bij de uitvoering van de wettelijke controle die hij
beoordeelt.
3. De kwaliteitsbeoordeling heeft ten doel te beoordelen of de
externe accountant in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen,
zoals dat blijkt uit de door hem af te geven accountantsverklaring.
4. De kwaliteitsbeoordelaar betrekt ten minste in zijn
beoordeling:
a. de mondeling en schriftelijk door de desbetreffende externe
accountant, al dan niet op verzoek van de kwaliteitsbeoordelaar,
gegeven informatie;
b. de gecontroleerde financiële
verantwoording;
c. de voornaamste bevindingen van de uitgevoerde
controlewerkzaamheden en de uit deze bevindingen getrokken conclusies;
en
d. het oordeel van de externe accountant, zoals dat blijkt uit de
door hem af te geven accountantsverklaring.
5. De kwaliteitsbeoordeling van wettelijke controles die worden
verricht bij organisaties van openbaar belang omvat ten minste een
beoordeling van de volgende aspecten:
a. de onafhankelijkheid van de
accountantsorganisatie en de externe accountant met betrekking tot de
controlecliënt;
b. de belangrijke risico’s
die de externe accountant tijdens het uitvoeren van de wettelijke
controle heeft gesignaleerd en de maatregelen die hij heeft genomen om
deze risico’s afdoende te beheersen;
c. de afwegingen die de externe
accountant heeft gemaakt, in het bijzonder met betrekking tot het
materieel belang en de belangrijke risico’s, bedoeld in onderdeel
b;
d. de ingevolge artikel 17 gevraagde adviezen en de verwerking
daarvan;
e. de aard en de omvang van de
gecorrigeerde en niet-gecorrigeerde afwijkingen in de financiële
verantwoording die tijdens het uitvoeren van de wettelijke controle zijn
gesignaleerd;
f. de onderwerpen die naar
aanleiding van de uitgevoerde controle zijn besproken met het bestuur en
het toezichthoudende orgaan van de controlecliënt, en indien van
toepassing met derden; en
g. of de geselecteerde dossierstukken de werkzaamheden met betrekking
tot belangrijke standpunten die de bij de controle betrokken medewerkers
hebben ingenomen voldoende weergeven en of deze het oordeel van de
externe accountant, zoals dat blijkt uit de door hem af te geven
accountantsverklaring, onderbouwen.
Artikel 20
1. Een accountantsorganisatie zorgt ervoor dat de
kwaliteitsbeoordelaar de uitkomst van de kwaliteitsbeoordeling
bespreekt met de externe accountant. De accountantsorganisatie stelt
een door de kwaliteitsbeoordelaar en de externe accountant te volgen
procedure vast in het geval zij geen overeenstemming bereiken over de
uitkomst van de kwaliteitsbeoordeling.
2. De kwaliteitsbeoordeling is voltooid op het tijdstip waarop de
uitkomst van de kwaliteitsbeoordeling, volgens een door de
accountantsorganisatie vast te stellen procedure, is medegedeeld aan de
persoon, bedoeld in artikel 23, eerste lid, of aan de personen die het
dagelijks beleid van de accountantsorganisatie bepalen.
3. De accountantsorganisatie legt de uitkomst van de
kwaliteitsbeoordeling vast, met inbegrip van de aan die uitkomst ten
grondslag liggende overwegingen.
Artikel 21
Een accountantsorganisatie zorgt ervoor dat een externe accountant
zijn accountantsverklaring niet eerder afgeeft dan nadat de
kwaliteitsbeoordeling, voor zover deze is vereist ingevolge artikel 18,
is voltooid.
§ 6. Naleving van het stelsel van kwaliteitsbeheersing
Artikel 22
1. Een accountantsorganisatie waarborgt
de naleving van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
2. Een accountantsorganisatie evalueert jaarlijks het stelsel van
kwaliteitsbeheersing en legt de uitkomst van deze evaluatie vast alsmede
de door haar voorgenomen maatregelen tot aanpassing van het stelsel van
kwaliteitsbeheersing.
Artikel 23
1. Een accountantsorganisatie die wettelijke controles verricht
bij organisaties van openbaar belang wijst een persoon aan die binnen
de accountantsorganisatie toeziet op de naleving van de bij en
krachtens de artikelen 13 tot en met 24 van de wet gestelde regels. De
accountantsorganisatie wijst eveneens een plaatsvervanger aan.
2. De in het eerste lid bedoelde persoon legt aan de personen die
het dagelijks beleid van de accountantsorganisatie bepalen
verantwoording af omtrent zijn werkzaamheden en de uitkomsten daarvan.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde persoon is betrokken bij
een opdracht tot het verrichten van een wettelijke controle, is het zijn
plaatsvervanger die ter zake van die opdracht toeziet op de naleving van
de in het eerste lid bedoelde regels.
Artikel 24
1. Een accountantsorganisatie zorgt voor een vastlegging van:
a. een overzicht op hoofdlijnen van schendingen door medewerkers
van de bij en krachtens de artikelen 13 tot en met 24 van de wet
gestelde regels, voor zover deze bekend zijn bij de in artikel 23,
eerste lid, bedoelde persoon of de personen die het dagelijks beleid
van de accountantsorganisatie bepalen;
b. de maatregelen die de accountantsorganisatie heeft genomen
jegens de in onderdeel a bedoelde medewerkers, met inbegrip van de
daaraan ten grondslag liggende overwegingen; en
c. de door de accountantsorganisatie genomen maatregelen tot
aanpassing van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
2. De accountantsorganisatie stelt jaarlijks een verslag op met
een overzicht van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde
maatregelen en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen.
3. De accountantsorganisatie deelt het verslag mede aan haar
medewerkers.
§ 7. Klachtenregeling
Artikel 25
Een accountantsorganisatie zorgt voor een zorgvuldige afhandeling en
vastlegging van klachten over de uitvoering van wettelijke controles.
§ 8. Tuchtrechtspraak
Artikel 26
1. Indien bij de
accountantskamer te Zwolle een tuchtprocedure aanhangig is gemaakt tegen
een bij de accountantsorganisatie werkzame of daaraan verbonden externe
accountant, meldt de accountantsorganisatie dat aan de Autoriteit
Financiële Markten, binnen een week nadat de accountantsorganisatie
hiervan kennis heeft genomen, onder vermelding van de naam en het
inschrijvingsnummer bij het NIVRA onderscheidenlijk de NOvAA van de
desbetreffende externe accountant.
2. De in het eerste lid
bedoelde melding kan achterwege blijven indien de Autoriteit Financiële
Markten degene is die de in het eerste lid bedoelde tuchtprocedure
aanhangig heeft gemaakt.
Hoofdstuk 6. Bepalingen ter uitvoering van artikel 19, derde lid, van
de wet
Artikel 27
De eigenaars of aandeelhouders van een accountantsorganisatie, de
personen die het dagelijks beleid van een accountantsorganisatie bepalen
of mede bepalen, het toezichthoudende orgaan van een
accountantsorganisatie, of een met een accountantsorganisatie verbonden
entiteit, hebben geen zodanige bemoeienis met de uitvoering van de
wettelijke controle door die accountantsorganisatie dat daardoor afbreuk
wordt gedaan aan de onafhankelijkheid en objectiviteit van de externe
accountant die namens de betrokken accountantsorganisatie de wettelijke
controle verricht.
Artikel 28
Een accountantsorganisatie zorgt ervoor dat de bij haar werkzame of
aan haar verbonden externe accountants haar ten minste eenmaal per jaar
schriftelijk:
a. bevestigen dat zij de bij en krachtens de wet en de Wet op de
Registeraccountants of de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten gestelde regels inzake
onafhankelijkheid naleven; en
b. informeren over bedreigingen ter zake van hun
onafhankelijkheid.
Artikel 29
1. Een accountantsorganisatie ontvangt geen vergoeding voor de
uitvoering van een wettelijke controle waarbij het bedrag van de
vergoeding afhankelijk is gesteld van:
a. aanvullende diensten die zij
verleent aan de controlecliënt; of
b. de strekking van de af te geven accountantsverklaring.
2. De accountantsorganisatie
komt de grondslag voor de berekening van de vergoeding voor iedere
wettelijke controle elk jaar van tevoren met de controlecliënt overeen.
Artikel 30
1. Een accountantsorganisatie die een
wettelijke controle heeft verricht bij een organisatie van openbaar
belang stelt binnen drie maanden na afloop van haar boekjaar een verslag
op waarin ten minste het volgende wordt opgenomen:
a. een beschrijving op hoofdlijnen van haar juridische en
organisatorische structuur;
b. indien zij onderdeel uitmaakt van een netwerk: een beschrijving
op hoofdlijnen van de organisatiestructuur van het netwerk;
c. een beschrijving op hoofdlijnen van haar beheersstructuur;
d. een beschrijving op hoofdlijnen van haar stelsel van
kwaliteitsbeheersing en een verklaring van de personen die haar
dagelijks beleid bepalen dat dit stelsel al dan niet doeltreffend
functioneert;
e. het tijdstip waarop het
stelsel van kwaliteitsbeheersing is geëvalueerd ingevolge artikel 22,
tweede lid;
f. of het stelsel van
kwaliteitsbeheersing voorwerp is geweest van toezicht door de Autoriteit
Financiële Markten;
g. een lijst van de organisaties van openbaar belang waarbij in het
desbetreffende boekjaar een wettelijke controle is verricht;
h. een verklaring die bevestigt dat intern toezicht op de naleving
van de onafhankelijkheidsvoorschriften is uitgevoerd;
i. een verklaring over het beleid dat door de accountantsorganisatie
wordt gevoerd inzake het op een gestructureerde manier onderhouden van
de basiskennis van haar medewerkers en het bijhouden van ontwikkelingen
op hun vakgebied;
j. de totale omzet van de onderdelen van het netwerk die zich in
Nederland bevinden, waarbij de omzet van de accountantsorganisatie wordt
verdeeld in omzet voor wettelijke controles en voor overige
dienstverlening; en
k. informatie over de grondslag voor de beloning van de externe
accountants.
2. De accountantsorganisatie ondertekent het verslag en plaatst
dit onverwijld op haar website. De accountantsorganisatie houdt het
verslag gedurende tenminste een jaar op de website toegankelijk.
Artikel 31
Een accountantsorganisatie houdt zich aan de verordeningen en nadere
voorschriften die krachtens artikel 19, vierde lid, van de Wet op de
Registeraccountants en artikel 24, vierde lid, van de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten zijn vastgesteld en die nadere
regels stellen ter zake van de in dit hoofdstuk geregelde onderwerpen.
Hoofdstuk 7. Bepalingen ter uitvoering van artikel 21, tweede lid,
onderdeel b, van de wet
Artikel 32
1. Een
accountantsorganisatie heeft een beleid dat ertoe strekt dat de
betrokkenheid van de accountantsorganisatie en haar medewerkers wordt
voorkomen bij strafbare feiten en wetsovertredingen die het vertrouwen
in de accountantsorganisatie of in de financiële markten kunnen
schaden.
2. Een accountantsorganisatie stelt
procedures en regels vast ter zake van de omgang met en vastlegging van
incidenten die ernstige gevolgen hebben voor de integere uitoefening van
haar bedrijf.
3. Een accountantsorganisatie
neemt naar aanleiding van een incident als bedoeld in het tweede lid
passende maatregelen. Deze maatregelen zijn gericht op het beheersen van
de als gevolg van het incident opgetreden risico's en op het voorkomen
van herhaling.
4. Een accountantsorganisatie
informeert de Autoriteit Financiële Markten onverwijld omtrent de in
het tweede lid bedoelde incidenten.
Artikel 33
1. De administratieve vastlegging van
incidenten als bedoeld in artikel 32, tweede lid, omvat ten minste de
feiten en omstandigheden van het incident, de gegevens over degene of
degenen die bij het incident zijn betrokken en de maatregelen die naar
aanleiding van het incident zijn genomen.
2. Een accountantsorganisatie bewaart de in het eerste lid
bedoelde gegevens gedurende ten minste zeven jaren nadat zij zijn
vastgelegd.
Artikel 34
Een accountantsorganisatie houdt zich aan de verordeningen en nadere
voorschriften die krachtens de artikelen 19, vierde lid, van de Wet op
de Registeraccountants en artikel 24, vierde lid, van de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten zijn vastgesteld en die nadere
regels stellen ter zake van de in dit hoofdstuk geregelde onderwerpen.
Hoofdstuk 8. Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 25 en 25a,
derde lid, van de wet
Artikel 35
Een externe accountant houdt zich aan de verordeningen en nadere
voorschriften die krachtens de artikelen 19, eerste of tweede lid, van
de Wet op de Registeraccountants en artikel 24, eerste of tweede lid,
van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten zijn vastgesteld
en die nadere regels stellen ter zake van zijn vakbekwaamheid,
onafhankelijkheid, objectiviteit en integriteit.
Hoofdstuk 9. Bepalingen ter uitvoering van artikel 26, tweede, derde
en vijfde lid, van de wet
Artikel 36
Onder fraude van materieel belang als bedoeld in artikel 26, derde
lid, van de wet wordt verstaan een opzettelijk handelen of nalaten
waarbij misleiding wordt gebruikt om een wederrechtelijk voordeel te
behalen en waarbij de aard of de omvang zodanig is dat beslissingen die
in het maatschappelijk verkeer worden genomen op grond van de
financiële verantwoording van de controlecliënt zouden kunnen worden
beïnvloed door die misleiding.
Artikel 37
1. Een melding als bedoeld in artikel 26,
tweede lid, van de wet kan achterwege blijven, indien:
a. de controlecliënt, nadat de
externe accountant hem heeft gewezen op zijn redelijk vermoeden van
fraude van materieel belang, daarnaar onverwijld onderzoek verricht of
doet verrichten en op basis daarvan een schriftelijk plan opstelt
waarin zijn opgenomen:
1°. de
maatregelen die de controlecliënt zal nemen om de gevolgen van de
fraude, voor zover mogelijk, ongedaan te maken en om herhaling van
zodanige fraude te voorkomen; en
2°. de
termijn waarbinnen de controlecliënt de maatregelen zal hebben
uitgevoerd;
b. de externe accountant, binnen vier weken nadat het plan is
opgesteld, heeft geoordeeld dat het in onderdeel a bedoelde plan
toereikend is; en
c. de externe accountant heeft
vastgesteld dat de controlecliënt binnen de in onderdeel a, onder 2°,
bedoelde termijn de in het plan opgenomen maatregelen in voldoende mate
heeft uitgevoerd.
2. De externe accountant legt zijn oordeel, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel b, en zijn vaststelling, bedoeld in het eerste lid,
onderdeel c, vast.
Artikel 38
Een externe accountant meldt, indien artikel 37 geen toepassing
vindt, schriftelijk de volgende gegevens aan de in artikel 26 van de wet
bedoelde opsporingsambtenaar:
a. de naam, het adres en de
vestigingsplaats van de controlecliënt;
b. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de
accountantsorganisatie waarbij de externe accountant werkzaam is of
waaraan hij is verbonden;
c. de naam van de externe accountant;
d. de datum van de melding; en
e. een omschrijving van de aard van de vermoedelijke fraude van
materieel belang.
Artikel 38a
1. Een externe accountant kan vertrouwelijke gegevens of
inlichtingen verkregen bij het verrichten van een wettelijke controle,
aan derden verstrekken:
a. indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor de naleving van
het ingevolge de wet bepaalde of van de verordeningen en nadere
voorschriften die krachtens de artikelen 19, tweede en vierde lid, van
de Wet op de Registeraccountants en artikel 24, tweede en vierde lid,
van de Wet op de Accountants-Administratieconsulentenzijn vastgesteld
en geschiedt:
1°. aan een deskundige die door de externe
accountant is betrokken bij de uitvoering van een wettelijke controle;
2°. aan personen binnen de
accountantsorganisatie waarbinnen de externe accountant werkzaam is of
waaraan hij is verbonden dan wel binnen het netwerk waartoe de
accountantsorganisatie behoort, die op enigerlei wijze betrokken zijn
bij een wettelijke controle waarvoor de externe accountant
verantwoordelijk is;
3°. aan
een groepsaccountant of een buitenlandse accountant die
verantwoordelijkheid draagt voor het afgeven van een
accountantsverklaring bij de jaarrekening die mede de geconsolideerde
jaarrekening van een groep ondernemingen of instellingen bevat waarin
de gegevens van een controlecliënt van de externe accountant worden
opgenomen;
4°. aan een registeraccountant, een
Accountant-Administratieconsulent of een buitenlandse accountant
indien deze in het kader van een assurance-opdracht gebruik maakt van
de werkzaamheden van de externe accountant;
5°. aan een registeraccountant, een
Accountant-Administratieconsulent of buitenlandse accountant van wiens
werkzaamheden de externe accountant in het kader van een wettelijke
controle gebruik maakt;
6°. aan een registeraccountant, een
Accountant-Administratieconsulent of een buitenlandse accountant ten
behoeve van diens beoordeling van de aanvaardbaarheid van een
controleopdracht;
7°. aan een persoon aan wie advies wordt
gevraagd, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid;
8°. aan de persoon, bedoeld in artikel 19,
tweede lid, of artikel 23, eerste lid;
9°. aan de persoon die is betrokken bij de
uitvoering van een periodiek intern kwaliteitsonderzoek van afgeronde
opdrachten tot het verrichten van een wettelijke controle;
10°. aan het Koninklijk Nederlands Instituut
van Registeraccountants of de Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten;
b. indien dit plaatsvindt in het kader van de naleving van de
verordeningen en nadere voorschriften krachtens de artikelen 19,
tweede en vierde lid, van de Wet op de Registeraccountants en artikel
24, tweede en vierde lid, van de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten, in andere gevallen dan bedoeld
in onderdeel a, en de externe accountant vastlegt op welke onderdelen
van die verordeningen en nadere voorschriften het verstrekken
betrekking heeft;
c. in het kader van een gerechtelijke procedure of klachtprocedure
jegens de externe accountant of de accountantsorganisatie waarbij de
externe accountant werkzaam is of is geweest of waaraan hij is
verbonden of is geweest in relatie tot de betreffende
controleopdracht; of
d. indien dit geschiedt met
schriftelijke toestemming van de controlecliënt en indien sprake is
van een specifiek doel en de externe accountant dit doel vastlegt.
2. Onder een buitenlandse
accountant als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 3° tot en
met 6° wordt verstaan een in een andere lidstaat gevestigde wettelijke
auditor als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de richtlijn, of een
auditor van een derde land.
Artikel 38b
1. De externe accountant betrekt in zijn
beslissing om op grond van artikel 38a, eerste lid, onderdeel b of d, om
al dan niet over te gaan tot het verstrekken van vertrouwelijke gegevens
of inlichtingen:
a. de belangen van betrokken partijen en derden, waaronder het
maatschappelijk belang;
b. de betrouwbaarheid, volledigheid en onderbouwing van de
betreffende gegevens of inlichtingen; en
c. de wijze waarop en aan wie de vertrouwelijke gegevens of
inlichtingen worden verstrekt.
2. De externe accountant legt de overwegingen die hebben geleid
tot de in het eerste lid bedoelde beslissing vast.
Hoofdstuk 10. Bepaling ter uitvoering van artikel 41, vierde lid, van
de wet
Artikel 39
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met
betrekking tot artikel 41, eerste tot en met derde lid, van de wet.
Hoofdstuk 11. Bepaling ter uitvoering van artikel 55, eerste lid, van
de wet
Artikel 40
De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding
van de artikelen 3, eerste tot en met derde lid, 5, 7, 8, eerste tot en
met het vijfde lid, 9, 10, eerste en tweede lid, 11, eerste tot en met
het vijfde lid, 12, eerste, tweede en derde lid, 13, eerste en tweede
lid, 14, 15, 15a, eerste tot en met vijfde lid, 16, 17, eerste en tweede
lid, 18, eerste en tweede lid, 19, eerste tot en met het vijfde lid, 20,
eerste, tweede en derde lid, 21, 22, eerste en tweede lid, 23, eerste
tot en met derde lid, 24, eerste lid, onderdelen a, b en c, tweede en
derde lid, 25, 26, eerste lid, 27, 28, 29, eerste en tweede lid, 30,
eerste en tweede lid, 31, en 32, eerste tot en met het vierde lid, 33,
eerste en tweede lid, 34
Hoofdstuk 12. Overgangsrecht
Artikel 41
Een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de wet
die ingevolge artikel 80, tweede lid, van de wet binnen een maand na
inwerkingtreding van de wet bij de Autoriteit Financiële Markten wordt
ingediend, bevat in aanvulling op de in artikel 2, eerste lid, bedoelde
gegevens en bescheiden, het aantal wettelijke controles dat de aanvrager
op het tijdstip van de aanvraag verricht bij organisaties van openbaar
belang of overige ondernemingen of instellingen.
Artikel 42
Het register, bedoeld in artikel 11 van de wet, bevat de datum van de
aanvraag, bedoeld in artikel 80, tweede lid, van de wet.
Hoofdstuk 13. Wijziging van de bijlage bij artikel 1, eerste lid,
onderdeel j, van de wet
Artikel 43
[Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties]
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen en inwerkingtreding
Artikel 44
[Wijzigt het Besluit politieregisters]
Artikel 45
[Wijzigt het Besluit bestuursorganen WNo en Wob]
Artikel 46
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 47
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit toezicht
accountantsorganisaties.
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in
het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 16 augustus 2006
BEATRIX
De Minister van Financiën,
G. Zalm
Uitgegeven de negenentwintigste
augustus 2006
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Bijlage
[Vervallen per 01-08-2009]
|