St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

 

UITVOERINGSBESLUIT  WEDERZIJDSE  ERKENNING  EN  TENUITVOERLEGGING  GELDELIJKE  SANCTIES  EN  BESLISSINGEN  TOT  CONFISCATIE

Tekst zoals deze geldt op 27 januari 2012

 

  
 

 

 
BESLUIT van 30 oktober 2007, houdende regels ter uitvoering van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties (Uitvoeringsbesluit wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 23 februari 2007, nr. 5470921/07/6;
     Gelet op de implementatie van het Kaderbesluit nr. 2005/214/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 24 februari 2005 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties (PbEU L 76), de artikelen 7, eerste lid, 10, tweede lid en 17, eerste lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en artikel 2 van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau;
     De Raad van State gehoord (advies van 21 maart 2007, nr. W03.07.0057/II);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 18 oktober 2007, nr. 5510993/07/6;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

Het Centraal Justitieel Incassobureau heeft tot taak de officier van justitie te ondersteunen bij zijn taken met betrekking tot de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties 2008.

 

Artikel 2

Het model van het certificaat, bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, 17, eerste lid, en 31, eerste lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties 2008, wordt als volgt vastgesteld:

A. voor gevallen waarin het een beslissing, houdende een geldelijke sanctie betreft:

[Illustraties verwijderd]

3. Gelieve te vermelden of de betrokkene in persoon is verschenen op het proces dat heeft geleid tot de beslissing:

1. □ Ja, de betrokkene is in persoon verschenen op het proces dat heeft geleid tot de beslissing.

2. □ Neen, de betrokkene is niet in persoon verschenen op het proces dat heeft geleid tot de beslissing.

3. Indien u het vakje «neen» (keuzemogelijkheid 2) heeft aangekruist, gelieve een van de volgende gevallen te bevestigen:

□ 3.1a) de betrokkene is persoonlijk gedagvaard op ... (dag/maand/jaar) en is daarbij op de hoogte gebracht van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot de beslissing heeft geleid, en is ervan in kennis gesteld dat een beslissing kan worden gegeven wanneer hij niet op het proces verschijnt;

OF

□ 3.1b) de betrokkene is niet persoonlijk gedagvaard, maar is anderszins daadwerkelijk officieel in kennis gesteld van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot de beslissing heeft geleid zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces, en is ervan in kennis gesteld dat een beslissing kan worden gegeven wanneer hij niet op het proces verschijnt;

OF

□ 3.2. de betrokkene was op de hoogte van het voorgenomen proces, heeft een zelf gekozen of van overheidswege toegewezen raadsman gemachtigd zijn verdediging op het proces te voeren, en is op het proces ook werkelijk door die raadsman verdedigd;

OF

□ 3.3. nadat de beslissing aan hem was betekend op ... (dag/maand/jaar) en hij uitdrukkelijk was geďnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing

□ heeft de betrokkene uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij de beslissing niet betwist;

OF

□ heeft de betrokkene niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep aangetekend;

OF

□ 3.4. de betrokkene, na uitdrukkelijk te zijn geďnformeerd over de procedure en over de mogelijkheid om in persoon te verschijnen op het proces, heeft uitdrukkelijk verklaard afstand te doen van zijn recht op een mondelinge behandeling en heeft uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij de zaak niet betwist.

4. Gelieve voor het in punt 3.1b, 3.2, 3.3 en 3.4 aangekruiste vakje te vermelden op welke wijze aan de desbetreffende voorwaarde is voldaan:

..........................................................................................................................

..........................................................................................................................

..............................................................................................

[Illustraties verwijderd]

B. voor gevallen waarin het een beslissing tot confiscatie betreft:

[Illustratis verwijderd]

j) Procedure die heeft geleid tot de beslissing tot confiscatie

Gelieve te vermelden of de betrokkene in persoon is verschenen bij het proces dat heeft geleid tot de beslissing tot confiscatie:

1. □ Ja, de betrokkene is in persoon verschenen bij het proces dat heeft geleid tot de beslissing tot confiscatie.

2. □ Neen, de betrokkene is niet in persoon verschenen bij het proces dat heeft geleid tot de beslissing tot confiscatie.

3. Indien u het vakje «neen» (keuzemogelijkheid 2) heeft aangekruist, gelieve een van de volgende gevallen te bevestigen:

□ 3.1a) de betrokkene is persoonlijk gedagvaard op ... (dag/maand/jaar) en is daarbij op de hoogte gebracht van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot de beslissing tot confiscatie heeft geleid, en is ervan in kennis gesteld dat een beslissing tot confiscatie kan worden gegeven wanneer hij niet bij het proces verschijnt;

OF

□ 3.1b) de betrokkene is niet persoonlijk gedagvaard, maar is anderszins daadwerkelijk officieel in kennis gesteld van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot de beslissing tot confiscatie heeft geleid zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces, en is ervan in kennis gesteld dat een beslissing tot confiscatie kan worden gegeven wanneer hij niet bij het proces verschijnt;

OF

□ 3.2. de betrokkene was op de hoogte van het voorgenomen proces, heeft een zelf gekozen of van overheidswege toegewezen raadsman gemachtigd zijn verdediging bij het proces te voeren, en is bij het proces ook werkelijk door die raadsman verdedigd;

OF

□ 3.3. nadat de beslissing tot confiscatie aan hem was betekend op ... (dag/maand/jaar) en hij uitdrukkelijk was geďnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing tot confiscatie

□ heeft de betrokkene uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij de beslissing tot confiscatie niet betwist;

OF

□ heeft de betrokkene niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep aangetekend.

4. Gelieve voor het in punt 3.1b, 3.2 of 3.3 aangekruiste vakje te vermelden op welke wijze aan de desbetreffende voorwaarde is voldaan:

..........................................................................................................................

..........................................................................................................................

..............................................................................................

[Illustraties verwijderd]

 

Artikel 3

1. Een certificaat dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat en wordt meegezonden met de beslissing waarbij een geldelijke sanctie is opgelegd of met een beslissing tot confiscatie welke in Nederland moet worden erkend en ten uitvoer gelegd, is gesteld in de Nederlandse taal of, indien Nederland zulks heeft meegedeeld in een bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie neergelegde verklaring, in een van de in die verklaring genoemde talen.

2. Een certificaat dat is afgegeven door de officier van justitie en wordt meegezonden met een beslissing waarbij een geldelijke sanctie is opgelegd of met een beslissing tot confiscatie, is gesteld in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waaraan de beslissing met het oog op de tenuitvoerlegging aldaar wordt gezonden dan wel, indien die lidstaat zulks heeft meegedeeld in een bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie neergelegde verklaring, in een van de in die verklaring genoemde talen.

 

Artikel 4

1. De lijst, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties 2008, luidt als volgt:

1. Deelneming aan een criminele organisatie

2. Terrorisme

3. Mensenhandel

4. Seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie

5. Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen

6. Illegale handel in wapens, munitie en explosieven

7. Corruptie

8. Fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden geschaad in de zin van de Overeenkomst van 26 juli 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen

9. Witwassen van opbrengsten van misdrijven

10. Valsemunterij, met inbegrip van namaak van de euro

11. Cybercriminaliteit

12. Milieumisdrijven, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde diersoorten en de illegale handel in bedreigde planten- en boomsoorten

13. Hulp bij illegale binnenkomst en verblijf

14. Moord en doodslag, zware mishandeling

15. Illegale handel in menselijke organen en weefsels

16. Ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling

17. Racisme en vreemdelingenhaat

18. Georganiseerde of gewapende diefstal

19. Illegale handel in cultuurgoederen, waaronder antiquiteiten en kunstvoorwerpen

20. Oplichting

21. Racketeering en afpersing

22. Namaak van producten en productpiraterij

23. Vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten

24. Vervalsing van betaalmiddelen

25. Illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars

26. Illegale handel in nucleaire en radioactieve stoffen

27. Handel in gestolen voertuigen

28. Verkrachting

29. Opzettelijke brandstichting

30. Misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen

31. Kaping van vliegtuigen of schepen

32. Sabotage

33. Gedragingen in strijd met de verkeersregels, met inbegrip van overtredingen van de rij- en rusttijdenwetgeving en van de wetgeving inzake gevaarlijke goederen

34. Smokkel van goederen

35. Inbreuken op de intellectuele-eigendomsrechten

36. Bedreigingen en daden van geweld jegens personen, met inbegrip van geweld tijdens sportevenementen

37. Opzettelijke vernieling

38. Diefstal

39. Strafbare feiten die door de beslissingsstaat worden vastgesteld en die onder uitvoeringsverplichtingen vallen welke voortkomen uit instrumenten op grond van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

2. De lijst, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties 2008, bestaat uit de feiten en soorten van feiten, genoemd in de onderdelen 1 tot en met 32 van het eerste lid.

 

Artikel 5

De opbrengst van de geconfisqueerde voorwerpen wordt overeenkomstig artikel 28 van de Wet wederzijdse erkenning strafrechtelijke sancties 2008 verdeeld. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven met betrekking tot de wijze waarop deze verdeling plaatsvindt.

 

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie.

 

Artikel 7 [Vervallen per 01-06-2009]

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 30 oktober 2007

 

BEATRIX

 

De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

Uitgegeven de achtste november 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x