St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet ruimtelijke ordening (Wro)

 

REGELING  ALGEMENE  REGELS  RUIMTELIJKE  ORDENING

Tekst zoals deze geldt op 13 januari 2012

 

  
•
•
•
•
 

 

 
REGELING van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 9 december 2011, nr. IENM/BSK-2011/161600, houdende vaststelling van algemene regels ter bescherming van nationale ruimtelijke belangen (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening)

     De Minister van Infrastructuur en Milieu;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
    
Gelet op de artikelen 2.6.2, 2.6.5 en 2.6.6 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening;

     Besluit:

 

 

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

 

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

besluit: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening;

bijlage: bij deze regeling behorende bijlage;

GML-bestand: elektronisch geografisch databestand met kenmerk NL.IMRO.0000.IMmr11Rarro-3000, opgemaakt in Geography Markup Language;

 

Paragraaf 2. Defensie en civiele inrichtingen met explosieven

 

Artikel 2.1 (aanwijzing terreinen, gebieden en installaties)

1. Als militaire terreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 1 vermelde terreinen.

2. Als onveilige gebieden buiten militair terrein van schietterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, tweede lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 2 vermelde gebieden.

3. Als militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, derde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 3 vermelde terreinen.

4. Als geluidszones voor de militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, vierde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 4 vermelde zones.

5. Als obstakelbeheergebieden voor de militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, vijfde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 5 vermelde gebieden.

6. Als zend- en ontvangstinstallaties buiten militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, zesde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 6 vermelde installaties.

7. Als bouwbeperkingengebieden rondom zend- en ontvangstinstallaties buiten militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, zevende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 7 vermelde gebieden.

8. Als radarstations, bedoeld in artikel 2.6.2, achtste lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 8 vermelde radarstations.

9. Gereserveerd

10. Als begrenzingen van de laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen, bedoeld in artikel 2.6.2, tiende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 11 vermelde begrenzingen.

11. Als munitieopslagplaatsen, bedoeld in artikel 2.6.2, elfde lid, van het besluit, en bijbehorende veiligheidszones, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van het besluit worden aangewezen de in bijlage 12 vermelde opslagplaatsen en de in bijlage 13 vermelde veiligheidszones.

12. Van de in de het eerste tot en met elfde lid bedoelde terreinen, gebieden, zones en objecten zijn de geometrische plaatsbepalingen vastgelegd in het GML-bestand en zijn de kaarten, waarop die plaatsbepalingen zijn verbeeld, in de in het eerste tot en met elfde lid bedoelde bijlagen opgenomen.

 

Artikel 2.2 (beoordeling veiligheidsrisico)

1. Bij de beoordeling van de veiligheidssituatie en het risico van de activiteiten in de veiligheidszones, bedoeld in artikel 2.6.7, zesde lid, van het besluit, worden de volgende elementen betrokken:

a. de op grond van de verleende omgevingsvergunning toegestane hoeveelheid munitie en explosieve stoffen;

b. de berekening van de effectzones (A-, B- en C-zone);

c. de bestaande objecten en bestemmingen, met inbegrip van reeds toegestane ontwikkelingen, binnen de effectzones, bedoeld in onderdeel b.

2. De beoordeling van de veiligheidssituatie en het risico van de activiteiten in de veiligheidszones wordt uitgevoerd aan de hand van de meest recente door de Minister van Infrastructuur en Milieu goedgekeurde versie van het hiervoor ontwikkelde softwarepakket (RISK-NL).

3. De norm voor de acceptatie van een bestaande inbreuk is voor het plaatsgebonden risico 10-5.

4. Bij de beoordeling van het risico wordt het groepsrisico mede in ogenschouw genomen.

5. De risicoanalyse met de beoordeling van de risico’s wordt na goedkeuring door de minister van Infrastructuur en Milieu aangeboden aan burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente.

 

Artikel 2.3 (civiele inrichtingen met explosieven)

Als civiele inrichtingen voor activiteiten met explosieven, bedoeld in artikel 2.6.2, twaalfde lid, van het besluit, en bijbehorende veiligheidszones, bedoeld in artikel 2.6.6 van het besluit worden aangewezen de in bijlage 14 vermelde begrenzingen en de in bijlage 15 vermelde veiligheidszones, waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en waarvan in voornoemde bijlage de kaarten waarop die plaatsbepalingen zijn verbeeld, zijn opgenomen.

 

Paragraaf 3. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen

Gereserveerd

 

Paragraaf 4. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen

Gereserveerd

 

Paragraaf 5. Ecologische hoofdstructuur

Gereserveerd

 

Paragraaf 6. Slotbepalingen

 

Artikel 6.1 (inwerkingtreding)

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in werking treedt.

2. Indien bekendmaking van deze regeling geschiedt na de datum van bekendmaking van het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, treedt deze regeling in afwijking van het eerste lid in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

Artikel 6.2 (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling algemene regels ruimtelijke ordening.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
.

 

 

Bijlagen niet opgenomen

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wro | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x