|
BESLUIT van 20 oktober 2008, houdende regels over de
aard van de feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen geven om een
huisverbod op te leggen (Besluit tijdelijk huisverbod)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van Onze Minister van Justitie van 8 april 2008, Directie
Wetgeving, nr. 5539022/08/6, gedaan mede namens Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet
tijdelijk huisverbod;
De Raad van State gehoord (advies van 9 mei
2008, nr. W03.08.0130/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie van 13 oktober 2008, nr. 5559357/08/6, uitgebracht mede namens
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder huisverbod: huisverbod als
bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet tijdelijk huisverbod.
Artikel 2
1. Bij de afweging of een huisverbod wordt opgelegd, betrekt de
burgemeester uitsluitend de in de bijlage bij dit besluit opgenomen
feiten en omstandigheden.
2. De in het eerste lid bedoelde feiten en omstandigheden hebben
betrekking op:
a. de persoon ten aanzien van wie wordt overwogen een huisverbod op
te leggen;
b. het verloop van het incident dat de aanleiding is te overwegen
een huisverbod op te leggen; en
c. de leefomstandigheden van de persoon, bedoeld onder a, en
degenen die met deze persoon in dezelfde woning wonen of daarin anders
dan incidenteel verblijven.
3. Onder de feiten en omstandigheden, bedoeld in het tweede lid,
onder a, worden mede begrepen de politiegegevens met betrekking tot de
persoon ten aanzien van wie wordt overwogen een huisverbod op te leggen,
voor zover de burgemeester deze gegevens behoeft in het kader van de
afweging, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tijdelijk
huisverbod in werking treedt.
Artikel 4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tijdelijk huisverbod.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
s-Gravenhage, 20 oktober 2008
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
De Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
Uitgegeven de vierde november 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Bijlage als bedoeld in artikel
2, eerste lid
1. Feiten en omstandigheden die de persoon betreffen ten aanzien van
wie wordt overwogen om een huisverbod op te leggen (artikel 2, tweede
lid, onder a):
a. Antecedenten en incidenten (op basis van politieregistratie):
registraties (HKS) en mutaties geweld
registraties (HKS) en mutaties zeden
registraties (HKS) en mutaties wapengerelateerd
registraties (HKS) en mutaties overig
b. Mate van aanspreekbaarheid:
volledig in de war
apathisch, zich extreem afsluiten
gewelddadig, onhandelbaar, niet te corrigeren (tegen
slachtoffer of derden)
extreem jaloers tegenover slachtoffer
dreigementen om zichzelf wat aan te doen of zichzelf
daadwerkelijk te verwonden
c. Riskante gewoonten (alcohol- of drugsgebruik):
signalen wijzend op verslaving of excessief gebruik van alcohol
signalen wijzend op verslaving of excessief gebruik van soft
drugs
signalen wijzend op verslaving of excessief gebruik van hard
drugs
onder behandeling (geweest) voor verslaving
op het moment fors gedronken (of sterk vermoeden)
op het moment drugs gebruikt (of sterk vermoeden)
2. Feiten en omstandigheden die het verloop van het incident
betreffen (artikel 2, tweede lid, onder b):
a. Bedreiging:
verbaal (schelden, schreeuwen)
dreigen met fysiek geweld
dreigen met wapen
dreigen met doden
b. Psychisch geweld:
slachtoffer onder druk zetten door geweld tegen kinderen
en/of huisgenoten
slachtoffer onder druk zetten door geweld tegen huisdieren
slachtoffer onder druk zetten door vernielen (dierbare)
eigendommen van het slachtoffer
slachtoffer onder druk zetten door hem te vernederen of te
dwingen iets tegen de wil te doen
c. Lichamelijk geweld:
duwen, schoppen, stompen, haren trekken e.d.
zware kneuzingen, brandwonden, gebroken ledematen
verwonden met wapen
verwurging
d. Seksueel geweld:
verkrachting of aanranding
gedwongen seks of prostitutie
(vermoeden van) kindermisbruik
e. Zwaarte van de intimidatie:
geweld is willekeurig en volstrekt zonder aanleiding
(dreiging van) plotselinge, extreme uitbarsting van geweld
zwaar fysiek geweld (al dan niet met ernstig letsel)
slachtoffer is totaal niet weerbaar
f. Geweldsontwikkeling:
de zwaarte van het geweld is de laatste jaren toegenomen
de frequentie van geweld is de laatste jaren toegenomen
g. Wapens:
in bezit van vuurwapen
in bezit van wapenvergunning
gebruik van slagwapen, steekwapen of (nep-)vuurwapen
gebruik van «toevallige» wapens (servies, asbak, keukenmes
e.d.)
h. Gevaarsniveau wapengebruik:
ermee dreigen
ermee gooien van een afstand
het slachtoffer er direct mee verwonden (direct fysiek
contact)
bewuste (bedoelde) verwonding slachtoffer (min of meer met
voorbedachten rade)
i. Aanwezigheid van kinderen:
kinderen getuige van geweld
kinderen apathisch, huilen of schrikachtig
geweld gepleegd tegen kinderen
kinderen gewond
ondertoezichtstelling of andere kinderbeschermingsmaatregel
j. Geweldsverwachting:
slachtoffer vreest toekomstig geweld
k. Rechtvaardiging achteraf:
berouw tonen, maar zich verschuilen achter externe oorzaken
ontkennen of minimaliseren van het geweld
rechtvaardigen van geweld
3. Feiten en omstandigheden die de leefomstandigheden van de
betrokkene of zijn huisgenoten betreffen (artikel 2, tweede lid, onder c):
a. Spanning door werkgerelateerde problemen:
(langdurige) werkloosheid
recent ontslag of dreiging van ontslag
problemen met betrekking tot arbeidsongeschiktheids- of
werkloosheidsuitkering
spanningen op het werk
b. Spanning door financiλle problemen:
veel schulden
financieel niet kunnen rondkomen
vermoeden van een gokprobleem
c. Spanning door familie- en relatieproblemen:
problemen met kinderen uit een eerdere relatie
niet accepteren van een zwangerschap
onenigheid over opvoeding van kinderen
gedragsproblemen bij kinderen
lopende echtscheidingsprocedure
overige relatieproblemen
problemen met betrekking tot verblijfsvergunning e.d.
d. Sociaal isolement door beperkte vrienden- of kennissenkring:
strikte beperking van contacten (binnen eigen cultuur of
geloof)
contacten met buitenwereld verlopen alleen via betrokkene
betrokkene verbiedt contact met vrienden of bekenden
e. Sociaal isolement door rollenpatroon:
betrokkene controleert financiλn, paspoort e.d.
slachtoffer heeft geen zeggenschap binnenshuis
slachtoffer mag niet of nauwelijks buitenshuis komen
f. Sociaal isolement door onaangepast gezin:
er is geen contact te maken met het gezin
geschillen met anderen worden door ruzie of geweld opgelost
binnen het gezin is er veel ruzie
antecedenten slachtoffer die wijzen op sociaal isolement
antecedenten andere gezinsleden die wijzen op sociaal
isolement
sociaal isolement door excessief middelengebruik of verslaving
|