Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet participatiebudget (Wpb)

 

BESLUIT  PARTICIPATIEBUDGET

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 29 december 2008, houdende regels ter uitvoering van de Wet participatiebudget (Besluit participatiebudget)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 september 2008, nr. W&B/SFI/08/22818, gedaan mede namens Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
     Gelet op artikel 89 van de Grondwet, de artikelen 2, vierde en vijfde lid, 4, vierde lid, en 15, tweede lid, van de Wet participatiebudget en de artikelen 2.5.5, tweede en derde lid, en 2.5.10 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
     De Raad van State gehoord (advies van 25 september 2008);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 december 2008, nr. W&B/SFI/08/2771, uitgebracht mede namens Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

certificaat staatsexamen NT2 I of II: certificaat als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal voor een door de desbetreffende gemeente ingekochte opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, behaald door een volwassen inwoner;

contactuur: contactuur als bedoeld in artikel 2.3.4, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

cursus basisvaardigheden: opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel b, e of f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals luidend op 31 december 2012;

duale inburgeringsvoorziening: inburgeringsvoorziening die met het oog op de actieve deelname aan de Nederlandse samenleving mede voorziet in activiteiten die in samenhang en ten minste voor een deel gelijktijdig met het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving worden uitgevoerd;

inactieve: persoon, van 27 jaar of ouder, die, in de periode van zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de ondersteuning, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, niet dan wel ten hoogste de laatste twee maanden geregistreerd staat als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in die periode van zes maanden geen diploma heeft behaald op het niveau van startkwalificatie of hoger en in die periode geen inkomen uit arbeid heeft ontvangen of recht heeft gehad op een uitkering of arbeidsondersteuning op grond van de Wet werk en bijstand of de Werkloosheidswet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria, de Algemene nabestaandenwet dan wel op grond van een regeling, die met deze wetten naar aard en strekking overeenstemt;

overeenkomst uitkering educatie: overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

participatiebudget: uitkering aan het college, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet;

staatsexamen NT2 I of II: staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

vavo: opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

vavo-diploma: diploma voor een door de desbetreffende gemeente ingekocht traject vavo, behaald door een volwassen inwoner;

volwassen inwoner: persoon van achttien jaar of ouder die als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen;

wet: Wet participatiebudget.

Hoofdstuk 2. Verdeelsleutels

Paragraaf 1. Verdeelsleutel Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Artikel 2. Verdeelsleutel Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

1. Het deel van het participatiebudget dat een college ontvangt uit het totale bedrag dat beschikbaar is gesteld door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor een participatiebudget voor alle colleges wordt berekend op grond van de formule:

(a ◊ (OW / OTW) + (1Ėa) ◊ (KW / TKW)) ◊ TBW

waarbij:

a. a het aandeel van het totale bedrag is dat beschikbaar is gesteld door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor een participatiebudget voor alle colleges dat objectief wordt verdeeld, zoals opgenomen in bijlage 1 van dit besluit;

b. OW het aan de hand van het verdeelmodel, dat is opgenomen in bijlage 1 van dit besluit, bepaalde gewicht van de gemeente is;

c. OTW het totaal is van de aan de hand van het verdeelmodel, dat is opgenomen in bijlage 1 van dit besluit, bepaalde gewichten van alle gemeenten samen;

d. KW de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerst lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, zoals die luidde op 31 december 2008, voor het kalenderjaar 2003 is;

e. TKW het totaal is van de uitkeringen, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, zoals die luidde op 31 december 2008, voor het kalenderjaar 2003 voor alle gemeenten samen;

f. TBW het bedrag is dat beschikbaar is gesteld door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor een participatiebudget voor alle colleges voor het desbetreffende kalenderjaar.

2. Indien het aan de hand van het verdeelmodel, dat is opgenomen in bijlage 1 van dit besluit, bepaalde gewicht van de gemeente negatief is, wordt dat voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen b en c, op nihil gesteld.

3. Jaarlijks worden bij ministeriŽle regeling voor de verdeelmaatstaven in bijlage 1 bij dit besluit de peiljaren en de gewichten vastgesteld.

4. Bij ministeriŽle regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel en van het verdeelmodel, dat is opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit, ter voorkoming van onvoorziene en ongewenste verdeeleffecten.

Paragraaf 2. Verdeelsleutel Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 4. Verdeelsleutel Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2013 en 2014

Het deel van het participatiebudget dat een college ontvangt uit het totale bedrag dat beschikbaar is gesteld door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor een participatiebudget voor alle colleges wordt voor de jaren 2013 en 2014 berekend op grond van de formule:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x