| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet tegemoetkoming
chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)
BESLUIT
TEGEMOETKOMING CHRONISCH ZIEKEN EN GEHANDICAPTEN
Tekst zoals deze geldt op
24 juli 2010
|
|
|
BESLUIT van 29 december 2008, houdende regels inzake
de tegemoetkomingen voor chronisch zieken en gehandicapten (Besluit
tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
van 5 december 2008, kenmerk DWJZ/SWW-2898267, gedaan mede namens Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van
Financiën;
Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 5, derde
lid, 10, derde lid en 11, tweede lid, van de Wet tegemoetkoming
chronisch zieken en gehandicapten, artikel 6, derde lid, van de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten, artikel 15, derde lid, van de Wet
maatschappelijke ondersteuning, artikel 6.1, vierde lid, van de Wet
inkomstenbelasting 2001 en artikel 34 van de Wet op de loonbelasting
1964;
De Raad van State gehoord (advies van 18
december 2008, nr. W13.08.0534/I);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 december
2008, kenmerk DWJZ/SWW-2903248, uitgebracht mede namens Onze Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van
Financiën;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van de artikelen 2 tot en met 5 en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en
gehandicapten;
b. FKG’s: Farmaceutische kosten groepen die worden gehanteerd
voor de toepassing van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering;
c. DKG’s: Diagnose kosten groepen die worden gehanteerd voor de
toepassing van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering;
d. indicatiebesluit: een besluit als bedoeld in artikel 1,
onderdeel d, van het Zorgindicatiebesluit;
e. zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1,
onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet;
f. militair: een militair ambtenaar in werkelijke dienst als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, juncto onderdeel b,
van de Militaire ambtenarenwet 1931, dan wel een militair aan wie
buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend.
Hoofdstuk 2. Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
Artikel 2
1. De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet,
bedraagt € 300 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de
tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is
geworden, onderscheidenlijk € 150 indien de rechthebbende in het
gehele jaar 65 jaar of ouder was, en de rechthebbende:
a. in dat jaar was ingedeeld in één of meer van de bij
ministeriële regeling aangewezen lichte FKG’s en zijn
zorgverzekeraar dat jaar voor hem bij ministeriële regeling
aangewezen hulpmiddelen heeft vergoed;
b. in dat jaar was ingedeeld in twee of meer van de bij
ministeriële regeling aangewezen lichte FKG’s en zijn
zorgverzekeraar dat jaar voor hem geen hulpmiddelen als bedoeld in
het eerste lid heeft vergoed;
c. in dat jaar was ingedeeld in één of meer van de bij
ministeriële regeling aangewezen zware FKG’s;
d. in het jaar voorafgaande aan dat jaar was ingedeeld in één
of meer van de bij ministeriële regeling aangewezen DKG’s;
e. in het jaar voorafgaande aan dat jaar van zijn
zorgverzekeraar geneeskundige zorg gericht op revalidatie in een
bij ministeriële regeling aangewezen instelling, vergoed heeft
gekregen;
f. in dat jaar:
1°. van zijn zorgverzekeraar fysiotherapie of
oefentherapie als bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, van het
Besluit zorgverzekering vergoed heeft gekregen, of
2°. jonger was dan 18 jaar en in dat jaar en het daaraan
voorafgaande jaar van zijn zorgverzekeraar een bij
ministeriële regeling te bepalen jaar bedrag, gelijk aan het
gemiddelde bedrag aan kosten voor negen behandelingen
fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft gekregen, of
3°. militair was en in dat jaar en het daaraan
voorafgaande jaar van de rechtspersoon, bedoeld in artikel
90a, eerste lid, van het Algemeen militair
ambtenarenreglement, een bij ministeriële regeling te bepalen
bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor negen
behandelingen fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft
gekregen;.
g. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op
grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één tot tien
uren per week zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5 of 6 van het
Besluit zorgaanspraken AWBZ, met dien verstande dat het gemiddelde
aantal uren waarvoor de indicaties zijn afgegeven, bepalend is
voor het toekennen van de tegemoetkoming;
h. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op
grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één tot vier
dagdelen per week zorg als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van
het Besluit zorgaanspraken AWBZ;
i. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer
gedurende één tot tien uren per week in natura huishoudelijke
verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van
de Wet maatschappelijke ondersteuning heeft ontvangen, met dien
verstande dat voor het vaststellen van de periode van 26 weken
wordt aangesloten bij de indeling in weken als bedoeld in artikel
4.1, derde lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning,
of;
j. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op
grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één of meer
etmalen per week zorg als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid,
of 13, eerste en tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ.
2. De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet
bedraagt € 500 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de
tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is
geworden, onderscheidenlijk € 350 indien de rechthebbende in het
gehele jaar 65 jaar of ouder was, en de rechthebbende in dat jaar:
a. viel onder twee of meer van de categorieën, genoemd in het
eerste lid, met uitzondering van:
1°. de combinatie van de categorieën, genoemd in de
onderdelen b en c,
2°. de combinatie van de categorieën, genoemd in de
onderdelen g en h,
3°. een combinatie van de categorie, genoemd in onderdeel
i, en een van de categorieën, genoemd in de onderdelen g en
h, of
4°. een combinatie van de categorie, genoemd in onderdeel
j, en een van de andere categorieën genoemd in het eerste
lid.
b. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een
indicatiebesluit was aangewezen op tien of meer uren per week zorg
als bedoeld in de artikelen 4, 5 of 6 van het Besluit
zorgaanspraken AWBZ, met dien verstande dat het gemiddelde aantal
uren waarvoor de indicatie is afgegeven, bepalend is voor het
toekennen van de tegemoetkoming,
c. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een
indicatiebesluit was aangewezen op vier of meer dagdelen per week
zorg als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van het
Besluit zorgaanspraken AWBZ, of
d. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer gedurende tien
of meer uren per week in natura huishoudelijke verzorging als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet
maatschappelijke ondersteuning heeft ontvangen, met dien verstande
dat voor het vaststellen van de periode van 26 weken wordt
aangesloten bij de indeling in weken als bedoeld in artikel 4.1,
derde lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen g, h en j, en
tweede lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, en onderdelen b en c, is
voor militairen het aantal uren, dagdelen of etmalen waarvoor zorg als
bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is gebruikt,
bepalend voor het toekennen van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel
2, eerste lid, van de wet.
4. Het gemiddelde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, en het
tweede lid, onderdeel b, wordt bepaald door op een decimaal achter de
komma naar boven af te ronden.
Artikel 3
1. Zorgverzekeraars en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a,
eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement verstrekken
van rechthebbenden die vallen onder de categorieën, genoemd in
artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, aan het CAK:
a. het burgerservicenummer of bij ontbreken daarvan het
sociaal-fiscaalnummer,
b. het rekeningnummer,
c. de geboortedatum,
d. indien de rechthebbende is overleden, de datum van het
overlijden,
e. de naam en het adres van de rechthebbende, en
f. indien dat het geval is: dat een rechthebbende op grond van
artikel 2, tweede lid, onderdeel a, recht heeft op de daar
bedoelde tegemoetkoming.
2. Zorgverzekeraars verstrekken aan het CAK een overzicht van
verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de
Zorgverzekeringswet die verzekerd waren op 31 december van het jaar
waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.
3. Indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de rechtspersoon, bedoeld in
artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair
ambtenarenreglement, verstrekken aan het CAK van personen die vallen
onder artikel 2, eerste lid, onderdelen g, h of j, of artikel 2,
tweede lid, onderdelen b of c:
a. het burgerservicenummer of bij het ontbreken daarvan het
sociaal-fiscaalnummer,
b. de naam en het adres van de rechthebbende,
c. de geboortedatum, en
d. indien dat het geval is: de mededeling dat de persoon valt
in de categorieën, genoemd in het artikel 2, eerste lid,
onderdeel j, of het tweede lid.
4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank, bedoeld in artikel 1, onderdelen c en d, van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verstrekken aan het
CAK de rekeningnummers van rechthebbenden die vallen onder artikel 2,
eerste lid, onderdeel j, met uitzondering van die van militairen.
Hoofdstuk 3. Tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten
Artikel 4
1. Recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10 van de wet,
heeft:
a. de persoon, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet
die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op:
1°. een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering bij een
arbeidsongeschiktheid van 35% of meer,
2° .een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van
hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
3°. een werkhervattingsuitkering gedeeltelijk
arbeidsgeschikten op grond van hoofdstuk 7 van de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen, of
4°. een uitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen bij een
arbeidsongeschiktheid van 35% of meer;
b. de persoon die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op
de uitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.
2. De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar
een tegemoetkoming van € 350.
3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt de
tegemoetkoming ambtshalve in het derde kwartaal van het kalenderjaar.
Hoofdstuk 4. Algemene bepalingen over tegemoetkomingen
Artikel 5
1. De bedragen, genoemd in de artikelen 2 en 4, worden bij het
begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door
andere bedragen. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen
bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in
artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de uitkomst
vervolgens naar boven af te ronden op hele getallen.
2. Voor de aanpassing van het bedrag, genoemd in artikel 4, tweede
lid, wordt het eerste lid bij het begin van de kalenderjaren 2010 en
2011 niet toegepast.
3. Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid
en dit lid vervallen met ingang van 1 januari 2012.
Hoofdstuk 5. Korting op eigen bijdragen op grond van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten en de Wet maatschappelijke ondersteuning
Artikel 6
[Wijzigt het Bijdragebesluit zorg]
Artikel 7
[Wijzigt het Besluit maatschappelijke ondersteuning]
Hoofdstuk 6. Wijzigingen in fiscale regelgeving
Artikel 8
[Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001]
Artikel 9
[Wijzigt het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965]
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip waarbij voor artikelen of onderdelen daarvan
terugwerkende kracht mogelijk is tot en met 1 januari 2009 met dien
verstande dat artikel 5 eerst toepassing vindt in het jaar 2010 en dat
de korting die wordt verleend op grond van artikel 16d, vijfde lid, van
het Bijdragebesluit zorg en artikel 4.1, vierde lid, van het Besluit
maatschappelijke ondersteuning zoals deze komen te luiden na
inwerkingtreding van dit besluit voor het jaar 2009 in een keer wordt
uitgekeerd in het tweede kwartaal van het jaar 2010.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tegemoetkoming chronisch
zieken en gehandicapten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 29 december 2008
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
J. Bussemaker
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
De Staatssecretaris van Financiën,
J.C. de Jager
Uitgegeven de dertigste december 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|