St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)

 

REGELING  TEGEMOETKOMING  CHRONISCH  ZIEKEN  EN  GEHANDICAPTEN

Tekst zoals deze geldt op 26 januari 2012

 

  
 

 

 
REGELING van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 december 2008, nr. DWJZ/SWW-2903108, houdende regels ter uitvoering van de Wet tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Regeling tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten)

     De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Staatssecretaris van Financiën;
     Gelet op de artikelen 5, vierde lid, 7, derde lid, 8, negende lid, van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b, c, d, e en f, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, artikel 6.17, eerste lid, onderdeel f en g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de artikelen 29, 31, eerste lid, onderdeel c, en 33, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964;

     Besluit:

 

 

Hoofdstuk 1. Tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten

 

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. zorgverzekeraar: een verzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet.

b. verzekerden: verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.

 

Artikel 1a

1. Als hulpmiddelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten die recht kunnen geven op een tegemoetkoming, worden aangewezen de hulpmiddelen, opgenomen in tabel 1 van bijlage 1, mits de desbetreffende hulpmiddelen in het jaar waarop de tegemoetkoming betreking heeft, voor rekening van de zorgverzekeraar zijn verkregen.

2. Als hulpmiddelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten die recht kunnen geven op een tegemoetkoming, worden aangewezen de hulpmiddelen, opgenomen in tabel 2 van bijlage 1, mits de desbetreffende hulpmiddelen in het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft of in de twee daaraan voorafgaande jaren voor rekening van de zorgverzekeraar zijn verkregen of gerepareerd.

 

Artikel 2

1. Als een chronische groep die recht geeft op een lage tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt aangemerkt een chronische groep waarbij de verzekerde in dat jaar:

a. een ATC vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar wordt aangemerkt;

b. een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als zwaar wordt aangemerkt;

c. een op grond van artikel 3 als zwaar aangemerkte ATC in combinatie met een op grond van artikel 3a als licht aangemerkte DBC vergoed kreeg; of

d. een op grond van artikel 3 als licht aangemerkte ATC in combinatie met een op grond van artikel 3a als zwaar aangemerkte DBC vergoed kreeg.

2. Als een chronische groep die geen recht geeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b of c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt aangemerkt een chronische groep waarbij de verzekerde in dat jaar:

a. een ATC vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt;

b. een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als licht wordt aangemerkt;

c. een op grond van artikel 3 als licht aangemerkte ATC in combinatie met een op grond van artikel 3a als licht aangemerkte DBC vergoed kreeg.

3. Als een chronische groep die recht geeft op een hoge tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt aangemerkt een chronische groep waarbij de verzekerde in dat jaar een op grond vanartikel 3 als zwaar aangemerkte ATC in combinatie met een op grond vanartikel 3a in het jaar voorafgaand aan dat jaar als zwaar aangemerkte DBC vergoed kreeg.

4. Binnen een chronische groep wordt slechts de als zwaarste aangemerkte DBC en de als zwaarste aangemerkte ATC die voor de betrokken verzekerde werd vergoed, betrokken bij de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming bij die chronische groep als bedoeld in het eerste tot en met derde lid.

 

Artikel 3

1. Als lichte ATC’s als bedoeld in artikel 2, worden aangewezen de ATC’s met de daarbij behorende minimumaantal verstrektegestandaardiseerde dagdoseringen, genoemd in tabel 1 vanbijlage 2, zoals deze luidde in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, betrekking heeft en die in de tabel als licht zijn aangemerkt.

2. Als zware ATC’s als bedoeld in artikel 2, worden aangewezen de ATC’s met de daarbij behorende minimumaantal verstrekte gestandaardiseerde dagdoseringen, genoemd in tabel 1 van bijlage 2, zoals deze luidde in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, betrekking heeft en die in de tabel als zwaar zijn aangemerkt.

3. Voor het bepalen van het aantal verstrekte gestandaardiseerde dagdoseringen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen ATC's binnen een chronische groep met eenzelfde grens voor het aantal verstrekte dagdoseringen waaraan voldaan moet worden en met eenzelfde weging, bij elkaar worden opgeteld.

 

Artikel 3a

1. Als lichte DBC’s als bedoeld in artikel 2, worden aangewezen de DBC’s, genoemd in tabel 2 van bijlage 2, zoals deze luidde in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, betrekking heeft en die in de tabel als licht zijn aangemerkt.

2. Als zware DBC’s als bedoeld in artikel 2, worden aangewezen de DBC’s, genoemd in tabel 2 van bijlage 2, zoals deze luidde in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, betrekking heeft en die in de tabel als zwaar zijn aangemerkt.

 

Artikel 4

Als revalidatiecentra als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten worden aangewezen de instellingen, genoemd in bijlage 3.

 

Artikel 5

Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, onder 2° en 3°, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, is: € 250,30.

 

Hoofdstuk 2. Het aanleveren en verwerken van persoonsgegevens

 

Artikel 6

1. Zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement en indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 3 van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, voor 1 juli van het kalenderjaar waarin de tegemoetkoming wordt uitgekeerd.

2. Gemeenten verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 3, vierde en vijfde lid, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, voor 1 maart van het kalenderjaar waarin de tegemoetkoming wordt uitgekeerd.

3. Stichtingen als bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, voor 15 april van het kalenderjaar waarin de tegemoetkoming wordt uitgekeerd.

 

Artikel 7

1. Persoonsgegevens die op grond van de wet worden verwerkt, worden door het CAK ingedeeld in verschillende beveiligingsklassen en de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens, zorgt dat voor deze beveiligingsklassen een passend beschermingsniveau wordt getroffen.

2. Bij het verwerken van persoonsgegevens op grond van de wet gaat het CAK periodiek na of de gebruikte systemen aanpassing behoeven teneinde het benodigde beveiligingsniveau te waarborgen.

 

Artikel 8

Onder het beschermingsniveau, bedoeld in artikel 7, eerste lid wordt in ieder geval verstaan dat:

a. het CAK een ieder die persoonsgegevens op grond van de wet verwerkt een afzonderlijke inlogcode met een daarbij behorend password geeft,

b. de inlogcode, bedoeld onder a, wordt gekoppeld aan specifieke bevoegdheden die door het CAK aan desbetreffende persoon zijn toebedeeld, en

c. bij het elektronisch verstrekken van persoonsgegevens tussen het CAK en de partijen, genoemd in artikel 3, eerste en derde lid, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten gegevens versleuteld en voorzien van een authenticatiecode worden verstrekt.

 

Artikel 9

Voor het verwerken van gegevens op grond van de wet wordt door het CAK een calamiteitenplan opgesteld, zodat bij calamiteiten het passend beschermingsniveau wordt gecontinueerd.

 

Artikel 10

1. Het CAK bewaart de persoonsgegevens die worden verwerkt op grond van de wet niet langer dan noodzakelijk, met een maximum van vijf jaren, en daarna worden de gegevens vernietigd.

2. In afwijking van het eerste lid mogen de gegevens, indien zij worden versleuteld en daardoor niet zijn te herleiden tot een persoon, worden bewaard met het oog op statistische doeleinden.

3. Het CAK registreert het verwerken van persoonsgegevens op grond van de wet en bewaart deze registratie gedurende vijf jaren.

 

Hoofdstuk 3. Begroting en jaarverantwoording van het CAK

 

Paragraaf 3.1. De begroting

 

Artikel 11

1. De begroting van de beheerskosten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet is gebaseerd op het prijspeil van het lopende jaar.

2. In de begroting van de beheerskosten worden de volgende kostensoorten en baten onderscheiden:

a. personele kosten,

b. huisvestingskosten,

c. automatiseringskosten,

d. bureaukosten,

e. overige kosten, en

f. baten.

3. De in het tweede lid genoemde groepen van kostensoorten en baten worden in de begroting van de beheerskosten zodanig uitgesplitst dat een goed beeld ontstaat van de samenstelling daarvan.

4. In de begroting wordt naast de begrote bedragen van het begrotingsjaar opgenomen:

a. het begrote bedrag van het lopende jaar,

b. het vermoedelijke beloop van het bedrag van het lopende jaar, en

c. het gerealiseerde bedrag van het jaar voorafgaand aan het lopende jaar.

5. In de meerjarenraming worden zoveel mogelijk de financiële gevolgen tot uitdrukking gebracht van hetgeen ten grondslag ligt aan de bedragen die zijn opgenomen in de begroting van de beheerskosten en worden de lasten en baten onderscheiden als genoemd in het tweede lid.

6. De begroting van de beheerskosten gaat vergezeld van een toelichting waarin:

a. wordt ingegaan op de voorgenomen werkzaamheden die leiden tot een wijziging van de hoogte van de beheerskosten ten opzichte van het voorafgaande jaar,

b. door middel van een tabel de relatie van de inzet van mensen, middelen en taken inzichtelijk wordt gemaakt,

c. wordt ingegaan op de voorgenomen wijzigingen in de regelgeving die leiden tot een mogelijke wijziging van de beheerskosten,

d. per begrotingspost, voor zover mogelijk, een cijfermatige specificatie en onderbouwing wordt gegeven, waarbij kosten van afschrijvingen, rentelasten en dotaties aan voorzieningen worden toegelicht,

e. de gevolgen voor de beheerskosten worden aangegeven ten aanzien van de werkzaamheden die vervallen ten opzichte van het voorafgaande jaar,

f. de investeringsplannen voor het begrotingsjaar en de vier daaropvolgende jaren worden vermeld, waarbij per investering wordt aangegeven welke afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn worden gehanteerd.

g. substantiële schommelingen in de meerjarenraming worden toegelicht, en

h. de gronden worden vermeld waarop de meerjarenraming is gebaseerd, waaronder een meerjarig overzicht van de geraamde ontwikkeling van de formatie, welke zoveel mogelijk is uitgesplitst naar de activiteiten en werkzaamheden, bedoeld in hettweede lid van artikel 12.

 

Artikel 12

1. De begroting van de beheerskosten gaat vergezeld van een werkprogramma.

2. Het werkprogramma bevat een zodanige beschrijving van de voorgenomen activiteiten dat een goed beeld kan worden gevormd van werkzaamheden die het CAK van plan is uit te gaan voeren, alsmede van de inzet van de beschikbare financiële en personele middelen.

 

Artikel 13

1. De begroting van de te verstrekken tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet geeft de omvang van het geraamde bedrag aan tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, weer.

2. In de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen tegemoetkomingen op grond van het eerste en het tweede lid van artikel 2 van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten alsmede tussen de in deze leden genoemde bedragen.

 

Paragraaf 3.2. De jaarverantwoording

 

Artikel 14

1. De jaarrekening, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de wet, bestaat uit de balans en de exploitatierekening, alsmede uit de toelichting op beide.

2. De inrichting van de exploitatierekening sluit aan op de inrichting van de begroting, bedoeld inartikel 11.

3. Indien kosten of baten, als bedoeld in artikel 11, tweede lid, zijn over-of onderschreden, wordt dit per soort kosten of baten nader toegelicht.

4. De inrichting van het jaarverslag, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wet sluit aan bij de indeling van het werkprogramma, bedoeld in artikel 12, tweede lid.

 

Artikel 15

1. De jaarrekening geeft de omvang van de egalisatiereserve voor het budget van de beheerskosten weer.

2. Uit de jaarrekening blijkt dat:

a. de omvang van deze egalisatiereserve maximaal 5% van het totale, vastgestelde begrotingsbedrag bedraagt,

b. het verschil tussen de begroting en de realisatie ten laste of ten bate komt van de egalisatiereserve voor zover daarmee 5% van het totale, vastgestelde begrotingsbedrag, bedoeld in onderdeel a, niet wordt overschreden.

3. In de toelichting op de jaarrekening wordt ingegaan op de mutaties in de egalisatiereserve.

4. Indien Onze Minister vaststelt dat de egalisatiereserve het gestelde maximum te boven gaat, kan hij besluiten dat het door hem vastgestelde bedrag van de overschrijding:

a. door het CAK binnen vier weken wordt terugstort naar de begroting van VWS, of

b. wordt verrekend met de bevoorschotting van de begroting van het lopende jaar.

5. Bij het eindigen van de verplichting van artikel 3, eerste lid, van de wet, stort het CAK het overschot van het budget voor het verstrekken van de tegemoetkomingen binnen vier weken terug naar de begroting van VWS.

6. Bij het eindigen van de verplichting van artikel 3, eerste lid, van de wet, stort het CAK bij de reguliere, jaarlijkse vaststelling van het beheerskostenbudget het te veel bevoorschotte bedrag aan beheerskosten en de dan vastgestelde egalisatiereserve terug naar de begroting van VWS.

 

Artikel 16

1. De jaarrekening geeft de omvang van de verstrekte tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, weer.

2. In de jaarrekening wordt onderscheid gemaakt tussen tegemoetkomingen op grond van het eerste en het tweede lid van artikel 2, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten alsmede tussen de in deze leden genoemde bedragen.

 

Hoofdstuk 4. Financiering zorgverzekeraars

 

Artikel 17

1. De vergoeding, bedoeld in artikel 5, vierde lid,onderdeel c, van de wet bedraagt voor het jaar 2010 per zorgverzekeraar het product van € 1.664.249 en het totaal aantal ingeschreven verzekerden bij die zorgverzekeraar, gedeeld door het aantal verzekerden.

2. Voor het aantal ingeschrevenen wordt uitgegaan van het aantal verzekerden in de maand mei van het desbetreffende kalenderjaar.

3. Indien op grond van de door een accountant goedgekeurde jaarrekening betreffende de uitvoeringskosten van de wet, blijkt dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, te hoog of te laag is vastgesteld, wordt dit bedrag gecorrigeerd voor de werkelijke kosten en verrekend met de vergoeding van het volgende kalenderjaar.

 

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

 

Artikel 18

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

2. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst wordt uitgegeven na 30 december 2008 treedt deze regeling, in afwijking van het eerste lid, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling is geplaatst.

3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, werken de artikelen 7, 8 en 9 terug tot en met 1 januari 2009.

 

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.

 

 

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Bussemaker
.

 

 

Bijlagen niet opgenomen

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wtcg | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x