| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet tegemoetkoming
chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)
REGELING
TEGEMOETKOMING CHRONISCH ZIEKEN EN GEHANDICAPTEN
Tekst zoals deze geldt op
28 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
REGELING van de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport van 23 december 2008, nr. DWJZ/SWW-2903108,
houdende regels ter uitvoering van de Wet tegemoetkoming voor chronisch
zieken en gehandicapten (Regeling tegemoetkoming chronisch zieken en
gehandicapten)
De
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de
Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op de artikelen 5, vierde lid, 7, derde
lid, 8, negende lid, van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en
gehandicapten, artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b, c,
d, e en f, van het Besluit tegemoetkoming chronisch
zieken en gehandicapten, artikel 6.17, eerste lid, onderdeel f en
g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de artikelen 29, 31,
eerste lid, onderdeel c, en 33, tweede lid, onderdeel a,
van de Wet op de loonbelasting 1964;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. zorgverzekeraar: een verzekeraar als bedoeld in artikel 1,
onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet.
b. verzekerden: verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel
d, van de Zorgverzekeringswet.
Artikel 1a
1. Als hulpmiddelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel
c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
die recht kunnen geven op een tegemoetkoming, worden aangewezen de
hulpmiddelen, opgenomen in tabel 1 van bijlage 1, mits de
desbetreffende hulpmiddelen in het jaar waarop de tegemoetkoming
betreking heeft, voor rekening van de zorgverzekeraar zijn verkregen.
2. Als hulpmiddelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel
c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
die recht kunnen geven op een tegemoetkoming, worden aangewezen de
hulpmiddelen, opgenomen in tabel 2 van bijlage 1, mits de
desbetreffende hulpmiddelen in het jaar waarop de tegemoetkoming
betrekking heeft of in de twee daaraan voorafgaande jaren voor
rekening van de zorgverzekeraar zijn verkregen of gerepareerd.
3. De hulpmiddelen bij een blijvende aandoening, bedoeld in artikel
2, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit tegemoetkoming chronisch
zieken en gehandicapten, die recht kunnen geven op een tegemoetkoming
als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, zijn de hulpmiddelen
opgenomen in tabel 3 van bijlage 1.
Artikel 2
1. Als een chronische groep die recht geeft op een lage
tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van
het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt
aangemerkt een in bijlage 2 opgenomen chronische groep waarbij de
verzekerde in dat jaar:
a. een ATC vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar
wordt aangemerkt;
b. een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als zwaar
wordt aangemerkt;
c. een op grond van artikel 3 als zwaar aangemerkte ATC in
combinatie met een op grond van artikel 3a als licht aangemerkte
DBC vergoed kreeg; of
d. een op grond van artikel 3 als licht aangemerkte ATC in
combinatie met een op grond van artikel 3a als zwaar aangemerkte
DBC vergoed kreeg.
2. Als een chronische groep die geen recht geeft op een
tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b of c,
van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt
aangemerkt een in bijlage 2 opgenomen chronische groep waarbij de
verzekerde in dat jaar:
a. een ATC vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht
wordt aangemerkt;
b. een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als licht
wordt aangemerkt;
c. een op grond van artikel 3 als licht aangemerkte ATC in
combinatie met een op grond van artikel 3a als licht aangemerkte
DBC vergoed kreeg.
3. Als een chronische groep die recht geeft op een hoge
tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van
het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt
aangemerkt een in bijlage 2 opgenomen chronische groep waarbij de
verzekerde in dat jaar een op grond vanartikel 3 als zwaar aangemerkte
ATC in combinatie met een op grond vanartikel 3a in het jaar
voorafgaand aan dat jaar als zwaar aangemerkte DBC vergoed kreeg.
4. Binnen een chronische groep wordt slechts de als zwaarste
aangemerkte DBC en de als zwaarste aangemerkte ATC die voor de
betrokken verzekerde werd vergoed, betrokken bij de bepaling van de
hoogte van de tegemoetkoming bij die chronische groep als bedoeld in
het eerste tot en met derde lid.
Artikel 3
1. Als lichte ATC’s als bedoeld in artikel 2, worden aangewezen
de in tabel 1 van bijlage 2 genoemde ATC’s met het in de tabel
daarbij vermelde minimumaantal verstrekte gestandaardiseerde
dagdoseringen, die in de tabel als licht zijn aangemerkt.
2. Als zware ATC’s worden aangewezen de in tabel 1 van bijlage 2
genoemde ATC’s met het daarbij in de tabel vermelde minimumaantal
verstrekte gestandaardiseerde dagdoseringen, die in de tabel als zwaar
zijn aangemerkt of waarbij in de tabel één receptregel als
gestandaardiseerde dagdosering is vermeld.
3. De voor een ATC geldende gestandaardiseerde dagdosering is de
daarbij in tabel 1 van bijlage 2 genoemde dosering.
4. In dit artikel wordt verstaan onder: tabel 1 van bijlage 2:
tabel 1 van bijlage 2 zoals die geldt voor het kalenderjaar waarop de
tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet,
betrekking heeft.
5. Voor het bepalen van het aantal verstrekte gestandaardiseerde
dagdoseringen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen ATC’s
binnen een chronische groep met eenzelfde grens voor het aantal
dagdoseringen waaraan voldaan moet worden en met eenzelfde weging, bij
elkaar worden opgeteld.
Artikel 3a
1. Als lichte DBC’s als bedoeld in artikel 2, worden aangewezen
de in tabel 2 van bijlage 2 genoemde DBC’s die in de tabel als licht
zijn aangemerkt.
2. Als zware DBC’s als bedoeld in artikel 2 worden aangewezen de
in tabel 2 van bijlage 2 genoemde DBC’s die in de tabel als zwaar
zijn aangemerkt.
3. In dit artikel wordt verstaan onder tabel 2 van bijlage 2: tabel
2 van bijlage 2 zoals die gold voor het kalenderjaar voorafgaande aan
het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2,
eerste lid, van de wet, betrekking heeft.
Artikel 4
Als revalidatiecentra als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel
e, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
worden aangewezen de instellingen, genoemd in bijlage 3.
Artikel 5
1. Het aantal behandelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel f, onder 2° en 3°, van het Besluit tegemoetkoming
chronisch zieken en gehandicapten, bedraagt 96.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, onder
2° en 3°, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en
gehandicapten, is: € 2862,72.
Hoofdstuk 2. Het aanleveren en verwerken van persoonsgegevens
Artikel 6
1. Zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de
Zorgverzekeringswet, de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste
lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement en indicatieorganen
als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 3 van het Besluit
tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, voor 1 juli van het
kalenderjaar waarin de tegemoetkoming wordt uitgekeerd.
2. Gemeenten verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 3, vierde
en vijfde lid, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en
gehandicapten, voor 1 maart van het kalenderjaar waarin de
tegemoetkoming wordt uitgekeerd.
3. Stichtingen als bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, verstrekken de gegevens, bedoeld
in artikel 3, zesde lid, van het Besluit tegemoetkoming chronisch
zieken en gehandicapten, voor 15 april van het kalenderjaar waarin de
tegemoetkoming wordt uitgekeerd.
Artikel 7
1. Persoonsgegevens die op grond van de wet worden verwerkt, worden
door het CAK ingedeeld in verschillende beveiligingsklassen en de
verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet
bescherming persoonsgegevens, zorgt dat voor deze beveiligingsklassen
een passend beschermingsniveau wordt getroffen.
2. Bij het verwerken van persoonsgegevens op grond van de wet gaat
het CAK periodiek na of de gebruikte systemen aanpassing behoeven
teneinde het benodigde beveiligingsniveau te waarborgen.
Artikel 8
Onder het beschermingsniveau, bedoeld in artikel 7, eerste lid wordt
in ieder geval verstaan dat:
a. het CAK een ieder die persoonsgegevens op grond van de wet
verwerkt een afzonderlijke inlogcode met een daarbij behorend
password geeft,
b. de inlogcode, bedoeld onder a, wordt gekoppeld aan specifieke
bevoegdheden die door het CAK aan desbetreffende persoon zijn
toebedeeld, en
c. bij het elektronisch verstrekken van persoonsgegevens tussen
het CAK en de partijen, genoemd in artikel 3, eerste en derde lid,
van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
gegevens versleuteld en voorzien van een authenticatiecode worden
verstrekt.
Artikel 9
Voor het verwerken van gegevens op grond van de wet wordt door het
CAK een calamiteitenplan opgesteld, zodat bij calamiteiten het passend
beschermingsniveau wordt gecontinueerd.
Artikel 10
1. Het CAK bewaart de persoonsgegevens die worden verwerkt op grond
van de wet niet langer dan noodzakelijk, met een maximum van vijf
jaren, en daarna worden de gegevens vernietigd.
2. In afwijking van het eerste lid mogen de gegevens, indien zij
worden versleuteld en daardoor niet zijn te herleiden tot een persoon,
worden bewaard met het oog op statistische doeleinden.
3. Het CAK registreert het verwerken van persoonsgegevens op grond
van de wet en bewaart deze registratie gedurende vijf jaren.
Hoofdstuk 3 [Vervallen per 01-01-2013]
Paragraaf 3.1 [Vervallen per 01-01-2013]
Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2013]
Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2013]
Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2013]
Paragraaf 3.2 [Vervallen per 01-01-2013]
Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2013]
Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2013]
Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2013]
Hoofdstuk 4. Financiering zorgverzekeraars
Artikel 17
1. De vergoeding, bedoeld in artikel 5, vierde lid, onderdeel c,
van de wet bedraagt voor het jaar 2011 per zorgverzekeraar het product
van € 256.000 en het totaal aantal ingeschreven verzekerden bij die
zorgverzekeraar, gedeeld door het aantal verzekerden.
2. Voor het aantal ingeschrevenen wordt uitgegaan van het aantal
verzekerden in de maand mei van het desbetreffende kalenderjaar.
3. Indien op grond van de door een accountant goedgekeurde
jaarrekening betreffende de uitvoeringskosten van de wet, blijkt dat
het bedrag, bedoeld in het eerste lid, te hoog of te laag is
vastgesteld, wordt dit bedrag gecorrigeerd voor de werkelijke kosten
en verrekend met de vergoeding van het volgende kalenderjaar.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 18
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.
2. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst
wordt uitgegeven na 30 december 2008 treedt deze regeling, in
afwijking van het eerste lid, in werking met ingang van de tweede dag
na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling is
geplaatst.
3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, werken de artikelen 7,
8 en 9 terug tot en met 1 januari 2009.
Artikel 19
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming chronisch
zieken en gehandicapten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Bussemaker.
Bijlagen niet opgenomen
|
|
|