St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen

 

BESLUIT  REFERENTIENIVEAUS  NEDERLANDSE  TAAL  EN  REKENEN

Tekst zoals deze geldt op 22 januari 2012

 

  
 

 

 
BESLUIT van 17 juni 2010, houdende vaststelling van referentieniveaus Nederlandse taal en referentieniveaus rekenen (Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 8 april 2010, nr. WJZ/199346 (2702), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
     Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
     De Raad van State gehoord (advies van 28 april 2010, nr. W05.10.0122/I);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 14 juni 2010, nr. WJZ/211307 (2702), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

WPO: Wet op het primair onderwijs;

WEC: Wet op de expertisecentra;

WVO: Wet op het voortgezet onderwijs, en

WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs.

 

Artikel 2. Referentieniveaus Nederlandse taal

Voor de hierna genoemde onderwijssoorten worden de volgende referentieniveaus Nederlandse taal, zoals opgenomen in bijlage 1 van dit besluit, vastgesteld:

a. het basisonderwijs, bedoeld in de WPO: de referentieniveaus 1F en 2F;

b. het speciaal onderwijs, bedoeld in de WEC: de referentieniveaus 1F en 2F;

c. het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel a, van de WVO: het referentieniveau 4F;

d. het hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de WVO: het referentieniveau 3F;

e. het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de WVO: het referentieniveau 2F;

f. het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de WVO: het referentieniveau 2F;

g. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van de WVO: het referentieniveau 1F;

h. de assistentopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel a, van de WEB: het referentieniveau 2F, met uitzondering van het onderdeel Fictionele, narratieve en literaire teksten;

i. de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel b, van de WEB: het referentieniveau 2F, met uitzondering van het onderdeel Fictionele, narratieve en literaire teksten;

j. de vakopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel c, van de WEB: het referentieniveau 2F, met uitzondering van het onderdeel Fictionele, narratieve en literaire teksten;

k. de middenkaderopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel d, van de WEB: het referentieniveau 3F, met uitzondering van het onderdeel Fictionele, narratieve en literaire teksten, en

l. de specialistenopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel e, van de WEB: het referentieniveau 3F, met uitzondering van het onderdeel Fictionele, narratieve en literaire teksten.

 

Artikel 3. Referentieniveaus rekenen

Voor de hierna genoemde onderwijssoorten worden de volgende referentieniveaus rekenen, zoals opgenomen in bijlage 2 van dit besluit, vastgesteld:

a. het basisonderwijs, bedoeld in de WPO: de referentieniveaus 1F en 1S;

b. het speciaal onderwijs, bedoeld in de WEC: de referentieniveaus 1F en 1S;

c. het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel a, van de WVO: het referentieniveau 3F;

d. het hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de WVO: het referentieniveau 3F;

e. het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de WVO: het referentieniveau 2F;

f. het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de WVO: het referentieniveau 2F;

g. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van de WVO: het referentieniveau 1F;

h. de assistentopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel a, van de WEB: het referentieniveau 2F;

i. de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel b, van de WEB: het referentieniveau 2F;

j. de vakopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel c, van de WEB: het referentieniveau 2F;

k. de middenkaderopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel d, van de WEB: het referentieniveau 3F, en

l. de specialistenopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel e, van de WEB: het referentieniveau 3F.

 

Artikel 4. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2 van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt.

 

Artikel 5. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 17 juni 2010

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
A. Rouvoet

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg

 

Uitgegeven de achtste juli 2010
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

Bijlagen niet opgenomen

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x