|
BESLUIT van 17 juni 2010, houdende vaststelling van referentieniveaus
Nederlandse taal en referentieniveaus rekenen (Besluit
referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 8 april 2010, nr. WJZ/199346
(2702), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet
referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
De Raad van State gehoord (advies van 28 april
2010, nr. W05.10.0122/I);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 14 juni 2010,
nr. WJZ/211307 (2702), directie Wetgeving en Juridische Zaken,
uitgebracht mede namens Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
WPO: Wet op het primair onderwijs;
WEC: Wet op de expertisecentra;
WVO: Wet op het voortgezet onderwijs, en
WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs.
Artikel 2. Referentieniveaus Nederlandse taal
Voor de hierna genoemde onderwijssoorten worden de volgende
referentieniveaus Nederlandse taal, zoals opgenomen in bijlage 1 van dit
besluit, vastgesteld:
a. het basisonderwijs, bedoeld in de WPO: de referentieniveaus 1F en 2F;
b. het speciaal onderwijs, bedoeld in de WEC: de referentieniveaus 1F en
2F;
c. het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 5,
onderdeel a, van de WVO: het referentieniveau 4F;
d. het hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 5,
onderdeel b, van de WVO: het referentieniveau 3F;
e. het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 5,
onderdeel b, van de WVO: het referentieniveau 2F;
f. het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel
c, van de WVO: het referentieniveau 2F;
g. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van de WVO:
het referentieniveau 1F;
h. de assistentopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel a, van de
WEB: het referentieniveau 2F, met uitzondering van het onderdeel
Fictionele, narratieve en literaire teksten;
i. de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel b, van
de WEB: het referentieniveau 2F, met uitzondering van het onderdeel
Fictionele, narratieve en literaire teksten;
j. de vakopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel c, van de WEB:
het referentieniveau 2F, met uitzondering van het onderdeel Fictionele,
narratieve en literaire teksten;
k. de middenkaderopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel d, van
de WEB: het referentieniveau 3F, met uitzondering van het onderdeel
Fictionele, narratieve en literaire teksten, en
l. de specialistenopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel e, van
de WEB: het referentieniveau 3F, met uitzondering van het onderdeel
Fictionele, narratieve en literaire teksten.
Artikel 3. Referentieniveaus rekenen
Voor de hierna genoemde onderwijssoorten worden de volgende
referentieniveaus rekenen, zoals opgenomen in bijlage 2 van dit besluit,
vastgesteld:
a. het basisonderwijs, bedoeld in de WPO: de referentieniveaus 1F en 1S;
b. het speciaal onderwijs, bedoeld in de WEC: de referentieniveaus 1F en
1S;
c. het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 5,
onderdeel a, van de WVO: het referentieniveau 3F;
d. het hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 5,
onderdeel b, van de WVO: het referentieniveau 3F;
e. het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 5,
onderdeel b, van de WVO: het referentieniveau 2F;
f. het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel
c, van de WVO: het referentieniveau 2F;
g. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van de WVO:
het referentieniveau 1F;
h. de assistentopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel a, van de
WEB: het referentieniveau 2F;
i. de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel b, van
de WEB: het referentieniveau 2F;
j. de vakopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel c, van de WEB:
het referentieniveau 2F;
k. de middenkaderopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel d, van
de WEB: het referentieniveau 3F, en
l. de specialistenopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel e, van
de WEB: het referentieniveau 3F.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2 van de
Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt.
Artikel 5. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit referentieniveaus Nederlandse
taal en rekenen.
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in
het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 17 juni 2010
BEATRIX
De Staatssecretaris van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap,
J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart
De Minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap,
A. Rouvoet
De Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit,
G. Verburg
Uitgegeven de achtste juli 2010
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Bijlagen niet opgenomen
|