| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet strategische
diensten (Wsd)
UITVOERINGSREGELING
STRATEGISCHE DIENSTEN
Tekst zoals deze geldt op
13 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie van 7 november 2011, nr. WJZ/11158559, houdende regels ter
uitvoering van de Wet strategische diensten (Uitvoeringsregeling
strategische diensten)
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Landbouw en Innovatie;
Gelet op Verordening (EG) nr. 428/2009 van de
Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor
controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer
van producten voor tweeërlei gebruik (PbEU 2009, L 134) en de
artikelen 7, derde lid, onderdeel b, en vierde lid, 10, derde
lid, 14, tweede lid, 23, derde lid, onderdeel b, en vierde lid,
24, vierde lid, en 25, tweede lid, van de Wet strategische diensten;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– ERA: het Europees Ruimte Agentschap in Noordwijk, opgericht
bij het Verdrag tot oprichting van het Europees Ruimte Agentschap (Trb.
1990, 43);
– gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen: de lijst
van goederen waarop Gemeenschappelijk standpunt 2008/944/GBVB van de
Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke
voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen
en technologie van toepassing is;
– globale vergunning: een vergunning die wordt verleend aan een
dienstverlener voor het verlenen van een categorie van diensten aan
een of meer met naam genoemde afnemers in een of meer landen die
geen deel uitmaken van de Europese Unie;
– individuele vergunning: een vergunning die wordt verleend aan
een dienstverlener voor het verlenen van bepaalde diensten aan één
afnemer in een land dat geen deel uitmaakt van de Europese Unie;
– inspecteur: de Algemeen Directeur Douane;
– Joint Force Command Brunssum: het te Brunssum gevestigde
hoofdkwartier, bedoeld in de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der
Nederlanden en het Algemeen Hoofdkwartier van de Geallieerde
Mogendheden in Europa inzake de bijzondere voorwaarden die
toepasselijk zijn op de vestiging en het functioneren van
internationale militaire hoofdkwartieren binnen het Europese
grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden (Trb. 1964, 131);
– NAVO-strijdkrachten: de strijdkrachten van een vreemde
mogendheid, die partij is bij het Noord-Atlantisch Verdrag (Stb. J
335);
– minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie;
– wet: de Wet strategische diensten.
Artikel 2
Voor de toepassing van de artikelen 7, derde lid, onderdeel b, en 23,
derde lid, onderdeel b, van de wet worden de volgende landen aangewezen:
Afghanistan, Angola, Belarus, Birma/Myanmar, Congo, Egypte, Eritrea,
Guinee, India, Irak, Iran, Israël, Ivoorkust, Libanon, Liberia, Libië,
Noord-Korea, Pakistan, Soedan, Somalië, Syrië, Zimbabwe, Zuid-Soedan.
Artikel 3
1. De mededeling omtrent tussenhandeldiensten, bedoeld in artikel
7, onderscheidenlijk artikel 23 van de wet, wordt schriftelijk gedaan
en wordt gezonden naar de inspecteur.
2. De mededeling bevat:
a. de naam en het adres van degene die de mededeling doet;
b. de naam en het adres van de afnemer of de afnemers van de
tussenhandeldiensten;
c. de aard van de dienstverlening;
d. de beschrijving van de goederen voor tweeërlei gebruik
waarop de tussenhandeldiensten betrekking hebben, met vermelding
van de omschrijving en het postnummer daarvan overeenkomstig
bijlage I bij verordening 428/2009, en de hoeveelheid van deze
goederen;
e. het land of de landen van herkomst en het land of de landen
van bestemming, met inbegrip van de eindbestemming, van de
goederen waarop de tussenhandeldiensten betrekking hebben;
f. informatie over het eindgebruik en de eindgebruiker of de
eindgebruikers van de goederen waarop de tussenhandeldiensten
betrekking hebben.
3. De mededeling wordt gedaan uiterlijk twee weken voordat de
dienstverlening plaatsvindt.
Artikel 4
1. Artikel 10, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op
tussenhandeldiensten militaire goederen die betrekking hebben op:
a. militaire goederen, bestemd voor gebruik door de Nederlandse
strijdkrachten;
b. militaire goederen, eigendom van en bestemd voor gebruik
door NAVO-strijdkrachten of het Joint Force Command in Brunssum;
c. militaire goederen, eigendom van ERA;
d. militaire voertuigen die worden gebruikt door vreemde
strijdkrachten bij gelegenheden als staats- of
beleefdheidsbezoeken, vlootschouwen of luchtvaartmanifestaties.
2. Het eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, voor zover het
gebruik door NAVO-strijdkrachten betreft, en d, is van overeenkomstige
toepassing in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 5
1. Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 14,
eerste lid, van de wet wordt gedaan door de dienstverlener en
ingediend bij de inspecteur.
2. De aanvraag bevat:
a. de naam en het adres van de afnemer of de afnemers van de
door de aanvrager te verrichten diensten;
b. de aard van de dienstverlening;
c. de beschrijving van de militaire goederen, programmatuur of
technologie of de goederen voor tweeërlei gebruik waarop de
diensten betrekking hebben, in voorkomend geval met vermelding van
de omschrijving en het postnummer daarvan overeenkomstig de
gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen
onderscheidenlijk bijlage I bij verordening 428/2009, en de
hoeveelheid en de waarde van deze goederen;
d. het land of de landen van herkomst van de goederen waarop de
diensten betrekking hebben, de plaats in het land of de landen
waar deze goederen zich ten tijde van de aanvraag bevinden, en het
land of de landen van bestemming, met inbegrip van de
eindbestemming, van deze goederen;
e. informatie over het eindgebruik en de eindgebruiker of de
eindgebruikers van de goederen waarop de tussenhandeldiensten
betrekking hebben.
3. De vergunning, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet,
heeft het karakter van een individuele vergunning of een globale
vergunning.
4. Aan een vergunning als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de
wet kan ten minste als voorschrift worden verbonden dat de diensten
waarop de vergunning betrekking heeft, binnen een bij de vergunning te
bepalen termijn verleend worden.
5. Het eerste tot en met vierde lid is van toepassing in Bonaire,
Sint Eustatius en Saba.
Artikel 6
De Sanctieregeling tussenhandeldiensten 2009 wordt ingetrokken.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling strategische
diensten.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 7 november 2011.
De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
H. Bleker.
|
|
|