|
MEMORIE VAN TOELICHTING
Relevante
overige regelgeving:
- Ziektewet
Inhoudsopgave
Wet TZ
| Hoofdstuk
I |
Wetten
op het terrein van de sociale zekerheid |
artt.
I - XIII |
| Hoofdstuk
II |
Burgerlijk
Wetboek |
art.
XIV |
| Hoofdstuk
III |
Regeling
voor het overheidspersoneel |
art.
XV |
| Hoofdstuk
IV |
Overgangs-
en slotbepalingen |
artt.
XVI - XXIV |
| xxxxxxxxxxx| |
|
xxxxxxxxxxxx|| |
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1993-1993, 22 899.
Handelingen II 1992-1993, blz.
5073-5131, 5162-5170, 5172-5228, 5236-5238, 5400-5401, 5406.
Kamerstukken I 1992-1993, 22 899
(293); 1993-1994, 22 899 (83, 83a, 83b, 83c, 83d, 83e, 83f).
Handelingen I 1993-1994, zie
vergaderingen d.d. 14, 15 en 21 december.
Geschiedenis:
Staatsblad 1993, 750; Staatsblad 1994, 916; Staatsblad 1995,
560; Staatsblad 1995, 691;
Staatsblad
1996, 134; Staatsblad 1997, 96;
Staatsblad 1997,
162; Staatsblad 1997, 768;
Staatsblad
2001, 568; Staatsblad 2001,
628; Staatsblad 2003, 555;
Staatsblad 2004, 311; Staatsblad
2005, 37; Staatsblad 2005, 65;
Staatsblad
2005, 573; Staatsblad
2005, 708.
WET
van 22 december 1993, Stb. 1993, 750, tot wijziging van de Ziektewet, het
Burgerlijk
Wetboek en enkele andere wetten, alsmede het treffen van een regeling
voor het overheidspersoneel, in verband met terugdringing van het
ziekteverzuim (Wet
terugdringing ziekteverzuim). Inwerkingtreding: 1 januari 1994 en 1
juli 1994 (Stb.
1993, 751).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods,
Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen
lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is door een
vergroting van de financiële betrokkenheid van werkgevers en werknemers
in de marktsector en bij de overheid het ziekteverzuim terug te dringen
en daartoe de Ziektewet,
het Burgerlijk
Wetboek en enkele andere wetten te wijzigen en een
regeling te treffen voor het overheidspersoneel;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
I
Wetten op
het terrein van de sociale zekerheid
Art.
I. [Wijziging ZW] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
De Ziektewet
(Stb. 1987, 88) wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 19 wordt, onder
vernummering van het tweede lid tot derde lid, een nieuw tweede lid
ingevoegd, luidende:
-2. De vrouwelijke verzekerde
heeft in verband met haar bevalling recht op ziekengeld overeenkomstig
het bij of krachtens deze wet bepaalde.
B. [MvT]
In artikel 21 wordt "de
artikelen 57 en 64" vervangen door:
artikel 64.
C. [MvT]
In artikel 28 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. De verzekerde is bij
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte
verplicht, zo dikwijls dit nodig wordt geoordeeld, zich te onderwerpen aan een
geneeskundig onderzoek door een door de bedrijfsvereniging
aangewezen geneeskundige, zich op last van de geneeskundige tot het
ondergaan van zodanig onderzoek te laten opnemen in de hem aangewezen
inrichting en in het algemeen de voorschriften van de
geneeskundige die ertoe strekken om een geneeskundig onderzoek mogelijk te
maken, op te volgen.
2. In het tweede lid wordt "Het bestuur der
bedrijfsvereniging" vervangen door: De
bedrijfsvereniging.
3. In het derde lid wordt "De verzekerde, bedoeld in het eerste
lid," vervangen door: De
verzekerde.
4. In het vierde lid wordt
de eerste volzin vervangen door: De voor de verzekerde aan een
geneeskundig onderzoek verbonden kosten worden aan hem door de bedrijfsvereniging vergoed.
D. [MvT]
De artikelen 29 en 29a
worden vervangen door de volgende drie artikelen:
Art. 29. [MvT]
-1. Het ziekengeld bedraagt
70% van het dagloon van de verzekerde.
-2. Het ziekengeld wordt
uitgekeerd over iedere dag van de ongeschiktheid tot werken,
doch niet over de zaterdagen en de zondagen en - behoudens het vijfde tot en met achtste lid - niet over een
periode van zes weken, te rekenen vanaf de eerste dag van de
ongeschiktheid tot werken.
-3. Als eerste dag van de ongeschiktheid tot werken geldt de eerste
werkdag waarop wegens ziekte niet is
gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. De Sociale
Verzekeringsraad kan voor bijzondere gevallen regels stellen inzake
welke dag als eerste werkdag wordt aangemerkt.
-4. Voor het bepalen van het tijdvak waarover in verband met het tweede
lid en het vijfde tot en met zevende lid geen ziekengeld wordt
uitgekeerd, worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld
indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken
opvolgen.
-5. Het ziekengeld van de
verzekerde die in dienstbetrekking staat tot een werkgever die in een
kalenderjaar aan de werknemers die tot hem in dienstbetrekking stonden
tezamen minder loon heeft betaald dan vijftienmaal de gemiddelde loonsom
per werknemer, wordt - behoudens het zesde en zevende lid -
uitgekeerd na verstrijken van een periode van twee weken, te rekenen vanaf de
eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-6. Het ziekengeld van de
verzekerde van wie de arbeidsverhouding op grond van artikel 4 of
5,
met uitzondering van artikel 4, eerste lid, onderdeel
e, als dienstbetrekking wordt beschouwd, het ziekengeld van
degene wiens aanspraak
berust op het bepaalde in artikel 46, alsmede het ziekengeld van de
vrijwillig verzekerde die niet in dienstbetrekking staat tot een werkgever,
worden uitgekeerd vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken.
-7. Het ziekengeld van de
verzekerde van wie de dienstbetrekking binnen het in het tweede lid
genoemde tijdvak van zes weken eindigt, wordt - behoudens een eerdere aanspraak op grond van het vijfde lid -
uitgekeerd vanaf de eerste
dag van de ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is
geëindigd, doch niet eerder dan vanaf de derde dag van de ongeschiktheid
tot werken.
-8. Het ziekengeld van de
verzekerde die op grond van artikel 7 als werknemer wordt beschouwd,
wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-9. Geen ziekengeld wordt
uitgekeerd op en na de eerste dag van de maand waarin de verzekerde
de leeftijd van 65 jaar bereikt.
-10. Geen ziekengeld wordt
uitgekeerd nadat een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, te
rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
Voor het bepalen van dit tijdvak worden tijdvakken van ongeschiktheid
tot werken samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van
minder dan vier weken opvolgen.
-11. Ter uitvoering van het
vijfde lid stelt de bedrijfsvereniging voor de groep of groepen van bij
haar aangesloten werkgevers de gemiddelde loonsom per werknemer in een
kalenderjaar vast. De gemiddelde loonsom wordt berekend met toepassing
van het maximumdagloon op grond van artikel 9,
eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering.
-12. Van haar beslissing of
een werkgever al dan niet een werkgever is als bedoeld in het vijfde
lid, informeert de bedrijfsvereniging hem schriftelijk:
a. bij de eerste gelegenheid
dat zij beslist om het ziekengeld van werknemers die tot hem in
dienstbetrekking staan, in een kalenderjaar uit te keren na het verstrijken
van het in het tweede lid genoemde tijdvak van zes weken of het in het vijfde lid
genoemde tijdvak van twee weken;
b. bij elke herziening van
de onder a bedoelde beslissing; en
c. op diens verzoek.
-13. De werkgever die een
kennisgeving heeft ontvangen als bedoeld in het twaalfde lid, deelt de
inhoud mee aan de werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan.
-14. Met betrekking tot het
bepaalde in het vijfde en elfde lid kan de Sociale Verzekeringsraad
nadere regels stellen.
Art. 29a. [MvT]
-1. De vrouwelijke verzekerde
heeft in verband met haar bevalling recht op ziekengeld ter hoogte van
haar dagloon gedurende ten minste zestien weken.
-2. Het ziekengeld in verband
met bevalling wordt uitgekeerd over iedere dag vanaf de
eerste dag dat de bevalling blijkens een verklaring van een
geneeskundige of van een verloskundige, aangevend de vermoedelijke datum van
de bevalling, binnen zes weken is te verwachten, of vanaf de
latere dag dat de vrouwelijke verzekerde aanspraak wenst te maken op
dat ziekengeld, doch niet later dan vanaf de eerste dag waarop de
bevalling binnen vier weken is te verwachten.
-3. De vrouwelijke verzekerde heeft
recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon indien zij voorafgaand
aan de dag waarop zij aanspraak maakt op het ziekengeld in verband met
bevalling, ongeschikt wordt tot het verrichten van haar arbeid en die
ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de zwangerschap.
-4. De
vrouwelijke verzekerde meldt de dag waarop zij aanspraak maakt op het
ziekengeld in verband met haar bevalling aan de werkgever zo spoedig
mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag. De
werkgever meldt dit zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later
dan op de derde dag, aan de bedrijfsvereniging. Indien de vrouwelijke
verzekerde geen werkgever heeft als bedoeld in paragraaf
3 ¹ van deze wet, meldt de verzekerde de dag waarop zij aanspraak
maakt op het ziekengeld in verband met haar bevalling aan de
bedrijfsvereniging die met de uitvoering is belast.
-5. Het ziekengeld in verband met bevalling wordt uitgekeerd tot en met
zestien weken na de dag waarop de bevalling plaatsvond, verminderd met
het aantal dagen waarover ziekengeld is uitgekeerd of door toepassing
van artikel 31, tweede lid, geen ziekengeld
is ontvangen, in de periode vanaf de eerste dag waarop de bevalling
binnen zes weken was te verwachten tot en met de vermoedelijke datum van
de bevalling of, indien eerder gelegen, tot en met de werkelijke datum
van de bevalling.
-6. De vrouwelijke verzekerde die in de periode waarin zij aanspraak had
kunnen maken op ziekengeld in verband met bevalling, wegens ziekte
ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid, heeft recht op
ziekengeld ter hoogte van haar dagloon. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd
vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-7. Nadat het recht op
ziekengeld in verband met bevalling is geëindigd, heeft de
vrouwelijke verzekerde indien zij aansluitend ongeschikt is tot het
verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de
bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld
ter hoogte van haar dagloon zolang die ongeschiktheid duurt, doch
ten hoogste gedurende 52 aaneengesloten weken. Dit ziekengeld wordt
uitgekeerd vanaf de eerste dag nadat het recht op ziekengeld in
verband met bevalling is geëindigd.
-8. Artikel 29, tiende lid,
en artikel 30 blijven buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke
verzekerde die op grond van dit artikel recht heeft op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon
-9. Perioden waarover het
ziekengeld in verband met bevalling wordt uitgekeerd, worden bij de
toepassing van artikel 29, vierde en tiende lid, samengeteld met perioden van
ongeschiktheid tot werken.
Art. 29b. [MvT]
-1. Het ziekengeld, bedoeld
in artikel 29, van de werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan zijn
dienstbetrekking recht had op een uitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990, 127) of de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) wordt over perioden van
ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn gelegen in de drie
jaren na aanvang van de dienstbetrekking, op verzoek van de werkgever
gesteld op het dagloon, met dien verstande dat het ziekengeld niet meer
kan bedragen dan de aanspraak van de werknemer op het loon dat de
werkgever verschuldigd zou zijn indien daarop geen ziekengeld in
mindering zou zijn gebracht.
-2. In afwijking van artikel 29, tweede, vijfde en zesde lid, wordt het ziekengeld van de in het
eerste lid bedoelde werknemer uitgekeerd vanaf de eerste dag waarop de werknemer aanspraak zou kunnen maken op
loon indien daarop geen
ziekengeld in mindering zou zijn gebracht.
-3. Dit artikel is niet van
toepassing, wanneer:
a. de werknemer jegens de
werkgever bij ongeschiktheid tot werken wegens ziekte geen aanspraak
op betaling van loon kan maken;
b. er sprake is van een
dienstbetrekking krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967,
687).
E. [MvT]
In artikel 30, tweede lid,
wordt "de werknemer" vervangen door: de werknemer die aanspraak
maakt op ziekengeld.
F. [MvT]
In artikel 31 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid wordt
de zinsnede "De verzekerde die gedurende de ongeschiktheid tot werken
wegens ziekte loon, inkomsten uit arbeid anders dan in dienstbetrekking of ouderdomspensioen
ontvangt"
vervangen door: De
verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld en tevens loon, inkomsten uit
arbeid anders dan in dienstbetrekking of ouderdomspensioen ontvangt.
2. In het derde lid wordt
de zinsnede "indien en voor zover deze ook reeds onmiddellijk
voorafgaande aan de dag met ingang waarvan het ziekengeld werd toegekend,
werden verworven" vervangen door: voor zover deze ook reeds werden
verworven onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van de
ongeschiktheid tot werken wegens ziekte of de dag met ingang waarvan het
ziekengeld in verband met bevalling werd toegekend.
G. [MvT]
In artikel 35 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het vijfde lid wordt "artikel
29, tweede lid, tweede volzin," vervangen door: artikel
29,
negende lid,.
2. In het achtste lid
wordt "omtrent de uitkeringsduur in het tweede lid van artikel
29"
vervangen door: in artikel 29, negende en tiende lid,.
H. [MvT]
In artikel 36 wordt "artikel
29, derde lid, eerste volzin," vervangen door: artikel
29, tweede lid
en vijfde tot en met zevende lid,.
I. [MvT]
In artikel 37 wordt het
eerste lid vervangen door:
-1. De bedrijfsvereniging is
bevoegd verzekerden bij ongeschiktheid tot het verrichten van hun
arbeid wegens ziekte op te roepen en te ondervragen op plaats, dag en
uur, door haar te bepalen.
J. [MvT]
De artikelen 38 en 39 worden
vervangen door de volgende vier artikelen:
Art. 38. [MvT]
-1. De verzekerde is in geval van
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte
verplicht dit zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op
de tweede dag van die ongeschiktheid, te melden aan zijn werkgever of,
indien de verzekerde geen werkgever heeft als bedoeld in paragraaf
3 ¹ van deze wet, aan de bedrijfsvereniging die met de uitvoering
is belast.
-2. De werkgever die niet op grond
van artikel 10a van de Organisatiewet Sociale Verzekering het
risico van de ziekengeldverzekering zelf draagt, meldt, na ontvangst van
de in het eerste lid bedoelde melding, aan de bedrijfsvereniging zo
spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de derde dag van
de ongeschiktheid tot werken, de eerste werkdag waarop de verzekerde
wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
-3. Indien de verzekerde, na een ziekmelding als bedoeld in het tweede
lid, weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, meldt de
werkgever aan de bedrijfsvereniging zo spoedig mogelijk, doch in elk
geval niet later dan op de tweede dag van die geschiktheid, de eerste
dag waarop de verzekerde weer geschikt is tot het verrichten van zijn
arbeid.
-4. Indien de werkgever een verplichting als bedoeld in het tweede lid
niet nakomt en de bedrijfsvereniging keert ziekengeld uit, kan de
bedrijfsvereniging aan de werkgever een bedrag in rekening brengen dat
wordt berekend door het aantal dagen waarop de werkgever niet aan die
verplichting heeft voldaan, doch ten hoogste 27 dagen, te vermenigvuldigen
met ten hoogste het dagloon van de verzekerde.
-5. Indien de werkgever een verplichting als bedoeld in het derde lid
niet nakomt en de bedrijfsvereniging keert ziekengeld uit, kan de
bedrijfsvereniging aan de werkgever een bedrag in rekening brengen dat
wordt berekend door het aantal dagen waarop de werkgever niet aan die
verplichting heeft voldaan te vermenigvuldigen met ten hoogste het
dagloon van de verzekerde.
-6. De Sociale Verzekeringsraad kan nadere regels stellen met betrekking
tot het bepaalde in het vierde en vijfde lid.
Art. 39. [MvT]
-1. De bedrijfsvereniging
verricht bij verzekerden van wie op grond van artikel 38 een aangifte van
een ziekte of een ziekmelding is ontvangen, controle op het bestaan van
ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte en zij
beoordeelt bij gebleken ongeschiktheid of de werkgever zijn taak met
betrekking tot verzuimbegeleiding op adequate wijze uitoefent.
-2. De bedrijfsvereniging
stelt ter uitvoering van het eerste lid controlevoorschriften vast. Deze
voorschriften behoeven de goedkeuring van de Sociale Verzekeringsraad.
-3. De bedrijfsvereniging is
bevoegd haar controlebevindingen mee te delen aan de werkgever tot
wie de aan controle onderworpen werknemer in dienstbetrekking staat.
Zij deelt de werkgever op diens verzoek mee of een bepaalde, tot hem in
dienstbetrekking staande werknemer volgens de haar ter beschikking
staande gegevens geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
Art. 39a. [MvT]
-1. Indien de werkgever ter zake van de begeleiding van zieke werknemers artikel 18,
tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet
(Stb. ...) in acht neemt en een
afschrift van de schriftelijke vastlegging als bedoeld in artikel 18, derde
lid, onderdeel a, van de Arbeidsomstandighedenwet
of een afschrift van
de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 18, derde lid, onderdeel
b, van de Arbeidsomstandighedenwet, aan de bedrijfsvereniging heeft
verstrekt, kan de bedrijfsvereniging de tot die werkgever in
dienstbetrekking staande werknemers aan wie in verband met het bepaalde in
artikel 29, tweede en vijfde lid, geen ziekengeld wordt uitgekeerd, niet
verplichten:
1º. gevolg te geven aan een
ingevolge artikel 37, eerste lid, gedaan verzoek om te verschijnen en
inlichtingen te geven;
2º. zich op grond van
artikel 28 te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek, behalve
met het oog op de toepassing van artikel 44, eerste lid, onderdeel
a; en
3º. de in artikel 39,
tweede lid, bedoelde controlevoorschriften na te leven.
-2. Indien de
bedrijfsvereniging van een werkgever geen afschrift als bedoeld in het eerste lid
heeft ontvangen, deelt de bedrijfsvereniging dit onverwijld mee aan de desbetreffende werkgever en aan het bevoegde
districtshoofd als bedoeld
in artikel 32, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. De
bedrijfsvereniging kan dan met betrekking tot de werknemers als bedoeld in
het eerste lid, taken verrichten als bedoeld in artikel
39, eerste lid.
-3. Op verzoek van de
werkgever kan de bedrijfsvereniging met betrekking tot werknemers
als bedoeld in het eerste lid die in het buitenland verblijven taken
verrichten als bedoeld in artikel 39, eerste lid.
-4. Indien de
bedrijfsvereniging de in het tweede en derde lid bedoelde taken verricht, worden de
kosten die hieruit voortvloeien door de bedrijfsvereniging volgens
door de Sociale Verzekeringsraad te stellen regels in rekening gebracht
bij de werkgever tot wie de desbetreffende werknemers in
dienstbetrekking staan.
Art. 39b. [MvT]
-1. Na het verstrijken van de
in artikel 29, tweede of vijfde lid, genoemde periode is de
bedrijfsvereniging bevoegd om, indien de werkgever gedurende deze
periode op inadequate wijze invulling heeft gegeven aan zijn taak met
betrekking tot verzuimbegeleiding van een werknemer aan wie in verband
met het bepaalde in artikel 29, tweede of vijfde lid, geen ziekengeld
wordt uitgekeerd, gedurende ten hoogste zes weken de ziekengelduitkering
van de betrokken werknemer te verhalen op de werkgever.
-2. De Sociale
Verzekeringsraad kan nadere regels stellen met betrekking tot het bepaalde
in het eerste lid. Deze nadere regels behoeven goedkeuring van
Onze Minister.
Art.
39c.
-1. Indien gedurende het in
artikel 29, tweede of vijfde lid, genoemde
tijdvak de werknemer een geschil heeft met de werkgever over de
ongeschiktheid tot werken, kan de werknemer de bedrijfsvereniging
waarbij de werkgever is aangesloten, verzoeken een onderzoek in te
stellen en een oordeel te geven over het bestaan van de ongeschiktheid
tot werken. De bedrijfsvereniging kan voor dit onderzoek kosten in
rekening brengen bij de werknemer.
-2. Indien de werkgever gedurende het in
artikel 29, tweede of vijfde
lid, genoemde tijdvak niet aan zijn verplichting tot loondoorbetaling
voldoet, kan de werknemer, nadat in het in het eerste lid bedoelde
onderzoek is vastgesteld dat hij ongeschikt was tot het verrichten van
zijn arbeid, de bedrijfsvereniging verzoeken ziekengeld uit te keren.
-3. Indien de bedrijfsvereniging ziekengeld uitkeert, kan zij de in het
tweede lid bedoelde werknemer verplichtingen opleggen als bedoeld in
artikel 39a, eerste lid.
-4. De bedrijfsvereniging verhaalt de in het derde lid bedoelde
ziekengelduitkering van de betrokken werknemer op de werkgever.
-5. De kosten die voortvloeien uit de in het derde lid bedoelde taken
worden door de bedrijfsvereniging volgens door de Sociale
Verzekeringsraad te stellen regels in rekening gebracht bij de
werkgever.
Art. 39d.
Indien gedurende het in het artikel 29, tweede of vijfde lid, genoemde
tijdvak de werkgever hiertoe verzoekt, geeft de bedrijfsvereniging een
oordeel over het bestaan van de ongeschiktheid tot werken van een
bepaalde werknemer indien deze werknemer bereid is zich hiertoe te
laten onderzoeken. De bedrijfsvereniging kan voor dit onderzoek kosten
in rekening brengen bij de werkgever.
K. [MvT]
In artikel 44, eerste lid,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Onderdeel f wordt
vervangen door:
f. indien de verzekerde het voorschrift gegeven in artikel 38, tweede lid, niet opgevolgd heeft;.
2. In onderdeel g wordt "de controlevoorschriften als bedoeld in
artikel 39" vervangen door:
de in artikel 39, tweede lid, bedoelde controlevoorschriften.
L. [MvT]
In artikel 46, vijfde lid,
wordt de zinsnede "voor zover het betreft de toepassing van artikel
29,
zevende tot en met elfde lid," vervangen door: voor zover het betreft de
toepassing van artikel 29a,.
M. [MvT]
Voor de tekst van artikel 51
wordt de aanduiding "-1." geplaatst, waarna een tweede lid wordt toegevoegd,
luidende:
-2. Het Rijk is niet
aansprakelijk voor het doen van uitkeringen of de verstrekking van bijdragen
als bedoeld in artikel 59.
N. [MvT]
Aan artikel 54 wordt een
derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Het ziekengeldreglement
mag geen bepalingen bevatten inzake hogere, langere of andere
uitkeringen dan deze wet vaststelt dan wel bepaalt.
O. [MvT]
Artikel 57 vervalt.
P. [MvT]
Na artikel 58 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 59.
Bij algemene maatregel van
bestuur kan worden bepaald dat in bij die maatregel aan te wijzen
gevallen aan de bedrijfsverenigingen de bevoegdheid wordt verleend te
bepalen dat aan één of meer bij hen
verzekerde groepen van
werknemers, met inachtneming van bij die maatregel te stellen regels,
behalve het in deze wet geregelde ziekengeld andere uitkeringen worden
gedaan of bijdragen worden verstrekt voor één of meer sociale fondsen.
Q. [MvT]
In artikel 60, derde lid, wordt voor de laatste volzin
ingevoegd de zin: De gemiddelde loonsom en het door de werkgever betaalde
loon worden berekend met toepassing van het maximumdagloon op grond
van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering.
R.
In artikel 67a, onderdeel c, vervalt de puntkomma en
wordt de zinsnede toegevoegd: en de vrijwillige verzekerde niet langer geacht
kan worden inkomsten te verkrijgen wegens eindiging
van die
werkzaamheden dan wel inkomsten te derven in geval van ziekte.
S.
Het eerste lid van artikel 68 wordt vervangen door:
-1. De persoon die om toelating tot de vrijwillige
verzekering verzoekt, bedoeld in artikel 64,
eerste en tweede lid, bepaalt bij
de aanvang van de vrijwillige verzekering de hoogte van het dagloon, met
dien verstande dat:
a. dit niet meer kan bedragen dan het in artikel 9,
eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering genoemde bedrag,
eventueel verhoogd of verlaagd krachtens artikel
9a van die wet;
b. dit niet meer kan bedragen dan het loon of het
inkomen dat hij in geval van ziekte naar het oordeel van de
bedrijfsvereniging derft; en
c. dit, ingeval naast de vrijwillige verzekering een
vrijwillige verzekering als bedoeld in hoofdstuk III van de
Werkloosheidswet is afgesloten, gelijk is aan het dagloon dat ten grondslag
ligt aan de vrijwillige werkloosheidsverzekering.
T. [MvT]
In artikel 69 wordt het
tweede lid vervangen door:
-2. De vrouwelijke vrijwillig
verzekerde heeft recht op ziekengeld in verband met haar bevalling.
U.
In artikel 73 wordt onderdeel d vervangen door:
d. betrekking heeft op de toepassing van artikel
29,
twaalfde lid, artikel 30, derde lid, artikel
38, vijfde en zesde lid,
artikel 39a, vierde lid, artikel 39b
of artikel 39c.
V.
Na artikel 73 wordt, onder vernummering van artikel
73a tot artikel 73b, een nieuw
artikel 73a ingevoegd, luidende:
Art. 73a.
Bij een beslissing ingevolge deze wet is belanghebbende
degene op wiens aanspraken de beslissing betrekking heeft of
degene tot wie de beslissing met betrekking tot een financiële verplichting is
gericht.
W. [MvT]
1. De aanduiding "-1." voor de tekst van
artikel 87
vervalt.
2.
Artikel 87, tweede lid, vervalt.
X. [MvT]
In artikel 89 wordt "29,
vijfde lid," vervangen door: 29, vierde en tiende lid,.
1. Volgens de redactie
dient na "paragraaf 3" te worden
ingevoegd: van de eerste afdeling.
Art
II. [Wijziging WAO] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Het tweede lid van artikel 1
vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
B. [MvT]
Het tweede lid van artikel 7a vervalt, alsmede de aanduiding
"-1." voor het eerste lid.
C. [MvT]
In artikel 10, tweede lid,
wordt "artikel 7a, eerste lid, onderdeel
a," vervangen door: artikel 7a,
onderdeel a,.
D. [MvT]
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid worden twee nieuwe volzinnen
toegevoegd luidende: Als eerste dag van de arbeidsongeschiktheid
geldt de eerste werkdag waarop wegens ziekte niet is gewerkt of het
werken tijdens de werktijd is gestaakt. De Sociale Verzekeringsraad kan
voor bijzondere gevallen regels stellen inzake welke dag als eerste
werkdag wordt aangemerkt.
2. In het tweede lid wordt "de periode" vervangen
door: het tijdvak.
3. In het tweede lid wordt "één
maand" vervangen
door: vier weken.
4. In het derde lid wordt "de in het eerste en tweede
lid bedoelde periode" vervangen door: het in het eerste en tweede
lid bedoelde tijdvak.
5. In het derde lid wordt "één maand" vervangen
door: vier weken.
6. In het derde lid wordt "die periode" vervangen
door: dat tijdvak.
7. In het vijfde lid wordt "de periode" vervangen
door: het tijdvak.
8. In het vijfde lid wordt "perioden" vervangen
door: tijdvakken.
9. In het zesde lid wordt de zinsnede
"de artikelen 29, derde lid, 30,
31, 42 of 44 van de
Ziektewet" vervangen door: de artikelen
29, tweede lid en vijfde tot en met
zevende lid, 30, 31,
42 of 44 van de
Ziektewet.
E. [MvT]
In artikel 37, derde lid,
onderdeel b, wordt "artikel 7a, eerste lid, onderdeel
a, in verbinding
met het tweede lid van dat artikel" vervangen door: artikel
7a, onderdeel a.
F. [MvT]
In artikel 40, eerste lid,
wordt "artikel 29, tweede en vijfde
lid," vervangen door: artikel 29,
tiende lid,.
G. [MvT]
In artikel 57, eerste lid,
vervalt de zinsnede "waaronder in afwijking van artikel
1, tweede lid,
mede wordt verstaan uitkering voortvloeiende uit artikel 57 van de
Ziektewet,".
H.
In artikel 83b, onderdeel c, vervalt de puntkomma en
wordt de zinsnede toegevoegd: en de vrijwillige verzekerde niet
langer geacht kan worden inkomsten te verkrijgen wegens eindiging van die
werkzaamheden dan wel inkomsten te derven in geval van ziekte;.
Art.
III. [Wijziging
AAW] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990, 127) wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Het tweede lid van artikel 1
vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
B. [MvT]
Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:
1. Aan het eerste lid, onderdeel a, wordt, na
vervanging van de puntkomma door een punt, toegevoegd: Als eerste dag van
de arbeidsongeschiktheid geldt de eerste werkdag waarop wegens
ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt.
De Sociale Verzekeringsraad kan voor bijzondere gevallen regels stellen
inzake welke dag als eerste werkdag wordt aangemerkt;.
2. In het vierde lid wordt "de periode"
vervangen door: het tijdvak.
3. In het vierde lid, onderdeel a, wordt
"één maand"
vervangen door: vier weken.
4. In het vijfde lid wordt "de in het eerste en
vierde lid bedoelde periode" vervangen door: het in het eerste en vierde
lid bedoelde tijdvak.
5. In het vijfde lid wordt "één
maand" vervangen
door: vier weken.
6. In het vijfde lid wordt "die
periode" vervangen
door: dat tijdvak.
7. In het zevende lid wordt "de
periode" vervangen
door: het tijdvak.
8. In het zevende lid worden "perioden" vervangen
door: tijdvakken.
9. In het achtste lid wordt de zinsnede
"de artikelen 29, derde lid, 30,
31, 42 of 44 van de
Ziektewet" vervangen door: de artikelen
29, tweede lid en vijfde tot en met
zevende lid, 30, 31,
42 of 44 van de
Ziektewet.
C. [MvT]
In artikel 48, eerste lid,
vervalt de zinsnede "waaronder in afwijking van artikel 1, tweede lid,
mede wordt verstaan uitkering voortvloeiende uit artikel 57 van de
Ziektewet,".
D.
Artikel 59i wordt gewijzigd als volgt:
1. Het vierde lid wordt vernummerd tot vijfde lid,
waarna een nieuw vierde lid wordt ingevoegd, luidende:
-4. De werkgever is geen geldelijke bijdrage verschuldigd
indien de ongeschiktheid tot werken die heeft geleid tot het
recht op toekenning of verhoging van uitkering als bedoeld in het eerste
lid, is aangevangen in het eerste jaar van de dienstbetrekking.
2. In het tot vijfde lid vernummerde vierde lid wordt
"5%" vervangen door: 3%.
E.
Artikel 59j wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het derde tot en met negende
lid tot vijfde tot en met elfde lid wordt een
nieuw derde en vierde lid ingevoegd, luidende:
-3. De werkgever is de helft van de krachtens het eerste
en het tweede lid voor hem geldende bijdrage verschuldigd indien de
ongeschiktheid tot werken die heeft geleid tot het recht op toekenning of
verhoging van uitkering als bedoeld in artikel 59i, eerste lid, is
aangevangen in het tweede jaar van de dienstbetrekking.
-4. De overeenkomstig de vorige leden vastgestelde
geldelijke bijdrage wordt gehalveerd indien de werkgever in verband met de
indiensttreding van de betrokken werknemer een bonusuitkering heeft
ontvangen dan wel een subsidie heeft ontvangen als bedoeld in
paragraaf 3 van dit hoofdstuk.
2. In het tot achtste lid vernummerde zesde lid wordt
"het vijfde lid" vervangen door: het zevende lid.
3. In het tot tiende lid vernummerde achtste lid wordt
"het zevende lid" telkens vervangen door: het negende lid.
4. In het tot elfde lid vernummerde negende lid wordt
"het vijfde tot en met achtste lid" vervangen door: het zevende tot en met tiende
lid.
Art.
IV. [Wijziging
WW] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
In artikel 42, vierde lid,
van de Werkloosheidswet (Stb. 1987, 93) worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1. In onderdeel a wordt na
de zinsnede "waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of
zou zijn berekend" ingevoegd: , dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt.
2. De onderdelen d en e
vervallen.
Art.
V. [Wijziging
TW] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
Artikel 4 van de
Toeslagenwet (Stb. 1987, 91) wordt vervangen door een nieuw artikel, luidende:
Art. 4.
Ingeval op grond van
artikel 29, vijfde lid, van de Ziektewet ziekengeld wordt uitgekeerd
na het verstrijken van de eerste twee weken van de ongeschiktheid tot werken, ontstaat het recht op een toeslag
eerst vanaf de dag na het
verstrijken van de in artikel 29, tweede lid, van
die wet bedoelde periode van
zes weken.
Art.
VI. [Wijziging
Zfw] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
A.
De Ziekenfondswet ¹ wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In onderdeel a van het vierde lid wordt de zinsnede
"artikel 57 van die wet" vervangen door: een uitkering of bijdrage als
bedoeld in artikel 59 van die
wet, voor zover die laatstbedoelde uitkering
of bijdrage door Onze Minster in overeenstemming met
Onze Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
als zodanig loon is aangewezen.
2. In onderdeel c van het vierde lid wordt na
"uitkering," ingevoegd: bijdrage,.
3. In onderdeel d van het vierde lid wordt na
"Burgerlijk
Wetboek" ingevoegd: dan wel de op de verzekerde van toepassing
zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke regeling
inzake ouderschapsverlof.
4. Na onderdeel d van het vierde lid wordt,
onder vervanging van de punt aan het slot van dat onderdeel door een puntkomma,
toegevoegd:
e. geen rekening gehouden met de wijzigingen van het loon welke tijdens de duur van de dienstbetrekking plaatsvinden of
hebben plaatsgevonden als gevolg van een verhindering de arbeid te
verrichten wegens ziekte, tenzij de betrokkene ter zake van de
verhindering inmiddels een uitkering op grond van de verplichte verzekering
ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering geniet.
5. In het vijfde lid vervalt de tweede volzin.
B.
In het Besluit beperking kring verzekerden
Ziekenfondswet wordt in artikel 2a, tweede lid, de zinsnede
"vierde lid, onderdeel b, c en d" vervangen
door: vierde lid, onderdeel b, c en e.
C.
De volgens onderdeel B van dit artikel gewijzigde
bepaling van het Besluit beperking kring verzekerden Ziekenfondswet kan
overeenkomstig artikel 3, negende lid, van de
Ziekenfondswet
bij
algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.
1. Volgens de redactie dient na
"Ziekenfondswet" te worden ingevoegd: (Stb. 1986, 347).
Art.VII.
[Wijziging
Wamil] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
In artikel 3 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (Stb. 1972, 313) vervalt de
zinsnede "- zonder toepassing van artikel 57 van
die wet -".
Art.
VIII. [Wijziging
OSV] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
De Organisatiewet Sociale
Verzekering (Stb. 1989, 119) wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 10a, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. Het bestuur van de bedrijfsvereniging geeft ingevolge
bij algemene maatregel van bestuur nader te stellen regels een
werkgever op zijn verzoek toestemming om het risico van de wettelijke
ziekengeldverzekering zelf te dragen.
B. [MvT]
In artikel 19 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid
vervalt onderdeel b, waarna onderdeel c wordt verletterd tot onderdeel
b.
2. Aan het artikel wordt
een derde lid toegevoegd, luidende:
-3. De bedrijfsvereniging
kan de afdelingskas belasten met de taken, bedoeld in artikel
39,
eerste lid, van de Ziektewet, onder door haar te stellen regels.
C. [MvT]
In artikel 50e, eerste lid,
wordt de zinsnede "de ziekenfondsen en de Ziekenfondsraad zijn
verplicht desgevraagd" vervangen door: de ziekenfondsen, de Ziekenfondsraad
en degene aan wie op grond van artikel 31a van de Arbeidsomstandighedenwet
(Stb. ...) een certificaat als bedoeld in artikel 18.
tweede lid, van die
wet is verleend, zijn verplicht desgevraagd.
D. [MvT]
In artikel 50m wordt, onder
vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een
nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. De in artikel 50a, eerste
lid, genoemde instellingen en personen zijn na schriftelijke machtiging
door degene op wie de gegevens betrekking hebben verplicht uit de
door of namens hen gevoerde administratie desgevraagd aan degene aan
wie op grond van artikel 31a van de Arbeidsomstandighedenwet
een certificaat als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van die
wet is
verleend die gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van de Arbeidsomstandighedenwet.
Art.
IX. [Wijziging
CSV] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
In artikel 3a, tweede lid,
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering
(Stb. 1987, 552) wordt de
zinsnede "die een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering dan wel
artikel 57 van de
Ziektewet"
vervangen door: die een
uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering krachtens de
Ziektewet.
Art.
X. [Wijziging
Wfv] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
In artikel 35 van de Wet
financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129)
wordt het tweede lid vervangen door:
-2. Uit het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds worden
betaald:
a. de lasten van de algemene
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en van de vrijwillige algemene
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de lasten van de regeling vervat in hoofdstuk X van
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
c. de toelagen ingevolge artikel 69 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
d. de uitkeringen aan lichamen, bedoeld in artikel 8,
derde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
e. de bonusuitkering bedoeld in artikel 59c, eerste lid,
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
f. het op grond van artikel 59n, zevende lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet aan de Gemeenschappelijke Medische
Dienst, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en het Spoorwegpensioenfonds toe
te kennen budget.
Art.
XI. [Wijziging
Wet TAV] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
In artikel II van de Wet tot
wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een
regeling voor het
overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het
ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering
van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van
bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische
aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt onderdeel P vervangen door:
P.
Artikel 71a wordt vervangen
door:
Art. 71a.
-1. De bedrijfsvereniging
doet zo spoedig mogelijk aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst
melding van gevallen waarin zodanige melding redelijkerwijs van belang moet worden geacht met het oog op
de werkzaamheden van die
Dienst omschreven in artikel 22a, eerste lid, van de Organisatiewet
Sociale Verzekering.
-2. In gevallen waarin de arbeidsongeschiktheid voortduurt,
verplicht de bedrijfsvereniging de werkgever om, zodra een termijn
van dertien weken is verstreken, in overleg met de werknemer een
reïntegratieplan op te stellen ten behoeve van de herintreding van de werknemer
in het arbeidsproces, tenzij de bedrijfsvereniging voor het
opstellen van het terugkeerplan geen noodzaak aanwezig acht. Van het
opstellen van een reïntegratieplan wordt melding gedaan aan de
Gemeenschappelijke Medische Dienst.
-3. Gevallen waarin de
arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden uiterlijk in de zesde maand
na aanvang van de arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsvereniging
bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst gemeld.
-4. Weigert de werkgever
zonder deugdelijke grond mee te werken aan het opstellen of uitvoeren
van het reïntegratieplan, dan is de bedrijfsvereniging bevoegd de ziekengelduitkering van de betrokken werknemer te
verhalen op de werkgever.
-5. De Sociale
Verzekeringsraad kan nadere regels stellen omtrent de toepassing van het derde
lid.
Art.
XII. [Wijziging
Wet TAV] [Geschiedenis]
In artikel III van de Wet tot
wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een
regeling voor het
overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het
ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering
van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van
bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische
aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt onderdeel Q vervangen door:
Q.
Artikel 65 wordt vervangen
door
Art. 65.
-1. De bedrijfsvereniging
doet zo spoedig mogelijk aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst
melding van gevallen waarin een zodanige melding redelijkerwijs van
belang moet worden geacht met het oog op de werkzaamheden van die
Dienst omschreven in artikel 22a, eerste lid, van de Organisatiewet
Sociale Verzekering.
-2. Gevallen waarin de
arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden uiterlijk in de zesde maand
na aanvang van de arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsvereniging
bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst gemeld.
-3. Degene die
arbeidsongeschikt is en geen aanspraak heeft op ziekengeld krachtens de
Ziektewet of op een pensioen onderscheidenlijk een uitkering ingevolge de
in artikel 8 bedoelde wetten onderscheidenlijk regeling, is gehouden binnen
een termijn van vijf maanden na aanvang van de arbeidsongeschiktheid
de bedrijfsvereniging in kennis te stellen van zijn ongeschiktheid.
-4. De Sociale
Verzekeringsraad kan nadere regels stellen omtrent de toepassing van het tweede
lid.
Art.
XIII. [Wijziging
Wet TAV] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
In artikel XVII van de Wet tot
wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een
regeling voor het
overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het
ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering
van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van
bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische
aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt artikel "Artikel
29a" vervangen door: Artikel
29b.
HOOFDSTUK
II
Burgerlijk
Wetboek
Art.
XIV. [Wijziging
BW] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
Het Burgerlijk
Wetboek wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1638c worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het eerste lid komt als
volgt te luiden:
Evenwel heeft de arbeider
wanneer hij ten gevolge van ziekte verhinderd is geweest zijn
arbeid te verrichten, voor een tijdvak van zes weken aanspraak op 70% van
het naar tijdruimte vastgestelde loon, maar ten minste op het voor hem
geldende wettelijk minimumloon, tenzij de ziekte door zijn opzet is
veroorzaakt of het gevolg is van een gebrek waarover hij bij het aangaan
van de arbeidsovereenkomst de werkgever opzettelijk valse
inlichtingen heeft gegeven.
2. In het tweede lid
worden de woorden "enige wettelijk voorgeschreven ziekte- of
ongevallenverzekering" vervangen door: enige wettelijk voorgeschreven verzekering.
3. In het zevende lid
worden de woorden "de daar bedoelde periode" vervangen door: het daar
bedoelde tijdvak.
4. In het achtste lid wordt "een maand"
vervangen door: vier weken.
B. [MvT]
In het vijfde lid van
artikel 1638dd worden de woorden "ziekte of ongeval" en de woorden
"ziekte of het ongeval" steeds vervangen door: ziekte.
HOOFDSTUK
III
Regeling
voor het overheidspersoneel
Art.
XV. Vervallen.
[Geschiedenis;
VvW; MvT;
Stb. 1996, 134; Stb.
1997, 162; Stb. 1997, 768;
Stb. 2001, 568; Stb.
2001, 625; Stb.
2001, 628 + bis; Stb.
2003, 555 + bis; Stb. 2004, 311;
Stb.
2005, 37; Stb.
2005, 65; Stb. 2005,
573; Stb.
2005, 708]
HOOFDSTUK
IV
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
XVI. [Overgangsrecht
recht op ziekengeld] [Geschiedenis;
VvW; MvT]
-1. De inwerkingtreding van deze wet
heeft geen gevolgen voor het recht op ziekengeld van de
verzekerde:
a. die op de dag vóór de
inwerkingtreding van deze wet ongeschikt is tot het werken
wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. wiens ongeschiktheid tot
het werken wegens ziekte intreedt op of na de datum van
inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen vier weken
nadat een vóór die inwerkingtreding gelegen periode van
ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die
ongeschiktheid duurt.
-2. Voor de toepassing van het
eerste lid wordt de ongeschiktheid tot het werken wegens ziekte
geacht niet te zijn onderbroken wanneer perioden van
ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier
weken opvolgen.
Art.
XVII.
[Verlengde werkingsduur ZW-regelgeving]
[Geschiedenis;
VvW; MvT]
-1. Artikel
57 van de Ziektewet blijft voor door de bedrijfsvereniging op
grond van dat artikel getroffen en door Onze
Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid goedgekeurde besluiten van kracht tot 1
juli 1994.
-2. De op grond van artikel
54 van de Ziektewet getroffen regelingen en overeenkomsten
inzake hogere, langere of andere uitkeringen blijven van kracht
tot 1 juli 1994.
-3. In de gevallen waarin het eerste
lid toepassing vindt, blijven de artikelen
1, 7a en 57
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de
artikelen
1 en 48
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, artikel 3a, tweede lid, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering en artikel
3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen,
zoals deze luidden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van
deze wet, van kracht.
Art.
XVIII.
[Behoud ZW-aanspraken]
[Geschiedenis:
Stb. 1995, 691; VvW;
MvT]
-1. Degene die op grond van artikel
XVII aanspraken heeft verkregen die voortvloeien uit artikel
57 of artikel 54 van de Ziektewet behoudt deze aanspraken, indien:
a. hij op 30 juni 1994
ongeschikt is tot werken wegens ziekte, zolang die
ongeschiktheid duurt; of
b. de ongeschiktheid tot het
werken wegens ziekte intreedt na 30 juni 1994 en tevens binnen
vier weken nadat een vóór die dag gelegen periode van
ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die
ongeschiktheid duurt.
-2. Artikel XVI, tweede lid, en,
voor zoveel nodig, artikel XVII, derde lid, zijn van toepassing.
Art.
XIX.
[Overgangsrecht arbeidsverhouding bij
ziekte]
[Geschiedenis;
VvW; MvT]
-1. De bepaling van
artikel
XIV,
onderdeel A, is niet van toepassing op de arbeidsverhoudingen van
personen:
a. die op de dag vóór de
inwerkingtreding van deze wet ongeschikt zijn tot het
verrichten van hun arbeid wegens ziekte, zolang die
ongeschiktheid duurt; of
b. van wie de ongeschiktheid
tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte intreedt op of
na de datum van inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen
vier weken nadat een vóór die inwerkingtreding gelegen
periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang
die ongeschiktheid duurt.
-2. Voor de toepassing van het
eerste lid wordt de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid
wegens ziekte geacht niet te zijn onderbroken wanneer perioden van
ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier
weken opvolgen.
Art. XX. Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 1995, 560]
Art.
XXI.
[Tekstplaatsing ZW]
[Geschiedenis;
VvW]
De tekst van de Ziektewet wordt door
Onze Minister van Justitie in het
Staatsblad geplaatst.
Art. XXII.
[Inwerkingtreding]
[Geschiedenis;
VvW]
-1. De artikelen van deze wet, met
uitzondering van artikel III, onderdeel D en E, treden in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹
-2. Artikel III, onderdeel D en
E,
treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug
tot en met 1 maart 1992.
1. Bij Besluit van 22 december 1993, Stb.
1993, 751, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari
1994, onderscheidenlijk 1 juli 1994, red.
Art. XXIII.
[Werkzaamheden Lisv voor derde] [Geschiedenis:
Stb. 1997, 96]
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
is bevoegd tegen kostprijs werkzaamheden te
verrichten in opdracht of ten behoeve van een dienst als bedoeld
in artikel
17, eerste lid, onderdeel a en c, van de Arbeidsomstandighedenwet.
-2. De werkzaamheden als bedoeld in
het eerste lid kunnen slechts betrekking hebben op de uit artikel
4a van de Arbeidsomstandighedenwet voortvloeiende taken, voor
zover die taken vóór 1 mei 1993 door de bedrijfsverenigingen of
uitvoeringsinstellingen werden verricht.
-3. De bevoegdheid als bedoeld in
het eerste lid vervalt met ingang van 1 januari 1998.
Art. XXIV.
[Citeertitel]
[Geschiedenis;
VvW]
Deze wet wordt aangehaald als: Wet terugdringing
ziekteverzuim.
Lasten en bevelen dat deze in het
Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges
en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 22
december 1993
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J. Wallage
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
De Minister van Binnenlandse Zaken,
C.I. Dales
Uitgegeven de
dertigste december 1993
De Minister van
Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
MEMORIE
VAN TOELICHTING
|
|