St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

 

WET  TERUGDRINGING  ZIEKTEVERZUIM  (Wet TZ)
x
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

  
 

 

 
MEMORIE VAN TOELICHTING

Relevante overige regelgeving:
-
Ziektewet

 

 

Inhoudsopgave Wet TZ

Hoofdstuk I Wetten op het terrein van de sociale zekerheid artt. I - XIII
Hoofdstuk II Burgerlijk Wetboek art. XIV
Hoofdstuk III Regeling voor het overheidspersoneel art. XV
Hoofdstuk IV Overgangs- en slotbepalingen artt. XVI - XXIV
xxxxxxxxxxx| xxxxxxxxxxxx||

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1993-1993, 22 899.
Handelingen II 1992-1993, blz. 5073-5131, 5162-5170, 5172-5228, 5236-5238, 5400-5401, 5406.
Kamerstukken I 1992-1993, 22 899 (293); 1993-1994, 22 899 (83, 83a, 83b, 83c, 83d, 83e, 83f).
Handelingen I 1993-1994, zie vergaderingen d.d. 14, 15 en 21 december.

Geschiedenis:
Staatsblad 1993, 750;  Staatsblad 1994, 916;  Staatsblad 1995, 560Staatsblad 1995, 691Staatsblad 1996, 134Staatsblad 1997, 96Staatsblad 1997, 162Staatsblad 1997, 768Staatsblad 2001, 568Staatsblad 2001, 628Staatsblad 2003, 555Staatsblad 2004, 311Staatsblad 2005, 37Staatsblad 2005, 65
Staatsblad 2005, 573Staatsblad 2005, 708.
 
 

 

WET van 22 december 1993, Stb. 1993, 750, tot wijziging van de Ziektewet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede het treffen van een regeling voor het overheidspersoneel, in verband met terugdringing van het ziekteverzuim (Wet terugdringing ziekteverzuim). Inwerkingtreding: 1 januari 1994 en 1 juli 1994 (Stb. 1993, 751).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is door een vergroting van de financiële betrokkenheid van werkgevers en werknemers in de marktsector en bij de overheid het ziekteverzuim terug te dringen en daartoe de Ziektewet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten te wijzigen en een regeling te treffen voor het overheidspersoneel;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Wetten op het terrein van de sociale zekerheid

 

Art. I. [Wijziging ZW]  [GeschiedenisVvWMvT]
De Ziektewet (Stb. 1987, 88) wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel 19 wordt, onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. De vrouwelijke verzekerde heeft in verband met haar bevalling recht op ziekengeld overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde.
B.
[MvT]
In artikel 21 wordt "de artikelen 57 en 64" vervangen door: artikel 64.
C.
[MvT]
In artikel 28 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. De verzekerde is bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht, zo dikwijls dit nodig wordt geoordeeld, zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek door een door de bedrijfsvereniging aangewezen geneeskundige, zich op last van de geneeskundige tot het ondergaan van zodanig onderzoek te laten opnemen in de hem aangewezen inrichting en in het algemeen de voorschriften van de geneeskundige die ertoe strekken om een geneeskundig onderzoek mogelijk te maken, op te volgen.
2. In het tweede lid wordt "Het bestuur der bedrijfsvereniging" vervangen door: De bedrijfsvereniging.
3. In het derde lid wordt "De verzekerde, bedoeld in het eerste lid," vervangen door: De verzekerde.
4. In het vierde lid wordt de eerste volzin vervangen door: De voor de verzekerde aan een geneeskundig onderzoek verbonden kosten worden aan hem door de bedrijfsvereniging vergoed.
D.
[MvT]
De artikelen 29 en 29a worden vervangen door de volgende drie artikelen:
Art. 29.
[MvT]
-1. Het ziekengeld bedraagt 70% van het dagloon van de verzekerde.
-2. Het ziekengeld wordt uitgekeerd over iedere dag van de ongeschiktheid tot werken, doch niet over de zaterdagen en de zondagen en - behoudens het vijfde tot en met achtste lid - niet over een periode van zes weken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-3. Als eerste dag van de ongeschiktheid tot werken geldt de eerste werkdag waarop wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. De Sociale Verzekeringsraad kan voor bijzondere gevallen regels stellen inzake welke dag als eerste werkdag wordt aangemerkt.
-4. Voor het bepalen van het tijdvak waarover in verband met het tweede lid en het vijfde tot en met zevende lid geen ziekengeld wordt uitgekeerd, worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-5. Het ziekengeld van de verzekerde die in dienstbetrekking staat tot een werkgever die in een kalenderjaar aan de werknemers die tot hem in dienstbetrekking stonden tezamen minder loon heeft betaald dan vijftienmaal de gemiddelde loonsom per werknemer, wordt - behoudens het zesde en zevende lid - uitgekeerd na verstrijken van een periode van twee weken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-6. Het ziekengeld van de verzekerde van wie de arbeidsverhouding op grond van artikel 4 of 5, met uitzondering van artikel 4, eerste lid, onderdeel e, als dienstbetrekking wordt beschouwd, het ziekengeld van degene wiens aanspraak berust op het bepaalde in artikel 46, alsmede het ziekengeld van de vrijwillig verzekerde die niet in dienstbetrekking staat tot een werkgever, worden uitgekeerd vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken.
-7. Het ziekengeld van de verzekerde van wie de dienstbetrekking binnen het in het tweede lid genoemde tijdvak van zes weken eindigt, wordt - behoudens een eerdere aanspraak op grond van het vijfde lid - uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is geëindigd, doch niet eerder dan vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken.
-8. Het ziekengeld van de verzekerde die op grond van artikel 7 als werknemer wordt beschouwd, wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-9. Geen ziekengeld wordt uitgekeerd op en na de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt.
-10. Geen ziekengeld wordt uitgekeerd nadat een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken. Voor het bepalen van dit tijdvak worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-11. Ter uitvoering van het vijfde lid stelt de bedrijfsvereniging voor de groep of groepen van bij haar aangesloten werkgevers de gemiddelde loonsom per werknemer in een kalenderjaar vast. De gemiddelde loonsom wordt berekend met toepassing van het maximumdagloon op grond van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
-12. Van haar beslissing of een werkgever al dan niet een werkgever is als bedoeld in het vijfde lid, informeert de bedrijfsvereniging hem schriftelijk:
a. bij de eerste gelegenheid dat zij beslist om het ziekengeld van werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan, in een kalenderjaar uit te keren na het verstrijken van het in het tweede lid genoemde tijdvak van zes weken of het in het vijfde lid genoemde tijdvak van twee weken;
b. bij elke herziening van de onder a bedoelde beslissing; en
c. op diens verzoek.
-13. De werkgever die een kennisgeving heeft ontvangen als bedoeld in het twaalfde lid, deelt de inhoud mee aan de werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan.
-14. Met betrekking tot het bepaalde in het vijfde en elfde lid kan de Sociale Verzekeringsraad nadere regels stellen.
Art. 29a.
[MvT]
-1. De vrouwelijke verzekerde heeft in verband met haar bevalling recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon gedurende ten minste zestien weken.
-2. Het ziekengeld in verband met bevalling wordt uitgekeerd over iedere dag vanaf de eerste dag dat de bevalling blijkens een verklaring van een geneeskundige of van een verloskundige, aangevend de vermoedelijke datum van de bevalling, binnen zes weken is te verwachten, of vanaf de latere dag dat de vrouwelijke verzekerde aanspraak wenst te maken op dat ziekengeld, doch niet later dan vanaf de eerste dag waarop de bevalling binnen vier weken is te verwachten.
-3.
De vrouwelijke verzekerde heeft recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon indien zij voorafgaand aan de dag waarop zij aanspraak maakt op het ziekengeld in verband met bevalling, ongeschikt wordt tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de zwangerschap.
-4. De vrouwelijke verzekerde meldt de dag waarop zij aanspraak maakt op het ziekengeld in verband met haar bevalling aan de werkgever zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag. De werkgever meldt dit zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de derde dag, aan de bedrijfsvereniging. Indien de vrouwelijke verzekerde geen werkgever heeft als bedoeld in paragraaf 3 ¹ van deze wet, meldt de verzekerde de dag waarop zij aanspraak maakt op het ziekengeld in verband met haar bevalling aan de bedrijfsvereniging die met de uitvoering is belast.
-5. Het ziekengeld in verband met bevalling wordt uitgekeerd tot en met zestien weken na de dag waarop de bevalling plaatsvond, verminderd met het aantal dagen waarover ziekengeld is uitgekeerd of door toepassing van artikel 31, tweede lid, geen ziekengeld is ontvangen, in de periode vanaf de eerste dag waarop de bevalling binnen zes weken was te verwachten tot en met de vermoedelijke datum van de bevalling of, indien eerder gelegen, tot en met de werkelijke datum van de bevalling.
-6. De vrouwelijke verzekerde die in de periode waarin zij aanspraak had kunnen maken op ziekengeld in verband met bevalling, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid, heeft recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-7. Nadat het recht op ziekengeld in verband met bevalling is geëindigd, heeft de vrouwelijke verzekerde indien zij aansluitend ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon zolang die ongeschiktheid duurt, doch ten hoogste gedurende 52 aaneengesloten weken. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag nadat het recht op ziekengeld in verband met bevalling is geëindigd.
-8. Artikel 29, tiende lid, en artikel 30 blijven buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke verzekerde die op grond van dit artikel recht heeft op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon
-9. Perioden waarover het ziekengeld in verband met bevalling wordt uitgekeerd, worden bij de toepassing van artikel 29, vierde en tiende lid, samengeteld met perioden van ongeschiktheid tot werken.
Art. 29b.
[MvT]
-1. Het ziekengeld, bedoeld in artikel 29, van de werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan zijn dienstbetrekking recht had op een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990, 127) of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) wordt over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn gelegen in de drie jaren na aanvang van de dienstbetrekking, op verzoek van de werkgever gesteld op het dagloon, met dien verstande dat het ziekengeld niet meer kan bedragen dan de aanspraak van de werknemer op het loon dat de werkgever verschuldigd zou zijn indien daarop geen ziekengeld in mindering zou zijn gebracht.
-2. In afwijking van artikel 29, tweede, vijfde en zesde lid, wordt het ziekengeld van de in het eerste lid bedoelde werknemer uitgekeerd vanaf de eerste dag waarop de werknemer aanspraak zou kunnen maken op loon indien daarop geen ziekengeld in mindering zou zijn gebracht.
-3. Dit artikel is niet van toepassing, wanneer:
a. de werknemer jegens de werkgever bij ongeschiktheid tot werken wegens ziekte geen aanspraak op betaling van loon kan maken;
b. er sprake is van een dienstbetrekking krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687).
E.
[MvT]
In artikel 30, tweede lid, wordt "de werknemer" vervangen door: de werknemer die aanspraak maakt op ziekengeld.
F.
[MvT]
In artikel 31 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid wordt de zinsnede "De verzekerde die gedurende de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte loon, inkomsten uit arbeid anders dan in dienstbetrekking of ouderdomspensioen ontvangt" vervangen door: De verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld en tevens loon, inkomsten uit arbeid anders dan in dienstbetrekking of ouderdomspensioen ontvangt.
2. In het derde lid wordt de zinsnede "indien en voor zover deze ook reeds onmiddellijk voorafgaande aan de dag met ingang waarvan het ziekengeld werd toegekend, werden verworven" vervangen door: voor zover deze ook reeds werden verworven onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte of de dag met ingang waarvan het ziekengeld in verband met bevalling werd toegekend.
G.
[MvT]
In artikel 35 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het vijfde lid wordt "artikel 29, tweede lid, tweede volzin," vervangen door: artikel 29, negende lid,.
2. In het achtste lid wordt "omtrent de uitkeringsduur in het tweede lid van artikel 29" vervangen door: in artikel 29, negende en tiende lid,.
H.
[MvT]
In artikel 36 wordt "artikel 29, derde lid, eerste volzin," vervangen door: artikel 29, tweede lid en vijfde tot en met zevende lid,.
I.
[MvT]
In artikel 37 wordt het eerste lid vervangen door:
-1. De bedrijfsvereniging is bevoegd verzekerden bij ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte op te roepen en te ondervragen op plaats, dag en uur, door haar te bepalen.
J.
[MvT]
De artikelen 38 en 39 worden vervangen door de volgende vier artikelen:
Art. 38.
[MvT]
-1.
De verzekerde is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag van die ongeschiktheid, te melden aan zijn werkgever of, indien de verzekerde geen werkgever heeft als bedoeld in paragraaf 3 ¹ van deze wet, aan de bedrijfsvereniging die met de uitvoering is belast.
-2. De werkgever die niet op grond van artikel 10a van de Organisatiewet Sociale Verzekering het risico van de ziekengeldverzekering zelf draagt, meldt, na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde melding, aan de bedrijfsvereniging zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de derde dag van de ongeschiktheid tot werken, de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
-3. Indien de verzekerde, na een ziekmelding als bedoeld in het tweede lid, weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, meldt de werkgever aan de bedrijfsvereniging zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag van die geschiktheid, de eerste dag waarop de verzekerde weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
-4. Indien de werkgever een verplichting als bedoeld in het tweede lid niet nakomt en de bedrijfsvereniging keert ziekengeld uit, kan de bedrijfsvereniging aan de werkgever een bedrag in rekening brengen dat wordt berekend door het aantal dagen waarop de werkgever niet aan die verplichting heeft voldaan, doch ten hoogste 27 dagen, te vermenigvuldigen met ten hoogste het dagloon van de verzekerde.
-5. Indien de werkgever een verplichting als bedoeld in het derde lid niet nakomt en de bedrijfsvereniging keert ziekengeld uit, kan de bedrijfsvereniging aan de werkgever een bedrag in rekening brengen dat wordt berekend door het aantal dagen waarop de werkgever niet aan die verplichting heeft voldaan te vermenigvuldigen met ten hoogste het dagloon van de verzekerde.
-6. De Sociale Verzekeringsraad kan nadere regels stellen met betrekking tot het bepaalde in het vierde en vijfde lid.
Art. 39.
[MvT]
-1. De bedrijfsvereniging verricht bij verzekerden van wie op grond van artikel 38 een aangifte van een ziekte of een ziekmelding is ontvangen, controle op het bestaan van ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte en zij beoordeelt bij gebleken ongeschiktheid of de werkgever zijn taak met betrekking tot verzuimbegeleiding op adequate wijze uitoefent.
-2. De bedrijfsvereniging stelt ter uitvoering van het eerste lid controlevoorschriften vast. Deze voorschriften behoeven de goedkeuring van de Sociale Verzekeringsraad.
-3. De bedrijfsvereniging is bevoegd haar controlebevindingen mee te delen aan de werkgever tot wie de aan controle onderworpen werknemer in dienstbetrekking staat. Zij deelt de werkgever op diens verzoek mee of een bepaalde, tot hem in dienstbetrekking staande werknemer volgens de haar ter beschikking staande gegevens geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
Art. 39a.
[MvT]
-1. Indien de werkgever ter zake van de begeleiding van zieke werknemers artikel 18, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet (Stb. ...) in acht neemt en een afschrift van de schriftelijke vastlegging als bedoeld in artikel 18, derde lid, onderdeel a, van de Arbeidsomstandighedenwet of een afschrift van de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 18, derde lid, onderdeel b, van de Arbeidsomstandighedenwet, aan de bedrijfsvereniging heeft verstrekt, kan de bedrijfsvereniging de tot die werkgever in dienstbetrekking staande werknemers aan wie in verband met het bepaalde in artikel 29, tweede en vijfde lid, geen ziekengeld wordt uitgekeerd, niet verplichten:
1º. gevolg te geven aan een ingevolge artikel 37, eerste lid, gedaan verzoek om te verschijnen en inlichtingen te geven;
2º. zich op grond van artikel 28 te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek, behalve met het oog op de toepassing van artikel 44, eerste lid, onderdeel a; en
3º. de in artikel 39, tweede lid, bedoelde controlevoorschriften na te leven.
-2. Indien de bedrijfsvereniging van een werkgever geen afschrift als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, deelt de bedrijfsvereniging dit onverwijld mee aan de desbetreffende werkgever en aan het bevoegde districtshoofd als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. De bedrijfsvereniging kan dan met betrekking tot de werknemers als bedoeld in het eerste lid, taken verrichten als bedoeld in artikel 39, eerste lid.
-3. Op verzoek van de werkgever kan de bedrijfsvereniging met betrekking tot werknemers als bedoeld in het eerste lid die in het buitenland verblijven taken verrichten als bedoeld in artikel 39, eerste lid.
-4. Indien de bedrijfsvereniging de in het tweede en derde lid bedoelde taken verricht, worden de kosten die hieruit voortvloeien door de bedrijfsvereniging volgens door de Sociale Verzekeringsraad te stellen regels in rekening gebracht bij de werkgever tot wie de desbetreffende werknemers in dienstbetrekking staan.
Art. 39b.
[MvT]
-1. Na het verstrijken van de in artikel 29, tweede of vijfde lid, genoemde periode is de bedrijfsvereniging bevoegd om, indien de werkgever gedurende deze periode op inadequate wijze invulling heeft gegeven aan zijn taak met betrekking tot verzuimbegeleiding van een werknemer aan wie in verband met het bepaalde in artikel 29, tweede of vijfde lid, geen ziekengeld wordt uitgekeerd, gedurende ten hoogste zes weken de ziekengelduitkering van de betrokken werknemer te verhalen op de werkgever.
-2. De Sociale Verzekeringsraad kan nadere regels stellen met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid. Deze nadere regels behoeven goedkeuring van Onze Minister.
Art. 39c.
-1. Indien gedurende het in
artikel 29, tweede of vijfde lid, genoemde tijdvak de werknemer een geschil heeft met de werkgever over de ongeschiktheid tot werken, kan de werknemer de bedrijfsvereniging waarbij de werkgever is aangesloten, verzoeken een onderzoek in te stellen en een oordeel te geven over het bestaan van de ongeschiktheid tot werken. De bedrijfsvereniging kan voor dit onderzoek kosten in rekening brengen bij de werknemer.
-2. Indien de werkgever gedurende het in
artikel 29, tweede of vijfde lid, genoemde tijdvak niet aan zijn verplichting tot loondoorbetaling voldoet, kan de werknemer, nadat in het in het eerste lid bedoelde onderzoek is vastgesteld dat hij ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid, de bedrijfsvereniging verzoeken ziekengeld uit te keren.
-3. Indien de bedrijfsvereniging ziekengeld uitkeert, kan zij de in het tweede lid bedoelde werknemer verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 39a, eerste lid.
-4. De bedrijfsvereniging verhaalt de in het derde lid bedoelde ziekengelduitkering van de betrokken werknemer op de werkgever.
-5. De kosten die voortvloeien uit de in het derde lid bedoelde taken worden door de bedrijfsvereniging volgens door de Sociale Verzekeringsraad te stellen regels in rekening gebracht bij de werkgever.
Art. 39d.
Indien gedurende het in het
artikel 29, tweede of vijfde lid, genoemde tijdvak de werkgever hiertoe verzoekt, geeft de bedrijfsvereniging een oordeel over het bestaan van de ongeschiktheid tot werken van een bepaalde werknemer indien deze werknemer bereid is zich hiertoe te laten onderzoeken. De bedrijfsvereniging kan voor dit onderzoek kosten in rekening brengen bij de werkgever.
K. [MvT]
In artikel 44, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Onderdeel f wordt vervangen door:
f. indien de verzekerde het voorschrift gegeven in artikel 38, tweede lid, niet opgevolgd heeft;.
2. In onderdeel g wordt "de controlevoorschriften als bedoeld in artikel 39" vervangen door: de in artikel 39, tweede lid, bedoelde controlevoorschriften.
L.
[MvT]
In artikel 46, vijfde lid, wordt de zinsnede "voor zover het betreft de toepassing van artikel 29, zevende tot en met elfde lid," vervangen door: voor zover het betreft de toepassing van artikel 29a,.
M.
[MvT]
Voor de tekst van artikel 51 wordt de aanduiding "-1." geplaatst, waarna een tweede lid wordt toegevoegd, luidende:
-2. Het Rijk is niet aansprakelijk voor het doen van uitkeringen of de verstrekking van bijdragen als bedoeld in artikel 59.
N.
[MvT]
Aan artikel 54 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Het ziekengeldreglement mag geen bepalingen bevatten inzake hogere, langere of andere uitkeringen dan deze wet vaststelt dan wel bepaalt.
O.
[MvT]
Artikel 57 vervalt.
P.
[MvT]
Na artikel 58 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 59.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in bij die maatregel aan te wijzen gevallen aan de bedrijfsverenigingen de bevoegdheid wordt verleend te bepalen dat aan één of meer bij hen verzekerde groepen van werknemers, met inachtneming van bij die maatregel te stellen regels, behalve het in deze wet geregelde ziekengeld andere uitkeringen worden gedaan of bijdragen worden verstrekt voor één of meer sociale fondsen.
Q.
[MvT]
In artikel 60, derde lid, wordt voor de laatste volzin ingevoegd de zin: De gemiddelde loonsom en het door de werkgever betaalde loon worden berekend met toepassing van het maximumdagloon op grond van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
R.
In artikel 67a, onderdeel c, vervalt de puntkomma en wordt de zinsnede toegevoegd: en de vrijwillige verzekerde niet langer geacht kan
worden inkomsten te verkrijgen wegens eindiging van die werkzaamheden dan wel inkomsten te derven in geval van ziekte.
S.
Het eerste lid van artikel 68 wordt vervangen door:
-1. De persoon die om toelating tot de vrijwillige verzekering verzoekt, bedoeld in artikel 64, eerste en tweede lid, bepaalt bij de aanvang van de vrijwillige verzekering de hoogte van het dagloon, met dien verstande dat:
a. dit niet meer kan bedragen dan het in
artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering genoemde bedrag, eventueel verhoogd of verlaagd krachtens artikel 9a van die wet;
b. dit niet meer kan bedragen dan het loon of het inkomen dat hij in geval van ziekte naar het oordeel van de bedrijfsvereniging derft; en
c. dit, ingeval naast de vrijwillige verzekering een vrijwillige verzekering als bedoeld in hoofdstuk III van de Werkloosheidswet is afgesloten, gelijk is aan het dagloon dat ten grondslag ligt aan de vrijwillige werkloosheidsverzekering.
T.
[MvT]
In artikel 69 wordt het tweede lid vervangen door:
-2. De vrouwelijke vrijwillig verzekerde heeft recht op ziekengeld in verband met haar bevalling.
U.
In artikel 73 wordt onderdeel d vervangen door:
d. betrekking heeft op de toepassing van artikel 29, twaalfde lid, artikel 30, derde lid, artikel 38, vijfde en zesde lid, artikel 39a, vierde lid, artikel 39b of artikel 39c.
V.
Na artikel 73 wordt, onder vernummering van artikel 73a tot artikel 73b, een nieuw artikel 73a ingevoegd, luidende:
Art. 73a.
Bij een beslissing ingevolge deze wet is belanghebbende degene op wiens aanspraken de beslissing betrekking heeft of degene tot wie de beslissing met betrekking tot een financiële verplichting is gericht.
W. [MvT]
1. De aanduiding "-1." voor de tekst van artikel 87 vervalt.
2. Artikel 87, tweede lid, vervalt.
X.
[MvT]
In artikel 89 wordt "29, vijfde lid," vervangen door: 29, vierde en tiende lid,.

1. Volgens de redactie dient na "paragraaf 3" te worden ingevoegd: van de eerste afdeling.

 

Art II. [Wijziging WAO]  [GeschiedenisVvWMvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Het tweede lid van artikel 1 vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
B.
[MvT]
Het tweede lid van artikel 7a vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
C.
[MvT]
In artikel 10, tweede lid, wordt "artikel 7a, eerste lid, onderdeel a," vervangen door: artikel 7a, onderdeel a,.
D.
[MvT]
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid worden twee nieuwe volzinnen toegevoegd luidende: Als eerste dag van de arbeidsongeschiktheid geldt de eerste werkdag waarop wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. De Sociale Verzekeringsraad kan voor bijzondere gevallen regels stellen inzake welke dag als eerste werkdag wordt aangemerkt.
2. In het tweede lid wordt "de periode" vervangen door: het tijdvak.
3. In het tweede lid wordt "één maand" vervangen door: vier weken.
4. In het derde lid wordt "de in het eerste en tweede lid bedoelde periode" vervangen door: het in het eerste en tweede lid bedoelde tijdvak.
5. In het derde lid wordt "één maand" vervangen door: vier weken.
6. In het derde lid wordt "die periode" vervangen door: dat tijdvak.
7. In het vijfde lid wordt "de periode" vervangen door: het tijdvak.
8. In het vijfde lid wordt "perioden" vervangen door: tijdvakken.
9. In het zesde lid wordt de zinsnede "de artikelen 29, derde lid, 30, 31, 42 of 44 van de Ziektewet" vervangen door: de artikelen 29, tweede lid en vijfde tot en met zevende lid, 30, 31, 42 of 44 van de Ziektewet.
E.
[MvT]
In artikel 37, derde lid, onderdeel b, wordt "artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, in verbinding met het tweede lid van dat artikel" vervangen door: artikel 7a, onderdeel a.
F.
[MvT]
In artikel 40, eerste lid, wordt "artikel 29, tweede en vijfde lid," vervangen door: artikel 29, tiende lid,.
G.
[MvT]
In artikel 57, eerste lid, vervalt de zinsnede "waaronder in afwijking van artikel 1, tweede lid, mede wordt verstaan uitkering voortvloeiende uit artikel 57 van de Ziektewet,".
H.
In artikel 83b, onderdeel c, vervalt de puntkomma en wordt de zinsnede toegevoegd: en de vrijwillige verzekerde niet langer geacht kan worden inkomsten te verkrijgen wegens eindiging van die werkzaamheden dan wel inkomsten te derven in geval van ziekte;.

 

Art. III. [Wijziging AAW]  [GeschiedenisVvWMvT]
De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990, 127) wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Het tweede lid van artikel 1 vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
B.
[MvT]
Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:
1. Aan het eerste lid, onderdeel a, wordt, na vervanging van de puntkomma door een punt, toegevoegd: Als eerste dag van de arbeidsongeschiktheid geldt de eerste werkdag waarop wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. De Sociale Verzekeringsraad kan voor bijzondere gevallen regels stellen inzake welke dag als eerste werkdag wordt aangemerkt;.
2. In het vierde lid wordt "de periode" vervangen door: het tijdvak.
3. In het vierde lid, onderdeel a, wordt "één maand" vervangen door: vier weken.
4. In het vijfde lid wordt "de in het eerste en vierde lid bedoelde periode" vervangen door: het in het eerste en vierde lid bedoelde tijdvak.
5. In het vijfde lid wordt "één maand" vervangen door: vier weken.
6. In het vijfde lid wordt "die periode" vervangen door: dat tijdvak.
7. In het zevende lid wordt "de periode" vervangen door: het tijdvak.
8. In het zevende lid worden "perioden" vervangen door: tijdvakken.
9. In het achtste lid wordt de zinsnede "de artikelen 29, derde lid, 30, 31, 42 of 44 van de Ziektewet" vervangen door: de artikelen 29, tweede lid en vijfde tot en met zevende lid, 30, 31, 42 of 44 van de Ziektewet.
C.
[MvT]
In artikel 48, eerste lid, vervalt de zinsnede "waaronder in afwijking van artikel 1, tweede lid, mede wordt verstaan uitkering voortvloeiende uit artikel 57 van de Ziektewet,".
D.
Artikel 59i wordt gewijzigd als volgt:
1. Het vierde lid wordt vernummerd tot vijfde lid, waarna een nieuw vierde lid wordt ingevoegd, luidende:
-4. De werkgever is geen geldelijke bijdrage verschuldigd indien de ongeschiktheid tot werken die heeft geleid tot het recht op toekenning of verhoging van uitkering als bedoeld in het eerste lid, is aangevangen in het eerste jaar van de dienstbetrekking.
2. In het tot vijfde lid vernummerde vierde lid wordt "5%" vervangen door: 3%.
E.
Artikel 59j wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het derde tot en met negende lid tot vijfde tot en met elfde lid wordt een nieuw derde en vierde lid ingevoegd, luidende:
-3. De werkgever is de helft van de krachtens het eerste en het tweede lid voor hem geldende bijdrage verschuldigd indien de ongeschiktheid tot werken die heeft geleid tot het recht op toekenning of verhoging van uitkering als bedoeld in artikel 59i, eerste lid, is aangevangen in het tweede jaar van de dienstbetrekking.
-4. De overeenkomstig de vorige leden vastgestelde geldelijke bijdrage wordt gehalveerd indien de werkgever in verband met de indiensttreding van de betrokken werknemer een bonusuitkering heeft ontvangen dan wel een subsidie heeft ontvangen als bedoeld in paragraaf 3 van dit hoofdstuk.
2. In het tot achtste lid vernummerde zesde lid wordt "het vijfde lid" vervangen door: het zevende lid.
3. In het tot tiende lid vernummerde achtste lid wordt "het zevende lid" telkens vervangen door: het negende lid.
4. In het tot elfde lid vernummerde negende lid wordt "het vijfde tot en met achtste lid" vervangen door: het zevende tot en met tiende lid.

 

Art. IV. [Wijziging WW]  [GeschiedenisVvWMvT]
In artikel 42, vierde lid, van de Werkloosheidswet (Stb. 1987, 93) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In onderdeel a wordt na de zinsnede "waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend" ingevoegd: , dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt.
2. De onderdelen d en e vervallen.

 

Art. V. [Wijziging TW]  [GeschiedenisVvWMvT]
Artikel 4 van de Toeslagenwet (Stb. 1987, 91) wordt vervangen door een nieuw artikel, luidende:
Art. 4.
Ingeval op grond van artikel 29, vijfde lid, van de Ziektewet ziekengeld wordt uitgekeerd na het verstrijken van de eerste twee weken van de ongeschiktheid tot werken, ontstaat het recht op een toeslag eerst vanaf de dag na het verstrijken van de in artikel 29, tweede lid, van die wet bedoelde periode van zes weken.

 

Art. VI. [Wijziging Zfw]  [GeschiedenisVvWMvT]
A.
De Ziekenfondswet ¹ wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In onderdeel a van het vierde lid wordt de zinsnede "
artikel 57 van die wet" vervangen door: een uitkering of bijdrage als bedoeld in artikel 59 van die wet, voor zover die laatstbedoelde uitkering of bijdrage door Onze Minster in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als zodanig loon is aangewezen.
2. In onderdeel c van het vierde lid wordt na "uitkering," ingevoegd: bijdrage,.
3. In onderdeel d van het vierde lid wordt na "Burgerlijk Wetboek" ingevoegd: dan wel de op de verzekerde van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke regeling inzake ouderschapsverlof.
4. Na onderdeel d van het vierde lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van dat onderdeel door een puntkomma, toegevoegd:
e. geen rekening gehouden met de wijzigingen van het loon welke tijdens de duur van de dienstbetrekking plaatsvinden of hebben plaatsgevonden als gevolg van een verhindering de arbeid te verrichten wegens ziekte, tenzij de betrokkene ter zake van de verhindering inmiddels een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering geniet.
5. In het vijfde lid vervalt de tweede volzin.
B.
In het Besluit beperking kring verzekerden Ziekenfondswet wordt in artikel 2a, tweede lid, de zinsnede "vierde lid, onderdeel b, c en d" vervangen door: vierde lid, onderdeel b, c en e.
C.
De volgens onderdeel B van dit artikel gewijzigde bepaling van het Besluit beperking kring verzekerden Ziekenfondswet kan overeenkomstig artikel 3, negende lid, van de Ziekenfondswet bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.

1. Volgens de redactie dient na "Ziekenfondswet" te worden ingevoegd: (Stb. 1986, 347).

 

Art.VII. [Wijziging Wamil]  [GeschiedenisVvWMvT]
In artikel 3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (Stb. 1972, 313) vervalt de zinsnede "- zonder toepassing van artikel 57 van die wet -".

 

Art. VIII. [Wijziging OSV]  [GeschiedenisVvWMvT]
De Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1989, 119) wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 10a, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. Het bestuur van de bedrijfsvereniging geeft ingevolge bij algemene maatregel van bestuur nader te stellen regels een werkgever op zijn verzoek toestemming om het risico van de wettelijke ziekengeldverzekering zelf te dragen.
B.
[MvT]
In artikel 19 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid vervalt onderdeel b, waarna onderdeel c wordt verletterd tot onderdeel b.
2. Aan het artikel wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
-3. De bedrijfsvereniging kan de afdelingskas belasten met de taken, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Ziektewet, onder door haar te stellen regels.
C.
[MvT]
In artikel 50e, eerste lid, wordt de zinsnede "de ziekenfondsen en de Ziekenfondsraad zijn verplicht desgevraagd" vervangen door: de ziekenfondsen, de Ziekenfondsraad en degene aan wie op grond van artikel 31a van de Arbeidsomstandighedenwet (Stb. ...) een certificaat als bedoeld in artikel 18. tweede lid, van die wet is verleend, zijn verplicht desgevraagd.
D.
[MvT]
In artikel 50m wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. De in artikel 50a, eerste lid, genoemde instellingen en personen zijn na schriftelijke machtiging door degene op wie de gegevens betrekking hebben verplicht uit de door of namens hen gevoerde administratie desgevraagd aan degene aan wie op grond van artikel 31a van de Arbeidsomstandighedenwet een certificaat als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van die wet is verleend die gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Arbeidsomstandighedenwet.

 

Art. IX. [Wijziging CSV]  [GeschiedenisVvWMvT]
In artikel 3a, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1987, 552) wordt de zinsnede "die een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering dan wel artikel 57 van de Ziektewet" vervangen door: die een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering krachtens de Ziektewet.

 

Art. X. [Wijziging Wfv]  [GeschiedenisVvWMvT]
In artikel 35 van de Wet financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129) wordt het tweede lid vervangen door:
-2. Uit het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds worden betaald:
a. de lasten van de algemene arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en van de vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de lasten van de regeling vervat in hoofdstuk X van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
c. de toelagen ingevolge artikel 69 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
d. de uitkeringen aan lichamen, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
e. de bonusuitkering bedoeld in artikel 59c, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
f. het op grond van artikel 59n, zevende lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en het Spoorwegpensioenfonds toe te kennen budget.

 

Art. XI. [Wijziging Wet TAV]  [GeschiedenisVvWMvT]
In artikel II van de Wet tot wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een regeling voor het overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt onderdeel P vervangen door:
P.
Artikel 71a wordt vervangen door:
Art. 71a.
-1. De bedrijfsvereniging doet zo spoedig mogelijk aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst melding van gevallen waarin zodanige melding redelijkerwijs van belang moet worden geacht met het oog op de werkzaamheden van die Dienst omschreven in artikel 22a, eerste lid, van de Organisatiewet Sociale Verzekering.
-2. In gevallen waarin de arbeidsongeschiktheid voortduurt, verplicht de bedrijfsvereniging de werkgever om, zodra een termijn van dertien weken is verstreken, in overleg met de werknemer een reïntegratieplan op te stellen ten behoeve van de herintreding van de werknemer in het arbeidsproces, tenzij de bedrijfsvereniging voor het opstellen van het terugkeerplan geen noodzaak aanwezig acht. Van het opstellen van een reïntegratieplan wordt melding gedaan aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst.
-3. Gevallen waarin de arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden uiterlijk in de zesde maand na aanvang van de arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsvereniging bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst gemeld.
-4. Weigert de werkgever zonder deugdelijke grond mee te werken aan het opstellen of uitvoeren van het reïntegratieplan, dan is de bedrijfsvereniging bevoegd de ziekengelduitkering van de betrokken werknemer te verhalen op de werkgever.
-5. De Sociale Verzekeringsraad kan nadere regels stellen omtrent de toepassing van het derde lid.

 

Art. XII. [Wijziging Wet TAV]  [Geschiedenis]
In artikel III van de Wet tot wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een regeling voor het overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt onderdeel Q vervangen door:
Q.
Artikel 65 wordt vervangen door
Art. 65.
-1. De bedrijfsvereniging doet zo spoedig mogelijk aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst melding van gevallen waarin een zodanige melding redelijkerwijs van belang moet worden geacht met het oog op de werkzaamheden van die Dienst omschreven in artikel 22a, eerste lid, van de Organisatiewet Sociale Verzekering.
-2. Gevallen waarin de arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden uiterlijk in de zesde maand na aanvang van de arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsvereniging bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst gemeld.
-3. Degene die arbeidsongeschikt is en geen aanspraak heeft op ziekengeld krachtens de Ziektewet of op een pensioen onderscheidenlijk een uitkering ingevolge de in artikel 8 bedoelde wetten onderscheidenlijk regeling, is gehouden binnen een termijn van vijf maanden na aanvang van de arbeidsongeschiktheid de bedrijfsvereniging in kennis te stellen van zijn ongeschiktheid.
-4. De Sociale Verzekeringsraad kan nadere regels stellen omtrent de toepassing van het tweede lid.

 

Art. XIII. [Wijziging Wet TAV]  [GeschiedenisVvWMvT]
In artikel XVII van de Wet tot wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een regeling voor het overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt artikel "Artikel 29a" vervangen door: Artikel 29b.

 

 

HOOFDSTUK  II

Burgerlijk Wetboek

 

Art. XIV. [Wijziging BW]  [GeschiedenisVvWMvT]
Het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel 1638c worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het eerste lid komt als volgt te luiden:
Evenwel heeft de arbeider wanneer hij ten gevolge van ziekte verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten, voor een tijdvak van zes weken aanspraak op 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon, maar ten minste op het voor hem geldende wettelijk minimumloon, tenzij de ziekte door zijn opzet is veroorzaakt of het gevolg is van een gebrek waarover hij bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst de werkgever opzettelijk valse inlichtingen heeft gegeven.
2. In het tweede lid worden de woorden "enige wettelijk voorgeschreven ziekte- of ongevallenverzekering" vervangen door: enige wettelijk voorgeschreven verzekering.
3. In het zevende lid worden de woorden "de daar bedoelde periode" vervangen door: het daar bedoelde tijdvak.
4. In het achtste lid wordt "een maand" vervangen door: vier weken.
B.
[MvT]
In het vijfde lid van artikel 1638dd worden de woorden "ziekte of ongeval" en de woorden "ziekte of het ongeval" steeds vervangen door: ziekte.

 

 

HOOFDSTUK  III

Regeling voor het overheidspersoneel

 

Art. XV. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT;  Stb. 1996, 134Stb. 1997, 162Stb. 1997, 768Stb. 2001, 568Stb. 2001, 625Stb. 2001, 628 + bisStb. 2003, 555 + bisStb. 2004, 311Stb. 2005, 37Stb. 2005, 65Stb. 2005, 573Stb. 2005, 708]
 
 

 

HOOFDSTUK  IV

Overgangs- en slotbepalingen

 

Art. XVI. [Overgangsrecht recht op ziekengeld]  [GeschiedenisVvWMvT]
-1. De inwerkingtreding van deze wet heeft geen gevolgen voor het recht op ziekengeld van de verzekerde:
a. die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet ongeschikt is tot het werken wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. wiens ongeschiktheid tot het werken wegens ziekte intreedt op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen vier weken nadat een vóór die inwerkingtreding gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de ongeschiktheid tot het werken wegens ziekte geacht niet te zijn onderbroken wanneer perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.

 
 
 
Art. XVII. [Verlengde werkingsduur ZW-regelgeving]  [GeschiedenisVvWMvT]
-1. Artikel 57 van de Ziektewet blijft voor door de bedrijfsvereniging op grond van dat artikel getroffen en door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid goedgekeurde besluiten van kracht tot 1 juli 1994.
-2. De op grond van artikel 54 van de Ziektewet getroffen regelingen en overeenkomsten inzake hogere, langere of andere uitkeringen blijven van kracht tot 1 juli 1994.
-3. In de gevallen waarin het eerste lid toepassing vindt, blijven de artikelen 1, 7a en 57 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 1 en 48 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, artikel 3a, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en artikel 3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, zoals deze luidden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, van kracht.

 
 
 
Art. XVIII. [Behoud ZW-aanspraken]  [GeschiedenisStb. 1995, 691VvWMvT]
-1. Degene die op grond van artikel XVII aanspraken heeft verkregen die voortvloeien uit artikel 57 of artikel 54 van de Ziektewet behoudt deze aanspraken, indien:
a. hij op 30 juni 1994 ongeschikt is tot werken wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. de ongeschiktheid tot het werken wegens ziekte intreedt na 30 juni 1994 en tevens binnen vier weken nadat een vóór die dag gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
-2. Artikel XVI, tweede lid, en, voor zoveel nodig, artikel XVII, derde lid, zijn van toepassing.

 
 
 
Art. XIX. [Overgangsrecht arbeidsverhouding bij ziekte]  [GeschiedenisVvWMvT]
-1. De bepaling van artikel XIV, onderdeel A, is niet van toepassing op de arbeidsverhoudingen van personen:
a. die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet ongeschikt zijn tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. van wie de ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte intreedt op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen vier weken nadat een vóór die inwerkingtreding gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte geacht niet te zijn onderbroken wanneer perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.

 
 
 
Art. XX.
Vervallen
[GeschiedenisStb. 1995, 560]
 
 
 
Art. XXI. [Tekstplaatsing ZW]  [GeschiedenisVvW]
De tekst van de Ziektewet wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.

 
 
 
Art. XXII.
[Inwerkingtreding]  [GeschiedenisVvW]
-1. De artikelen van deze wet, met uitzondering van artikel III, onderdeel D en E, treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
-2. Artikel III, onderdeel D en E, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 1992.

1. Bij Besluit van 22 december 1993, Stb. 1993, 751, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari 1994, onderscheidenlijk 1 juli 1994, red.
  
 
 
Art. XXIII
. [Werkzaamheden Lisv voor derde]  [GeschiedenisStb. 1997, 96]
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen is bevoegd tegen kostprijs werkzaamheden te verrichten in opdracht of ten behoeve van een dienst als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel a en c, van de Arbeidsomstandighedenwet.
-2. De werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts betrekking hebben op de uit artikel 4a van de Arbeidsomstandighedenwet voortvloeiende taken, voor zover die taken vóór 1 mei 1993 door de bedrijfsverenigingen of uitvoeringsinstellingen werden verricht.
-3. De bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid vervalt met ingang van 1 januari 1998.
 
 
 
Art. XXIV. [Citeertitel]  [GeschiedenisVvW]
Deze wet wordt aangehaald als: Wet terugdringing ziekteverzuim.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te 's-Gravenhage, 22 december 1993

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Wallage

De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

De Minister van Binnenlandse Zaken,
C.I. Dales

 

Uitgegeven de dertigste december 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x