|
REGELING
van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
van 22 september 2005, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/05/73154,
houdende regels omtrent de hoogte van aan Rea-scholingsinstituten te
verstrekken subsidie op grond van artikel 76c,
eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten
(Overgangsregeling Rea-scholingsinstituten)
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 76c,
eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;
Besluit:
Art.
1. Subsidiebedrag
-1. De subsidie, bedoeld in artikel
76c van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, bedraagt voor
de op grond van dat artikel aangewezen scholingsinstituten gezamenlijk:
a. €|13
875 000,00 in het jaar 2006;
b. €|13
875 000,00 in het jaar 2007;
en
c. €|0,00 in het jaar 2008.
-2. Uit de in het eerste lid bedoelde
subsidie wordt in ieder geval aan de scholingsinstituten de
affinanciering betaald van de ontvangen subsidie op grond van artikel
44, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, zoals dat artikel luidde vóór de datum van
inwerkingtreding van artikel 2.10 van de
Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen.
-3. Op de bedragen, genoemd in het eerste
lid, worden na toepassing van het tweede lid telkens in mindering
gebracht:
a. het bedrag dat het
scholingsinstituut ontvangt in verband met door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op grond van artikel 22,
eerste lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, zoals dat artikel luidde vóór de datum van
inwerkingtreding van artikel 2.10 van de
Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen, toegekende voorzieningen voor
opleiding of scholing;
b. het subsidiebedrag dat het
scholingsinstituut ontvangt op grond van de Subsidieregeling scholing
jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen; en
c. het bedrag dat het
scholingsinstituut ontvangt van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen ter uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in
artikel 30, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen.
Art.
1a.
-1. Op verzoek van het scholingsinstituut
verleent het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen na afloop van een jaar als bedoeld in artikel
1, eerste lid, een voorschot op de subsidie, bedoeld in artikel
1.
-2. In afwijking van het eerste lid wordt
het voorschot op verzoek van het scholingsinstituut reeds gedurende een
jaar verleend indien aannemelijk is dat het scholingsinstituut haar
activiteiten in dat jaar niet kan voortzetten zonder voorschot.
Art.
2. Grondslag
Indien de artikelen 1.7, onderdeel U, en
2.10 van het bij Koninklijk besluit van 17 mei 2005 ingediende voorstel van wet houdende regels
omtrent de invoering en financiering van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede met betrekking tot de intrekking van de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) (Kamerstukken
2004-2005, 30 118, nr. 2) op 1 januari 2006 niet in werking zijn getreden,
wordt, tot het moment van inwerkingtreding van genoemde artikelen:
a. deze regeling geacht te zijn
gebaseerd op artikel 44, eerste lid, van de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
b. voor "artikel
44, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, zoals dat artikel luidde vóór de datum van
inwerkingtreding van artikel 2.10 van de
Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen" in
artikel 1, tweede lid, gelezen: artikel 44,
eerste lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten; en
c. voor "artikel
22, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, zoals dat artikel luidde vóór de datum van
inwerkingtreding van artikel 2.10 van de
Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen" gelezen:
artikel 22, eerste lid, van de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
Art.
3. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari
2006.
Art.
4. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Overgangsregeling
Rea-scholingsinstituten.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 22 september
2005.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
TOELICHTING
[22 september 2005]
Algemeen
Bij
de inwerkingtreding van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten (Wet Rea) werd een nieuwe subsidiëringsmethode
ingevoerd voor door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(hierna: SZW) aangewezen scholingsinstituten die tot doel hadden de
arbeidsintegratie van arbeidsgehandicapten te bevorderen. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV) verstrekte per
kalenderjaar aan de aangewezen scholingsinstituten een subsidie ter
hoogte van een bij ministeriële regeling bepaald bedrag. Door de
Minister van SZW waren vijf scholingsinstituten ¹ (hierna: de Rea-scholingsinstituten)
aangewezen. Naast deze subsidie werd per cursist die aan één van de
instituten een opleiding volgde per scholingsdag een subsidie
verstrekt. Deze structuur was bedoeld als een overgangsregeling op weg
naar marktwerking.
De subsidieverlening aan deze instituten is in
2003 geëvalueerd. In het desbetreffende rapport wordt geconstateerd dat
ook andere instellingen dan deze Rea-scholingsinstituten scholing en
reïntegratieactiviteiten aanbieden of kunnen aanbieden aan personen
die behoren tot de doelgroep van de scholingsinstituten. Bij de
evaluatie werd voorts vastgesteld dat de kosten van scholing aan een Rea-scholingsinstituut
substantieel hoger zijn dan de kosten van scholing door andere
scholingsinstellingen. Daarnaast werd geconstateerd dat de Rea-scholingsinstituten
beschikken over een bijzondere expertise.
Na afweging van de hiervoor weergegeven
aspecten is besloten tot een nieuwe structuur. Met de brief d.d. 25 juni
2004 naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Het Werkend
Perspectief is aan de Tweede Kamer in hoofdlijnen de nieuwe structuur
aangekondigd.
De kosten van opleiding en scholing (en daarmee
samenhangende kosten) van jonggehandicapten met ernstige
scholingsbelemmeringen zullen met ingang van 2006 middels subsidiëring
worden bekostigd. Hierin wordt voorzien met de Subsidieregeling scholing
jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen. De doelgroep van
die regeling is niet beperkt tot de Rea-scholingsinstituten. In de kosten
van opleiding en scholing van andere personen (dan jonggehandicapten met
ernstige scholingsbelemmeringen) kan worden voorzien door middel van
de inzet van reïntegratietrajecten door het UWV. De Rea-scholingsinstituten
kunnen evenals voorheen scholingen verzorgen voor personen met ernstige
scholingsbelemmeringen met gebruikmaking van de subsidieregeling
respectievelijk door middel van de reïntegratietrajecten die worden
ingezet door het UWV. De basisfinanciering die werd verstrekt op grond
van artikel 44 van de Wet
Rea komt echter voor deze instituten met ingang van 2006 te
vervallen. Tot behoud van de expertise van de Rea-scholingsinstituten en
ten behoeve van een goede overgang van de oude naar de nieuwe
financieringsstructuur wordt in een overgangsregeling voorzien. Met deze
overgangsregeling kunnen de Rea-scholingsinstituten nog gedurende drie
jaar rekenen op een bedrag ter financiering van de infrastructuur. Dit
bedrag is afgeleid van het totaalbedrag dat ze in de afgelopen jaren
ontvingen en loopt af in drie jaar. De Rea-scholingsinstituten zullen in
deze periode de overgang moeten maken naar de nieuwe structuur.
Opgemerkt wordt dat deze regeling ten behoeve
van een goede uitvoering ervan eerder wordt gepubliceerd dan de datum
van inwerkingtreding van de regeling.
1. Stichting
Arbeidsbemiddeling en Vakopleidingen Sonneheerdt te Ermelo;
Stichting Hoensbroeck Centrum voor Arbeidsperspectief te Hoensbroek;
Stichting Beroepsopleidingen Werkenrode te Groesbeek;
Stichting Instituut voor Arbeidsintegratie en Scholing Heliomare te Wijk
aan Zee;
Stichting EEGA Educatie te Borne.
Artikelsgewijs
Artikel
1. Subsidiebedrag
Eerste lid
In
artikel 1, eerste lid, wordt bepaald hoe de subsidie, bedoeld in artikel
76c van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (hierna: Wajong)
moet worden berekend. Het uitgangspunt is het bedrag dat de Rea-scholingsinstituten
jaarlijks gezamenlijk genoten op grond van de Wet Rea.
Voor het jaar 2006 wordt hiervan 75% genomen, in 2007 50% en in 2008
(het laatste jaar) 25%.
Tweede lid
Op
het moment dat de nieuwe financieringssystematiek ingaat (1 januari
2006), hebben de vijf Rea-scholingsinstituten nog lopende verplichtingen
ten aanzien van cursisten die zij hebben aangenomen vóór die datum.
Deels zullen deze kosten op grond van artikel 22
van de Wet Rea, dat op grond van artikel 2.3
van de Wet invoering en financiering Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen in deze gevallen van toepassing blijft, worden voldaan.
Dit betreft de betaling van een bedrag per cursist per scholingsdag.
Daarnaast zullen de kosten moeten worden
voldaan die voorheen werden gedekt uit de subsidie op grond van artikel
44 Wet Rea, welk artikel met de
inwerkingtreding van artikel 2.10 van de
Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen zal zijn vervallen op het
moment dat de onderhavige regeling in werking treedt. Dit is een
basisfinanciering per scholingsinstituut, onafhankelijk van het aantal
cursisten en aantal opleidingsdagen. Omdat voor deze bedragen met het
vervallen van artikel 44 van de Wet
Rea geen aparte wettelijke basis meer is en zij komen te vallen
binnen het op grond van artikel 76c
Wajong vast te stellen subsidiebedrag, is in
het tweede lid expliciet bepaald dat deze bedragen bij voorrang worden
voldaan. Op deze wijze wordt een volledige vergoeding van de lopende
verplichtingen veilig gesteld binnen het in de onderhavige regeling
vastgestelde subsidiebedrag. Overigens is het bij de uitvoering van deze
regeling aan het UWV om de hoogte van dit bedrag ter affinanciering van artikel
44 van de Wet Rea en de verdeling daarvan
onder de afzonderlijke scholingsinstituten vast te stellen.
Het systeem van subsidiëring is dan als volgt.
In het eerste lid wordt het totale subsidiebedrag, bedoeld in artikel
76c van de Wajong, vastgesteld.
Uit dit bedrag wordt aan de Rea-scholingsinstituten in eerste instantie
en in ieder geval het in het tweede lid bedoelde bedrag ter
affinanciering van artikel 44 van de Wet
Rea voldaan. Het in het eerste lid genoemde bedrag is daartoe zonder
meer toereikend. Vervolgens worden, na toepassing van het tweede lid, de
totale inkomsten van de Rea-scholingsinstituten uit de in het derde lid
genoemde componenten bij elkaar opgeteld. Voor zover de in het derde lid
genoemde inkomsten nog onder het niveau van het in het eerste lid
genoemde garantiebedrag, dat na toepassing van het tweede lid resteert,
liggen, wordt de subsidie aangevuld tot aan het niveau van dat resterende
garantiebedrag.
Derde lid
Op
grond van het derde lid worden op dat bedrag in ieder jaar bepaalde
bedragen in mindering gebracht. Dit betreft:
a. het bedrag dat een Rea-scholingsinstituut ontvangt via personen aan
wie vóór de dag van inwerkingtreding van artikel 2.10 van de
Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen op
grond van artikel 22, eerste lid, van de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een voorziening voor
scholing of opleiding is toegekend. Op grond van artikel 2.3 van de
Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen blijft dit instrument namelijk van toepassing op de persoon die daarvoor
in aanmerking is gebracht zolang dat instrument in dezelfde vorm wordt
verstrekt. Gedurende de periode dat de opleiding voortduurt, zullen de in
dit kader verstrekte vergoedingen dus ten bate van het Rea-scholingsinstituut
blijven komen;
b. het bedrag dat een scholingsinstituut ontvangt op grond van de Subsidieregeling scholing
jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen; en
c. het bedrag dat het Rea-scholingsinstituut van het UWV
ontvangt voor de
scholing van jonggehandicapten zonder scholingsbelemmeringen of andere
personen in het kader van de aanbestedingsprocedure op grond van artikel
30, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen.
Met
betrekking tot het bedrag onder b wordt opgemerkt dat de
systematiek van de Subsidieregeling scholing
jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen zo is vormgegeven dat eerst subsidie
wordt verleend en aan het eind van de subsidieperiode de subsidie wordt
vastgesteld. Het mag duidelijk zijn dat het in het kader van deze
regeling gaat om het vastgestelde subsidiebedrag.
Opgemerkt wordt dat bedragen die een
scholingsinstituut van anderen ontvangt (bijvoorbeeld inkomsten uit
vermogen of inkomst uit opdrachten van anderen dan het UWV) niet in
mindering worden gebracht op het basissubsidiebedrag in enig jaar.
Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat het
in mindering brengen van de bedragen, bedoeld in onderdeel a, b,
c en d [onderdeel a, b en c, red.], op de
basissubsidiebedragen, genoemd in het eerste lid, in zowel 2006, 2007 en
2008 en dus niet eenmalig plaatsvindt, hetgeen ook blijkt uit het woord
"telkens".
Artikel
3 [artikel 2, red.]. Grondslag
Deze regeling is gebaseerd op artikel 76c
van de Wajong, welk artikel wordt ingevoegd
na inwerkingtreding van de Wet invoering en
financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De verwachte datum van inwerkingtreding
van deze wet is 29 december 2005. Omdat op het moment van publicatie van
deze regeling het genoemde wetsvoorstel echter nog door de Eerste Kamer
moet worden behandeld, staat deze inwerkingtredingsdatum nog niet vast.
Ingeval artikel 76c Wajong
op 1 januari 2006 (dit is de datum vanaf wanneer subsidie op grond van
de Subsidieregeling scholing
jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen kan worden verstrekt) nog niet in werking is
getreden, wordt de basis voor deze regeling gevormd door artikel
44, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten. Dit artikel zal vervallen op het moment waarop
artikel 2.10 van de Wet invoering en
financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in werking treedt, reden
waarom dit
artikel 2.10 in
artikel met het opschrift "grondslag" van deze regeling wordt genoemd.
De onderdelen b en c van artikel 3 [artikel
2, red.] bieden een technische
oplossing voor de lezing van deze regeling ingeval de in de aanhef
geschetste situatie zich voordoet.
Artikel
4 [artikel 3, red.]. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. Dit is de
datum vanaf wanneer op grond van de Subsidieregeling scholing
jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen subsidie kan
worden verstrekt.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
|
|