|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op de artikelen
65,
tweede lid, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten en 43, vierde lid, onderdeel d, Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997; ¹
1. Ingevolge de Invoeringswet
SUWI is de Osv 1997 met ingang van 1
januari 2002 ingetrokken; in de nieuwe uitvoeringsorganisatie zijn de uitvoeringsinstellingen
opgegaan in het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), ofschoon zij ieder afzonderlijk
blijven functioneren, onder namen als UWV GAK, UWV
Cadans, enz., red.
Besluit:
HOOFDSTUK 1
Art. 1.
In dit besluit wordt
verstaan onder:
a. het Lisv: het Landelijk instituut
sociale verzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 4 Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 (Osv 1997); ¹
b. de fondsen: het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten (Afj), het Arbeidsongeschiktheidsfonds
zelfstandigen (Afz) en de
Arbeidsongeschiktheidskas (Aok);
c. uitvoeringsinstelling:
een uitvoeringsinstelling, als bedoeld in artikel
41, derde lid,
Osv 1997; ¹
d. maand: kalendermaand;
e. de uitgaven: de Afj-, de Afz-, de
Aok- en de Rf-uitgaven;
f. de ontvangsten: de Afj-,
de Afz-, de Aok- en de Rf-ontvangsten;
g. de Afj-uitgaven:
1. de verstrekte bedragen,
bedoeld in artikel 65, eerste lid,
onderdeel a, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
(Wajong);
en
2. de betaalde premies over
de Wajong-uitkeringen die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden
gebracht, bedoeld in artikel 65,
eerste lid, onderdeel b, Wajong;
h. de Afz-uitgaven:
1. de verstrekte bedragen,
bedoeld in artikel 80, onderdeel a, Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
(WAZ); en
2. de betaalde premies over
de WAZ-uitkeringen die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden
gebracht, bedoeld in artikel 80, onderdeel b, WAZ;
i. de Aok-uitgaven: de
verstrekte uitkeringen, bedoeld in artikel 76f,
eerste lid, Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
j. de Rf-uitgaven: de
verstrekte bedragen, bedoeld in artikel 43,
eerste lid, onderdeel a tot en met h, Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
k. de
Afj-ontvangsten: de
ontvangen bedragen, bedoeld in artikel 64, onderdeel b tot en met d, Wajong;
l. de
Afz-ontvangsten: de
ontvangen bedragen, bedoeld in artikel 79, onderdeel b tot en met d, WAZ;
m. de
Aok-ontvangsten: de
ontvangen bedragen, bedoeld in artikel 76e, onderdeel a tot en met
e, en onderdeel g, WAO;
n. de Rf-ontvangsten: de
ontvangen bedragen, bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel b, Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten;
o. maanduitkeringen:
uitkeringen die de uitvoeringsinstelling
elke maand op een vooraf door haar bepaald
tijdstip betaalt.
1. Zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV) als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.
HOOFDSTUK
2
Algemene
bepalingen
Art. 2.
-1. De uitvoeringsinstelling
draagt zorg voor een goed beheer van de
liquiditeiten die zij verkrijgt uit de
verschillen tussen de voorschotten,
bedoeld in hoofdstuk 3, en de voorlopig
gerealiseerde uitgaven en ontvangsten, bedoeld in dat hoofdstuk.
Dit liquiditeitenbeheer
vindt plaats met inachtneming van het door
het Lisv vastgestelde beleid inzake
liquiditeitenbeheer.
-2. Indien de
uitvoeringsinstelling niet voldoende middelen heeft om
de uitgaven te verrichten, vraagt zij in
aanvulling op de
voorschotverstrekkingen en overige verrekeningen van
uitgaven en ontvangsten, bedoeld in hoofdstuk 3, een voorschot aan bij het
Lisv.
-3. Ter uitvoering van het
bepaalde in het eerste lid mandateert
het Lisv de directie van de uitvoeringsinstelling tot het uitvoeren van de
handelingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het beheer, bedoeld in
dat lid.
-4. De directie van de
uitvoeringsinstelling kan ondermandaat verlenen
aan personen die in dienst zijn
van de uitvoeringsinstelling tot
het uitvoeren van de handelingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van
het beheer, bedoeld in het eerste lid.
-5. De uitvoeringsinstelling
brengt in januari van het jaar volgend
op het boekjaar of zo spoedig
mogelijk nadien de renteontvangsten uit het
beheer, bedoeld in het eerste lid, ten gunste van de rekeningen-courant met
het Lisv. Bij de verdeling van de renteontvangsten naar fonds wordt de volgende
verdeelsleutel gehanteerd: de som van de gemiddelde standen per week
van de rekeningen-courant gedeeld
door 52.
Art. 3.
Indien een verrekendag als
bedoeld in dit besluit een zaterdag,
zondag of erkende feestdag is,
verrekent het Lisv op de eerstvolgende dag,
niet zijnde een zaterdag, zondag of erkende
feestdag.
Art. 4.
De uitvoeringsinstelling
verstrekt ramingen en opgaven aan het Lisv overeenkomstig hetgeen het
Lisv bij instructie nader bepaalt.
HOOFDSTUK
3
Verrekeningen
uitgaven en ontvangsten
Art. 5.
-1. Het Lisv verstrekt aan de
uitvoeringsinstelling ten laste van het Afj een voorschot:
a. op de eerste dag van
iedere maand ter grootte van het bedrag
van de door de uitvoeringsinstelling
geraamde Afj-uitgaven, niet zijnde Wajong-maanduitkeringen, in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag
van de maand;
b. ter grootte van het
bedrag van de door de
uitvoeringsinstelling geraamde Wajong-maanduitkeringen:
- op de negende dag van
iedere maand aan SFB
Uitvoeringsorganisatie Sociale Verzekering NV, maar in de
maand mei op de zevende dag van de maand;
- op de tiende dag van
iedere maand aan Cadans
Uitvoeringsinstelling Sociale Verzekeringen;
- op de elfde dag van
iedere maand aan GUO
Uitvoeringsinstelling BV;
- aan GAK Nederland BV,
waarvan 50% op de zevende dag van
iedere maand en 50% op de tiende
dag van iedere maand; en
- aan het USZO op de dag
waarop de USZO deze maanduitkeringen
betaalbaar stelt;
c. op de vijftiende dag van
iedere maand ter grootte van het
bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Wajong-uitgaven,
niet zijnde Wajong-maanduitkeringen, in
de periode van de vijftiende
tot en met de laatste dag van de maand.
-2. Het Lisv ontvangt van de
uitvoeringsinstelling ten gunste van het Afj een voorschot:
a. op de vijftiende dag van
iedere maand ter grootte van het
bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afj-ontvangsten in
de periode van de eerste tot en
met de veertiende dag van de maand;
b. op de laatste werkdag van
iedere maand ter grootte van het
bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afj-ontvangsten in
de periode van de vijftiende
tot en met de laatste dag van de maand.
-3. Het Lisv verrekent tussen
het Afj en de uitvoeringsinstelling:
a. op de tiende dag van
iedere maand:
1. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afj-uitgaven in de periode
van de vijftiende tot en met de laatste dag
van de vorige maand en de door de
uitvoeringsinstelling geraamde Afj-uitgaven in die periode; en
2. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afj-ontvangsten in de
periode van de vijftiende tot en met de
laatste dag van de vorige maand en de door
de uitvoeringsinstelling geraamde Afj-ontvangsten in die periode;
b. op de vijfentwintigste
dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afj-uitgaven in de periode
van de eerste tot en met de veertiende dag
van de maand en de geraamde
Afj-uitgaven over die periode; en
2. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afj-ontvangsten in de
periode van de eerste tot en met de
veertiende dag van de vorige maand en de door
de uitvoeringsinstelling geraamde Afj-ontvangsten in die periode;
c. op de laatste werkdag van
iedere maand:
1. de door de
uitvoeringsinstelling gerealiseerde Afj-uitgaven in de vorige maand verminderd met de
voorlopig gerealiseerde Afj-uitgaven
in die maand;
2. de door de
uitvoeringsinstelling gerealiseerde Afj-ontvangsten in de vorige maand verminderd met de
voorlopig gerealiseerde
Afj-ontvangsten in die maand; en
3. de loonheffing die in de
vorige maand op de betaalde
Wajong-uitkeringen is ingehouden.
Art. 6.
-1. Het Lisv verstrekt aan de
uitvoeringsinstelling ten laste van het Afz een voorschot:
a. op de eerste dag van
iedere maand ter grootte van het bedrag
van de door de uitvoeringsinstelling
geraamde Afz-uitgaven, niet zijnde WAZ-maanduitkeringen, in de periode van de eerste
tot en met de veertiende dag van
de maand;
b. ter grootte van het
bedrag van de door de
uitvoeringsinstelling geraamde WAZ-maanduitkeringen:
- op de negende dag van
iedere maand aan SFB
Uitvoeringsorganisatie Sociale Verzekering NV, maar in de
maand mei op de zevende dag van de maand;
- op de tiende dag van
iedere maand aan Cadans
Uitvoeringsinstelling Sociale Verzekeringen;
- op de elfde dag van
iedere maand aan GUO
Uitvoeringsinstelling BV;
- aan GAK Nederland BV,
waarvan 50% op de zevende dag van
iedere maand en 50% op de tiende
dag van iedere maand; en
- aan het USZO op de dag
waarop het USZO deze maanduitkeringen
betaalbaar stelt;
c. op de vijftiende dag van
iedere maand ter grootte van het
bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde WAZ-uitgaven, niet
zijnde WAZ-maanduitkeringen, in de periode van de vijftiende tot en met
de laatste dag van de maand.
-2. Het Lisv ontvangt van de
uitvoeringsinstelling ten gunste van het Afz een voorschot:
a. op de vijftiende dag van
iedere maand ter grootte van het
bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afz-ontvangsten in
de periode van de eerste tot en
met de veertiende dag van de maand;
b. op de laatste werkdag van
iedere maand ter grootte van het
bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afz-ontvangsten in
de periode van de vijftiende
tot en met de laatste dag van de maand.
-3. Het Lisv verrekent tussen
het Afz en de uitvoeringsinstelling:
a. op de tiende dag van
iedere maand:
1. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afz-uitgaven in de periode
van de vijftiende tot en met de laatste dag
van de vorige maand en de door de
uitvoeringsinstelling geraamde Afz-uitgaven in die periode; en
2. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afz-ontvangsten in de
periode van de vijftiende tot en met de
laatste dag van de vorige maand en de door
de uitvoeringsinstelling geraamde Afz-ontvangsten in die periode;
b. op de vijfentwintigste
dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afz-uitgaven in de periode
van de eerste tot en met de veertiende dag
van de maand en de geraamde
Afz-uitgaven over die periode; en
2. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afz-ontvangsten in de
periode van de eerste tot en met de
veertiende dag van de vorige maand en de door
de uitvoeringsinstelling geraamde Afz-ontvangsten in die periode;
c. op de laatste werkdag van
iedere maand:
1. de door de
uitvoeringsinstelling gerealiseerde Afz-uitgaven in de vorige maand verminderd met de
voorlopig gerealiseerde Afz-uitgaven
in die maand;
2. de door de
uitvoeringsinstelling gerealiseerde Afz-ontvangsten in de vorige maand verminderd met de
voorlopig gerealiseerde
Afz-ontvangsten in die maand; en
3. de loonheffing die in de
vorige maand op de betaalde
WAZ-uitkeringen is ingehouden.
Art. 7.
-1. Het Lisv verstrekt aan de
uitvoeringsinstelling ten laste van het Aok een voorschot:
a. op de eerste dag van
iedere maand ter grootte van het bedrag
van de door de uitvoeringsinstelling
geraamde Aok-uitgaven, niet zijnde WAO-maanduitkeringen, in de periode van de eerste
tot en met de veertiende dag van
de maand;
b. ter grootte van het
bedrag van de door de
uitvoeringsinstelling geraamde WAO-maanduitkeringen:
- op de negende dag van
iedere maand aan SFB
Uitvoeringsorganisatie Sociale Verzekering NV, maar in de maand mei op de zevende dag van de
maand;
- op de tiende dag van
iedere maand aan Cadans
Uitvoeringsinstelling Sociale Verzekeringen;
- op de elfde dag van
iedere maand aan GUO
Uitvoeringsinstelling BV;
- aan GAK Nederland BV,
waarvan 50% op de zevende dag van
iedere maand en 50% op de tiende
dag van iedere maand; en
- aan het USZO op de dag
waarop het USZO deze maanduitkeringen
betaalbaar stelt;
c. op de vijftiende dag van
iedere maand ter grootte van het
bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-uitgaven, niet
zijnde WAO-maanduitkeringen, in de periode van de vijftiende tot en met
de laatste dag van de maand.
-2. Het Lisv ontvangt van de
uitvoeringsinstelling ten gunste van het Aok een voorschot:
a. op de vierde dag van
iedere maand ter grootte van het bedrag
van de door de uitvoeringsinstelling
geraamde Aok-ontvangsten in de periode van de eerste tot en met de vierde dag van
de maand;
b. op de zevende dag van
iedere maand ter grootte van het bedrag
van de door de uitvoeringsinstelling
geraamde Aok-ontvangsten in de periode van de vijfde tot en met de zevende dag
van de maand;
c. op de vijftiende dag van
iedere maand ter grootte van het
bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-ontvangsten in
de periode van de achtste tot
en met de veertiende dag van de maand;
d. op de vijfentwintigste
dag van iedere maand ter grootte van het
bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-ontvangsten in
de periode van de vijftiende
tot en met de vijfentwintigste dag van de
maand;
e. op de laatste werkdag van
de maand ter grootte van het bedrag
van de door de uitvoeringsinstelling
geraamde Aok-ontvangsten in de periode van de
zesentwintigste tot en met de laatste dag
van de maand.
-3. Het Lisv verrekent tussen
het Aok en de uitvoeringsinstelling:
a. op de tiende dag van
iedere maand:
1. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Aok-uitgaven in de periode
van de vijftiende tot en met de laatste dag
van de vorige maand en de door de
uitvoeringsinstelling geraamde Aok-uitgaven in die periode; en
2. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Aok-ontvangsten in de
periode van de vijftiende tot en met de
laatste dag van de vorige maand en de door
de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-ontvangsten in die periode;
b. op de vijfentwintigste
dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Aok-uitgaven in de periode
van de eerste tot en met de veertiende dag
van de maand en de door de
uitvoeringsinstelling geraamde Aok-uitgaven in die periode; en
2. het verschil
tussen de door de
uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Aok-ontvangsten in de periode van de eerste tot en
met de veertiende dag van de vorige maand en de door de
uitvoeringsinstelling geraamde Aok-ontvangsten in
die periode;
c. op de laatste werkdag van
iedere maand:
1. de door de
uitvoeringsinstelling gerealiseerde Aok-uitgaven in de vorige maand verminderd met de
voorlopig gerealiseerde Aok-uitgaven
in die maand;
2. de door de
uitvoeringsinstelling gerealiseerde Aok-ontvangsten in de vorige maand verminderd met de
voorlopig gerealiseerde
Aok-ontvangsten in die maand; en
3. de loonheffing die in de
vorige maand op de betaalde
WAO-uitkeringen is ingehouden.
Art. 7a.
-1. Het Lisv
verstrekt aan de
uitvoeringsinstelling ten laste van het Rf een voorschot:
a. op de eerste dag van
iedere maand ter grootte van het bedrag
van de door de uitvoeringsinstelling
geraamde Rf-uitgaven in de periode van de eerste
tot en met de veertiende dag van
de maand verminderd met de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten
in die periode;
b. op de vijftiende dag van
iedere maand ter grootte van het
bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in de
periode van de vijftiende tot en met
de laatste dag van de maand verminderd
met de door de
uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die
periode.
-2. Het Lisv verrekent tussen
het Rf en de uitvoeringsinstelling:
a. op de tiende dag van
iedere maand:
1. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in de periode
van de vijftiende tot en met de
laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven
in die periode; en
2. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten in de periode
van de vijftiende tot en met de
laatste dag van de vorige maand en de door
de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode;
b. op de vijfentwintigste
dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in de periode
van de eerste tot en met de veertiende dag
van de maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in die
periode; en
2. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten in de periode
van de eerste tot en met de
veertiende dag van de maand en de door de
uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode;
c. op de laatste werkdag van
iedere maand:
1. de door de
uitvoeringsinstelling gerealiseerde Rf-uitgaven in de vorige maand verminderd met de
voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in
die maand;
2. de door de
uitvoeringsinstelling gerealiseerde Rf-ontvangsten in de vorige maand verminderd met de
voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten
in die maand.
HOOFDSTUK
4
Slotbepalingen
Art. 8.
Indien het bij koninklijke boodschap van 1 september 1997
ingediende voorstel van Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten tot wet
wordt verheven, wordt dit besluit
als volgt gewijzigd:
1. In artikel 1, onderdeel e,
wordt "en de Aok-uitgaven" vervangen
door: , de Aok- en de Rf-uitgaven;
2. In artikel 1, onderdeel f,
wordt "en de Aok-ontvangsten" vervangen
door: , de Aok- en de Rf-ontvangsten.
3. In artikel 1 wordt onder
verlettering van de onderdelen j tot en
met l tot onderdelen k tot en met m en van
onderdeel m tot onderdeel o twee nieuwe
onderdelen j en n ingevoegd:
j. de Rf-uitgaven: de
verstrekte bedragen, bedoeld in artikel 43,
eerste lid, onderdeel a tot en met h, Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
n. de Rf-ontvangsten: de
ontvangen bedragen, bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel b, Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten;
4. Na artikel 7 wordt een
nieuw artikel 7a ingevoegd:
Art. 7a.
-1. Het Lisv verstrekt aan de
uitvoeringsinstelling ten laste van het Rf een voorschot:
a. op de eerste dag van
iedere maand ter grootte van het bedrag
van de door de uitvoeringsinstelling
geraamde Rf-uitgaven in de periode van de eerste
tot en met de veertiende dag van
de maand verminderd met de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten
in die periode;
b. op de vijftiende dag van
iedere maand ter grootte van het
bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in de
periode van de vijftiende tot en met
de laatste dag van de maand verminderd
met de door de
uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die
periode.
-2. Het Lisv verrekent tussen
het Rf en de uitvoeringsinstelling:
a. op de tiende dag van
iedere maand:
1. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in de periode
van de vijftiende tot en met de
laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven
in die periode; en
2. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten in de periode
van de vijftiende tot en met de
laatste dag van de vorige maand en de door
de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode;
b. op de vijfentwintigste
dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in de periode
van de eerste tot en met de veertiende dag
van de maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in die
periode; en
2. het verschil tussen de
door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten in de periode
van de eerste tot en met de
veertiende dag van de maand en de door de
uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode;
c. op de laatste werkdag van
iedere maand:
1. de door de
uitvoeringsinstelling gerealiseerde Rf-uitgaven in de vorige maand verminderd met de
voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in
die maand;
2. de door de
uitvoeringsinstelling gerealiseerde Rf-ontvangsten in de vorige maand verminderd met de
voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten
in die maand.
Art. 9.
In 1998 evalueert het Lisv in overleg met de uitvoeringsinstellingen
de toepassing van dit besluit.
Art.10.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 1998.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 10 december 1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[10 december 1997]
Algemeen
Ingevolge
artikel 65, tweede
lid, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
kan het Lisv [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] nadere regels stellen
omtrent hetgeen ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten (Afj) komt.
Voorts kan het Lisv
instructies geven aan de uitvoeringsinstellingen
inzake de werkzaamheden met betrekking
tot de voorbereiding en uitvoering
van zijn besluiten die het Lisv aan
de uitvoeringsinstellingen heeft opgedragen (artikel
43, vierde lid, onderdeel
d, Osv 1997). Dit besluit sluit aan bij
het besluit van het Lisv Besluit verrekeningen
tussen de door het Lisv beheerde fondsen en
de uitvoeringsinstellingen en afdrachten uitvoeringsinstellingen aan Ziekenfondsraad
van 18 juni 1997 (Stcrt. 1997, 119
en 133) [zie voor Ziekenfondsraad: College voor
zorgverzekeringen, red.]. Ook met het onderhavige
besluit wordt beoogd de geldstromen tussen
het Lisv en de uitvoeringsinstellingen zoveel mogelijk te laten aansluiten
op de geldstromen tussen de uitvoeringsinstellingen en uitkeringsgerechtigden
respectievelijk werkgevers.
De verrekeningen vinden
plaats in drie fasen:
- bevoorschotting van de
geraamde uitgaven en ontvangsten;
- voorlopige afrekening
van de voorlopig gerealiseerde uitgaven en
ontvangsten;
- afrekening van de
gerealiseerde uitgaven en ontvangsten.
Voor de verrekeningsdata is
aansluiting gezocht bij de
verrekeningsdata voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Evenals in het
verrekeningsbesluit van 18 juni 1997 is voorzien in
een evaluatie in 1998. Daarbij zal tevens
worden bezien of, en zo ja, in hoeverre
harmonisatie mogelijk is in de data
waarop het Lisv aan de
uitvoeringsinstellingen de zogenoemde maanduitkeringen bevoorschot.
Artikelsgewijs
Artikel
1, onderdeel g,
onder 1
De bedragen, bedoeld in dit
onderdeel, betreffen de Wajong-uitkeringen.
Artikel
1, onderdeel h,
onder 1
De bedragen, bedoeld in dit
onderdeel, betreffen de WAZ-uitkeringen.
Artikel
1, onderdeel j
De bedragen, bedoeld in dit
onderdeel, betreffen:
- de vereveningsbijdragen (artikel 48 Wajong);
- de boeten (artikel 40 Wajong);
- de ontvangsten uit
verhaal (artikel 61 Wajong).
Artikel
1, onderdeel k
De bedragen, bedoeld in dit
onderdeel, betreffen:
- de vereveningsbijdragen (artikel 56 WAZ);
- de boeten (artikel 48 WAZ);
- de ontvangsten uit
verhaal (artikel 69 WAZ).
Artikel
1, onderdeel l
De bedragen, bedoeld in dit
onderdeel, betreffen:
- de gedifferentieerde
premie (artikel 78, eerste lid) en de
vervangende premie (artikel 78, zevende lid);
- de ontvangsten uit
verhaal (artikelen 75a, vierde lid, 75b, vijfde
lid, en 90 WAO);
- bedragen die werkgevers
betalen, omdat zij degenen die recht
hebben op een WAO-uitkering, zonder
deugdelijke grond niet in de gelegenheid
stellen hen passende arbeid te
verrichten (artikel 46 WAO);
- de ontvangsten uit
terugvordering (artikel 57 WAO);
- de bedragen die een
werkgever verschuldigd is indien hij eigenrisicodrager wordt (artikel 78a
WAO).
Artikelen
5, eerste lid, 6,
eerste lid, en 7, eerste lid
Het grootste deel van de
Wajong-, WAZ- en WAO-uitkeringen
wordt elke maand op een vooraf door de
uitvoeringsinstelling bepaald tijdstip aan de uitkeringsgerechtigden betaald (hierna
te noemen maanduitkeringen).
Een klein gedeelte van de
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wordt tussentijds aan de uitkeringsgerechtigden afgedragen.
Het Lisv bevoorschot vanaf
de datum waarop de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in
werking treedt de door de uitvoeringsinstelling geraamde tussentijdse
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen samen met de door de
uitvoeringsinstelling geraamde reïntegratie-uitkeringen op
twee data in de maand: de eerste en de
vijftiende.
Het Lisv bevoorschot de door
de uitvoeringsinstelling geraamde maanduitkeringen op de zevende, de negende,
de tiende en de elfde van
iedere maand. Dit is afhankelijk van de
datum waarop de
uitvoeringsinstelling de maanduitkeringen aan de
uitkeringsgerechtigden betaalt. In afwijking van het voorgaande bevoorschot
het Lisv het USZO de door deze
geraamde maanduitkeringen op die dag
van de maand waarop het USZO deze
uitkeringen betaalbaar stelt. Deze dag
kan per maand variëren.
Artikelen
5, tweede lid, 6,
tweede lid, en 7, tweede lid
De uitvoeringsinstellingen
bevoorschotten het Lisv voor de door hen geraamde ontvangsten in het
kader van Wajong, WAZ
en WAO op de
vierde, de zevende, de vijftiende,
de vijfentwintigste en de
laatste werkdag van de maand.
Artikelen
5, derde lid, 6,
derde lid, en 7, derde lid
Op de tiende en de
vijfentwintigste van de maand verrekent het Lisv
het verschil tussen de voorlopig
gerealiseerde uitgaven en ontvangsten en
de geraamde uitgaven respectievelijk ontvangsten; op de laatste werkdag
verrekent het Lisv het verschil tussen de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten en
de voorlopig gerealiseerde uitgaven respectievelijk ontvangsten.
Ook betaalt het Lisv op de
laatste werkdag van de maand aan de
uitvoeringsinstellingen de loonheffing die in de vorige maand op de
betaalde uitkeringen is ingehouden.
Artikel 8
Indien de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in
werking treedt, vinden er ook verrekeningen
plaats tussen het Reïntegratiefonds en de uitvoeringsinstellingen.
Deze verrekeningen volgen de
systematiek voor de verrekeningen inzake
het Afj, het Afz en de Aok, zij
het dat de voor het Reïntegratiefonds
geraamde ontvangsten in mindering worden gebracht op de geraamde
uitgaven. Bij de andere fondsen ontvangt
het Lisv op vijf werkdagen een voorschot
voor de geraamde ontvangsten.
Artikel
8, onder 3
De hier bedoelde uitgaven
betreffen:
- subsidies voor kosten
van voorzieningen voor de eigen arbeid van de arbeidsgehandicapte
werknemer (artikel 15 Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten (Wet Rea));
- herplaatsings- en
plaatsingsbudgetten (artikelen 16 en 17 Wet Rea);
- pakketten op maat (artikel
18 Wet Rea);
- voorzieningen (artikelen 22
en 31 Wet Rea);
- reïntegratie-uitkeringen bij proefplaatsing en scholing (artikel 23 Wet
Rea);
- toelagen voor
arbeidsgehandicapte zelfstandigen (artikel 28 Wet
Rea);
- inkomenssuppleties voor
arbeidsgehandicapte zelfstandigen (artikel 29 Wet
Rea);
- starterskrediet
zelfstandigen (artikel 30 Wet Rea);
- loonsuppleties (artikel 32 Wet Rea);
- persoonsgebonden
reïntegratiebudgetten (artikel 33 Wet Rea);
- bonusuitkeringen aan uitvoeringsinstellingen
indien zij een
arbeidsgehandicapte in een dienstbetrekking
plaatsen (artikel 40 Wet Rea);
- uitkeringen, bedoeld in artikel 29b
Ziektewet, en de daarover verschuldigde
premies die niet op deze uitkeringen
in mindering kunnen worden gebracht.
Artikel
8, onder 4
De
hier bedoelde ontvangsten betreffen:
- teruggevorderde subsidies als bedoeld in artikel 15 Wet
Rea,
herplaatsings- en plaatsingsbudgetten,
pakketten op maat (artikel 21 Wet Rea);
- teruggevorderde voorzieningen als bedoeld in de artikelen 22
en 31 Wet Rea.
Artikel 9
Aangezien het besluit
verschillende wijzigingen aanbrengt in de
verrekeningssystematiek, wordt de toepassing van dit besluit in 1998
geëvalueerd. In deze evaluatie zal ook aandacht
worden besteed aan de verschillende
betaaldata van de zogenoemde maanduitkeringen. Bezien zal worden of hierin
harmonisatie mogelijk is.
Amsterdam, 10 december 1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|
|