St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

WET  ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING  MILITAIREN  (Wamil)
x
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

 

 

 
MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere regelgeving:
- Beschikking Dagloonregelen Wamil 1972
- Regeling vaststelling gemiddeld premiepercentage voor de Werkloosheidswet dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds

- SZW-intrekkingsregeling 2004

Vervallen nadere regelgeving:
- Besluit vaststelling rekenpremie wachtgeldfondsen (vervallen)
- Regeling vaststelling rekenpremies Ziektewet en wachtgeldfondsen (vervallen)

  

 

Inhoudsopgave Wamil

Hoofdstuk I Begripsbepalingen artt. 1 - 2
Hoofdstuk II Het ziekengeld artt. 3 - 4
Hoofdstuk III De arbeidsongeschiktheidsuitkering artt. 5 - 5a
Hoofdstuk IV De vereveningsbijdrage art. 6
Hoofdstuk V De uitvoering art. 7
Hoofdstuk VI Algemene bepalingen artt. 8 - 11
Hoofdstuk VII Slot- en overgangsbepalingen artt. 12 - 20
xxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxx|

Parlementaire behandeling:
Bijlage Handelingen II 1969-1970, 1970-1971, 1971-1972, 10 732.
Handelingen II 1971-1972, blz. 3187-3190.
Bijlage Handelingen I 1971-1972, 10 732 (131, 142).
Handelingen I 1971-1972, blz. 981.

Geschiedenis:
Staatsblad 1996, 134Staatsblad 1996, 248Staatsblad 1997, 96Staatsblad 1997, 139Staatsblad 1997, 162Staatsblad 1997, 178Staatsblad 1997, 794Staatsblad 1998, 742Staatsblad 2001, 625Staatsblad 2002, 69Staatsblad 2003, 376Staatsblad 2004, 311Staatsblad 2005, 37
Staatsblad 2005, 573Staatsblad 2009, 282Staatsblad 2011, 650.

 

 

WET van 7 juni 1972, Stb. 1972, 313, houdende regelen met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van dienstplichtige militairen en daarmede gelijkgestelden tegen geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen). Inwerkingtreding: 1 september 1972, zie artikel 20.

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ten behoeve van dienstplichtige militairen en daarmede gelijkgestelden regelen vast te stellen met betrekking tot voorzieningen tegen geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Begripsbepalingen

 

Art. 1. [Begripsbepalingen]  [GeschiedenisOvWMvT + bis + bisStb. 1997, 139Stb. 2005, 573]
-1. Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, wordt verstaan onder:
a. belanghebbende:
1º. hij die dienstplichtige is in de zin van de Dienstplichtwet of krachtens die wet als dienstplichtige wordt beschouwd dan wel hij die dienstplichtige is in de zin van de Kaderwet dienstplicht;
2º. hij die verplicht tot het reservepersoneel der krijgsmacht behoort;
3º. hij die is aangesteld bij het reservepersoneel der krijgsmacht om bij het Korps Nationale Reserve, als bedoeld in het Besluit Nationale Reserve (Koninklijk besluit van 14 oktober 1982, nummer 48), militaire dienst te verrichten;
4º. hij die krachtens artikel 51 van de Oorlogswet voor Nederland wordt aangemerkt als militair;
b. dag waarop het verblijf in werkelijke dienst eindigt:
de dag van ingang van:
1º. klein verlof in afwachting van groot verlof;
2º. groot verlof indien dit niet is voorafgegaan door klein verlof in afwachting van groot verlof;
3º. ontslag indien dit niet is voorafgegaan door een verlof, genoemd onder 1º of 2º;
c. arbeidsongeschiktheid:
1º. voor de toepassing van hoofdstuk II:
a. ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid als bedoeld in artikel 46, zesde lid, van de Ziektewet;
b. indien de in artikel 46, zesde lid, van de Ziektewet bedoelde arbeid niet aanwijsbaar is, de arbeidsongeschiktheid als bedoeld in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
2º. voor de toepassing van hoofdstuk III: arbeidsongeschiktheid als bedoeld in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
d. uitvoeringsorgaan: het in artikel 7 genoemde orgaan.
-2. Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, wordt begrepen onder:
a. belanghebbende:
1º. hij die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om in de krijgsmacht als geestelijke verzorger niet doorlopend werkzaam te zijn;
2º. hij die ingevolge de Wet gewetensbezwaren militaire dienst is verplicht tot vervangende dienst;
b. dag waarop het verblijf in werkelijke dienst eindigt: de dag met ingang waarvan ingevolge een desbetreffende beschikking de werkzaamheid als geestelijke verzorger, bedoeld in onderdeel a, onder 1º, in de krijgsmacht eindigt dan wel de dag met ingang waarvan de vervangende dienst, bedoeld in onderdeel a, onder 2º, door groot verlof of door ontslag, indien dat ontslag niet is voorafgegaan door groot verlof, eindigt.
-3. De belanghebbende die als gevolg van een ontslag uit de militaire dienst, onderscheidenlijk de burgerlijke openbare dienst, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1º, of de vervangende dienst, bedoeld in dat lid, onderdeel a, onder 2º, niet of niet langer voldoet aan de omschrijving van belanghebbende in het eerste of tweede lid, blijft voor de toepassing van deze wet nochtans als belanghebbende aangemerkt.
-4. Geen belanghebbende in de zin van deze wet is de persoon die op of na 29 december 2005 arbeidsongeschikt wordt.

 

Art. 2. [Aanspraken krachtens andere wettelijke regelingen]  [GeschiedenisOvWMvT + bis + bisStb. 1997, 162Stb. 2002, 69Stb. 2003, 376Stb. 2009, 282Stb. 2011, 650]
-1. Waar in deze wet of in de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt gesproken van "aanspraken krachtens een andere wettelijke regeling":
a. worden daaronder begrepen:
1º. aanspraken op een bijzondere invaliditeitsverhoging volgens de daarover bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen;
2º. aanspraken krachtens een andere wettelijke regeling indien deze door toedoen van de belanghebbende of in verband met het doormaken van wachtdagen niet kunnen worden geldend gemaakt;
b. worden daaronder niet begrepen:
1º. aanspraken op een bijzondere invaliditeitsverhoging volgens de daarover bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen;
2º. aanspraken krachtens de Wet werk en bijstand.
-2. Een invaliditeitspensioen en een invaliditeitsverhoging waarop aanspraak bestaat volgens de daarover bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen wordt aangemerkt als te zijn verleend ter zake van arbeidsongeschiktheid in de zin van deze wet, tenzij de aanspraak op dat pensioen of die verhoging bestaat ter zake van ziekten of gebreken welke door duidelijk andere oorzaken zijn bepaald dan die welke bepalend zijn voor de mate van arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan recht op uitkering krachtens deze wet bestaat.
-3. Arbeidsongeschiktheid die bestaat op de dag waarop het verblijf in werkelijke dienst eindigt, wordt geacht op die dag te zijn aangevangen.
-4. Het tweede lid is niet van toepassing indien het recht op pensioen of de verhoging wordt ontleend aan een periode van werkelijke dienst die is geëindigd met ingang van een op of na 1 januari 1998 gelegen datum waarop de gebeurtenis heeft plaatsgevonden op grond waarvan de aanspraak op het invaliditeitspensioen, dan wel de invaliditeitsverhoging, is ontstaan.

 

 

HOOFDSTUK  II

Het ziekengeld

 

Art. 3. [Recht op ziekengeld]  [GeschiedenisOvWMvT + bis]
-1. De belanghebbende die op de dag waarop zijn verblijf in werkelijke dienst eindigt arbeidsongeschikt is of binnen één maand na die dag arbeidsongeschikt wordt, heeft, overeenkomstig hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, met betrekking tot zijn arbeidsongeschiktheid recht op dezelfde ziekengelduitkering als die waarop krachtens de Ziektewet aanspraak zou bestaan indien hij onmiddellijk voorafgaande aan zijn arbeidsongeschiktheid verzekerde in de zin van die wet zou zijn geweest, evenwel slechts indien en voor zover hij ter zake van die arbeidsongeschiktheid geen aanspraken krachtens een andere wettelijke regeling kan doen gelden.
-2. Het in het vorige lid omschreven recht heeft eveneens de belanghebbende die arbeidsongeschikt wordt nadat sedert de dag waarop zijn verblijf in werkelijke dienst eindigde meer dan één maand is verstreken, evenwel slechts indien en voor zover hij ter zake van die arbeidsongeschiktheid geen aanspraken krachtens een andere wettelijke regeling kan doen gelden en dit, naar het oordeel van Onze Minister van Defensie, zijn oorzaak vindt in het verblijf in werkelijke dienst.

 

Art. 4. [Aanvang ziekengelduitkering]  [GeschiedenisOvWMvT]
De ziekengelduitkering gaat in op de dag waarop de arbeidsongeschiktheid is aangevangen.

 

 

HOOFDSTUK  III

De arbeidsongeschiktheidsuitkering

 

Art. 5. [Recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering]  [GeschiedenisOvWMvT + bis;  Stb. 1997, 178]
-1. De belanghebbende die op de dag waarop zijn verblijf in werkelijke dienst eindigt arbeidsongeschikt is of binnen één maand na die dag arbeidsongeschikt wordt, heeft, overeenkomstig hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, met betrekking tot zijn arbeidsongeschiktheid of de toeneming van de arbeidsongeschiktheid recht op dezelfde uitkeringen als die waarop krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering aanspraak zou bestaan indien hij onmiddellijk voorafgaande aan zijn arbeidsongeschiktheid verzekerde in de zin van die wet zou zijn geweest, evenwel slechts indien en voor zover hij ter zake van die arbeidsongeschiktheid onderscheidenlijk die toeneming van de arbeidsongeschiktheid geen aanspraken krachtens een andere wettelijke regeling kan doen gelden. Hoofdstuk IIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is van overeenkomstige toepassing.
-2. Het in het vorige lid omschreven recht heeft eveneens de belanghebbende die arbeidsongeschikt wordt nadat sedert de dag waarop zijn verblijf in werkelijke dienst eindigde meer dan één maand is verstreken, evenwel slechts indien en voor zover hij ter zake van zijn arbeidsongeschiktheid of de toeneming van zijn arbeidsongeschiktheid geen aanspraken krachtens een andere wettelijke regeling kan doen gelden en dit, naar het oordeel van Onze Minister van Defensie, zijn oorzaak vindt in het verblijf in werkelijke dienst.

 

Art. 5a. [Overgangsrecht 1 augustus 1993 WAO-uitkering]  [Geschiedenis]
-1. De artikelen 21, 22, 40, 48, 53 en 59b, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaande aan die waarop de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen in werking is getreden, blijven van toepassing op de belanghebbende, bedoeld in artikel 5. De artikelen 21a en 21b ¹ zijn niet van toepassing op de in artikel 5 bedoelde belanghebbende.
-2. In afwijking van het eerste lid is artikel 21, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat artikel luidt na de inwerkingtreding van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen, van toepassing.

1. Volgens de redactie dient na "De artikelen 21a en 21b" te worden ingevoegd: van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

 

 

HOOFDSTUK  IV

De vereveningsbijdrage

 

Art. 6. [Vereveningsbijdrage]  [GeschiedenisOvWMvT;  Stb. 1996, 134Stb. 1997, 794Stb. 2005, 37]
-1. Het uitvoeringsorgaan houdt op de uitkering ingevolge deze wet en de toeslag op deze uitkering ingevolge de Toeslagenwet een bedrag in dat gelijk is aan het bedrag van de premie die een werkgever op grond van afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen op het overeenkomstige loon van een werknemer die verzekerd is op grond van de Werkloosheidswet inhoudt.
-2. Indien ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld. [Bvrw] [RvgpWw] [RvrZw]
-3. De op grond van het eerste lid in te houden bedragen komen ten bate van ’s Rijks kas.

 

 

HOOFDSTUK  V

De uitvoering

 

Art. 7. [Uitvoeringsinstelling]  [GeschiedenisOvWMvT;  Stb. 1997, 96Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625]
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, is belast met de uitvoering van deze wet, voor zover die uitvoering niet krachtens deze wet aan anderen is opgedragen.

 

 

HOOFDSTUK  VI

Algemene bepalingen

 

Art. 8. [Schakelbepaling]  [GeschiedenisOvWMvT;  Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625Stb. 2005, 37]
De bepalingen betreffende de verplichte verzekering ingevolge de Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de bepalingen van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en van de Wet financiering sociale verzekeringen alsmede van de afdelingen II en III van hoofdstuk III en van afdeling II van hoofdstuk IV van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid en de uitvoeringsbesluiten van genoemde wetten zijn, met inachtneming van de wijzigingen die de aard van het onderwerp vordert, voor zoveel nodig van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan in hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald niet is afgeweken.

 

Art. 8a. [Buitentoepassingverklaring ZW- en WAO-bepalingen]  [GeschiedenisStb. 2005, 573]
De artikelen 8 en 8a van de Ziektewet en 7a en 16, onderdeel c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn op degene die een uitkering ingevolge deze wet ontvangt niet van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 9. [Schakelbepaling]  [GeschiedenisOvWMvT;  Stb. 1996, 248]
Artikel 33a van de Ziektewet is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot uitkeringen, anders dan bedoeld in dat artikel, die worden ontleend aan een andere wettelijke regeling.

 

Art. 10. [Nadere regelgeving dagloon]  [GeschiedenisOvWMvT;  Stb. 2004, 311]
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van het dagloon. [BDW72]

 

Art. 11. [Financiering door Rijk]  [GeschiedenisOvWMvT]
De uitgaven en de kosten verbonden aan de uitvoering van deze wet alsmede de ingevolge enige wet over de uitkeringen krachtens deze wet door het uitvoeringsorgaan verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, komen ten laste van het Rijk.

 

 

HOOFDSTUK  VII

Slot- en overgangsbepalingen

 

Art. 12. [Overgangsrecht 1 juli 1966 recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering]  [Geschiedenis]
De bepalingen van deze wet zijn met uitzondering van hoofdstuk II mede van toepassing ten aanzien van degene die arbeidsongeschikt is geworden op een tijdstip gelegen vóór 1 juli 1966 en wiens arbeidsongeschiktheid sedertdien onafgebroken heeft voortgeduurd, indien hij:
a. ter zake van zijn arbeidsongeschiktheid geen aanspraken krachtens een andere wettelijke regeling kan doen gelden;
b. aan deze wet aanspraken zou hebben kunnen ontlenen wanneer deze wet op dat tijdstip reeds in werking was getreden;
met dien verstande dat hoofdstuk III geen toepassing vindt vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet.

 

Art. 12a. [Overgangsrecht 1 januari 2006 nadere regelgeving dagloon]  [GeschiedenisStb. 2004, 311]
Artikel 10 en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel XXI van de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in socialeverzekeringswetten, blijven van toepassing op de persoon wiens recht op uitkering is ontstaan vóór de datum van inwerkingtreding van dat artikel, met betrekking tot die uitkering.

 

Art. 13. [Intrekking Militaire Ziekengeldregeling]  [GeschiedenisOvWMvT]
-1. De Militaire Ziekengeldregeling (Stcrt. 1966, 157) vervalt.
-2. De Militaire Ziekengeldregeling en haar uitvoeringsbesluiten, zoals deze luidden op de dag voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, blijven van toepassing ten aanzien van:
a. rechten, bevoegdheden en verplichtingen betrekking hebbende op tijdvakken gelegen vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet;
b. op de dag van inwerkingtreding van deze wet lopende ziektegevallen, met dien verstande dat ten aanzien van deze gevallen van bedoelde dag af artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Militaire Ziekengeldregeling buiten toepassing blijft.

 

Art. 14. [Samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkeringen]  [GeschiedenisOvWMvT]
Indien een belanghebbende in aansluiting op de maximumuitkeringstermijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, eerste volzin, van de Militaire Ziekengeldregeling, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, een uitkering ten laste van het ministerie van Defensie heeft genoten en hij over datzelfde tijdvak of een gedeelte daarvan tevens recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens deze wet, wordt deze arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald voor zoveel zij eerstbedoelde uitkering over dat tijdvak of dat gedeelte daarvan overtreft, evenwel voor zover Onze Minister van Defensie niet anders bepaalt.

 

Art. 15. [Buitentoepassingverklaring Atw]  [GeschiedenisOvWMvT]
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de artikelen 3 en 5 gestelde termijnen.

 

Art. 16.  [Geschiedenis]
In de eerste volzin van het zevende lid van artikel F 7 van de Algemene militaire pensioenwet wordt het gestelde onder c vervangen door:
c. na 31 december 1967 doch vóór 1 januari 1970, geacht niet minder te bedragen dan ƒ7703;
d. na 31 december 1969, geacht niet minder te bedragen dan ƒ9428.

 

Art. 17.  [Geschiedenis]
Van de Aanpassingsregeling pensioenen wordt het tweede hoofdstuk gewijzigd als volgt:
1. In artikel 8, vierde lid, worden de woorden "Indien de berekeningsgrondslag ƒ700, ƒ1500, ƒ2850, ƒ5528, ƒ6590, ƒ6462 of ƒ7703 bedraagt" gelezen: Indien de berekeningsgrondslag ƒ700, ƒ1500, ƒ2850, ƒ5528 of ƒ6590 bedraagt.
2. In artikel 8 worden het zesde, zevende, achtste, negende, tiende en elfde lid vernummerd tot onderscheidenlijk zevende, achtste, negende, tiende, elfde en twaalfde lid, waarna een nieuw zesde lid wordt ingevoegd, luidende:
-6. Indien de berekeningsgrondslag ƒ6462, ƒ7703 of ƒ9428 bedraagt, wordt deze vermenigvuldigd met het getal voor elk dier bedragen vermeld in de tabel opgenomen in de bij dit hoofdstuk behorende bijlage i cis.

 

Art. 18. [Nadere regelgeving]  [GeschiedenisOvWMvT]
Onze Ministers van Defensie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen nadere regelen stellen ter uitvoering van deze wet.

 

Art. 19. [Citeertitel]  [GeschiedenisOvWMvT]
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen.

 

Art. 20. [Inwerkingtreding]  [GeschiedenisOvWMvT]
Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug voor wat betreft:
a. de artikelen 1, 2, 5 tot en met 15, 18 en 19 tot ¹ 1 juli 1966;
b. de artikelen 16 en 17 tot ¹ 1 januari 1970.

1. Volgens de redactie dient "tot" te worden vervangen door: tot en met.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 7 juni 1972

 

JULIANA

 

De Staatssecretaris van Defensie,
A. van Es

De Staatssecretaris van Sociale Zaken,
Rietkerk

 

Uitgegeven de zesde juli 1972
De Minister van Justitie,
Van Agt

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | jurisprudentie | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x