|
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, drs. C.I. Dales;
Gelezen het
advies van de Sociale Verzekeringsraad van 18 juni 1981, nr.
81/3688;
Gelet op
artikel 40, derde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Besluit:
Art. 1.
Voor de toepassing van
deze regeling wordt verstaan onder:
WAO: Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Wsw: Wet
sociale werkvoorziening.
Art. 2.
Het bepaalde in artikel 40, eerste lid, van
de WAO blijft buiten toepassing indien
voordat sprake was van toeneming van de arbeidsongeschiktheid
toepassing is gegeven aan artikel
44 van de WAO.
Art. 3.
-1. Voor degene die
zijn werkzaamheden in het kader van de Wsw wegens
arbeidsongeschiktheid heeft moeten verminderen of beëindigen
en op wie gedurende deze werkzaamheden het bepaalde bij of
krachtens artikel
44 van de WAO van toepassing was, vindt, wanneer de
arbeidsongeschiktheid op de dag na beëindiging van het
ziekengeld op grond van artikel 29, vijfde lid, van de
Ziektewet dan wel na afloop van het
in artikel 629, eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde tijdvak van 104 weken is toegenomen dan wel
80% of meer bedraagt, op die dag hernieuwde vaststelling van
een dagloon plaats overeenkomstig het tweede lid, mits deze
vaststelling leidt tot een hoger dagloon dan het dagloon dat
voor de berekening van de laatstelijk ontvangen
loondervingsuitkering of vervolguitkering in aanmerking werd
genomen. Deze hernieuwde vaststelling vindt niet plaats
indien de betrokkene binnen 26 weken na de aanvang van de
Wsw-werkzaamheden deze wegens arbeidsongeschiktheid heeft
moeten verminderen of beëindigen, terwijl de
gezondheidstoestand ten tijde van die aanvang het intreden van
deze arbeidsongeschiktheid binnen 26 weken kennelijk moest
doen verwachten.
-2. Bij hernieuwde
vaststelling van een dagloon als bedoeld in het eerste lid
wordt het nieuwe dagloon gevormd door het overeenkomstig de Dagloonregelen
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uit het inkomen uit het dienstverband
ingevolge de Wsw berekende bedrag.
-3. Indien de
uitkeringsgerechtigde als bedoeld in het eerste lid recht had
op een aanvulling op zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering
ingevolge artikel 6 van de
Regeling samenloop
arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid, zal
de uitkering wordt verhoogd met het per dag tot uitbetaling
komende bedrag van die aanvulling.
Dit voor zover en
voor zolang de uitkeringsgerechtigde deze aanvulling had
behouden indien hij niet zijn werkzaamheden in het kader van
de Wsw wegens arbeidsongeschiktheid had moeten beëindigen.
Art. 4.
Indien op de uitkeringsgerechtigde, bedoeld in artikel
3, eerste lid, artikel 29, vijfde
lid, van de Ziektewet van toepassing is,
zoals dat luidde op 31 december 2003, dan wel artikel 629, eerste
lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat luidde op
die datum, wordt in artikel 3 voor "104
weken" gelezen: 52 weken.
Art. 5.
Dit besluit, dat in de
Nederlandse Staatscourant zal worden geplaatst, werkt terug tot
¹ 1 januari 1979.
De bepalingen van dit
besluit zijn mede van toepassing op de uitkeringsgerechtigde ten
aanzien van wie een herziening van het dagloon zou hebben
plaatsgevonden indien aan dit besluit verdere terugwerkende
kracht zou zijn gegeven, met dien verstande dat aan dit besluit
geen rechten kunnen worden ontleend vóór 1 januari 1979.
1. Volgens de redactie dient
"tot" te worden vervangen door: tot en met.
's-Gravenhage, 8 april 1982.
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
C.I. Dales.
|
|