St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

REGELING  AANWIJZING  REGELINGEN  EX  ARTIKEL  7  EN  7a  WAO
 
 

16 december 1997, Stcrt. 1997, 249
Inwerkingtreding: 1 januari 1998
(T.a.v. artt. 9 en 11:3 Wet WIA en 7,c,d, 7a,b, 10:1 en 99 WAO)

 

  
 

 

 
REGELING houdende het aanwijzen van regelingen als bedoeld in artikel 7, onderdeel d, alsmede van gevallen als bedoeld in artikel 7a, onderdeel b, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

16 december 1997/nr. SV/WV/97/5281
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 7, onderdeel c en d, 7a, onderdeel b, 10, eerste lid, en 99 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
c.
WW: Werkloosheidswet;
d. ZW: Ziektewet;
e. wachtgeld: wachtgeld op grond van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, uitkering op grond van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, wachtgeld of daarmee gelijkgestelde uitkering op grond van de Algemene militaire pensioenwet, of een met die wachtgelden of die uitkeringen vergelijkbare uitkering op grond van ontslag of werkloosheid, met uitzondering van een uitkering in verband met functioneel leeftijdsontslag of vrijwillig vervroegd uittreden.

 

Art. 2.
-1. Voor de toepassing van de WAO en de Wet WIA wordt als werknemer beschouwd de persoon die wegens werkloosheid niet werkt en die een wachtgeld ontvangt uit hoofde van een dienstbetrekking die is geëindigd vóór 1 januari 2001.
-2. Voor de toepassing van de WAO en de Wet WIA wordt eveneens als werknemer beschouwd de persoon die wegens werkloosheid niet werkt en die een wachtgeld ontvangt uit hoofde van een dienstbetrekking die is geëindigd op of na 1 januari 2001, voor zover het recht op wachtgeld zich uitstrekt over een periode gelegen na het bereiken van de volledige uitkeringsduur van het, in verband met dezelfde werkloosheid ontstane, recht op uitkering op grond van de WW, bedoeld in hoofdstuk II van die wet, inclusief een eventuele verlenging van die duur op grond van artikel 76 van die wet.

 

Art. 3.
-1. Voor de toepassing van de WAO en de Wet WIA wordt als werknemer beschouwd de persoon die wegens werkloosheid niet werkt, doch aan wie geen wachtgeld als bedoeld in artikel 2 wordt verleend:
a. op grond van een bepaling overeenkomstig artikel 19, eerste lid, onderdeel j en k, en derde lid, van de WW;
b. op grond van een bepaling overeenkomstig de artikelen 19, eerste lid, onderdeel e en g, 24, eerste lid, onderdeel b, 25, 26, eerste lid, en 27 van de WW en de daarop berustende bepalingen;
c. over de zaterdagen en zondagen.
-2. Het eerste lid, onderdeel b, is slechts van toepassing indien de periode waarover op grond van bedoelde bepaling geen uitkering wordt verleend, voorafgaat aan, dan wel een onderbreking vormt van, een periode waarover wel uitkering wordt verleend.

 

Art. 4.
Als werkgever van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde werknemer wordt beschouwd de instantie die de daar bedoelde bezoldiging of uitkering betaalt of zou betalen.

 

Art. 5.
-1. Met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 3 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 49 van die wet, vervallen de artikelen 3 en 4, onder vernummering van de artikelen 5 tot en met 7 tot 3 tot en met 5.
-2. In het tot artikel 3 vernummerde artikel 5 wordt "de artikelen 1 tot en met 4" vervangen door: de artikelen 1 en 2.

 

Art. 6.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip van aanvang van fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 50 van die wet. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na vorenbedoeld tijdstip, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met vorenbedoeld tijdstip. Deze regeling vervalt op het tijdstip van aanvang van fase 3 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 54 van die wet
 
1. Fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen is aangevangen op 1 januari 1998; fase 3 is bij Besluit van 13 juni 2002, Stb. 2002, 343, afgesteld, red.

 

Art. 7.
Artikel 2, tweede lid, zoals dat luidde op de dag vóór inwerkingtreding van artikel IX, onderdeel A, van de Regeling van 4 september tot wijziging van enige ministeriële regelingen in verband met de inwerkingtreding van de Wet wijziging WW-stelsel (Stcrt. 182) ¹ blijft van toepassing met betrekking tot een recht op uitkering waarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen vóór de dag van inwerkingtreding van dat onderdeel.

1. Lees: Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 september 2006, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/WV/2006/69706, tot wijziging van enige ministeriële regelingen in verband met de inwerkingtreding van de Wet wijziging WW-stelsel en in verband met enige technische verbeteringen (Stcrt. 2006, 182), red.

 

Art. 8. Vervallen.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 16 december 1997.
De Staatssecretaris voornoemd,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

TOELICHTING
[16 december 1997]

 

     De Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (OOW) strekt ertoe, in verschillende fases, het overheidspersoneel onder de werkingssfeer van de wettelijke werknemersverzekeringen te brengen.
     De eerste fase heeft betrekking op het brengen van het (gewezen) overheidspersoneel onder de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Daarna zal in twee fases het overheidspersoneel onder de werkingssfeer van de Ziektewet (ZW) worden gebracht. Eerst zal het overheidspersoneel, uitgezonderd de bestaande wachtgelders en de bestaande ziektegevallen, onder de werkingssfeer van de ZW worden gebracht (fase 2 als bedoeld in artikel 48 van de OOW). Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat dit 1 januari 1999 zal gebeuren. Vervolgens zullen ook de bestaande wachtgelders en de bestaande ziektegevallen onder de werkingssfeer van de ZW worden gebracht, voor zover deze op dat moment nog recht hebben op een wachtgeld of een uitkering dan wel bezoldiging in geval van ziekte (fase 3 als bedoeld in artikel 49 van de OOW). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat dit 1 januari 2000 zal gebeuren.
     Indien het kabinet in het voorjaar van 1998 beslist dat de Werkloosheidswet (WW) ook gaat gelden voor de overheidssector, wordt het overheidspersoneel en gewezen overheidspersoneel eveneens in twee fases onder de werkingssfeer van de WW gebracht. Eerst zal het overheidspersoneel, uitgezonderd de bestaande wachtgelders, onder de werkingssfeer van de WW worden gebracht (fase 2 als bedoeld in artikel 53 van de OOW). Dit zal op zijn vroegst per 1 januari 1999 mogelijk zijn. Op een later tijdstip zullen ook de bestaande wachtgelders onder de werkingssfeer van de WW worden gebracht, voor zover deze op dat moment nog recht hebben op een wachtgeld (fase 3 als bedoeld in artikel 54 van de OOW). Uitgaande van 1 januari 1999 als de vroegst mogelijke datum voor invoering van de WW, zal laatstgenoemde groep op zijn vroegst met ingang van 1 januari 2000 onder de WW gebracht kunnen worden.
     Tot het moment dat de bestaande ziektegevallen en de wachtgelders onder de werkingssfeer van de ZW respectievelijk de WW worden gebracht, zal hun verzekering voor de WAO moeten worden geregeld door middel van een regeling op grond van artikel 7a, onderdeel b, respectievelijk artikel 7, onderdeel c, van de WAO. De onderhavige regeling strekt daartoe. De artikelen 2 en 4 regelen dat in een aantal situaties waarin geen wachtgeld of bezoldiging of uitkering wegens ziekte wordt verleend wel een verzekering voor de WAO bestaat. Het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 2, tweede lid, respectievelijk artikel 1, eerste lid, van de Beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 20 maart 1968, nr. 50645 (Stcrt. 1968, 61).
     In artikel 5 wordt, onder meer in verband met de toepassing van artikel 71a van de WAO, bepaalt dat als werkgever van de in de artikelen 1 tot en met 4 bedoelde werknemer wordt beschouwd de instantie die de uitkering betaalbaar stelt of zou stellen. Dat is niet noodzakelijkerwijze de instantie die de kosten van die uitkering draagt.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x