|
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op
artikel 33, vijfde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en artikel 44, vijfde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Gehoord de
Sociale Verzekeringsraad;
Besluit:
Art. 1.
Ten aanzien van de persoon die recht heeft op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering en:
a. inkomen geniet wegens het
verrichten van werkzaamheden als lid van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal, van een vertegenwoordigend orgaan van een
publiekrechtelijk lichaam dat bij rechtstreekse verkiezingen wordt
samengesteld of van een algemeen bestuur van een waterschap, zijn artikel
44, eerste lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering,
artikel
58, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen en artikel
3:48, eerste lid, van de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen voor onbeperkte duur van
toepassing en is artikel 52, tweede lid, van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen
niet van toepassing;
b. inkomen geniet dat bestaat
uit loon op grond van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3
van de Wet sociale werkvoorziening,
is artikel 52,¹ tweede lid, van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen niet van toepassing.
1. Volgens de redactie dient
"artikel 52" te worden vervangen door: artikel
3:52.
Art. 2.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met
1 augustus 1993.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage, 22 februari 1994.
De Staatssecretaris voornoemd,
J. Wallage.
|
|