|
11 maart 2003/ nr. SV/A&L/2003/17748
Directie Sociale Verzekeringen
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 80a, eerste en tweede
lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Besluit:
Art.
1. Beperking openbaarmaking tot grote werkgevers
De openbaarmaking van de gegevens, bedoeld in artikel 80a
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel
40 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, vindt plaats ten aanzien van
werkgevers die gedurende het kalenderjaar dat voorafgaat aan het
kalenderjaar waarop die openbaarmaking
betrekking heeft, gemiddeld 250
werknemers of meer in dienst hadden.
Art. 2.
Openbaarmaking
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt jaarlijks een rapportage op betreffende de
gegevens, bedoeld in artikel 80a,
eerste lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, en een rapportage betreffende de
gegevens, bedoeld in artikel 40 van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Deze gegevens worden gegroepeerd naar de
sectoren, bedoeld in artikel 95 van de Wet
financiering sociale verzekeringen.
-2. De rapportages, genoemd in
het eerste lid, zijn voorzien van een
toelichting, waarin worden gemeld de in
de Wet instroomcijfers WAO gehanteerde definitie en de voor het
risico om recht te krijgen op uitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen relevante algemene en sectorale ontwikkelingen
en gegevens.
-3. In de toelichting,
bedoeld in het tweede lid, zal tevens
worden opgenomen dat per werkgever geen
rekening is gehouden met de
samenstelling van het werknemersbestand,
waaronder de verhouding mannen en
vrouwen, de leeftijdsopbouw en het
aandeel werknemers in dienst met een bovengemiddeld risico om recht te krijgen
op uitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of op grond van de Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen. Tevens zal worden opgenomen
dat geen rekening is gehouden met de oorzaak en mate van
arbeidsongeschiktheid en de omvang van het dienstverband.
-4. Daar waar een sector een
substantieel aandeel werknemers kent met een bovengemiddeld risico om
recht te krijgen op uitkering op
grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering of op grond van
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, zal dat in de toelichting
bij het betreffende sectorale
overzicht vermeld worden.
-5. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen maakt de rapportage, genoemd in het eerste lid, voorzien
van de toelichting, genoemd
in het tweede lid, vóór 1 juli
openbaar, nadat deze is toegestuurd
aan de daarin vermelde werkgevers voor zover het de gegevens met
betrekking tot de sector betreft
waarbij de betrokken werkgever is
aangesloten.
-6. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen maakt in de Staatscourant melding van de rapportage,
van het jaar waarop deze betrekking heeft, alsmede
van de wijze waarop het de rapportage openbaar heeft gemaakt.¹
1. In Staatscourant
2005, 107, heeft het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aangekondigd dat op 28 juni 2005 het
instroompercentage over het jaar 2004 van die werkgevers die in het jaar
2003 gemiddeld 250 of meer werknemers in dienst hadden, met daarbij een
algemene toelichting, op zijn website www.uwv.nl
wordt gepubliceerd, red.
Art. 3.
Vervallen.
Art. 4.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van 1 april 2003.
Art. 5.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling instroomcijfers WAO en Wet WIA.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 11 maart
2003.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
TOELICHTING
[11 maart 2003]
Algemeen
Op
grond van artikel 80a van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) dient bij ministeriële regeling bepaald te worden:
- voor welke categorieën van werkgevers het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV) de in artikel 80a
WAO genoemde gegevens
openbaar dient te maken;
- op welke wijze de
openbaarmaking van deze gegevens door het
UWV dient te geschieden.
Deze ministeriële regeling
stelt hieromtrent bepalingen.
Categorieën van werkgevers
De openbaarmaking heeft
betrekking op bedrijven die gedurende
het kalenderjaar dat voorafgaat aan het
kalenderjaar waarop die openbaarmaking betrekking heeft, gemiddeld
250 werknemers of meer in dienst
hadden. De WAO-instroom van kleine
bedrijven wordt hierdoor buiten
beschouwing gelaten. De belangrijkste
reden hiervoor is dat het
WAO-instroompercentage van kleine werkgevers jaarlijks grote
schommelingen kan laten zien, zodat de
publicatie van de instroompercentages slechts beperkte waarde zou hebben als
stimulans voor de preventie- en reïntegratie-inspanningen van deze werkgevers. Hiervoor zijn inhoudelijke
en praktische redenen. Bij een grens van
250 werknemers is het risico op
een jaarlijks sterk fluctuerende instroom uiterst beperkt. Vanaf die
grens is de stelling houdbaar dat
bedrijven een laag WAO-instroompercentage
in hoge mate te danken hebben
aan hun eigen inspanningen om (de
duur van) het verzuim en instroom in
de WAO te beheersen. Met de keuze
voor een grens bij 250 werknemers
wordt ook aangesloten bij de definitie
van grote bedrijven die wordt
gehanteerd in het Burgerlijk
Wetboek (Boek 2) inzake de eisen die aan de
jaarrekening wordt gesteld. Ook in
Europese wet- en regelgeving wordt doorgaans
deze grens voor het onderscheid tussen kleine en grote bedrijven
gehanteerd. Daarnaast komt genoemde
grens de overzichtelijkheid en
hanteerbaarheid van de overzichten ten
goede. Bij deze grens worden de WAO-instroompercentages van ongeveer 4000 werkgevers gepubliceerd
en dekt de publicatie circa 50% van
de totale WAO-instroom.
De eerste publicatie - medio 2003 - zal een beperkt aantal
sectoren betreffen. Hierbij gaat het om sectoren
met de in absolute of relatieve
zin hoogste WAO-instroompercentages
(prioritaire sectoren). De tweede
publicatie - vanaf medio 2004 - zal ook
de andere sectoren betreffen.
De prioritaire sectoren voor
de eerste publicatie, genoemd in
artikel 3 van de regeling, zijn
afgeleid van de UWV-publicatie Informatie
sociale verzekeringen naar sectoren
2001. Dit is de meest recente openbare
informatiebron. In eerste instantie is
uitgegaan van de sectoren met de
hoogste absolute instroom, omdat dit
voor de WAO-problematiek de meest
relevante factor is. Vervolgens is
nagegaan welke van deze sectoren een
bovengemiddelde instroompercentage te zien geven. De vijf gevonden sectoren zijn
dus gevonden door een
combinatie toe te passen van absolute
instroomcijfers en relatieve
instroomcijfers. Dit resulteert in de volgende
prioritaire sectoren: gezondheid,
geestelijke en maatschappelijke belangen;
overheid (onderwijs en
wetenschappen); uitzendbedrijven; overheid (provincies,
gemeenten, waterschappen);
bouwbedrijf. Deze sectoren kennen alle
een forse WAO-instroom in
absolute aantallen, een bovengemiddeld
instroompercentage en een substantieel aantal bedrijven met meer dan 250
werknemers.
Wijze van openbaar maken
Het UWV
maakt de WAO-instroompercentages in de vorm van een
rapportage jaarlijks vóór 1 juli openbaar. Deze rapportage geeft een
overzicht van de
WAO-instroompercentages van individuele bedrijven in
het voorafgaande kalenderjaar, gegroepeerd per sector als bedoeld in
artikel 97k van de Werkloosheidswet. Voorafgaand aan deze
openbaarmaking stuurt het UWV de in de
rapportage vermelde bedrijven een
overzicht van WAO-instroompercentages van de eigen sector.
Het UWV verzorgt tevens een
toelichting op de rapportage, waarbij aandacht wordt besteed aan
de gehanteerde maatstaven en
algemene en sectorale ontwikkelingen
die relevant zijn voor de WAO-instroom op macro- en sectorniveau. Voor
sectoren waar het aandeel werknemers
met een bovengemiddeld
WAO-risico substantieel is, zoals de sector Werk en (re)integratie, zal dat bij
het betreffende sectorale
overzicht worden vermeld. Overigens vergroot
dit slechts de vergelijkbaarheid met overzichten van andere sectoren en is
dit niet van invloed op de
vergelijkbaarheid van de bedrijven binnen de
sector.
Tevens zal erop worden
gewezen dat op bedrijfsniveau geen
rekening is gehouden met omgevingsfactoren die de instroom in de WAO kunnen
beïnvloeden, zoals de samenstelling van het werknemersbestand,
waaronder de verdeling mannen/vrouwen en de leeftijdsopbouw. In de toelichting op de rapportage zal bovendien
uitdrukkelijk worden vermeld dat bij de bepaling van het WAO-instroompercentage
is meegenomen de WAO-instroom door werknemers met een bovengemiddeld
WAO-risico.
Daarbij zal vermeld worden dat geen
rekening wordt gehouden met een
eventueel sterk uiteenlopend aandeel
werknemers met een bovengemiddelde WAO-risico.
Ten slotte zal ook worden
gewezen op het feit dat de keuze
voor WAO-instroompercentages inhoudt dat geen rekening wordt gehouden met
de oorzaak of mate van
arbeidsongeschiktheid en de omvang van het
dienstverband.
Over de wijze van
openbaarmaking is in deze regeling voorts
bepaald dat het UWV in de Staatscourant
melding maakt van de rapportage en
van de wijze waarop een ieder daarvan kennis kan nemen. Hierbij
wordt gedacht aan publicatie via
internet en kennisgeving op welke wijze
de rapportage bij het UWV is op te vragen.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
|