|
REGELING houdende aanwijzing
van overheidswerkgevers die geen garantie behoeven over te leggen als
bedoeld in artikel 75, eerste lid,
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
17 december 1997/nr.
SV/WV/97/5259
Directie Sociale
Verzekeringen
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Handelende in
overeenstemming met de Minister van Financiën;
Gelet op artikel 75, eerste
lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering:
Besluit:
Art. 1.
Als werkgever, bedoeld in
artikel 75 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, worden aangewezen:
a. de Koning, ten aanzien
van door hem in dienst genomen
overheidswerknemers die bij de Koninklijke Hofhouding werkzaam zijn en
uit dien hoofde onder de
Pensioenregeling van de Stichting tot
verzorging van de pensioenen van het
personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau
vallen;
b. het Rijk, de provincies,
de gemeenten en de waterschappen;
c. rechtspersonen, anders
dan bedoeld in onderdeel b, die:
1º. bij of krachtens de wet
zijn ingesteld; en
2º. overheidswerknemers
rechtstreeks ten laste van de
rechtspersoon bezoldigen of belonen.
Art. 2.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van het tijdstip dat
de Aanpassingswet nieuwe en
gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
in werking treedt en werkt
terug tot en met 1 oktober 1997.
Art. 3.
Deze regeling wordt aangehaald
als: Regeling ontheffing
garantieplicht WAO overheidswerkgevers.
’s-Gravenhage, 17 december
1997
De Staatssecretaris
voornoemd,
F.H.G. de Grave.
TOELICHTING
[17 december 1997]
Indien een werkgever
eigenrisicodrager wil worden in de zin van de WAO, dient hij aan het Landelijk
instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] een schriftelijke garantie over te leggen van
een kredietinstelling of een
verzekeraar. In die garantie stelt de kredietinstelling of verzekeraar zich borg
voor, kort gezegd, de verplichtingen
die een werkgever heeft uit hoofde
van het eigenrisico dragen. Deze
garantie strekt ertoe zeker te
stellen dat indien een werkgever zijn
verplichtingen (het betalen van WAO-uitkeringen) niet nakomt, geen afwenteling op
het Algemeen
arbeidsongeschiktheidsfonds plaatsvindt, maar dat het
Lisv deze uitkeringskosten kan
verhalen op de garant.
Voor een aantal categorieën
overheidswerkgevers ligt het verlangen van bedoelde schriftelijke
garantie niet in de rede, omdat het niet
voorstelbaar is dat zij in betalingsonmacht
zullen komen te verkeren en de
verplichting van een garantie derhalve niet doelmatig is. Voor hen geldt dat zij
ontheven kunnen worden van de
verplichting zo’n garantie over te
leggen. Het betreft op grond van dit
besluit - kort gezegd - de overheidswerkgevers van personeel dat werkzaam is in
de sectoren Rijk, Defensie en Rechterlijke Macht, dan wel bij de
Koninklijk Hofhouding in dienst is
genomen en uit dien hoofde onder haar
pensioenregeling valt.
In de toelichting bij de Aanpassingswet nieuwe en
gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
is reeds aangegeven dat de
gedachten uitgingen naar overheidswerkgevers die deel uitmaken van de
Staat. Deze gedachte is geconcretiseerd in de eis dat het moet gaan om
overheidswerkgevers in de sectoren Defensie en Rechterlijk Macht en Rijk.
In het laatste geval moet de
overheidswerkgever wel rechtstreeks ten laste van
de rijksbegroting worden gefinancierd. Ook de werkgever van personeel dat
werkzaam is bij de Koninklijke
Hofhouding behoeft geen garantie over
te leggen.
De onderhavige regeling
werkt terug tot en met 1 oktober 1997.
Dit is eveneens het geval bij artikel 75,
eerste lid, WAO. Dit is geschied om
buiten twijfel te stellen dat aanvragen voor het eigen risico dragen die
vóór 1 oktober 1997 zijn ingediend, maar
waar geen garantie was bijgevoegd, in
het geval van bedoelde
overheidswerkgevers in behandeling kunnen worden
genomen en gehonoreerd.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.
WIJZIGING
REGELING
ONTHEFFING GARANTIEPLICHT WAO OVERHEIDSWERKGEVERS
29 maart 2000, Stcrt.
2000, 64
Inwerkingtreding: 1 april 2000
(T.a.v. art. 75:1 WAO)
29 maart 2000/nr. SV/WV/00/19845
Directie Sociale
Verzekeringen
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, handelende in
overeenstemming met de Minister van Financiën;
Gelet op artikel 75, eerste
lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Besluit:
Art. I.
Artikel 1 van de Regeling
ontheffing garantieplicht WAO
overheidswerkgevers wordt vervangen door:
Art. 1.
Als werkgever, bedoeld in
artikel 75 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, worden aangewezen:
a. de Koning, ten aanzien
van door hem in dienst genomen
overheidswerknemers die bij de Koninklijke Hofhouding werkzaam zijn en
uit dien hoofde onder de
Pensioenregeling van de Stichting tot
verzorging van de pensioenen van het
personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau
vallen;
b. het Rijk, de provincies,
de gemeenten en de waterschappen;
c. rechtspersonen, anders
dan bedoeld in onderdeel b, die:
1º. bij of krachtens de wet
zijn ingesteld; en
2º. overheidswerknemers
rechtstreeks ten laste van de
rechtspersoon bezoldigen of belonen.
Art. II.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
‘s-Gravenhage, 29 maart
2000.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
TOELICHTING
[29 maart 2000]
Algemeen
Op grond van
artikel 75,
eerste lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) verleent het Landelijk instituut sociale
verzekeringen [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] aan een werkgever onder de bepaalde voorwaarden
toestemming om het risico van betaling
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering
zelf te dragen. Tot deze
voorwaarden behoort het overleggen van
een schriftelijke garantie van
een kredietinstelling of van een verzekeraar, waarin de kredietinstelling
of de verzekeraar zich borg stelt voor de
verplichtingen die een werkgever uit hoofde van het dragen van
het eigen risico heeft.
Voor bepaalde
overheidswerkgevers ligt het vragen van een
schriftelijke garantie niet in de rede,
omdat het niet voorstelbaar is dat zij
in betalingsonmacht zullen komen te verkeren. Ten aanzien van deze
overheidswerkgevers voorziet de Regeling ontheffing garantieplicht
WAO overheidswerkgevers in ontheffing van de schriftelijke garantieverplichting. De
voorliggende wijziging van
de Regeling ontheffing
garantieplicht WAO overheidswerkgevers
strekt ertoe om de groep overheidswerkgevers door wie de schriftelijke
garantie niet hoeft te worden overgelegd, in belangrijke mate uit te
breiden. Het is vooralsnog niet mogelijk
alle overheidswerkgevers vrij te stellen van het vragen van een schriftelijke
garantie nu het privaatrechtelijke
deel van de overheid (te weten: de privaatrechtelijke rechtspersonen die krachtens
aanwijzing van de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
deelnemen aan de Stichting Pensioenfonds ABP,
ook wel de B3-lichamen genoemd) [ABP: Algemeen burgerlijk pensioenfonds, red.] niet gevrijwaard is van
faillissement. Gelet op dit faillissementsrisico
is de regering van plan te onderzoeken of
er aanleiding bestaat om B3-lichamen onder te brengen in het WW-premiesysteem. De consequenties hiervan zullen in de loop van het
jaar 2000 worden onderzocht. Indien
het eigen risico dragen WW is beperkt tot die overheidswerkgevers die geen
faillissementsrisico lopen, kan bekeken worden of de regeling voor
eigenrisicodragers WAO hierbij kan aansluiten.
Artikelsgewijs
Artikel I
Op grond van het nieuwe
artikel 1, onderdeel a, van de Regeling
ontheffing garantieplicht WAO
overheidswerkgevers hoeft de schriftelijke garantie, bedoeld in artikel
75, eerste lid, van de WAO, niet te
worden overgelegd door de Koning,
ten aanzien van overheidswerknemers die werkzaam zijn bij de
Koninklijke Hofhouding en uit dien
hoofde onder de Pensioenregeling van de
Stichting tot verzorging van de
pensioenen van het personeel van de
Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau vallen.
Deze vrijstelling komt
inhoudelijk geheel overeen met de vrijstelling die voorheen in
artikel 1,
onderdeel d, van de Regeling ontheffing
garantieplicht WAO overheidswerkgevers was opgenomen.
In het nieuwe het artikel 1,
onderdeel b, van de Regeling
ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers is bepaald dat de
schriftelijke garantie, bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de WAO, eveneens
niet hoeft te worden overgelegd door
Rijk, de provincies, de gemeenten en
de waterschappen. In het oude artikel 1 van de Regeling ontheffing garantieplicht
WAO overheidswerkgevers was
het Rijk al ontheven van de
schriftelijke garantieverplichting, zij
het dat deze ontheffing was
geclausuleerd. De ontheffing van het Rijk gold slechts
ten aanzien van personen
werkzaam in de sectoren Rijk,
Rechterlijke Macht en Defensie. De
desbetreffende beperkingen zijn geschrapt; de
ontheffing omvat thans alle personen
die tot het Rijk in dienstbetrekking
staan. Verder zijn nu ook de provincies, de gemeenten en de
waterschappen ontheven van de schriftelijke garantieverplichting. Ook van deze openbare
lichamen is het niet
aannemelijk dat zij bij het dragen van het
eigen risico in betalingsonmacht zullen
komen te verkeren. De wettelijke
bepalingen aangaande de financiën van
provincies, gemeenten en waterschappen (titel IV van de Provinciewet; titel IV van de
Gemeentewet en titel IV van de
Waterschapswet), alsmede aangaande het toezicht op
het bestuur van deze openbare lichamen (titel V van de Provinciewet; titel V van de
Gemeentewet en titel
V van de Waterschapswet), bieden
voor de solvabiliteit voldoende
waarborgen.
Op grond van het nieuwe
artikel 1, onderdeel c, van de Regeling
ontheffing garantieplicht WAO
overheidswerkgevers hoeven ook rechtspersonen die bij of krachtens de wet
zijn ingesteld en
overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1,
onderdeel k, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
zijn, geen schriftelijke garantie meer te overleggen. Tot deze
rechtspersonen behoren, onder meer, de
regio’s, bedoeld in de Politiewet
1993, alsmede openbare lichamen als
bedoeld in de Wet
gemeenschappelijke regelingen. Het criterium "instelling
bij of krachtens de wet", opgenomen in artikel 1, onderdeel b, onder
1º,
van de Regeling ontheffing
garantieplicht WAO overheidswerkgevers,
biedt voldoende zekerheid dat deze
rechtspersonen in staat zullen zijn om het
risico van betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering
zelf te dragen. Bij het in
artikel 1, onderdeel b, onder 2º, van de
Regeling ontheffing garantieplicht
WAO overheidswerkgevers opgenomen criterium dat de betreffende rechtspersoon
"overheidswerknemers
rechtstreeks ten laste van de rechtspersoon bezoldigen of belonen", is aangesloten
bij de definitie van "overheidswerkgever", zoals deze definitie in
artikel 1, onderdeel k, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
is gegeven.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
|
|