|
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 22 februari 2008, nr. SV/R&S/08/4679,
houdende een subsidieplafond en regels omtrent het tijdstip van het
indienen van een aanvraag met betrekking tot brugbanen voor
uitkeringsgerechtigden
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 2,
achtste lid, van het Tijdelijk besluit
brugbanen herbeoordeelden;
Besluit:
Art. 1.
Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 2, achtste lid, van het
Tijdelijk besluit
brugbanen herbeoordeelden,
bedraagt voor de periode 29 februari
2008 tot en met 31 december 2010 |48,6 miljoen.
Art. 2.
Indien de dienstbetrekking,
bedoeld in artikel 2, eerste lid, van
het Tijdelijk besluit
brugbanen herbeoordeelden, is aangegaan alvorens een
aanvraag om subsidie voor loonkosten met
betrekking tot die dienstbetrekking
wordt ingediend, wordt de aanvraag om
subsidie uiterlijk binnen drie maanden
na de eerste dag van het verrichten van
arbeid ingediend.
Art. 3.
Deze regeling treedt in
werking op het tijdstip waarop het Tijdelijk besluit
brugbanen herbeoordeelden in
werking treedt.Ή
1. Ingevolge artikel
5 van dat besluit is het Tijdelijk
besluit brugbanen herbeoordeelden in werking getreden met ingang
van 29 februari 2008, red.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 22 februari
2008.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner.
TOELICHTING
[22 februari 2008]
Artikel 1
Dit
besluit [lees: deze regeling, red.] voorziet in artikel 1 in de vaststelling van een
subsidieplafond voor de uitvoering van het Tijdelijk besluit
brugbanen herbeoordeelden. Hierbij wordt
gebruik
gemaakt van de mogelijkheid die het
Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden
biedt om bij ministeriλle regeling een
subsidieplafond vast te stellen.
De hoogte van het plafond is
bepaald op |48,6 miljoen. Hiertoe
is aangesloten bij het budget dat in de
nota van toelichting bij het
Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden is genoemd.
Het gaat hierbij om de kosten
van de subsidie zelf ten behoeve van
herbeoordeelden die nog een uitkering van
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(UWV) ontvangen.
Er is voor gekozen om een
subsidieplafond te stellen voor de duur van
meerdere jaren (29 februari 2008 tot
en met 31 december 2010). Hiermee
wordt voorkomen dat steeds per
jaar een afzonderlijk plafond moet
worden vastgesteld en kunnen de middelen voor
de brugbanen worden ingezet op
het moment dat dit het meest effectief is.
Dit besluit [lees: deze regeling, red.] treedt in
werking op dezelfde datum als het Tijdelijk besluit
brugbanen herbeoordeelden. Het
subsidieplafond geldt tot de datum van 31
december 2010. Voor het jaar 2010
zijn op grond van de gemaakte
ramingen immers nog middelen
beschikbaar, Hierdoor is er voldoende uitloop ten
opzichte van het tijdstip waarop de
herbeoordelingsoperatie eindigt (begin 2009). Een zekere uitloop is gewenst om
herbeoordeelden die nog geen werk hebben met behulp van een brugbaan aan
de slag te helpen.
Artikel 2
Op grond van
artikel 2,
eerste lid, van het Tijdelijk besluit
brugbanen herbeoordeelden kan loonkostensubsidie ook
worden verstrekt als de
dienstbetrekking reeds is aangevangen. Dit
blijkt uit de zinsnede "of is aangegaan"
in genoemd artikellid. Hierdoor hoeven
werkgevers niet te wachten op de
toekenning van de loonkostensubsidie met het
in dienst nemen van de werknemer.
Artikel 2 van deze regeling voorziet in
een termijn waarbinnen een aanvraag om
subsidie in die situatie moet zijn
ingediend. Deze termijn bedraagt drie
maanden na de eerste dag van het
verrichten van arbeid. Dit moet als een redelijke
termijn worden beschouwd waarbinnen een
werkgever een aanvraag moet kunnen
hebben ingediend bij het UWV.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner.
|