|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel 78 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Besluit:
Art. 1.
Voor de berekening van de gedifferentieerde premie op grond van artikel
78 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering over het jaar
2004 worden voor alle takken van bedrijf en beroep de navolgende premies
en parameters vastgesteld:
Gemiddeld premieplichtig loon: |25 000,00
Grens grote/kleine werkgever: |625 000,00
Gemiddeld percentage: 2,24%
Maximumpremie grote werkgevers: 8,96%
Gemiddeld werkgeversrisicopercentage: 1,86%
Rekenpercentage: 2,32%
Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever:
1 jaar bekend: 9,30
2 jaar bekend: 2,81
3 jaar bekend: 1,73
4 jaar bekend: 1,29
Art. 2.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit gedifferentieerde
premie WAO 2004.
Art. 3.
Dit besluit treedt, onder
voorbehoud van goedkeuring door de
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van het
rekenpercentage en het gemiddelde
percentage, bedoeld in artikel
78,
tweede lid, onderdeel a en b, van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
in werking met ingang van 1
januari 2004.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 23 juni 2003.
T.H.J. Joustra, voorzitter
Raad van bestuur UWV.
TOELICHTING
[23 juni 2003]
Dit besluit geeft nadere
invulling aan de vaststelling van de
gedifferentieerde premie WAO voor individuele werkgevers over het jaar
2004.
Algemeen
Op grond van
artikel
78,
tweede lid, van de WAO stelt Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(UWV), onder goedkeuring van de minister, een voor
alle takken van bedrijf en beroep
gelijk rekenpercentage en gemiddeld
percentage vast. Bij het Besluit
premiedifferentiatie WAO (het besluit), gebaseerd op artikel
78, zesde lid, van
de WAO, zijn regels gesteld over de
wijze waarop het rekenpercentage en het
gemiddelde percentage worden
vastgesteld. Tevens zijn daarin regels
gesteld over de wijze waarop de opslag of
korting wordt berekend en regels
over de percentages die ten hoogste aan een werkgever in rekening mogen
worden gebracht en die ten minste
in rekening moeten worden gebracht.
Op grond van het besluit
stelt UWV een aantal parameters vast
die dienen als basis voor de
vaststelling van de individuele premie WAO voor
de werkgever. De parameters gelden voor de premie verschuldigd
over het premieplichtige loon in het
jaar 2003.
Gemiddelde premieplichtige
loon
Het gemiddelde
premieplichtige loon dient als basis voor het
onderscheid tussen grote en kleine
werkgevers als bedoeld in artikel 1,
onderdeel e en f, van het Besluit premiedifferentiatie
WAO. Het gemiddelde
premieplichtige loon is mede gebaseerd op informatie van het Centraal
Planbureau (CEP2002). Kleine
werkgever is de werkgever te wiens
laste in het tweede kalenderjaar (2002) dat aan het premiejaar (2004)
vooraf is gegaan, een premieplichtig
loon is gekomen dat gelijk is aan of
minder bedraagt dan 25-maal het
gemiddelde premieplichtige loon (|625 000,-); grote werkgever is de
werkgever te wiens laste in dat jaar een
premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 25-maal het
gemiddelde premieplichtige loon.
Gemiddelde percentage
Het gemiddelde percentage is
het percentage, bedoeld in artikel
78,
tweede lid, onderdeel b, van de WAO en artikel
3, eerste lid, van
het besluit, en is kort gezegd het totaalbedrag van de in 2004 verwachte lasten
verminderd met de niet-premiebaten van de Arbeidsongeschiktheidskas,
vermenigvuldigd met honderd, welke uitkomst wordt gedeeld door het
totaalbedrag van het in het premiejaar
verwachte premieplichtige loon ιn te
betalen uitkeringen.
Rekenpercentage
Het
rekenpercentage, bedoeld in artikel
78, tweede lid, onderdeel a,
van de WAO en artikel
2, van
het besluit, wordt afgeleid van het gemiddelde percentage. Daarbij
wordt gecorrigeerd voor het effect van de maximumpremie op de
premieopbrengst en de noodzakelijke aanvulling van het vermogen van de
Arbeidsongeschiktheidskas. Kleine werkgevers kennen sinds 2003 niet
langer een gedifferentieerde premie. De opslag en korting is voor hen op
nihil gesteld, zoals is bepaald in artikel
4a van
het besluit. Zij betalen dus het rekenpercentage.
Maximumpremie grote werkgevers
De
gedifferentieerde premie is voor een grote werkgever ten hoogste viermaal
het gemiddelde percentage (de maximumpremie, bedoeld in artikel
9, eerste lid, van
het besluit). Het maximum vloeit voort uit de vaststelling van het
gemiddelde percentage.
Deze grens is uitsluitend voor grote werkgevers
van belang.
Minimumpremie grote werkgevers
Voor de grote werkgevers is in artikel 9,
eerste lid, van
het besluit bepaald dat de premie ten minste nihil is. De werkelijke
minimumpremie voor grote werkgevers bedraagt bij een individueel
werkgeversrisicopercentage van nihil in 2003 0,46%. Dit percentage is,
met toepassing van de afrondingen in artikel
4, achtste lid, en artikel 9, derde
lid, van
het besluit, als volgt tot stand gekomen: rekenpercentage -
(gemiddelde werkgeversrisicopercentage) = 2,32% - 1,86% = 0,46%.
Gemiddelde
werkgeversrisicopercentage
Het gemiddelde
werkgeversrisicopercentage is het percentage, bedoeld in artikel
4, eerste en derde
lid, van
het besluit, en is kort gezegd
het quotiλnt van de uitkeringslasten WAO 2002, gedurende de periode van
vijf jaar vanaf de dag van ingang als
bedoeld in artikel 76f WAO, dus
ingegaan in de periode 1997 tot en met 2002, en het gemiddelde
premieplichtige loon in de jaren 1998 tot en met 2002. De individuele opslag of
korting voor de werkgever is gelijk aan het
individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel
4, tweede lid,
van
het besluit, verminderd met het
gemiddelde werkgeversrisicopercentage.
Correctiefactor ontbrekende
jaren
Voor werkgevers die niet
gedurende de gehele periode die
bepalend is voor het individueel en het
gemiddeld werkgeversrisicopercentage
(berekeningstijdvak) werkgever zijn geweest, is in artikel 7 van
het besluit een correctie voorgeschreven op het individueel
werkgeversrisicopercentage.
De correctie doet zich voor
indien de werkgever is gestart vσσr 2002, maar niet gedurende de gehele
periode van 1998 tot en met 2002
werkgever is geweest, of de werkgever
heeft binnen de periode van 1998 tot en
met 2002 een periode waarin hij geen
werknemers heeft gehad en dus geen werkgever is geweest.
In deze situaties kan een
individueel werkgeversrisicopercentage
worden bepaald over een onvolledige
periode. Voor ieder ontbrekend jaar
wordt een correctie toegepast. De correctiefactor is berekend door het
gemiddelde werkgeversrisicopercentage
over de periode van 1998 tot en met 2002 te delen door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over het aantal
beschikbare jaren.
Startende grote werkgever
De
grote werkgever die in 2002, 2003 of 2004 start, betaalt op grond van artikel
8, eerste lid, van
het besluit en artikel
78, tweede lid, onderdeel a,
van de WAO
het rekenpercentage. Er kan namelijk geen individueel
werkgeversrisicopercentage worden bepaald. Aan de hand van de loonsom in
het jaar waarin de werkgever is gestart, wordt bepaald of de werkgever
een grote of een kleine werkgever is.
Goedkeuring
Dit besluit behoeft op grond
van artikel 78, tweede lid, van de WAO op onderdelen de goedkeuring
van de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid.
Amsterdam, 23 juni 2003.
T.H.J. Joustra, voorzitter
Raad van bestuur UWV.
|